Het probleem met referenda

ANALYSE – Een referendum is alleen zinvol als het duidelijkheid schept

Mislukte referenda

Laten we eerlijk zijn: de grote referenda van de afgelopen jaren zijn allemaal mislukt. Ze hebben chaos, onduidelijkheid, wantrouwen en onvrede opgeleverd.

Neem het referendum over de Europese grondwet. De tegenstanders wonnen, maar gaven totaal verschillende geluiden over of verdrag moest worden aangepast, en zo ja hoe, of dat het helemaal moest verdwijnen.

Zo ook met het Oekraïnereferendum. Hier werd zelfs expliciet duidelijk dat het veel tegenstemmers niet eens om dat verdrag zelf te doen was.

Het Brexitreferendum leidde tot een politieke chaos waar geen einde aan lijkt te komen. Het is zelfs jaren later nog volkomen onduidelijk wat de meerderheid van het volk nu eigenlijk wil, terwijl dat te weten komen toch het doel van een referendum moet zijn.

Geen serieus te nemen referenda

Wat ging er bij al die referenda nu eigenlijk steeds mis? Eigenlijk is dit vrij duidelijk. Telkens werd één antwoord voorgelegd waarvan volkomen onduidelijk was wat de consequenties waren.

Bij een “Ja” in het EU-referendum en het Oekraïne-referendum was duidelijk wat er zou gebeuren: het ongewijzigd doorvoeren van een compromisvoorstel. Maar bij een “Nee”? Volstrekt onduidelijk. Helemaal geen verdrag? Of toch een ander verdrag? En wat zou er dan veranderd moeten worden om een meerderheid te behalen? Niets was ingevuld.

Met Brexit was hetzelfde het geval. Bij een “Remain” zou het verdrag van Cameron worden doorgevoerd. Wat er met een “Leave” zou moeten gebeuren? Totaal onduidelijk.

Daarom waren dit geen serieus te nemen referenda. Referenda in die vorm zouden we nooit meer mogen houden. Ze leveren vooral onduidelijkheid op, die alleen maar uit kan monden in ontevredenheid over hoe politici daar vervolgens mee omgaan.

Betere referenda

Maar dat betekent niet dat een serieus referendum onmogelijk is. Integendeel. We hoeven het alleen maar anders te organiseren, en de nadelen verdwijnen.

Als bij een referendum wordt gekozen tussen twee alternatieven waarvan bij elke keuze vooraf precies duidelijk is wat de consequenties zijn, is die bovengenoemde verwarring onmogelijk.

Om een referendum te laten werken, dient dus iedere keuzemogelijkheid uitgewerkt en zelfs doorgerekend te zijn. Alleen dan kan een referendum duidelijkheid verschaffen, en heeft het überhaupt zin er een te houden.

Indirecte en directe democratie

Nu zullen er mensen zijn die menen dat een referendum sowieso onnodig en ongewenst is. Veelgehoorde argumenten zijn dat we nu eenmaal een vertegenwoordigende democratie hebben, en dat het helemaal niet verstandig is het volk deze macht te geven, omdat het daar toch niet mee om kan te gaan.

Maar dat we mensen in functie kiezen omwille van hun tijd en expertise betekent toch niet dat we daarmee verplicht zijn de mogelijkheid hen terug te fluiten af te schaffen? Integendeel.

En wie vindt dat het volk niet verstandig kan kiezen, zou minstens net zo fel tegen de vertegenwoordigende democratie moeten zijn. Een volk dat onbezonnen voor een ongewisse Brexit stemt, kan immers net zo goed een bedrieger in het parlement of zelfs tot president kiezen, die daarna vier jaar aan correcties geen boodschap heeft. Indirecte democratie is kortom niet veiliger dan directe democratie.

Sterker nog, directe democratie is een noodzakelijke veiligheidsklep op de indirecte democratie, om te voorkomen dat politici er tussen de verkiezingen door minderheidsstandpunten door kunnen drukken, eventueel via een coalitie. Denk aan het plan om tegen ieders wil in de dividendbelasting af te schaffen: met een werkend referendum zou zo’n actie geen kans gekregen hebben.

En niet alleen een correctief referendum is nodig. Ook een initiatiefreferendum is nodig, om te voorkomen dat referenda en verkiezingen uitlaatkleppen worden voor onvrede over iets waar die stemronde helemaal niet over gaat.

Democratie of geen democratie

Natuurlijk zijn er ook goede argumenten in te brengen tegen een democratie. Die argumenten zijn al zo oud als Plato. Maar er is één belangrijke reden waarom een democratie ondanks dat per definitie beter is dan alle andere denkbare systemen: het is het enige politieke systeem waarin politici telkens worden gedwongen om draagvlak te blijven zoeken voor hun beslissingen.

In een politiek zonder directe democratie staat de democratie op een afstand. Zij wordt daarmee kwetsbaar voor politici die de zaak tijdens verkiezingen bedonderen, en daarna hun gang gaan. En waar dat niet gebeurt, worden politici alsnog door het volk gewantrouwd.

Onterechte angst

Is de angst voor verkeerde beslissingen van het volk terecht? Mij lijkt van niet. Een directe democratie belooft geen chaos. Zwitserland en Californië zijn niet de gekke henkies van de regio. Integendeel.

Een citaat van Seneca luidt: ‘als je iemand vertrouwt, maak je hem betrouwbaar’. Daar zit veel wijsheid in. Door mensen verantwoordelijkheid te geven, zullen ze deze ook sneller nemen. In een cultuur waarin referenda ingeburgerd zijn, bevorderen zij het inhoudelijke debat, terwijl de verkiezingen vooral over de poppetjes blijven gaan.

In een cultuur waarin politici burgers bewust op een afstand houden echter, groeit branie en protest op de momenten dat er wél een keer gekozen moet worden. Verkiezingen worden daardoor vervuild. Ook daarom is een referendum een nodige aanvulling op ons politieke systeem.

