Hoeveel is twee miljard: de dividendbelasting versus de collectieve sector

Volgens grove berekeningen zou Rutte, in plaats van de dividendbelasting af te schaffen, voor hetzelfde geld iedereen met een dienstverlenende functie in het onderwijs, in de zorg of bij de politie 1.000 euro netto per jaar erbij kunnen geven, of voor 5% in hun werk kunnen verlichten.

“Hardwerkende Nederlanders gaan massaal staken tegen afschaffen dividendbelasting”, kopt Joop.nl vandaag. Net als eigenlijk heel Nederland vinden ook werknemers uit de collectieve sector het van de zotte dat er door dit kabinet een krappe twee miljard per jaar wordt weggegeven aan aandeelhouders. Hoeveel zouden wij die mensen met twee miljard kunnen verlichten?

Het belang van de collectieve sector

Met name mensen die in de zorg, het onderwijs en bij de politie werken, hebben naar mijn idee recht van spreken. In die sectoren liggen de lonen doorgaans lager dan bij vergelijkbare banen in de commerciële sector. Daarbij is bekend dat in deze sectoren de werkdruk heel hoog is: het aantal mensen met burnout klachten ligt in deze sectoren traditioneel hoog. Ook gaan er al jaren alarmbellen af doordat er veel te weinig nieuwe mensen bij komen. De collectieve sector ligt er na 24 jaar VVD-regeringen (met een kleine onderbreking van vier jaar Balkendende IV) belabberd bij. Bezuiniging volgde op bezuiniging en reorganisatie op reorganisatie.

Is het logisch dat in deze sectoren minder verdiend wordt? Het lijkt me niet. We kunnen absoluut niet zeggen dat iemand die werkt in de zorg minder belangrijk voor de samenleving is dan iemand die werkt in de zakelijke dienstverlening.

Sterker nog: als morgen iedereen die werkt in de zorg, in het onderwijs en bij de politie zou gaan staken, zou de maatschappij volledig instorten. In de ziekenhuizen zou massale sterfte plaatsvinden, iedereen met kinderen zou vrij moeten nemen of de kinderen mee naar het werk moeten nemen, en criminelen en terroristen zouden in een samenleving zonder politie vrij hun slag kunnen slaan. Ik denk dat het heel goed te verdedigen is dat de mensen die in zorg, onderwijs en openbare orde werken feitelijk de hoeksteen van onze samenleving vormen (of als die term nog voor het gezin gereserveerd dient te worden, dan vormen ze het cement).

Wat kunnen we doen met twee miljard?

Hoeveel is twee miljard nu eigenlijk, en wat zouden we van dat bedrag kunnen doen? Het is misschien leuk daar eens een paar sommen op los te laten. Gewoon wat berekeningen uit de losse hand om een indruk te krijgen.

Stel dat we nu deze twee miljard inderdaad gaan geven aan loonsverhoging van alle medewerkers in de collectieve sector. Een blik op de sheets van het CBS leert ons dat in de zorg 1.578.000 medewerkers werkzaam zijn. Bij het onderwijs gaat het om 591.000 mensen. Bij de politie werken 60.000 medewerkers, waarvan 50.000 agenten (omdat de politie in de cijfers van het CBS niet apart wordt genoemd moeten we dit getal elders vandaan halen).

Bij elkaar gaat het om 2 miljoen en 229 duizend mensen dus. Het gaat hier om full- en parttimers, om werknemers en zelfstandigen.  Daarbij gaat het niet alleen maar om uitvoerend personeel: ook management en de staffuncties zijn in deze cijfers meegenomen. Grofweg betreft het één vijfde van alle banen in Nederland.

Met de dividendbelasting geeft Rutte volgens de laatste schattingen 1,9 miljard weg aan aandeelhouders in het buitenland. Het kan zomaar meer dan twee miljard worden, maar laten we met die 1,9 miljard verder gaan. Ik neem hierbij aan dat het om een netto verschil op de begroting gaat. Daarbij ga ik er verder vanuit dat de bedragen ook netto te investeren zijn. Waar salaris natuurlijk gaat in bruto bedragen, ga ik ervan uit dat het verschil tussen netto en bruto weer terugstroomt in de staatskas.

