Samenvatting van de filosofie van het Hellenisme

In deze serieĀ hebben we de belangrijkste typisch Hellenistische filosofische scholen behandeld: de Cynici, het radicaal Hedonisme, het meer gematigde Epicurisme, de vroege Stoa en de Sceptici. Om het af te sluiten hierbij een samenvatting, waarmee we de hele filosofische discussie van het vroeg-Helleense tijdperk kunnen overzien. Daarbij zullen we ook de filosofieĆ«n van Plato en Aristoteles in het overzicht meenemen, want de door hen gestichte scholen zijn ook in de Hellenistische tijd van groot belang. Maar eerst wat meer over de Helleense beschaving.

De Helleense samenleving

In de periode voor het Hellenisme was de Griekse polis een belangrijke entiteit waaraan de Grieken hun identiteit ontleenden. De filosofieƫn van filosofen uit die tijd, zoals als Plato en Aristoteles, spiegelen zich aan deze polis: de stadstaat en zijn politiek staat in de filosofie centraal. In de Hellenistisch tijd werd de stadstaat echter overvleugeld door de nieuwe Hellenistische rijken, die weliswaar geregeerd werden door Griekse elites, maar veel grootschaliger waren. Daarbij verloren de stadstaten waar ooit de directe democratie gevestigd was ook deze eigen politieke vorm. De hoofdsteden van de Hellenistische rijken groeiden daarbij tot veel groter dan de Polis ooit geweest was, en daardoor vormden zij geen eenheden meer waar mensen hun identiteit aan ontleenden.

Met het wegvallen van de kleine gemeenschap als culturele kern werden de mensen meer naar binnen en naar zichzelf gekeerd. De cultuur ten tijde van de stadstaten werd in die tijd met een opvallende nostalgie verheerlijkt, maar ondertussen was er wel een nieuwe culturele bloei. In de kunst verschoof het accent van de mythologie naar de mensen, wat in de literatuur leidde tot de uitvinding van avonturenroman en de eerste kunstuitingen waarin de echte romantische liefde tussen man en vrouw bezongen wordt. Het gezin werd een belangrijker element in het maatschappelijk leven dan deze ooit geweest was. De beeldhouwkunst van de Helleense tijd kenmerkt zich door een grote liefde voor realisme en detail, en ook de architectuur nam een nog hogere vlucht dan deze in de Atheense tijd al had genomen. Tenslotte ontwikkelden in de Helleense periode wetenschappen als wiskunde, astronomie, natuurwetenschappen, geologie en geneeskunde zich sterk, en boekte de technologie een grote vooruitgang.

Dit was de wereld waarin de filosofen rondliepen die we tot nu toe bekeken hebben, en het is dan ook vooral een teken des tijds dat zij meer dan hun voorgangers bezig waren met de zoektocht naar het persoonlijk geluk, en zich minder bezig hielden met politiek en metafysica.

Verschillende vormen van geluk

EpicurusIn de tijd van het Hellenisme liepen er zoals we zagen veel filosofen rond die Cynici genoemd werden. Dit waren rondtrekkende filosofische kluizenaars die vooral provoceerden, met als doel de maatschappij en beschaving ter discussie te stellen, die volgens hen de mens afleidden van zijn natuurlijke staat van zijn. Zij lieten zich losjes inspireren door filosofische rebellen uit het verleden: zoals Heraclitus, die het leven als kluizenaar en ā€˜volgens de natuurā€™ promootte, Socrates, de eeuwige criticaster, en de Cynische filosofen Diogenes, de kruikbewoner, en Crates, de linzeneter. Het geluk ligt volgens de Cynici in het terugkeren naar het simpele animale bestaan.

De hedonistische filosofen komen zoals we zagen grofweg in twee soorten. De Cyreense school van Aristippos was de meest radicale hedonistische school. Voor de Cyreense school staat ā€˜plezierā€™ hoger dan ā€˜gelukā€™: het laatste is slechts een afgeleide van het eerste. Aristippos rechtvaardigde dit idee met een zeer sceptische houding tegenover kennis. Hij vertrouwt liever op het gevoel.

Een meer gematigd hedonist was Epicurus. De wereld is volgens hem een product van toevallige botsingen van atomen, en dat is volgens de Epicuristen een goede reden om niet verder te zoeken naar een zin van het leven. Ook Epicuristen vertrouwen op het gevoel. De rede leert ons echter gevoelens tegen elkaar af te wegen en berekenend op te treden. Om gelukkig te zijn is het volgens hen maar beter als we niet teveel ambities koesteren, en een gematigd en teruggetrokken bestaan leiden.