Maar dan moeten we mensen niet gaan vragen om te kiezen tussen een rommelig compromis en het totale ongewisse. Dat is vragen om narigheid. Zulke referenda mogen nooit meer gehouden worden. Laat dat alsjeblieft de leidraad worden in alle toekomstige discussies daarover.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

Een troebele uitslag

De referendumwet moet om duidelijkere uitslagen te krijgen op drie punten aangepast worden.

Wat is de uitslag van het referendum? We kennen de cijfers, maar wat de uitslag betekent is nog niet zo makkelijk te zeggen. Wat is nu uiteindelijk de boodschap van de kiezer?

Het Ja-kamp
De minste interpretaties kan je hebben bij de stemmers van het Ja-kamp. Wat zij wilden was duidelijk: doorgaan met dat verdrag, en dat kan maar op één manier. Zij bleken echter maar met tien procent van de bevolking te zijn, en een derde van de uitgebrachte stemmen. Ook dat lijkt een duidelijk verlies. Maar wat het verwarrend maakt, is dat sommige thuisblijvers, zoals bijvoorbeeld Ilja Lennard Pfeiffer stelt in NRC, nu claimen dat het Ja-kamp toch zou hebben gewonnen, omdat thuisblijven stilzwijgend instemmen zou zijn.

De Thuisblijvers
De thuisblijvers zijn interessant met dit referendum. Bij andere verkiezingen was thuisblijven nog gewoon een daad van onverschilligheid, of hooguit kon je er een diep wantrouwen tegen de keuzemogelijkheden en het hele democratische systeem achter zoeken. Maar in het afgelopen referendum kan thuisblijven ook een teken zijn van uiterste politieke betrokkenheid.

Om te beginnen waren er namelijk de Ja-stemmers die thuis zijn gebleven om “strategische redenen”. In de hoop een Ja af te dwingen door het niet-halen van de kiesdrempel, of in de hoop dat het Nee-kamp zo weinig mogelijk aandacht zou krijgen (dus niet zozeer een strategische Ja, maar een Nee tegen Nee dus). Daarbovenop waren er de mensen die met hun thuisblijven hun afkeer wilden uitdrukken voor referenda in het algemeen.

Een diverse groep dus. Maar met minder dan 70% thuisblijvers zijn zij uiteindelijk ook verliezers van dit referendum. Ze mogen claimen dat ze de meerderheid hebben, maar dat dit niet genoeg is wisten ze van tevoren al. Wie het daar niet mee eens was had een referendum over de referendumwet kunnen organiseren in plaats van wegblijven bij een referendum. En strategische stemmers kunnen bovendien niet met goed fatsoen de werkelijk onverschillige burgers als medestanders voor hun standpunt in hun zak steken.

De strategische thuisblijvers hebben dus het meest verloren. Maar ook de tegenstanders van dit referendum of referenda in het algemeen hebben verloren, omdat, ondanks de onverwachte steun van het strategische Ja-kamp en andere groepen, de opkomstdrempel toch is gehaald. Alleen de echt volkomen onverschillige thuisblijvers hebben niet verloren, want ook als hun niet-stemmen onterecht tot steun voor een standpunt wordt verklaard, zullen ze daarover nogmaals hun schouders ophalen. Maar dat is geen winst, want dat deden ze toch al. (Soms ben ik jaloers op dat soort mensen.)

Nee-stemmers
De winnaar van dit referendum is dus het Nee-kamp. Maar wat dit Nee-kamp wil is in praktijk nog niet zo eenvoudig. Achter de Nee-stem konden we in de discussie namelijk zowel rechts-nationalistische separatisten, als principiële linkse anti-neoliberalen herkennen. De eerste groep stemt PVV, leest GeenStijl, en wil vooral uit Europa, de tweede groep stemt SP of PvdD en ziet misschien eventueel nog wel wat in de EU, maar die moet dan wel anders vormgegeven worden: democratischer, en met een ander sociaal-economisch beleid, zonder militaire verplichtinen en leuker voor mens en dier. En dan is er nog een derde groep Nee-stemmers, die niet zozeer nationalistisch of antineoliberaal zijn, maar gewoon kwaad zijn, op iets.

Van die twee Nee-kampgroepen-met-een-agenda hebben de rechts-nationalistische separatisten de Nee-stem nu opgeëist, en die overwinning van de rest van de wereld ook al gekregen. In de buitenlandse pers wordt het Nee-kamp steevast omschreven als nationalistisch en anti EU. Geen woord over democratisering of een te grote macht van het bedrijfsleven. Laat staan over wat een diep gevoel voor mensenrechten en dierenrechten die Nederlanders met hun stem toch zouden hebben uitgedrukt. Integendeel. Als mogelijke uitkomst voor Rutte wordt hier en daar gesuggereerd hetzelfde handelsverdrag te ratificeren als een ‘gewoon’ handelsverdrag. Dus zonder de paragrafen over democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Als laatste gebeurt, hebben de SP en de Partij voor de Dieren werkelijk alles verloren.

Maar de nationalistische separatisten verliezen dan net zo goed. Die laatste groep hoopt namelijk dat in de Eurogroep de pleuris uitbreekt en in ieder geval het hele verdrag niet doorgaat. Maar of zij in dat verlangen een meerderheid hebben, dat is middels dit referendum niet duidelijk geworden, en op zijn zachtst gezegd hoogst betwijfelbaar. Het referendum ging niet over een Nexit. Het ging niet eens over de vraag of een verdrag met Oekraïne een goed idee was. Het ging over dit specifieke verdrag, en dat maakt de uitkomst zo vaag.