Wanneer we 1,9 miljard delen door 2,2 miljoen komen we op een ruime 850 euro netto per jaar dat we per werknemer in bovengenoemde sectoren extra kunnen besteden. Het gaat hier om mensen met uiteenlopende lonen en soorten dienstverbanden dus het is onmogelijk om te zeggen om hoeveel procent loonsverhoging het hier zou gaan.

Maar een kleine duizend euro per jaar netto extra moet er voor iedereen in zitten, of hij nu directeur van een basisschool of verpleger in een verzorgingstehuis is. Wanneer we die directeur willen ontzien en ook de HR medewerker en de schoonmaker niet willen helpen worden de bedragen iets hoger. Bij de politie werkt zoals we zagen een procent of 85 als agent, in de zorg gaat het om 70% van de medewerkers die in een zorg- en welzijn beroep werkt, in het onderwijs gaat het om twee derde van de medewerkers. Een dikke duizend euro per medewerker met een actief dienstverlenend beroep in de genoemde collectieve sectoren moet er dus wel in zitten. Kan Rutte voor die sectoren toch nog één oude belofte nakomen.

Aantal banen erbij

Toch is het grootste probleem in de genoemde sectoren niet de hoogte van het salaris, maar de werkdruk en het tekort aan mensen. Even wat grof natte vingerwerk om uit te rekenen hoeveel we de mensen die bij de zorg, in het onderwijs en bij de politie werken met 1,9 miljard zouden kunnen verlichten.

Volgens het CBS werkt de gemiddelde werknemer 24 uur per week. Ik ga er maar even vanuit dat dit in de genoemde sectoren niet anders zal zijn. Als een fte 36 uur per week is, dan werken er in die drie sectoren samen dus 2,2 miljoen maal 24 gedeeld door 36 is 1,47 miljoen fte. Stel dat we van die 1,9 miljard netto kasverschil allemaal full time fte’s met een modaal inkomen inhuren, dan gaat het om 1,9 miljard gedeeld door 40.000 is 47.500 fte die we erbij kunnen huren. Dat is op 1,47 miljoen fte iets meer dan 3 procent extra krachten.

Dit is natuurlijk wel een heel grove berekening. Wanneer het geld vrij zou komen voor de collectieve sector is er natuurlijk wel wat slimmer te investeren dan iedereen een bedrag erbij te geven of wat ondersteuning, ongeacht wat hij of zij nu uitvoert. De grootste vertekening vindt plaats doordat zoals gezegd niet iedereen die in de zorg werkt medische handelingen verricht en/of handen aan het bed verleent. Als we zoals bij het salaris alleen kijken naar de mensen met een actief dienstverlenende functie dan komt het getal iets hoger uit: 5% extra krachten moet er lijkt mij wel in zitten. Voor iedere FTE dus 2 uur per week erbij.

Keuzes …

Aandeelhouders in het buitenland gaan hun extra bestedingsruimte met grote waarschijnlijkheid niet besteden in de Nederlandse economie. Nederlandse werkenden doen dat naar alle waarschijnlijkheid juist wel. Wanneer de twee miljard in plaats van naar de aandeelhouders naar de medewerkers in de zorg, bij het onderwijs en naar de politie gaan, dan zullen de directe binnenlandse bestedingen van dat geld zodoende hoger liggen, en dat leidt natuurlijk ook tot meer banen. Om hoeveel het dan gaat is zulk groot natte vingerwerk dat zelfs ik me niet waag aan speculaties daaromtrent.

De conclusie of de genoemde salarisverhogingen of werkdrukverlichtingen ‘veel’ of ‘weinig’ zijn laat ik aan de lezers van dit artikel over. Als de overheid echter 47,5 duizend fte per jaar direct bij kan huren, dan zullen de multinationals gezien ze volgens het Financieel Dagblad goed zijn voor 1,9 miljoen banen in Nederland echter met 2,5% extra banen moeten groeien om dit te compenseren. Allemaal werkzaam in en rond de hoofdkantoren uiteraard, anders telt het niet.

