Het basisinkomen is aan de winnende hand

Het basisinkomen is geen ‘zomerzotheid’ zoals oud-minister Willem Vermeend en econoom Rick van der Ploeg in de Telegraaf beweren.

Afgelopen weekend verscheen in de Telegraaf een column van de lakeien van het ‘ancien regime’, Vermeend en van der Ploeg. Zij meenden het klootjesvolk in de Telegraaf te moeten waarschuwen voor de discussie over ‘het basisinkomen’, dat zij af probeerden te doen als ‘zomerzotheid’.

Ouder dan deze zomer
De discussie die momenteel gevoerd wordt over het basisinkomen is echter al wat ouder dan deze zomer. In Zwitserland werd in 2013 besloten tot het houden van een referendum over het basisinkomen. In datzelfde jaar organiseerden verschillende organisaties, in Nederland de vereniging voor het Basisinkomen, een petitie voor een Europees burgerinitiatief, dat uiteindelijk de benodigde hoeveelheid stemmen niet haalde. Maar in de zomer van 2013 besteedde weblog Sargasso.nl er daarom wel een uitgebreide serie aan. In de herfst van 2013 pakte de Correspondent het stokje over en creëerde een social-mediahype rond het basisinkomen.

Vervolgens werden in 2014 op de congressen van drie partijen, D66, de PvdA en GroenLinks, moties aangenomen voor onderzoeken naar een basisinkomen. In januari schaarde de landelijke fractie van GroenLinks zich deels achter deze beweging van onderop, door op te roepen tot een plichtenvrije bijstand als mogelijke eerste stap. Inmiddels wordt daar in 47 gemeenten serieus over nagedacht, of zijn er al vergevorderde plannen voor experimenten daarmee.

Haaks op het beleid van Rutte II
Dat is wel wat anders dan zomaar wat ‘zomerzotheid’. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Het antwoord wordt impliciet in het geschrift van Vermeend en van der Ploeg gegeven: het basisinkomen staat als gedachte haaks op het zogenaamde ‘activeringsbeleid’ van Rutte II. En het is juist dat beleid dat volkomen failliet is.

De huidige bijstand is namelijk een gedrocht van zinloze controles die buitengewoon veel geld aan administratie kosten, alleen maar om mensen te dwingen te zoeken naar banen die er niet zijn. Het boetesysteem dat dit kabinet invoerde is daarbij niet alleen volledige willekeur, het jaagt de kostbare armoedeproblematiek aan, en is zodoende een schijnbezuiniging. Het feit dat wie tijdelijk wat verdient in de bijstand door de ambtelijke molen wordt gehaald en alles moet terugbetalen zorgt er bovendien voor dat je als bijstandsgerechtigde maar beter op de bank kan blijven zitten als je niet in de moeilijkheden wil komen. De verplichte trajecten tenslotte kosten banen.

Naast geldverspilling vormt de huidige bijstand een systeem van mensonwaardige bureaucratie. Dat moet en kan anders, en het is niet gek dat dit in gemeenten het eerst gevoeld wordt. Zij zijn immers belast met de uitvoering van die waanzin van Asscher en Klijnsma, en zien zich als eerste geconfronteerd met de zinloosheid ervan, alsmede met de hoge kosten aan collateral damage.

Halve waarheden en verdraaiingen van feiten
Door het verkondigen van halve waarheden en verdraaiingen van de feiten proberen Vermeend en van der Ploeg de Telegraaflezer er echter van te verzekeren dat ze zichzelf vooral niets in hun hoofd moeten halen. Om te beginnen de pathetische poging de hele discussie af te doen als een zomerhype. Daarnaast stellen ze dat bij de experimenten met het basisinkomen niet meer gecontroleerd zal worden op zwart werk. Onzin. Overigens is zwart werk juist een stuk minder aantrekkelijk voor mensen die niet alles hoeven in te leveren als ze opgeven wat ze bijverdienen, dus zal het sowieso eerder minder dan meer voorkomen.

Ook de bewering dat mensen in de experimenten concurrentievervalsing vormen hoeft niet waar te zijn: in veel van de proeven mogen de proefpersonen niet alles houden. Het zou dan ook geen rechtvaardige proef met een basisinkomen zijn, want met een ‘echt’ basisinkomen zouden mensen ook onder een zwaarder belastingregime vallen. Ook GroenLinks merkt in haar manifest op dat mensen met een plichtenvrije bijstand niet alles zouden mogen houden: in ieder geval ligt er een plafond bij het minimumloon.

Vervolgens wordt in het stuk de SP opgevoerd als bondgenoot, die vreest dat het basisinkomen zal dienen als hefboom voor een verdere afbraak van andere uitkeringen. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. De angst dat met de gemeentelijke proeven de toeslagen zullen verdwijnen lijkt in ieder geval ongegrond, want de gemeenten gaan helemaal niet over toeslagen. Daarbij is de SP alles behalve fan van het ‘activerende’ beleid voor de bijstand van Rutte II, dat Vermeend en van der Ploeg in hun stuk verdedigen.

Paniekvoetbal
Tenslotte komen van der Ploeg en Vermeend parmantig met een paar ‘rekensommen’ die werkelijk te lachwekkend voor woorden zijn. Over de experimenten met een plichtenvrije bijstand plotseling geen woord meer, ze gaan hier uit van het ‘pure’ basisinkomen, en dreigen de werkende Telegraaflezer met een verhoging van de belastingdruk van 25%, terwijl ze verzwijgen dat dit geld via het basisinkomen ook weer bij hen terug komt.