Zoveel onduidelijkheid wijst zoals ik in mijn vorige artikel op Joop al schreef op een slechte wet. Sommige mensen stellen dat het hele idee van een referendum niet deugt. Waarom ik die mening absoluut niet deel, kunt u lezen in dat vorige artikel. Ik beschreef daarbij ook dat het referendum wat mij betreft dan wel anders ingericht moet worden. Concreet naar aanleiding van deze uitslag en discussie zou ik de volgende drie aanpassingen voorstellen:

Een stelling die op een stembiljet past
Ja of Nee stemmen over een verdrag van 400 pagina’s, dat is vragen om onduidelijkheid, en bij onduidelijkheid is uiteindelijk niemand bij gebaat, ook de Nee-stemmers niet. De kracht van een referendum moet juist zijn, dat er over één onderwerp gestemd wordt, zodat er één antwoord komt, als een krachtige richtingaanwijzer. En dat kan dus niet over tienduizend onderwerpen tegelijkertijd gaan. Daar hebben we bovendien de nationale verkiezingen al voor.

Dus geen stemmingen over hele verdragen meer, maar alleen stellingen die zelf op een stembiljet passen. Laat de stemming gaan over één artikel uit zo’n verdrag. Of stem desnoods niet tegen dat specifieke verdrag met die inhoud, maar tegen het hele idee dat er ooit een verdrag gesloten wordt. In dat geval is er tenminste een Nee met een duidelijke duiding. Dit is dus al één aanpassing van de referendumwet die ik zou voorstellen.

De onderwerpen
Daarbij was dit keer het onderwerp zo raar, juist omdat het referendum nogal beperkt inzetbaar is. We mogen alleen referenda organiseren om nieuwe wetten en verdragen af te wijzen. Maar mensen waren kwaad op de EU om heel andere redenen dan nieuwe wetten. En dus kozen ze maar iets dat daar dichtbij lag als vehikel om hun andere gevoelens over te ventileren.

Dit effect valt te vermijden door het volk het recht te geven ook zelf met voorstellen te komen. Door een simpele Ja/Nee vraag over de politiek op te stellen zonder naar wetboeken of verdragen te verwijzen, en daar dan vervolgens genoeg steun voor te krijgen. De referendumwet zou dus uitgebreid moeten worden met het recht om zelf een voorstel te doen, in plaats van alleen te reageren op nieuwe wetten en verdragen. Dit daagt ook uit om met positieve voorstellen te komen, in plaats van alleen maar Nee te zeggen, een groot bijkomend voordeel. Dit is een tweede aanpassing van de referendumwet die ik zou voorstellen, en de meest verstrekkende.

Opkomstdrempel
De derde aanpassing is het minst omstreden, en het meest simpel: het aanpakken van de opkomstdrempel. Het getuigt van bijzonder weinig respect naar mensen die zich daadwerkelijk van stemmen willen onthouden, dat hun stem verandert in een stilzwijgende stem voor één van beide kampen. En dat geldt ook voor mensen die blanco willen stemmen, als neutrale steun voor het democratische systeem. Deze stem verandert door een opkomstdrempel in een stille (en vaak onbedoelde) steun voor het Nee-kamp. Onwenselijk.

Thuisblijven moet zijn wat het is: een uitdrukking van onverschilligheid, of hooguit onvrede met het systeem. Mensen die walgen van het hele idee dat een voorstel überhaupt wordt gedaan, hebben al een prima uitlaatklep: tegen dat voorstel stemmen. Als je een referendumvoorstel idioot vindt, dan laat je dat niet alleen merken via columns in de krant en op TV, maar dan laat je dt net als alle andere burgers uiteindelijk ook horen via je stem. En als je het niet eens bent met een referendum, dan organiseer je maar een referendum over de referendumwet.

Minister Plasterk zegt dat hij deze opkomstdrempel aan wil passen. Hij denkt aan een minimaal percentage Nee-stemmers dat nodig is voor een geldige uitslag. Dat is op zich leuk bedacht, maar waarom zo moeilijk? Beter schafte hij die opkomstdrempel helemaal af. Als thuisblijven echt onverschilligheid uitdrukt, dan is een Nee gewoon een uitslag zonder verdere voetnoten. En dan is een opkomstdrempel ook overbodig. Zeker bij een raadgevend referendum.

Stroop de mouwen maar op
Tenslotte: De overwinnaars kondigen in hun enthousiasme aan nog veel meer referenda te willen organiseren. Ik zou zeggen: laat maar komen. Graag zelfs. Want na een paar referenda verdwijnen een paar vertroebelende effecten waar zij nu van profiteerden uiteindelijk vanzelf.

Om te beginnen zullen de Nee-stemmers die nu alleen maar Nee stemden om eindelijk Rutte eens dwars te kunnen zitten, in aantal verminderen naarmate er meer referenda langskomen. Daarnaast zullen veel mensen die nu thuisbleven omdat ze tegen een referendum zijn, uiteindelijk ook gewoon van hun recht gebruik gaan maken. Beide gebeurt namelijk vanzelf wanneer er onderwerpen langskomen die deze mensen meer raken dan hun kwaadheid of mening over een referendum. En zo groeit de democratie.

Worstelen met referenda

Er is veel mis met de huidige referendumregeling, maar betekent niet dat een referendum altijd een slecht idee is. In een andere vorm zouden referenda een bijzonder waardevolle aanvulling zijn op ons politieke systeem

Het referendum over het verdrag van de EU met Oekraïne roept met name veel verwarring op. Deze verwarring wordt door sommige opiniemakers als bewijs aangehaald dat het hele idee van een referendum niet zou deugen. Arnon Grunberg bijvoorbeeld stelt in Vrij Nederland botweg dat politiek toch veel te ingewikkeld is voor de emotionele burger, en dat we het daarom beter bij verkiezingen kunnen houden. Voor mij deugt die redenering echter niet. Als het volk werkelijk te onwetend en te emotioneel zou zijn om te kiezen bij een referendum, dan geldt dat namelijk nog veel meer voor verkiezingen. Het is immers veel makkelijker over één onderwerp je mening te bepalen, dan over de hele politiek. Dus als dit argument geldig zou zijn, dan dienden we allereerst de verkiezingen af te schaffen, en juist eventueel slechts referenda toe te laten – of helemaal niets.