Als het waar is dat de verhuizing van het hoofdkantoor van Unilever naar Rotterdam naar schatting maar 50 banen opleverde zullen er dus nog 950 van dit soort moves, of een substantiële spin-off, nodig zijn om dit aantal te halen. Ook met deze cijfers lijkt die afschaffing van de dividendbelasting mij eerlijk gezegd erg lastig te verdedigen.

 

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Agenten die niet zonder etnisch profileren kunnen zijn ongeschikt voor hun baan

Agenten overschatten hun eigen inschattingsvermogen, en onderschatten de maatschappelijke kosten van hun (onterechte) controles

Het recente onderzoek naar etnisch profileren toont aan dat een groot deel van de agenten ongeschikt is voor het werk dat ze doen, en het werk van hun collega’s ondermijnen. Agenten hebben daarbij over het algemeen veel te weinig inzicht in het effect van hun werk. STOP-formulieren zijn om dit te veranderen niet genoeg. Er is een grote zuivering in het politie-apparaat nodig.

Boeven vangen
Politieagenten vinden etnisch profileren een onmisbaar onderdeel van hun werk. Dat blijkt uit de studie ‘Boeven vangen’ van het Programma Politie en Wetenschap, dat afgelopen week verscheen.

De stereotypen die agenten hanteren treffen overigens niet alleen de allochtone Nederlander. De onderzoekers noteerden dat agenten tijdens hun werk mensen staande hielden op vooroordelen, en daarbij termen gebruikten als: ‘Foute gasten,’ ‘pisvlekken,’ ‘kakkerlakken,’ ‘junks,’ ‘zigeuners,’ ‘kampers,’ ‘hoertjes,’ ‘eencelligen,’ ‘kakkers,’ ‘tokkies,’ ‘Oostblokkers,’ ‘Antillianen,’ ‘Marokkanen’ en ‘Turken.’

Nu weet u dus hoe de agenten onderling over burgers praten.

Intuïtie
Niet netjes natuurlijk. Maar waar gehakt wordt vallen spaanders, toch? Doen de agenten, hoe politiek incorrect ook, hun werk daarmee misschien niet stiekem toch wel erg goed?

De agenten zelf vinden van wel. Burgers die aan hun stereotypen voldoen zijn immers oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers, zeggen ze. Door de kritiek op etnisch profileren voelen zij zich belemmerd.  “Je mag het eigenlijk niet zeggen, maar…” was een zin die de onderzoekers regelmatig te horen kregen.

De onderzoekers stellen echter van niet. De controles leveren veel te weinig op. Agenten overschatten hun eigen inschattingsvermogen, en onderschatten de maatschappelijke kosten van hun (onterechte) controles. Ze zijn zich ‘niet of nauwelijks’ bewust van de impact ervan op burgers, en zien hun ingrijpen als een vorm van tijdelijk ongemak “die eigenlijk vooral potentiële boeven ‘raakt’”. Want volgens de agenten zelf zitten ze ‘vaak goed’.

Uit onderzoek blijkt echter het tegendeel. Bij veruit de meeste controles zitten de agenten ernaast. Met een hoop goede wil valt van 9 procent van de controles misschien nog te zeggen dat ze ‘nuttige informatie’ opleverden. De rest is gewoon verloren politiecapaciteit, en heel veel ergernis voor burgers die soms tijdens hun werk meerdere keren per dag aan de kant worden gezet.

Schokkend
Dit onderzoek toont niet alleen keihard aan dat de politie bewust etnisch profileert, terwijl dat aan de top en door het ministerie altijd ontkend werd, het toont ook aan dat het bewust gebeurt. En daarbij toont het aan dat agenten veel te weinig inzicht hebben in het effect van hun werk. En verder is mijns inziens ook aangetoond dat een groot deel van de agenten totaal ongeschikt is voor het werk dat ze doen. En zij ondermijnen daarbij het werk van hun collega’s.

Behoorlijk schokkend. In een eerder artikel pleitte ik ervoor om STOP-formulieren in te stellen om dit laatste te repareren. De weerstand van de politie en de politiek tegen de invoer van dit instrument om meer inzicht te krijgen in het eigen handelen, was daarbij al een veeg teken. Ik vrees nu dan ook dat die maatregel, hoe nodig ook, niet genoeg is.