En dan de StoĆÆcijnen. Zij verschillen fundamenteel met Epicurus in hun overtuiging dat er juist gĆ©Ć©n toeval bestaat. Alles wat gebeurt, gebeurt volgens hen uit noodzaak. Alles hangt samen met alles. Zij stellen dat de natuurwetten redelijk zijn, en daarmee fundamenteel begrijpelijk. Volgens de vroege StoĆÆcijnen is de zoektocht naar kennis de weg naar het geluk. Zij trekken zich niet terug zoals Epicurus: zij willen de hele wereld begrijpen en haar zo leren te accepteren zoals zij is. Om de wereld te kennen zoeken zij hun heil bij de logica en de wetenschap.

De Sceptici tenslotte stellen dat ieder oordeel tot teleurstelling leidt, en dat oordelen afleidt van de werkelijke zoektocht naar het geluk.

De Helleense stromingen die we zojuist bespraken lieten zich inspireren door andere voorgangers dan Plato en Aristoteles, die zich vooral lieten inspireren door filosofen als Parmenides en Pythagoras, filosofen die zochten naar een onveranderlijke waarheid achter de verschijnselen. De Cynici, de Hedonisten, de StoĆÆcijnen en de Sceptici zijn filosofen die uitgaan van een veranderlijke wereld. In deze filosofieĆ«n wordt met name Heraclites veel aangehaald. Socrates wordt vaak als voorbeeld gezien, maar voor de Helleense filosofen vervult Socrates vooral zijn functie als grote twijfelaar. Zij zien hem niet in de rol van moralist die op zoek is naar Het Goede, de rol die hij in de filosofie van Plato speelt. Ondertussen bleven in de Hellenistische tijd ook de Platoonse Academie en het Lyceum van Aristoteles zeer invloedrijk.

Maar ook al gingen de filosofen van die scholen uit van het geloof in een achterliggende hogere vaste waarheid, het waren zelf geen statische
bewegingen.

De Platoonse Academie

Plato-1Vooral de Platoonse school heeft zeer sterke ontwikkelingen doorgemaakt. Plato stelde dat een mens het geluk kon bereiken door zich te wenden tot de wereld van de abstracte vormen, met behulp van rationele kennis. Wat alle Platonisten bindt is dat ze geloven in het absolute goede, dat door de ratio te kennen, of in ieder geval te benaderen valt. Wie de kennis van het goede heeft, is gelukkig.

Maar de Platoonse school bewoog zich in de tijd van het Hellenisme meer en meer in de richting van het scepticisme. We hadden al een voorbeeld van gezien met Carneades, in de vorige aflevering, die de geschriften van Plato opvatte als een oefening in dialectiek en pragmatische kennisverwerving.

In de tijd van de Romeinse keizers, vijfhonderd jaar later, ging het Platonisme weer de compleet tegenovergestelde richting op, en verwerd het tot een aparte filosofie: het Neoplatonisme. Hierin werd Plato zijn filosofie gemixt met inzichten uit de Stoa en de leer van Aristoteles, maar ook met invloeden uit mystieke stromingen, waaronder maar zeker niet alleen christelijke mystieke stromingen. Kennis van het hogere wordt in het Neoplatonisme verkregen door de religieuze ervaring, die volgt op een combinatie van rationele studie en meditatie. Overigens meenden de Neoplatonisten dat zij de juiste interpretatie van de filosofie van Plato gevonden hadden en noemden zij zich gewoon Platonisten.

In de Hellenistische tijd echter nam het Platonisme meer en meer een kritische rol in: zij bekritiseerden de StoĆÆcijnen met hun stelling dat de mens niet zou kunnen dwalen, en ontwikkelde zich zo richting scepticisme.

De peripatetische school

Aristoteles-1Ook de Aristoteliaanse school, ook wel de Peripatetische school genoemd, naar de Peripatos, de overdekte wandelgalerij waarin Aristoteles gewoon was wandelend les te geven, kende een ontwikkeling.

Aristoteles zelf stelde dat het geluk uiteindelijk lag in zelfverwerkelijking. Het doel van de mens was te groeien in de hogere mens-vorm. Volgens Aristoteles is iedere verschijning een streven naar een bepaald doel. Aristotelesā€™ leerling Theophrastus stelde echter vragen bij de neiging van Aristoteles om alles te beschouwen als doelgericht. De hele teleologische visie van het denken van Aristoteles, zoals het denken in dat alles naar een einddoel streeft genoemd wordt, raakt in zijn school naar verloop van tijd achterop.

