Wijnberg is de weg kwijt

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Rob Wijnberg gebruikt filosofisch relativisme om het innemen van een positie in het vluchtelingendebat te vermijden. Dan heeft hij toch het relativisme niet goed begrepen. 

Iedereen heeft wel eens mindere momenten. Rob Wijnberg, die ik over het algemeen erg sterk vond in zijn opinies, lijkt echter de laatste tijd wat verder de weg kwijt. Vol verbazing las ik zijn laatste stuk bij de Correspondent, waarin hij dat ook feitelijk zelf toegeeft. Hij gebruikt hier filosofisch relativisme om geen positie in te nemen in het vluchtelingendebat. Hoe je het ziet, dat is immers een kwestie van perspectief, meent Rob. En dus stelt hij:

“Solidariteit, is dat: je land openstellen voor hen ver weg, of je land behouden voor hen die het hebben opgebouwd?

Compassie, is dat: opkomen voor het lot van de vreemdeling in een oorlog, of voor die van je buurman die naast het azc woont?”

Bij zulke regels uit de pen van een filosoof valt mijn mond open van verbazing. Goed, je kan natuurlijk een eigen-volk-eerst-gedachte verdedigen, met pragmatische argumenten. Maar noem het dan geen solidariteit en compassie, want dat is het niet.

Nog even los van de vraag of solidariteit en compassie goed of slecht zijn, het zijn nu eenmaal begrippen die van zichzelf geen ruimte laten voor keuzes. Je kan stellen dat het opnemen van vluchtelingen te duur is en de welvaartsstaat in gevaar brengt. Als je kijkt naar de aantallen vluchtelingen waar dat over gaat is dat overigens volkomen onterecht, maar theoretisch is het natuurlijk helemaal waar dat wie oneindig solidair is en oneindig veel compassie heeft, dit niet lang vol zal houden. Want de wereld op zijn schouders dragen, dat kan alleen Atlas. Maar als je grenzen en voorwaarden stelt aan je solidariteit en compassie, is dat van zichzelf natuurlijk geen solidariteit en compassie.

Opvallend ook dat hier het relativisme wordt gebruikt om een politieke discussie uit de weg te gaan. Het doet me denken aan hoe het cultuurrelativisme normaal gehekeld wordt door het rechterkamp: als alle culturen gelijk zijn, dan kan je nooit kritiek hebben op een andere cultuur.

Ik heb dat altijd onzin gevonden. De filosofische relativist die denkt dat zijn relativisme het oordelen in de weg staat, moet dringend terugkeren tot de koning van het relativisme, de filosoof met de hamer, Friedrich Nietzsche. Een pure relativist, maar één met passie. Wie geen oordeel durfde te geven, was volgens hem een lijk, die verloochent zichzelf. En met Nietzsche waren bijvoorbeeld ook de filosofen Jean Paul Sartre en Foucault diepe relativisten. Je kan je ook deze mannen onmogelijk verwijten onpartijdige twijfelaars zonder oordeel te zijn. Deze filosofen vonden in hun relativisme juist de basis voor hun activisme. Twijfel is altijd goed, maar dat neemt niet weg dat we al twijfelend wel keuzes kunnen maken. En laten we dat als filosofen vooral blijven doen. Anders is onze twijfel voor niets.

Dit blog verscheen eerder op Sargasso.nl