Het hele stuk van Vermeend en van der Ploeg leest als een staaltje paniekvoetbal, en is met name een teken dat de voorstanders van een fundamentele verandering in de sociale zekerheid aan de winnende hand zijn. De reacties onder het artikel zijn dan ook duidelijk in een overtuigende meerderheid steunbetuigingen voor het basisinkomen. En dat is maar goed ook, want om het sociale stelsel weer uitvoerbaar en betaalbaar te maken, prikkelend, en een betrouwbaar vangnet bovendien, zal er een volledig andere route gekozen moeten worden dan Rutte II nu bewandelt.

De uitkomsten en het vervolg
De uitkomsten van de experimenten met het basisinkomen staan vooraf eigenlijk al vast. Natuurlijk leidt het geven van vrijheid en het belonen van mensen tot meer economische activiteit, met als bonus meer levensgeluk en een betere gezondheid. Dat is nu al tientallen malen bewezen. Het afschaffen van zinloze bureaucratie is daarbij een stuk goedkoper dan het volhouden.

De grote uitdaging is de volgende stap: het openstellen van de nieuwe bijstand voor ieder zonder voldoende inkomen, ongeacht de reden. Leidt dit ertoe dat mensen massaal hun baan opzeggen? Alle tekenen wijzen de andere kant op. In ieder geval is het een heel effectieve methode om armoede te bestrijden, en dat levert veel winst op. Maar onderzoek hiernaar is daarmee pas echt de lakmoesproef voor een andere vorm van sociale zekerheid.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl

Politiek Kwartier – Morrend Volk

COLUMN – Een morrend volk duidt niet op een teveel aan democratie, maar op een gebrek daaraan.

Het was een moedige oproep van ‘acht intellectuelen’, om anti-EU populisme geen podium meer te bieden. Maar ook een domme oproep.

Een dergelijke oproep tot censuur is koren op de molen van mensen als Thierry Baudet en Bastiaan Rijpkema. En los van dat ze er niet vies van zijn feiten te negeren, verdraaien en op te blazen, hebben ze een punt: er klopt iets niet met de democratie in Europa. Het antwoord hierop is geen niets-aan-de-hand-column van acht zelfbenoemde intellectuelen.

Maar het kan nog bonter. De drie ex-bewindslieden Rick van der Ploeg, Aart Jan de Geus en Hans Hoogervorst verklaarden deze week onze nationale democratie failliet, en stelden daarop voor een flinke kiesdrempel in te stellen om van een hoop gezeur af te zijn.

In Europa zijn alle stukken openbaar, zeggen de eerstgenoemden, en mogen de nationale parlementen op iedere stap hun fiat geven.

Maar de inspraak en besluitvorming zijn in de EU uitermate slecht geregeld. Wat in Brussel wordt besproken onttrekt zich voor een groot deel aan de controle van het Europees Parlement, terwijl nationale parlementen slechts geconfronteerd worden met de uitkomsten van lang overleg. Europese leiders worden gekozen in een schimmig wandelgangenproces. Daar zou iedere democraat zich rot voor moeten schamen.

Slagvaardiger wordt het er ook niet op. De EU bleek tijdens de bankencrisis traag en besluiteloos. En Europa slaagt er niet in een vuist maken naar andere grootmachten.

In zo een situatie moet je niet gek staan te kijken van ontevreden kiezers.

Binnenlands moet een hogere kiesdrempel een probleem oplossen dat er niet is. Wie nuchter naar de cijfers van onze parlementaire democratie kijkt, ziet dat kabinetten de laatste tien jaar gemiddeld helemaal niet korter zitten dan de vijftig jaar daarvoor, en ook niet moeizamer gevormd worden. En om nou te zeggen dat we al zestig jaar niet functioneren…

Ook brengt een hoge kiesdrempel ons geen stap dichter bij die makkelijke coalitievorming. Het probleem is juist dat de kiezers verdeeld zijn over zes middelgrote partijen en daartussen flink op drift zijn. Onderling herverdelen van de zetels van de kleintjes gaat daarbij echt niet helpen. Fuseren naar twee grote partijen betekent een jarenlange politieke oorlog. En bovendien blijkt regeren in landen met minder partijen ook niet altijd even makkelijk.

Dit nog los van dat groepen in de samenleving monddood maken nou niet bepaald de methode is om meer draagvlak voor de politiek te kweken. En dat zou toch het eerste doel moeten zijn.

In onze vertegenwoordigende democratie stemt men op partijen, maar heeft iedere partij wel standpunten die een kiezer minder bevallen. Op wat de partijen na de verkiezingen met hun standpunten doen is vanuit de kiezer geen correctie mogelijk. Daarbij gebeurt het in coalitieland regelmatig dat er minderheidsstandpunten worden doorgevoerd. Elkaar iets gunnen, heet dat tegenwoordig.

Het op drift zijn van de kiezer lijkt mij in dat licht niet zo vreemd. In een verzuilde maatschappij met een relatief laaggeschoolde bevolking werkte dit allemaal nog wel. Maar in onze moderne geïndividualiseerde informatiemaatschappij wordt dit steeds minder gepikt.

Het volk mort. Naar de politiek hier en in Europa. Geen wonder. Want in Nederland en in de EU hebben we geen teveel aan democratie, maar juist een gebrek daaraan.