De volgelingen van Aristoteles vonden in de leer van hun leermeester echter ook een duidelijk meer pragmatisch beeld van hoe een mens gelukkig dient te worden: in het zoeken naar het juiste evenwicht tussen tegengestelde emoties dat Aristoteles bepleitte. Zo zoekt de Peripatetische school in de Helleense tijd naar het wijze midden tussen bijvoorbeeld overmoed en lafheid, tussen dolheid en zwartgalligheid. Extreme emoties zijn verkeerd, in het midden ligt de wijsheid.

Naast dat de Aristotelische school zich in de Hellenistsiche tijd meer richtte op de deugdenleer dan op het concept van zelfverwerkelijking, hield zij zich vooral bezig met het beoefenen van de logica en de beschrijvende wetenschap.

Het Helleense filosofische debat

Zeno-1De Helleense filosofie is te begrijpen als een continu debat tussen al de genoemde stromingen. De meeste filosofen verklaarden zich tot volgeling van Ć©Ć©n stroming, en stelden zich behoorlijk onverzoenlijk tegenover andere stromingen op. Door de vertegenwoordigers van de verschillende scholen werden vervolgens heftige polemieken en debatten gevoerd. Deze debatten dienden om de theoretische verschillen tussen de scholen uit te diepen. Absurde stellingen als ā€œkan een mens gelukkig zijn op de pijnbankā€ werden daarbij serieus behandeld. De StoĆÆcijnen en de Platonisten vonden van wel, de Epicuristen waren tegen, terwijl de Sceptici alle beweringen van al die anderen belachelijk maakten. Ondertussen hadden de volgelingen van Aristoteles en de StoĆÆcijnen vette meningsverschillen over wat logica was.

Je zal misschien vinden dat al deze stromingen toch ook veel overeenkomsten hebben. Maat houden, soberheid, evenwicht zoeken: dit zijn zaken die bij de meeste van deze filosofen sterk terugkomen. Op zich niet zo gek, want dit zijn waarden die in de Griekse cultuur sowieso als deugd beschouwd werden. En daarbij is het opvallend dat ook de zoektocht naar het geluk voor al deze filosofen de centrale vraag is. Ze mogen in hun meningen over hoe dat geluk te bereiken valt vaak sterk verschillen, hun onderwerp blijft hetzelfde. Ondanks de felle debatten zit er in de filosofie van het Hellenisme dan ook een sterke gemeenschappelijke lijn.

Het mag mensen daarom verwonderen dat die filosofische scholen zo onverzoenlijk tegenover elkaar stonden, en niet eerder zochten naar de grootste gemene deler en elkaar opvatten als aanvullingen. Voor wie zich daar zelfs aan ergert, is er goed nieuws. Terwijl de Epicursten met hun vrienden zaten te filosoferen in hun tuinen, de StoĆÆcijnen en de Sceptici erop los debatteerden met de volgelingen van Plato en Aristoteles, en hier en daar nog een irritante Cynicus opdook om iedereen belachelijk te maken, werden de Helleense rijken in toenemende mate bedreigd door een opkomende macht in het westen: die van de Romeinen. De Romeinen hadden een meer praktische benadering van de filosofie dan de Grieken. Zij zagen minder nut in theoretische debat dan in praktische toepassing van filosofie. Zij hadden dan ook minder moeite met het combineren van de inzichten van de verschillende scholen. Daaruit kwamen dan weer de latere filosofische scholen voort, zoals het Platonisch Scepticisme dat we de vorige aflevering al zagen, de Midden-Stoa die we de aflevering daarvoor al aangestipt hadden, de nog niet genoemde Eclectici, later de late StoĆÆcijnen, en tenslotte, nog veel later, het Neoplatonisme. Deze stromingen zijn alle te begrijpen als mengvormen van eerdere Helleense scholen. Het enige echt nieuwe element in deze filosofieĆ«n is een stukje mystiek, dat mettertijd over kwam waaien met verschillende religieuze stromingen uit het Oosten, wat pas naar voren komt in de late Stoa, en tot wasdom komt in het Neoplatonisme.