De noodzaak van democratie
Maar wie zo redeneert, begrijpt de ware reden voor de noodzaak van democratie niet. Democratie is noodzakelijk, omdat het bewindvoerders dwingt om draagvlak te zoeken voor wat zij doen. Zonder die dwang is de kans veel te groot dat zij alleen maar voor zichzelf zorgen. Dat laat de geschiedenis ons maar al te goed zien. En in het verlengde daarvan klopt ook dat andere argument niet dat vaak tegen referenda gegeven wordt, namelijk dat wij politici nu eenmaal kiezen om zich te verdiepen in de nuances van de politiek, en dat het daarom niet zou passen in ons systeem dat mandaat via een referendum te doorkruisen. Het is hetzelfde als zeggen dat wie een boekhouder inhuurt om voor hem zijn financiële administratie te doen, ook geen recht zou hebben die boekhouder dan vervolgens op bepaalde momenten terug te fluiten. Dat recht heeft hij natuurlijk wel, en het zou zeer onverstandig zijn dit op te geven in de ruil voor het recht om eens in de vier jaar een andere boekhouder te kiezen. Iemand die zo zijn bedrijf runt neemt veel teveel risico met onbetrouwbare boekhouders, en zo werkt dat naar mijn mening met de samenleving net zo.

Vandaar dat ik wel degelijk veel zie in referenda. Maar referenda dienen dan wel scherpe en nuttige referenda te zijn, en de huidige referendumregeling levert zulke referenda niet op. Het huidige referendum is in de eerste plaats zo slecht, omdat het niet over één enkelvoudige beslissing gaat, maar over een heel verdrag. Als er uit dit referendum een Nee komt, dan is het volstrekt onduidelijk waar dat Nee dan tegen is. Gaat het over de inhoud van dit verdrag, zoals de SP stelt? Of is het een Nee tegen het hele idee dat er een verdrag gesloten wordt met Oekraïne, de mening van GeenStijl en Wilders? En als het toch over de inhoud gaat, over welk deel van de inhoud gaat het dan? De meningen over al deze vragen zijn in het Nee kamp zwaar verdeeld, en daarmee wordt met een Nee een volkomen onduidelijk signaal gegeven. Deze onduidelijkheid wordt nog groter doordat de meeste mensen die zeggen Nee te willen stemmen vooral met argumenten komen die met de referendumvraag helemaal niets te maken hebben.

Eisen aan een referendum
Een echt nuttig referendum zou daarom nooit over een heel verdrag mogen gaan, of zelfs maar over een wet, maar over een statement dat in slechts één wetsartikel past. Pas dan is er bij een Nee een duidelijke uitspraak, en anders niet. Daar staat tegenover dat in een werkelijk volwassen referendumdemocratie de referenda niet alleen maar over nieuwe wetten gaan, maar vooral op initiatief van de bevolking plaatsvinden. Verplichte referenda lijken mij onzin, maar als een substantieel deel van de bevolking achter het maakt niet uit welk voorstel staat, dan is het sowieso de moeite waard daarover te stemmen. Maar laten we dat dan wel op voorwaarde doen dat mediaconcerns zich tijdens het verzamelen van de handtekeningen dan niet mogen uitspreken.

En zo zijn er nog wel meer redelijke eisen aan een referendum te stellen. Wanneer een voorstel geld kost bijvoorbeeld, zou dit voorstel voorzien moeten zijn van een redelijke dekking. Ook zou een voorstel nooit in botsing mogen zijn met hogere wetgeving: als mensen dat willen, dan houden ze maar een referendum over die hogere wetgeving. Door dit soort regels wordt een referendum scherp en gericht. Misbruik is niet meer mogelijk. Als er tegen dit soort voorwaarden referenda gehouden zouden worden, dan zou de uitslag mijns inziens ook altijd bindend moeten zijn. Opkomstdrempels vertroebelen in dat geval alleen maar de uitslag en zijn dus ongepast.

Een referendum dat zo vormgegeven zou worden, zou de kloof tussen de burger en de politiek werkelijk kunnen dichten. Niet alleen dwingt het onze vertegenwoordigers nog eens extra te luisteren naar de bevolking, het dwingt aan de andere kant de bevolking om zich te informeren en haar eisen scherp te formuleren. Zulke referenda zouden rookgordijnen kunnen slechten in plaats van optrekken, en besluitvorming kunnen vergemakkelijken en zelfs versnellen in plaats van alleen maar te frustreren. Zij geven bovendien in het politieke debat de redelijke meerderheid de kans te laten weten dat mensen met een hete kop en een grote mond wel veel lawaai maken en zo vaak de toon zetten, maar daarmee nog niet zomaar altijd de meerderheid vormen. Zij maken de democratie volwassen.

Misbruik
Het mag echter duidelijk zijn dat de huidige referendumregeling en het huidige referendum totaal niet aan deze logische eisen voldoen. En dat is dan ook precies de reden waarom dit referendum zo goed te misbruiken blijkt voor een diffuse en louter destructieve populistische agenda. Het is vooral tegen dit misbruik waarvoor ik woensdag mijn stem zal laten horen. Democratie is een serieuze zaak. En dat geldt ook voor een goede relatie van de EU-landen met hun buren, en daar horen afspraken bij. Ja, er is heel veel mis met de EU, en er zijn zeker een paar van die misstanden die in dit verdrag bevestigd worden. Maar dit referendum gaat niet over de inhoud van EU-verdragen in het algemeen. Daar zijn gelukkig andere facties en initiatieven voor. Voor de EU is het verdrag in lijn met andere verdragen die de EU in het verleden sloot, en over het algemeen is wat we willen afspreken lang niet zo slecht, vooral omdat er ook aandacht is voor recht, democratie en corruptiebestrijding. Misschien niet zoals de SP of ik het graag zou zien, maar alleszins beter dan anarchie of Russische overheersing. Of de deal goed is voor de Oekraïners, dat moeten ze vooral zelf weten. Dat moeten wij niet voor ze bepalen. En wat Poetin van dit alles vindt? Als we ons daar wat van aan zouden trekken in het aangaan met relaties met onze buurlanden, dan is de Russische beer pas echt los.