Rotteappels
De cultuur bij de politie is compleet verziekt door de vele rotte appels die er tussen de agenten rond blijken te lopen. Er is daarom een grote zuivering in het politie-apparaat nodig. Een agent die zich in zijn privéleven uitlaat in termen als “kakkerlakken” of “eencelligen” is wat mij betreft al ongeschikt. Een agent die dit soort termen tijdens zijn werk gebruikt zou gelijk op non-actief moeten worden gesteld.

De vrijgekomen plaatsen kunnen worden gebruikt om het corps dezelfde diversiteit te geven als de samenleving, iets wat ondanks de vele pogingen daartoe maar niet wil lukken – wat natuurlijk niet zo vreemd is met zo’n cultuur. Absolute voorwaarde voor bij de politie werken moet zijn: respect naar alle burgers en het actief willen uitdragen van gelijke rechten en behandeling. Alleen op die basis is het geven van een geweldsmonopolie te rechtvaardigen.

Een andere koers
En tenslotte: onder de wind van de gure rechtse wind die de afgelopen decennia door Nederland woei is justitie de kant opgegaan van strenger straffen, maar ook van ‘preventief optreden’, zoals preventief fouilleren, cameratoezicht, steeds meer opslag van data van burgers etc. Iedereen kan zonder meer als crimineel worden behandeld. Tegelijkertijd werd het gerecht minder bereikbaar gemaakt.

De effectiviteit van al deze maatregelen is nooit bewezen, terwijl de kosten van al die controles, straffen en rechtszaken hoog oplopen. Ondertussen blijven serieuze meldingen van bijvoorbeeld daadwerkelijke inbraken vaak veel te lang liggen. We zien daarbij dat een cultuur is ontstaan waarin de politie zich niet laat controleren, en de burger in plaats van helpt en beschermt vooral lastig valt. Het wordt daarom hoog tijd een andere koers te varen, en de politie weer te zien als een orgaan dat vooral ingrijpt waar het misgaat, in plaats van een bureaucratisch stasi-apparaat dat alle burgers bij voorbaat behandelt als criminelen.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Etnisch profileren: een groot probleem

Etnisch profileren door politieagenten is nog veel structureler dan gedacht. Dat blijkt uit een onderzoek van Brandpunt naar interne politierapporten. De korpsen hebben grote moeite het probleem aan te pakken: de agenten zelf willen niet. Toch is het ondanks de weerstand heel belangrijk dat dit voortvarend wordt aangepakt.

Lees verder Etnisch profileren: een groot probleem

De politie als witte-mannenbolwerk

Quota voor vrouwen en allochtonen zijn bij de bestrijding van discriminatie een paardenmiddel, maar wel echt nodig om een doorbraak te bewerkstelligen. Andere maatregelen leveren helaas vooral blindheid voor onbewuste discriminatie op.

Ondanks veel pogingen er verandering in aan te brengen blijft de politie een te ‘blank’ en mannelijk orgaan. Zeer nadelig. Niet alleen omdat allochtonen en vrouwen minder kansen krijgen bij de politie, maar ook voor het politiewerk zelf. Veel jongeren uit allochtone kringen hebben een uitermate negatieve houding ten opzichte van de politie, en de politie helpen is het laatste waar ze aan zouden denken. Er zijn ook regelmatig signalen dat vrouwen en allochtonen geen aangifte doen van seksisme of discriminatie, omdat ze zich niet serieus genomen voelen. Bij veel korpsen zou een machocultuur heersen, die zelf een neiging heeft naar seksisme en discriminatie.

Waar of niet, met een betere aansluiting bij de maatschappij zou de politie adequater kunnen optreden bij misstanden, met meer draagvlak binnen de samenleving waarbinnen zij opereert. Vandaar dat ik in mijn voorlaatste artikel pleitte voor het invoeren van quota voor allochtonen en vrouwen bij onder meer de politie. De reacties hier op Joop op dit voorstel hebben mij echter verbaasd. De discussies gingen vooral over de vraag of discriminatie serieus genomen moet worden ja of nee. Interessant, maar ik had eerlijk gezegd meer discussie over mijn manier van aanpak van discriminatie verwacht.