We kunnen dus rustig stellen dat in de Hellenistische tijd de grond werd gevormd voor de latere filosofie. Daarom is deze filosofie ook zo een belangrijk voor de filosofische geschiedenis, en daarom is het jammer dat in veel overzichten van de filosofie de cynici, de hedonisten, de stoĆÆcijnen en vooral de sceptici meestal maar als voetnoot behandeld worden. Zeker omdat deze filosofen, die vaak een fundamentele scepsis combineerden met een mechanische vorm van denken die ook in onze tijd in zwang zijn, ook interessant zijn voor onze tijd. De vroeg-Hellenistische filosofie vormt een filosofische cultuur waarin fundamentele inzichten over de mens, maatschappij en de natuur tegenover elkaar worden geplaatst, en direct gerelateerd worden aan de vraag wat het best is voor ons welzijn. Daarom zijn deze filosofen de moeite van het bestuderen waard.

Cynische filosofen

Filosofie van het Hellenisme 1: Cynisme

Als het gaat om klassieke filosofie gaat de aandacht meestal vooral naar Plato en Aristoteles. GriekseĀ filosofische na deze denkers worden in overzichtswerken vaak maar kort besproken. En dat is jammer, want deze filosofische stromingen hadden een heel eigen kijk op filosofie en wetenschap, die ook in onze tijd relevant kan zijn. Vandaar dat Klokwerk voor u een serie plaatst waarin hij de belangrijkste stromingen van de Helleense filosofie behandelt.

Eerst even de historische achtergrond. In de oudheid na Alexander de Grote zag de wereld er anders uit dan in de tijd daarvoor. Voor Alexander heersten in bonden georganiseerde Griekse stadsstaten over de mediterrane wereld, geflankeerd door het oude rijk van de Egyptenaren, en Perziƫ. In het Helleense tijdperk zoals dat genoemd werd waren het voormalige Perzische rijk, Griekenland en Egypte verenigd in enkele grote rijken die door een Griekse elite werden geregeerd. Hierdoor veranderde het wereldbeeld, en ook de filosofie.

In de vroege Helleense tijd onstonden verschillende Grieks-geĆÆnspireerde filosofische scholen, die theoretisch sterk van elkaar verschilden, maar praktisch veel overeenkomsten kenden. Waar de filosofen in de klassieke tijd zich vooral op maatschappelijke vraagstukken richtten, bekommerden de Helleense filosofen zich vooral om de vraag hoe een mens gelukkig kan worden.

In deze serie behandel ik de belangrijkste filosofische stromingen van het vroege Hellenisme, waarbij we zullen zien hoe die stromingen van elkaar verschilden. Ook bespreek ik hoe deze scholen zich verhielden tot het Platonisme en de Aristotelische school, die ook in de Helleense tijd belangrijk waren. In deze aflevering: de Cynici.

Terug naar het niets-weten, met Antisthenes

blogmedia-antisthenes-3-jpg.jpgAl voor het Hellenisme, ten tijde van Plato, kwam een filosofische stroming op die zich sterk tegen de Platoonse interpretatie van de filosofie van Socrates afzette: de stroming van de Cynici. Het woord ā€œcynischā€ is zo ingeburgerd dat veel mensen niet eens weten dat het woord komt van deze zeer markante filosofische beweging. Het gaat hier om een groep filosofen zonder vaste leer. Maar hun gedachten en gedragingen hadden wel overeenkomsten.De filosoof die beschouwd wordt als hun stamvader is Antisthenes, een minstens zo trouwe volgeling van Socrates als Plato. In de geschiedenis van de filosofie leren we Socrates vooral door Plato kennen, maar Antisthenes zag zichzelf als Socratesā€™ ware opvolger.

Beide filosofen volgden Socrates in zijn zoektocht naar de ware deugd, en beide hadden daarbij in navolging van Socrates een afkeer van materiĆ«le luxe. Plato concludeerde uit Socratesā€™ filosofie dat de werkelijke deugd ligt in de rationele zoektocht naar de abstracte vormen achter de verschijnselen: de oervormen. Achter alle paarden bijvoorbeeld zit een hogere waarheid, de oervorm van het paard. En zo zijn alle verschijnselen te herleiden tot abstracte oervormen, die in zijn filosofie werkelijker zijn dan de verschijnselen zelf.

Dit vond Antisthenes maar grote onzin. Paarden bestaan. Die kan je iedere dag zien. Maar ā€˜paard-heidā€™, dat had hij nog nooit kunnen aanschouwen, en dus leek het hem onzin dat dit abstracte begrip belangrijk zou zijn. Volgens Antisthenes is het voornaamste inzicht van Socrates juist dat echte kennis niet mogelijk is.

