De bezem door alle woonsubsidies: Meer woningbouw en eerlijke woonlasten voor iedereen

Het plan van de PvdA voor de sociale woningbouw is een typisch staaltje ‘too little too late’. Dit plan kan zoveel beter. Een analyse van de problemen op de Nederlandse huizenmarkt, en wat hieraan te doen.  

Woonakkoord

De verkiezingen komen er weer aan, en afgelopen week kwam de PvdA met een plan om de kiezer te paaien als de partij die out of the blue het hele huurwoningenstelsel wil veranderen.

Ik waardeer de poging, maar enig cynisme is hier wel op zijn plaats. Door het drie jaar terug gesloten woonakkoord tussen PvdA, VVD, D66, ChristenUnie en SGP werd immers de situatie op de markt voor sociale huurwoningen ernstig verslechterd. Woningcorperaties werden gedwongen hun woningen te verkopen, te bezuinigen op het bouwen van woningen, of de huur te verhogen – en dat laatste mocht dan alleen op zo’n manier dat de toch al zo geringe doorstroming op de markt van sociale huurwoningen verder geblokkeerd werd.

Lees verder De bezem door alle woonsubsidies: Meer woningbouw en eerlijke woonlasten voor iedereen

Politiek Kwartier – Socialer huren

COLUMN – Deze week rekent Klokwerk met u de huur en het scheefwonen nog eens door.

Het verschil tussen een sociale en een commerciële huur is soms enorm. In de hoofdstad van ons land is het heel normaal dat de ene huurder voor een kleine etage nog geen vierhonderd euro per maand betaalt, terwijl de ander voor dezelfde etage duizend euro kwijt is.

Het hebben van een sociale huurwoning hangt meer af van de mazzel die je ooit had dan van wat er in je portemonnee zit. Wie als arme student ooit een sociale huurwoning kreeg toegewezen is als grootverdiener spekkoper. Wie arm is en niet al jaren op een wachtlijst staat kan het vaak vergeten.

Zo zit onze woningmarkt in elkaar. Daar is niets sociaals aan. De situatie zorgt er bovendien voor dat de huurmarkt potdicht zit. Want wie ooit mazzel had verhuist niet zo snel. Ook al zou hij best ergens anders willen wonen.

In politiek Den Haag doet men tegenwoordig alsof dit is op te lossen door het scheefwonen aan te pakken. Een scheefwoner is volgens het kabinet iemand met een sociale huurwoning en een bruto-inkomen van meer dan 43.000 euro per jaar. Met D66 en klein-christelijk is overeengekomen dat deze groep per jaar een huurverhoging krijgt van 4% boven de inflatie. Mensen met een hoger middeninkomen krijgen een huurverhoging van 2% extra per jaar, en mensen met een inkomen onder modaal van 1,5%.

Dit akkoord treft niet alleen scheefwoners, maar alle huurders. Het Amsterdamse gemeenteraadslid Laurens Ivens (SP) rekent ons voor dat de huurverhoging die de eerste vier jaar in Amsterdam wordt betaald voor 80% wordt opgebracht door mensen die niet scheefwonen. En daarbij gaat hij ervan uit dat iedereen blijft zitten waar hij zit. Uiteindelijk worden de prijzen sowieso veel hoger wanneer iemand verhuist.

Het woonakkoord is dus vooral nadelig voor lage inkomens, en blokkeert de doorstroming in plaats van het te bevorderen. Daarbij is een dergelijk systeem van inkomensafhankelijke huur zoals deze week weer bleek hopeloos bureaucratisch en problematisch in de uitvoering.

Maar zelfs al werden scheefwoners wel effectief aangepakt, dan nog was daarmee het probleem helemaal niet opgelost. In Nederland zijn niet veel meer dan twee miljoen sociale huurwoningen, terwijl er ongeveer vier miljoen huishoudens zijn met een inkomen onder de 43.000 euro bruto, en drie miljoen huishoudens met een inkomen onder modaal.

Met deze indeling zijn er dus lang niet genoeg sociale huurwoningen voor de doelgroep.

Om de scheefgroei in de huursector aan te pakken en de huurmarkt weer vlot te trekken is een heel ander soort maatregel nodig. Namelijk het in één keer volledig vrijgegeven van alle huren (schrikmomentje voor SP’ers)… en zittende huurders het verschil meteen bijleggen in de vorm van huurtoeslag (uitadempauze).