Zo bezien is de referendumvraag kortom echt niet zo moeilijk. Wat het ingewikkeld maakt, is dat veel facties proberen het referendum te misbruiken voor andere agenda’s. Soms goed bedoeld, maar soms ronduit kwaadaardig, zoals blinde anti-EU-obstructie of zelfs pure aandachttrekkerij voor de eigen partij of weblog. Van een dergelijke beweging valt niets goeds te verwachten. Daarom stem ik woensdag met liefde vóór een referendum, en tegen rookgordijnen en het misbruik van de democratie.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Referendumgekte en de leugens van GeenPeil

COLUMN – De campagne van “GeenPeil” staat bol van de leugens en de verhalenverzinnerij. Daarmee is dit nep-referendum in praktijk een regelrechte ramp voor echte democratie en verandering in Europa.

Vandaag liet de Correspondent een factcheck los op de beweringen waarmee “GeenPeil” campagne voert tegen het associatieverdrag met Oekraïne. Wat blijkt? Eén grote pot leugens en verhalenverzinnerij. En dat beschuldigt onze politici dan ergens van. Vergeleken met dat soort journalisten ga je zelfs Samsom integriteit toedichten.

Poetin
Sowieso raak ik er alleen maar meer van overtuigd dat dit verdrag er moet komen. Of Poetin het leuk vindt of niet, Oekraïne mag zelf wel bepalen welke verbintenissen ze aangaat. Want het is al met al best merkwaardig dat als je tegen de invloed van Brussel bent, je dan weer wel vindt dat Oekraïne zich maar moet schikken met wat Moskou allemaal vindt wat er moet gebeuren.

En is het Russische model van armoede, corruptie en vriendjespolitiek ook datgene waar GeenPeil voor staat? De keuze is of we JA zeggen tegen vrijheid of JA tegen de dictatuur van Moskou. Wat mij betreft stemmen we voor de vrijheid. Hoe relatief die vrijheid van ons dan ook is, en hoe verrot die dan ook in elkaar mag steken.

Oekraïne aan de Beer voeren uit angst voor oorlog doet mij bovendien denken aan de typische Chamberlain-strategie, om maar eens met een functionele Godwin te komen. Geef het dier een poot en hij neemt je helemaal te grazen. Het slechtste antwoord op de Russische agressie dat je kan bedenken.

Maar los daarvan is dit “nep-referendum” een regelrechte ramp voor echte democratie en verandering in Europa. Waarom?

Zinloze referenda
Ik ben zoals sommige lezers wel weten een bijzonder groot voorstander van directe democratie. Voorgaande opmerking mag mensen dan nogal verbazen. Maar er zijn twee redenen waarom dit referendum naar mijn mening meer schade dan goed doet.

Ten eerste de vorm van dit referendum, met name het niet-verplichtende karakter ervan. Als een referendum raadgevend is in plaats van verplichtend, kan het eigenlijk alleen maar kwaad doen. Het voedt de overtuiging van mensen dat politici ze toch niet serieus nemen dat een uitslag naast zich kan worden neergelegd. In plaats van dat de kloof tussen politiek en burger wordt gedicht, wordt ze vergroot.

Ten tweede de inhoud van dit referendum, en dan in dit geval het wazige onderwerp. Een referendum zou mijns inziens nooit over verschillende punten tegelijk mogen gaan, zoals bij een verdrag het geval is. Een stemming over een bepaalde verordening van het verdrag is heel zinvol. Een stemming over een heel verdrag niet. Want als er “nee” wordt gezegd, dan is uit de stemming volkomen onduidelijk tegen welk element van het verdrag nu eigenlijk nee wordt gezegd. Zoals uit bovenstaande factcheck blijkt snappen zelfs de mensen die voor het referendum oproepen niet waar ze nu eigenlijk nee tegen zeggen.

Een referendum zoals dat nu wordt afgekondigd is daarmee alleen maar grond voor verwarring en brengt het op zich bijzonder nuttige en wenselijke instrument van een referendum in diskrediet, zodat het naar ik vrees de perfecte manier is om te voorkomen dat er ooit een serieus referendum zal komen.

Zinvolle referenda
Maar betekent dit alles dan helemaal niets? Zeker wel. Dit referendum, en de reden dat het er komt, is op zich een zeer serieus te nemen signaal van een grote onvrede van mensen met de huidige inrichting van de EU. Een onvrede die ik bovendien deel.

Maar deze onvrede was dan ook een serieuzer referendum waard geweest. Als mensen bang waren voor uitbreiding van de EU, waarom dan geen referendum over de mogelijkheid van uitbreiding van de EU? Als mensen bang waren voor arbeidsmigranten, waarom dan geen referendum over reizen binnen de EU? En als mensen zo graag Poetin willen proberen te lijmen, waarom roepen ze dan niet op tot een referendum over erkenning van de Krim als deel van Rusland?

En zo kunnen we nog wel verder gaan. Waarom geen referendum over kwijtschelding van een deel van de schulden aan Griekenland? Waarom geen referendum over de hardheid van de drie procentsnorm? Of laten we gewoon iets simpels nemen om mee te beginnen: Waarom geen referendum over de peperdure maandelijkse verhuizing van het Europees Parlement tussen Brussel en Straatsburg?