Om dat aan te tonen kwam hij met een logisch bewijs, dat alle andere logische bewijzen onderuit moet halen. Dat ging als volgt:

Eigenlijk zijn er maar twee soorten uitspraken. De eerste is een uitspraak als A=A. Zoā€™n uitspraak is natuurlijk altijd waar, maar nietszeggend. Een uitspraak als A=B is daarentegen heel veelzeggend. Alleen is dit natuurlijk nooit echt waar. Twee dingen zijn immers nooit helemaal hetzelfde ā€“ ook niet in bedoeling of essentie.

Op dit vlak staan Plato en Antisthenes dus diametraal tegenover elkaar. Plato meende dat zaken terug te leiden zijn tot een abstracte essentie, Antisthenes vond van niet. Waar Platoā€™s filosofie dan ook gericht is op de zoektocht naar essenties, wijst Antisthenes die weg radicaal af. In zijn jonge jaren leefde hij geĆÆnspireerd door Socratesā€™ afkeer van het materiĆ«le als bedelaar, slechts gehuld in een mantel. Volgens de verhalen hield hij daarmee op toen de gescheurde mantel en het bedelen vervolgens mode werd onder hippe jongeren. Meeloperij, daar had Antisthenes een grondige hekel aan. De afkeer van moeilijk-doen en van luxe komt echter centraal te staan in de filosofie van de Cynici.

Diogenes ā€“ Een filosofische nar

blogmedia-diogenes-jpg.jpgDe cynische filosoof Diogenes was niet arm geboren. Hij werd geboren in 412 of 404 voor onze jaartelling, en was de zoon van een bankier in de stad Sinope, een stad in Noord-Turkije, aan de Zwarte Zee. Hij werd zijn geboortestad uitgejaagd omdat hij van een groot aantal munten het gezicht af zou hebben gehakt.Dit verhaal wordt gesteund door het feit dat er inderdaad verminkte munten uit die tijd in die streek gevonden zijn. Waarom Diogenes dit deed, en waarom het zo slecht gewaardeerd werd, is echter niet helemaal duidelijk. Het is in ieder geval onwaarschijnlijk dat het hem om financieel gewin ging. Misschien was het een politieke daad, of wilde hij gewoon degene die op die munt stond voor het hoofd stoten. Diogenes was namelijk nogal van het shockeren.

De filosoof zou een groot deel van zijn leven in een grote kruik dichtbij het marktplein van Athene geleefd hebben. Sommige legenden hebben het over een regenton, maar die bestonden toen nog niet. Wars van bezit had hij slechts zijn mantel, en een nap om uit te drinken. Die laatste gooide hij echter weg toen hij inzag dat hij ook met zijn handen een kom kon maken.

Hij zou ook regelmatig op klaarlichte dag met een lantaarn over het plein van Athene hebben gelopen ā€œop zoek naar een eerlijk mensā€, hiermee natuurlijk insinuerend dat die op dat drukke marktplein in ieder geval niet te vinden waren. Om de Platonen te treiteren droeg hij een kaalgeplukte kip de Academie in, terwijl hij uitkraaide: ā€œziehier de mens!ā€ Plato had namelijk de mens omschreven als ā€œeen tweepotige zonder verenā€. Na dit incident werd de definitie aangepast naar ā€œeen tweepotige zonder veren met platte, brede nagelsā€. Onverbeterlijk, die Platonen.

Alsof dat al niet recalcitrant genoeg was, zou Diogenes ook nog eens regelmatig in Athene in het openbaar hebben staan masturberen. Wanneer hij hier dan op aangesproken werd, riep hij uit dat hij zou willen dat hij ook zijn honger kon stillen door alleen maar over zijn buik te wrijven!

Een mooie clown dus, die Diogenes. Maar wat heeft dit met filosofie te maken? Volgens Diogenes alles. Zijn leven was een daad van protest. Volgens Diogenes was de menselijke samenleving namelijk totaal ontspoord en gecorrumpeerd.