Blind
Quota worden namelijk vaak gezien als een paardenmiddel, en wekken ook weerstand bij mensen die de bestrijding van discriminatie juist hoog in het vaandel hebben staan. Traditionele antidiscriminatie in Nederland kenmerkt zich namelijk vooral door het opzettelijk ‘blind zijn voor het kleurtje’. Dat uit zich ook in maatregelen als anoniem solliciteren en positieve discriminatie bij gelijke geschiktheid. Het laatste gaat veel mensen al een stap te ver. Positieve discriminatie, dat is immers ook discriminatie.

Werken met quota stuit veel linkse en liberale mensen daarmee helemaal tegen de borst. Het vergt een vorm van afkomst- en geslachtsdenken, dat ook voor de antiracist ongemakkelijk aanvoelt. Er wordt bij het hanteren van quota immers expliciet gelet op afkomst of geslacht bij de sollicitatieprocedure, in plaats van dat men daar ‘blind’ voor blijft.

Maar in de blindheid-visie zou het ook helemaal niet erg moeten zijn dat de politie een witte-mannenbolwerk is. In de ideale wereld maakt het namelijk niet uit of de politie bestaat uit enkel witte mannen of niet: in die wereld discrimineert de politie niet, en discrimineren de mensen niet. Iedereen is kleurenblind.

De werkelijkheid is echter anders. Hoe goed bedoeld en principieel juist dat blind blijven ook is (of lijkt), het helpt niet tegen discriminatie, en het helpt niet om een organisatie ‘gezond’ te krijgen. Discriminatie vindt namelijk vooral onbewust plaats. Mensen zijn door groepsmechanismen eerder geneigd om uiteindelijk te kiezen voor een persoon die op hem/haar lijkt, qua geslacht, leeftijd en culturele kenmerken, en daar vervolgens voor zichzelf rationele verklaringen voor te zoeken. Dat is een algemeen erkend psychologisch verschijnsel. Niemand ontkomt daaraan. Het blijkt zich al voor te doen als mensen in volkomen willekeurige groepen worden ingedeeld, en het treedt vooral op zonder dat mensen daar zelf erg in hebben.

Dit effect treedt ook op bij zowel voor de mensen die personeel aannemen, als bij sollicitanten. En daarom ligt het volkomen voor de hand dat een witte-mannenbolwerk onbewust steeds geneigd blijft voor witte mannen te kiezen onder sollicitanten, en daarnaast ook vooral witte mannen als sollicitanten aantrekt. Dit is de mensen die het personeelsbeleid van de politie uitvoeren niet persoonlijk aan te rekenen, maar zo houdt de status quo zichzelf wel in stand. Anoniem solliciteren en positieve discriminatie helpen hiertegen niet.

De Politie
Ik stelde in mijn artikel voor quota te hanteren voor alle overheidsinstellingen, alle door de overheid gesubsidieerde instellingen, en voor alle grote bedrijven (>100 mdw). Want niet alleen bij de politie, ook in de samenleving in het algemeen zijn vrouwen en allochtonen ondervertegenwoordigd in goede functies, en die situatie houdt zich via bovenstaande mechanismen in stand. Mensen met goede kwaliteiten hebben een nadeel op de arbeidsmarkt, omdat ze vrouw of allochtoon zijn. Het invoeren van quota in zoveel sectoren is echter natuurlijk een behoorlijk radicaal voorstel, en hoe sympathiek ik het ook zou vinden als een partij zo’n verstrekkend voorstel zou durven doen, politiek gezien is daar op korte termijn geen draagvlak voor te krijgen.

Maar dit is anders bij de politie. Juist voor de politie is het van groot belang een goede afspiegeling te zijn van het publiek dat ze bedient en controleert, en die noodzaak wordt al langer door zowel de politie zelf als de politiek gevoeld. Het draagvlak voor zo’n maatregel bij de politie is daarom veel groter, en in de stad Den Haag werkt men bij de politie dan ook sinds korte tijd al met dergelijke quota. De invoering wekte wel wat weerstand op, maar minder weerstand dan misschien zou worden verwacht.