Zo moeilijk hoeft het allemaal niet te zijn.

Maar goed, GeenPeil wilde gewoon hard boe roepen. Nu, dat is ze weer gelukt. Maar het blijft een grote bak lucht, waar de vrijheid en democratie in zowel de EU als in Oekraïne alleen maar schade van kunnen ondervinden.

Martelaren van de Democratie?

Het laatste blog van Ewald Engelen over de Griekse Crisis zal voor sommigen lezen als een wat overdreven samenzweringstheorie tegen de EU, met wat al te gemakkelijke ‘linkse’ platitudes.

Maar dat neemt niet weg dat er inzake de Griekse crisis een aantal schrijnende waarheden in staan, waarheden die ook mensen die nu eenmaal minder met ‘links’ en ‘eurosceptici’ hebben, en die vinden dat er zoveel mogelijk geld uit die Grieken geperst zou moeten worden, moet aanspreken: Lees verder Martelaren van de Democratie?

Politiek Kwartier – Ja of Nee, meneer Samsom?

COLUMN – Waarin Klokwerk verlangt naar de inhoudelijke discussie over de EU waar Cameron toe oproept.

Cameron heeft wat losgemaakt. Ook in ons land. Uiteraard liep Wilders meteen hard te kwaken dat ook hij nu een referendum wil over deelname aan de EU. Helaas voor hem werd hij er meteen al uitgebluft door Diederik Samsom. Die is niet bang voor zo een referendum. Tsja, onze kernfysicus kan rekenen. Waarschijnlijk zou maar 35 procent van de bevolking kiezen voor een exit. Het is geen issue. Pech voor Geert en alle EU-haters dus.

Onderwerp gesloten? Zeker niet. Want blij met de EU zoals die nu is, is eigenlijk niemand. Terecht wijst Samsom erop dat ja/nee-vragen veel minder interessant zijn dan de discussie erom heen. Zo zijn er genoeg zaken waar ieder weldenkend mens Cameron succes mee zou wensen de komende tijd. Bijvoorbeeld met het aankaarten van het idiote systeem van landbouwsubsidies, of de waanzinnige halfjaarlijkse verhuizing van Brussel naar Straatsburg en terug. Een versimpeling van de regels in het algemeen zou de EU niet misstaan.

Het eeuwige adagium dat de EU bevoegdheden terug zou moeten geven naar de lidstaten heb ik echter al genoeg gehoord. En goede voorbeelden daarvan helaas te weinig.

Misschien zijn die er ook niet. Want willen we nu echt dat ieder land zijn eigen bankenbeleid voert en zijn eigen begroting controleert? Dat lijkt me nou niet zo’n succesformule gebleken. Ieder land zijn eigen mensenrechtenbeleid misschien? Alsjeblieft zeg, daar is geen Europees burger bij gebaat. Ieder zijn eigen milieuwetgeving dan? Dat werkt natuurlijk ook niet, milieu houdt niet op bij de grens. Ieder zijn eigen arbeidsrecht? Alsof het er niet al genoeg oneerlijke concurrentie binnen de eurozone is. Het Europees arrestatiebevel van de baan? Niemand zal blij zijn als criminelen over de grens hun gang kunnen gaan.

‘Minder macht voor de EU,’ ja, daar paai je mensen mee. Maar meer macht voor banken, frauderende overheden, grote bedrijven en criminelen, dat zal heel wat minder handen op elkaar krijgen. En uiteindelijk komt het toch daarop neer.

Daarmee blijft er echter nog steeds een groot probleem. Cameron heeft gelijk waar hij zegt dat de EU kan niet verder kan met het huidige democratische tekort. Het draagvlak ontbreekt volkomen.

Dat lossen we echter niet op door in Europa de nationale parlementen het laatste woord te geven, zoals de meeste partijen zeggen. Want feitelijk hebben ze dat namelijk al: onze regeringsleiders worden immers gecontroleerd door de parlementen. Het probleem daarmee is dat een nationaal parlement natuurlijk nooit in zijn eentje de inhoud van een internationaal verdrag kan vaststellen.

De inspraak ontbreekt kortom nu juist centraal. En symbool daarvoor staat wel de gênant schimmige manier waarop Europese topfuncties ingevuld worden. De enige manier om dat gat te dichten en de EU democratischer te maken, is de kiezer rechtstreekse macht in Brussel te geven. Via het Europees parlement, via een Europees referendum, en door het rechtstreeks kiezen van Europese leiders.

De meeste mensen en partijen zijn echter nog niet lang zover. Ik kan daarom niet wachten tot de inhoudelijke discussie eindelijk losbarst. Het zal eens tijd worden.

Als het aan Wilders ligt duurt dat echter nog wel even. Die doet zijn best om met zijn getoeter om een referendum de aandacht van die inhoud af te leiden. Ja of nee. Volkomen oninteressant.

Politiek Kwartier – Samsoms Democratiseringsangst

COLUMN – Deze week viel het Klokwerk op dat Samsom in zijn verhaal over de EU het democratisch tekort alweer totaal negeerde.

Nieuws: Samsom heeft ontdekt dat mensen boos zijn over Europa. In zijn verhaal van afgelopen weekend doet hij alsof hij de klachten van de kiezer serieus neemt.

Maar als je lang genoeg met de meeste kiezers praat, zegt Diederik, blijken ze veel redelijkere standpunten te hebben dan bij polls naar buiten komt. Ja, uiteindelijk komt de kiezer volgens hem met precies hetzelfde verhaal over een socialer Europa als… de PvdA.

Dat is echter niet het hele verhaal. En daarmee ook niet het eerlijke verhaal. Wat volledig ontbrak in Samsoms analyse is de klacht van de kiezer dat hij bij beslissingen over de EU niet mee mag praten.