Weg met de beschaving

Beschaving, getheoretiseer en hogere cultuur? Volgens Diogenes leidt het allemaal maar tot complicaties, en staat het ons geluk in de weg. Diogenes raadde de mensen aan een voorbeeld te nemen aan honden. Honden zijn niet door de beschaving verpest zoals wij mensen dat zijn. Een hond eet alles wat hem maar voor de kaken komt en maakt zich niet druk om waar hij slaapt. En honden zijn eerlijk. Ze grommen naar hun vijanden, kwispelen met hun staart als ze een vriend tegenkomen, copuleren in het openbaar en schamen zich nooit. Bovendien maken ze zich het leven niet moeilijk met zaken als politiek en abstracte filosofie. De term cynicus komt dan ook van het Griekse kynikos: hond-achtig.Omdat Diogenes niets met maatschappelijke structuren had, beschouwde hij zichzelf als stateloos. Hij noemde zich een wereldburger, een kosmopoliet. Zijn geboortestad Sinope, of Athene: het maakte hem niet uit in welke stad hij zijn wijsheden verkondigde. Aan het eind van zijn leven werd hij ontvoerd door piraten en als slaaf verkocht. Daardoor kwam hij vrij in Corinthe, waar hij verder bleef en uiteindelijk stierf. Het maakte hem niet uit waar hij was.

Tegenover de dood stond hij onverschillig. Hij vertelde wie het wilde weten dat men na zijn dood zijn lichaam maar over de stadsmuur moest gooien, als feestmaaltijd voor de wilde dieren. Maar vond hij dat niet erg? ā€˜Geef me dan maar een stok mee om die wilde dieren weg te jagenā€™, lachte hij. En als hij die dan niet kon hanteren? Tsja, dan was het dus ook geen ramp door die dieren verscheurd te worden.

Hoe Diogenes uiteindelijk stierf is onduidelijk. Sommige bronnen zeggen dat de filosoof overleed aan een infectie van een hondenbeet, anderen stellen dat hij vrijwillig stierf door zijn adem in te houden. Diogenes werd 81 of 89 jaar oud.

De filosofie van een doorgedraaide Socrates

Ondanks zijn afkeer van bezit en materie had Diogenes minstens Ć©Ć©n boek over de natuur op zijn naam staan, dat helaas totaal verloren is gegaan. Plato noemde Diogenes een doorgedraaide Socrates, maar Alexander de Grote scheen zeer onder de indruk te zijn van de filosoof, en kwam hem zelfs opzoeken. De legende vertelt dat Alexander bij Diogenes kwam en hem zei dat hij hem alles kon vragen wat hij verlangde. Waarop de filosoof antwoordde dat hij dan wenste dat de heerser een stap opzij deed, omdat die in zijn zon stond. Kennelijk kon Alexander dit antwoord nog wel waarderen, want hij zou daarop geantwoord hebben dat als hij Alexander niet was, hij het liefst Diogenes zou zijn. Waarop Diogenes gereposteerd schijnt te hebben dat als hij Diogenes niet zou zijn, hij Ć³Ć³k het liefst Diogenes zou zijn.Onmogelijke figuren als Diogenes hebben rondgelopen tot ver in de Romeinse tijd. Zij waren te eigenwijs om een school te vormen maar daagden de gevestigde orde continu uit. Zij werden ā€˜Cyniciā€™ genoemd. De cynicus Krates van de stad Thebe, een leerling van Diogenes, stelde dat bezit uiteindelijk alleen maar een last is. Buitensporigheden leiden tot wangedrag en onenigheid. Hij raadde zijn leerlingen daarom aan zich tevreden te stellen met het eten van linzen. Hem komen we later nog tegen, wanneer we aan de stoĆÆcijnen toekomen, die hij diep beĆÆnvloedde.

In het dagelijks leven heeft het woord cynisch een negatieve context. Iemand is cynisch als hij harde grappen maakt over pijnlijke zaken en zich niet bekommert om de gevoelens van anderen. Cynici zijn van die akelige ellendelingen die ieder aardig idee direct de grond in boren. Met dat soort lui komt nooit iets van de grond. Maar het tegenhouden van wat wij beschaving noemen was juist het doel van de oorspronkelijke Cynici. Geluk is volgens hen niet te zoeken in welvaart en macht. De Cynici pleitten voor eenvoud, voor het afstand doen van bezit en een terugkeer naar de natuur. Zo vormden zij een tegengeluid in een wereld die in hoog tempo ingewikkelder werd.

In de tijd van de Helleense rijken vormden de Cynici een invloedrijke stroming met veel volgelingen. Maar ze hadden concurrentie. De volgende aflevering gaan we kennismaken met de hedonisten.

Deze serie verscheen eerder op Historiek.nl en Sargasso.nl.