Zo zouden de buitengewoon oneerlijke verschillen tussen commerciële en sociale huur in één klap zijn verdwenen. De flexibiliteit op de huurmarkt zou zijn gewonnen zonder dat huurders hiervan de dupe zijn. En de woningbouwverenigingen hoeven geen loonadministratie op te zetten om de huur te bepalen.

Vervolgens kan de overheid via hervormingen van de huurtoeslag toewerken naar een echt sociaal huurstelsel, waarin een lage huur niet van wachtlijsten afhangt, maar van de portemonnee.

Hoe dan ook, deze discussie is nog lang niet voorbij. We zien reikhalzend uit naar de volgende ronde.

Politiek Kwartier – Asociale huur

COLUMN – De problemen met de huurwoningenmarkt zijn volgens Klokwerk niet zo moeilijk op te lossen als het lijkt. Helaas ontbreekt de politieke wil.

Voor veel mensen met een middeninkomen is een koophuis in deze tijden niet meer te betalen. Daarom stelden de PvdA en de ChristenUnie deze week voor om sociale huurwoningen tijdelijk ook voor middeninkomens beschikbaar te stellen.

Dat zou een mooie maatregel geweest zijn als er tienduizenden sociale huurwoningen leeg stonden. Helaas lopen de wachtlijsten voor een sociale huurwoning lokaal nu al op tot een jaar of vijftien. De maatregel zal dus aan de onderkant alleen maar meer gedrang opleveren.

Het antwoord van minister Blok op het voorstel lijkt dan ook logisch. In plaats van de grens op te rekken, zegt hij, is het beter om huizen voor middeninkomens te bouwen.

Maar in praktijk is dát een nog veel onrealistischer idee. Huizen voor middeninkomens bestaan namelijk helemaal niet. Als huizen niet meer onder het puntensysteem vallen en de huur dus niet meer beschermd is, vliegt deze door de overspannen huizenmarkt pijlsnel omhoog. Tussen sociale huurwoningen met een beschermde huur en vrije sectorwoningen ontstaat zo vanzelf een enorm gapend gat. En dat blijft, welk type woningen er ook bijgebouwd worden.

Maar daar heeft Blok al jaren geleden een andere oplossing voor bedacht. Zijn partij wil feitelijk alle huren laten stijgen naar de marktwaarde.

Dat had kunnen werken, ware het niet dat de Nederlandse huizenmarkt geen goed functionerende markt is, omdat deze door onder andere de hypotheekrenteaftrek volledig is verziekt.Geen enkele woning heeft nog een realistische prijs in Nederland. Nederlanders steken zich dan ook massaal in de schulden om aan een huis te kopen. Iets dat bij internationale financiële instellingen inmiddels alle alarmbellen af doet gaan.

In zo een situatie is het laten stijgen van de huren naar zogenaamd marktconform ronduit onverantwoordelijk en misdadig. Daarbij wordt de doorstroming tussen sociale huurwoningen zo volledig gestopt, omdat de huur voor zittende huurders minder snel stijgt dan voor nieuwe huurwoningen.

Beter is daarom het plannetje van het Amsterdamse SP-raadslid Laurens Ivens, die vindt dat het puntensysteem juist uitgebreid moet worden. Volgens hem moeten ook meer luxe woningen een beschermde huur krijgen, zodat er eindelijk huurhuizen in het middensegment ontstaan.

Leuk bedacht, maar helaas verschuift het huurgat dan naar hogere regionen. Nog beter zou het zijn het puntensysteem gelijk op alle huurwoningen toe te passen, zodat alle huren in heel Nederland weer realistisch worden.

En helemaal ideaal zou het zijn als alle huren in één klap in overeenstemming werden gebracht met die puntenwaarde. De doorstroming op de huizenmarkt zou dan meteen zijn hersteld, en mensen zouden weer een woning krijgen voor een redelijke prijs, zonder zich in de schulden te steken. Bewoners die hiermee hun huur plotseling zien stijgen kunnen worden geholpen door middel van een uitbreiding van de huursubsidie, terwijl er voor verhuurders die plotseling het rendement op hun bezittingen zien dalen een verhuurderssubsidie zou moeten komen. Met deze twee subsidies zou de overheid twee krachtige instrumenten in handen hebben om de huurmarkt vervolgens een stuk eerlijker in te richten, zonder de huurmarkt te verstoren.

Helaas volhardt men in Den Haag liever in een naïef vertrouwen in een ‘vrije markt’, die er in praktijk helemaal niet is. Het blijft dus nog even kommer en kwel op de huurwoningenmarkt.