Het moet in een volgend kabinet te doen zijn dit beleid ook landelijk in te voeren. Hierbij kan het best bovenaan de ladder begonnen worden. De top van de politie hoeft niet meteen vervangen te worden, maar zij moet er in korte tijd wel voor zorgen dat de laag onder de toplaag actief meer vrouwen en allochtone medewerkers werft. En die laag moet weer diezelfde opdracht krijgen voor de laag onder zich. Daarna moet het vervolgens vanzelf gaan, via bovengenoemde psychologische effecten. Zo vormt zich een organisatie die meer aansluit op de verhoudingen in de samenleving, en kan ze daarmee de criminaliteit en het geweld in de samenleving beter bestrijden. En uiteindelijk volgt wellicht ook de toplaag vanzelf, omdat zich direct daaronder immers nieuw talent kan ontwikkelen.

Voorbeeld
De politie zou zo als voorbeeld kunnen dienen, waarna bij succes andere instellingen kunnen volgen. Een uitzondering geldt voor organisaties die kleiner zijn dan 100 medewerkers. Die zou ik nooit met dergelijke quota willen belasten. Deze organisaties hebben vaak geen meerlagenstructuur, en bovendien zijn allochtonen en vrouwen in de onderste laag van die bedrijven niet eens altijd ondervertegenwoordigd. Ook bedienen kleinere bedrijven vaak een nichemarkt, en daar kan een monocultuur juist dienstbaar zijn.

Dat laatste geldt trouwens ook voor teams binnen grotere bedrijven. Ook hier is een monocultuur niet altijd erg. Het gaat echter om het herstructureren van de lagen daarboven tot en met de laag onder de toplaag bij grote organisaties. Daar valt een wereld te winnen.

Op een voorstel als dit krijg ik soms reacties als dat ik niets van ondernemen zou begrijpen en niet bekend zou zijn met de moeilijkheden van personeelsbeleid. Het tegendeel is waar. Ik ben zelf dan wel (heel bewust) ondernemer zonder personeel, in een vorig werkzaam leven ben ik jarenlang betrokken geweest bij veel HR- en reorganisatietrajecten. Ik heb daarbij daadwerkelijk in bedrijven gewerkt waar dit thema in praktijk al zo werd opgepakt. Dit gold niet specifiek voor allochtonen, maar wel voor vrouwen en de algemene diversiteit van personen, waar met name voor de managementteams actief op geselecteerd werd. Dit beleid stond niet altijd op papier, maar werd aan de hogere overlegtafels wel vaak zo besproken bij het opstellen van profielen voor hogere managementfuncties. Het hoort mijns inziens bij goed personeelsbeleid voor grote organisaties met dit model te werken. Voor de politie zou het niet meer dan logisch zijn, en helaas zeer noodzakelijk.

Zo niet, dan blijven we heel idealistisch de ogen sluiten voor achtergrond en geslacht, in praktijk komt het erop neer dat we onze ogen sluiten voor onbewuste discriminatie.

Dit stuk verscheen eerder op Joop.nl.

Etnisch profileren is ineffectief

Etnisch profileren maakt het politiewerk minder effectief, en dat is op zich al genoeg reden om daar iets aan te doen. De oplossing ligt daarbij voor de hand.

Uit een recente peiling van Maurice de Hond blijkt dat tweederde van de Nederlanders etnisch profileren door de politie gerechtvaardigd vindt. Zij vinden het logisch dat zolang crimineel gedrag nog altijd oververtegenwoordigd is onder bepaalde groepen, de politie op deze groepen ook meer recherche pleegt. Daarbij klinkt dan het argument: etnisch profileren is misschien vervelend, maar als de politie hiermee meer criminaliteit opspoort, dan is dat het wel waard. Dat zou je kunnen stellen, maar of het politiewerk wel efficiënter wordt door etnisch profileren is nu juist hoogst betwijfelbaar. Met deze argumenten worden namelijk twee belangrijke effecten over het hoofd gezien, die het zeker waard zijn om bij stil te staan.