En inderdaad, de PvdA heeft in haar verkiezingsprogramma’s dan ook nog nooit iets noemenswaardig geschreven over democratisering van de Europese Unie.

Daar staat die partij echter niet alleen in. Ook het CDA en de VVD zijn klaarblijkelijk dik tevreden over hoe in Europa hoog over de hoofden van de burger heen benoemd en besloten wordt. Zelfs de zogenaamd eurokritische SP doet in haar verkiezingsprogramma’s geen enkel voorstel om Europa te democratiseren.

Ja, de PvdA en de SP pleiten voor een niet-bindend referendum op nationaal niveau. Maar we weten inmiddels wat dat waard is. En alle vier de partijen zeggen braaf dat nationale parlementen het laatste woord moeten krijgen in de EU. Maar dat is feitelijk al het geval. Wat ontbreekt is juist de democratische controle op het geheel.

Voorstellen voor echte democratisering van de EU vinden we slechts terug bij D66, de Partij voor de Dieren en GroenLinks.

De Partij voor de Dieren gaat het meest ver in de hardheid van haar eisen. De Partij van de Planten gaat inhoudelijk het meest ver, en eist dat het Europees Parlement de baas wordt in Europa, bindende Europese referenda en direct gekozen bestuurders.

Dit soort veranderingen worden door de grotere partijen echter tegengehouden. Vanwaar toch die democratiseringsangst?

Misschien zijn het de trauma’s die onze politici hebben overgehouden aan inspraakrondes. Eindeloze procedures die worden gebruikt door belangengroepen om een beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. En wat je uiteindelijk ook beslist, altijd krijg je te horen dat je ‘niet naar de mensen luistert’.

Maar dat is ergens terecht. Een vertegenwoordigende democratie is er omdat burgers nu eenmaal niet de hele dag kunnen vergaderen en stemmen. Zij is er niet om mensen monddood te maken. Als de mogelijkheid om vertegenwoordigers te overrulen ontbreekt, dan is de vertegenwoordigende democratie een dekmantel geworden voor géén democratie.

Een groeiend wantrouwen naar de politiek is niet vreemd zolang mensen niet medeverantwoordelijk worden voor besluiten. Want wat dan rest zijn lange processen tegen de overheid en angstige politici die pas besluiten durven nemen als de markt ze dwingt. Een formule met de democratie als grootste verliezer. En dit is precies wat er fout gaat in Europa.

Met meer directe inspraak zal niet alleen niemand ooit nog kunnen zeggen dat de overheid niet luistert, een bindend referendum kan mits verstandig opgezet zelfs de slagvaardigheid vergroten. Een stemprocedure is immers geen eindeloos gepolder van belangengroepen, maar een besluit van de meerderheid. En zelfs Samsom heeft inmiddels door dat die redelijk kan zijn. Als je maar naar ze luistert.

De waarde van het referendum

OPINIE – De meest voorkomende klachten van burgers over Den Haag kunnen weggenomen worden door het instellen van een bindend referendum. Dit referendum moet dan wel aan bepaalde eisen voldoen.

Vorige keer heb ik betoogd dat ons meerpartijen- en coalitiestelsel zo slecht nog niet is. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ons stelsel tegenwoordig slechter functioneert dan vroeger, en de invoering van districtenstelsels of kiesdrempels om het aantal partijen terug te dringen en coalitievorming te vergemakkelijken is dus een volkomen onnodige beperking van de democratie.

Ook met ons vertrouwen in de politiek en politici zit het wel goed. Zowel de vergelijking met vroeger tijden als met het buitenland laat een positieve bevolking zien die relatief veel vertrouwen heeft in de politiek en politici. Alweer een reden om vooral niets te veranderen aan ons coalitiesysteem.

Maar dat het goed gaat betekent niet dat het niet beter zou kunnen. Want helemaal klachtenvrij zijn we nu ook weer niet. Veel gehoord is de klacht dat we onze politici kiezen en vervolgens vier jaar als kiezer genegeerd worden.

Of die klacht gegrond is zal ik in het midden laten. Het belangrijkste is dat die er is. En dat ie door ons systeem wordt gevoed.

Ons systeem zit namelijk vol met inspraakrondes, maar wat er met die inspraak gedaan wordt is uiterst vaag en vrijblijvend. De paar referenda die we hier daarnaast gehad hebben, werden over het algemeen vergeten op de dag nadat we ze gehouden hebben.

Middelvinger

Het is niet gek dat deze vrijblijvendheid ervaren wordt als een middelvinger naar de burger, en dan met name natuurlijk door de burgers die het met het uiteindelijke besluit niet eens zijn. Zij kunnen altijd beweren dat de meerderheid het vast wel met hun eens zou zijn, als ze maar gehoord zou worden.

Daarbij kiezen mensen op een partij met een pakket, en in dat pakket zijn altijd wel een paar standpunten waar ze het niet mee eens zijn. De kans is er zo dat er op die manier wel een Kamermeerderheid te vinden is voor een minderheidsstandpunt. En daarnaast is er nog het verschijnsel van ons coalitiesysteem dat partijen er allerlei minderheidsstandpunten doordrukken in ruil voor hun deelname.

Referendum

Eigenlijk zijn al deze nadelen van ons systeem weg te nemen door het instellen van een bindend referendum. Het maakt de inspraak helder, en het geeft het volk de mogelijkheid de kamer terug te roepen als er een minderheidsstandpunt wordt doorgedrukt.

Het referendum heeft daarnaast nog twee grote voordelen die doorgaans niet genoemd worden.

Ten eerste wordt met een referendum het inhoudelijke debat aangejaagd. Mensen krijgen een oproep om over één bepaald onderwerp te kiezen en gaan op zoek naar informatie over dat ene onderwerp. Debatten gaan over de inhoud en niet over de personen. De kennis over een onderwerp wordt sterk vergroot, onder burgers maar ook onder politici. Misschien heeft dat zelfs wel invloed op de kwaliteit van de besluitvorming.

Ten tweede maakt de mogelijkheid voor burgers om een referendum te eisen allerlei verplichte (en tijd en geldverslindende) inspraakrondes overbodig.

De methode

Maar dat betekent niet dat het volk zomaar in de wilde weg over alles moet gaan stemmen, of dat het wenselijk is dat de politiek continu bij de burger op de stoep staat om toestemming te vragen. Een goede referendumregeling moet aanvullend zijn, en mijns inziens daarom aan vier strenge eisen voldoen.

Ten eerste zou het referendum altijd over één afgebakend onderwerp moeten gaan. Geen stemrondes over hele boekwerken zoals over de Europese grondwet, want dan zitten we met het probleem dat als er nee gezegd wordt niemand weet tegen welk onderdeel nu precies nee wordt gezegd. Staat er in een verdrag een discutabel punt, dan kan men daarover een referendum organiseren, maar niet over het hele pakket.

Ten tweede mag een referendum niet botsen met hogere wetgeving. Wanneer toch tot zo een referendum wordt opgeroepen dan moet er maar een referendum komen over die hogere wetgeving. Dat verheldert de discussie en houdt de wetboeken zuiver.

Ten derde zou een referendum alleen gehouden moeten worden als een x deel van de bevolking daartoe oproept. Het is niet de bedoeling om voor de vorm referenda te houden of de burgers lastig te vallen met ieder wissewasje. Wanneer echter vijf procent van de mensen zegt mee te willen beslissen, dan weten we zeker dat de burger ook meebeslissen wíl.

Ten vierde moet een referendum als aan de vorige voorwaarde is voldaan altijd bindend zijn, ongeacht de uiteindelijke opkomst. Wanneer erg weinig mensen op komen dagen omdat ze het punt te onbelangrijk vinden, dan beslissen de mensen die het wél belangrijk vinden.

Onder die vier voorwaarden zou een referendum mijns inziens een zeer waardevolle aanvulling kunnen vormen op ons democratische systeem. Wanneer daar niet aan wordt voldaan kunnen we het echter beter in de kast laten.

Edit: Naar aanleiding van de discussie op Sargasso.nl na plaatsing van dit artikel zou ik een vijfde voorwaarde willen toevoegen: geen ongedekte voorstellen.

Bezwaren

Er worden vaak inhoudelijke bezwaren tegen een referendum ingebracht.

Het belangrijkste bezwaar is dat het volk het aan kennis en inzicht zou ontbreken om overal maar over mee te beslissen.

Eigenlijk is dat een heel raar argument, want als dat op zou gaan voor een simpele ja/nee vraag zoals in een referendum beantwoord dient te worden, waarom zou dat dan niet opgaan voor de gewone verkiezingen? Waarom zou het makkelijker zijn te stemmen over een stuk of twintig verkiezingsprogramma’s en een lijst van meer dan driehonderd mensen dan over één issue? Dit argument is kortom geen argument tegen een referendum maar eerder een argument tegen het hele begrip democratie. En tegen democratie valt veel in te brengen, ik houd er toch maar aan vast als minst slechte aller systemen, puur en alleen al omdat het politici dwingt om draagvlak te blijven zoeken. En dan is het referendum een voor de kiezer beter behapbare vorm dan indirecte democratie.

Los daarvan wordt het argument dat het volk te dom zou zijn voor een referendum ook weersproken door de praktijk van referendumland Zwitserland (interessant artikel-alert). Dit land houdt al meer dan honderd jaar verstrekkende referenda, de meesten bindend van karakter, en het land is ondanks wat je ervan kan vinden alles behalve een bananenrepubliek. Integendeel, het is één van de meest welvarende landen ter wereld, en fundamentele rechten zijn er over het algemeen goed geborgd.

Dan is er het bezwaar dat je vaak hoort, dat we nu eenmaal politici hebben om onze beslissingen te nemen, en dat we met het referendum een dubbel systeem creëren.

Maar ook dat is een raar argument. We hebben politici immers aangesteld omdat we zelf geen tijd hebben ons de hele dag in dossiers te verdiepen. Maar dat ontneemt ons toch niet het recht die mensen te corrigeren? Als ik een accountant aanstel voor mijn administratie wil ik best naar de man luisteren wanneer hij met voorstellen komt, maar als ik het niet met hem eens ben beslis ik uiteindelijk toch zelf. Daarmee maak ik mijn accountant en zijn kennis echter nog niet overbodig. Die man hoort alleen zijn plaats te kennen. En zo zit dat ook met gekozen politici.

Situatie

De discussie over referenda is al heel oud in Nederland. Eigenlijk kunnen we zeggen dat dit het troetelkind is geweest van iedere beweging van politieke vernieuwers en kwade burgers. D66, Leefbaar Nederland, Fortuijn, Verdonk, Wilders en de SP: allemaal referendumpartijen. Aan de andere kant zijn de traditionele machtspartijen juist geneigd om referenda tegen te houden. De PvdA is nog het meest geneigd mee te gaan, maar staat duidelijk niet te springen. Het CDA is pertinent tegen. En de VVD heeft altijd wel een senator achter de hand om als het puntje bij paaltje komt het referendumfeest tegen te houden.

Het is duidelijk: politici geven hun macht niet graag af. Hoe dichter partijen bij het pluche komen en hoe meer ze hun zin krijgen, hoe minder je ze doorgaans over referenda hoort. En dat is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom het bindend referendum er nog steeds niet is.

Mij lijkt het echter dat het eindelijk eens tijd wordt serieus werk te maken van het referendum, als we tenminste serieus willen zijn met het begrip democratie. Zo niet, dan moeten we ook niet gaan miepen over de kloof tussen de burger en Den Haag. Want die houden we dan zelf in stand.