Nadelige effecten
Ten eerste het effect dat etnisch profileren de criminaliteitscijfers beïnvloedt. Wanneer de politie vooral allochtonen controleert, dan is het niet verwonderlijk dat er ook meer allochtonen tegen de lamp lopen of door de mand vallen, en dat terwijl criminele blanke jongeren makkelijker wegkomen. De cijfers waarop het beleid is gebaseerd worden zodoende door dat beleid zelf bevestigd. Etnisch profileren als self fullfilling prophecy. Het is niet duidelijk hoe groot dit effect is, en het is zeker niet de enige verklaring voor de grote verschillen in criminaliteit tussen groepen, maar het is wel een effect waar serieus rekening mee gehouden mag worden.

Ten tweede het effect dat het telkens controleren van allochtone jongeren veel weerstand opwekt onder die allochtone jongeren. Dat kunnen mensen aanstellerij vinden, het is wel een gegeven. En dat terwijl allochtone jongeren juist zo nuttig zouden kunnen zijn bij het opsporen van criminaliteit binnen hun groep. Wanneer een jongen die nooit iets fout gedaan heeft het bij voorbaat al helemaal geschoten heeft met de politie omdat hij continu staande gehouden wordt, dan is hij echt niet bereid met de politie mee te werken, laat staan een tip te geven. Dit lijkt me bij de klacht van de politie dat in allochtone kringen vaak weinig wordt meegewerkt met het opspoorwerk een zeer belangrijk punt.

Toevalstreffers
Dit alles spreekt niet tegen dat de politie door etnisch profileren sommige daders eerder kan pakken. Maar dit zijn dan wel toevalstreffers. Als de politie niet alleen mensen met een kleurtje, maar iedereen op straat dagelijks aan zou houden, dan zouden er nog veel meer criminele feiten aan het licht komen. De vraag is echter of dit wel zo effectief is. Misschien is echte opsporing wel veel effectiever dan de hele wereld bij voorbaat als verdacht beschouwen. Dus nog even los van het ongemak dat mensen zeggen te ondervinden van etnisch profileren: het politiewerk wordt er kwalitatief minder door.

Ook de politie zelf lijkt soms te beseffen dat dit een probleem is. In ieder geval heeft zij excuses aangeboden aan de rapper Typhoon, die werd aangehouden omdat hij als gekleurde Nederlander in een dure auto reed. De agenten gaven hun fout ruiterlijk toe. Dat is een belangrijke stap. Het is een belangrijk gebaar naar alle jongeren die niet de bekendheid van de rapper hebben en ook met dit soort staandehoudingen te maken hebben, ze niet als ‘klaagnegers’ af te doen, want dat is de beste garantie om het politiewerk moeilijk te maken. De politie kiest daarin dus voor pragmatiek. Hun gebaar is niet alleen ridderlijk, het is ook op te vatten als strategisch.

Onbewust
Maar de politie mag bij dit incident echter dan wel aantonen meer verstand te hebben dan het publiek, het is de vraag in hoeverre zij ook op straat deze fouten toegeeft en hier actief wat tegen probeert te doen. Het rapport dat Amnesty International in 2013 uitbracht over etnisch profileren had wat mij betreft de ogen van de politie en de meeste Nederlanders moeten openen, maar werd met weinig belangstelling en ontkennende reacties ontvangen. Vooral het voorstel voor het invoeren van de zogeheten stopformulieren, formulieren waarop agenten de reden waarom zij mensen staande houden vastleggen, stuit bij de politie op weerstand. En het is die weerstand die mij zorgen baart. Antidiscriminatie vergt namelijk niet alleen zelfdiscipline, maar ook zelfonderzoek. Als dat laatste ontbreekt, dan heeft antidiscriminatie geen zin.

De mensen die bewust discrimineren, dat zijn er namelijk niet zoveel. Discriminatie gebeurt vooral onbewust. Een methode als het stopformulier is dan ook niet zozeer een methode om de politie van buitenaf te controleren (waar de politie dan met smoesjes dan omheen gaat zitten schrijven), het is een methode om de agenten zelf meer bewust te maken van de redenen waarom ze mensen aanhouden. En dit is dan ook waarom deze methode in Groot-Brittannië en in Spanje buitengewoon succesvol blijkt. De effectiviteit van controles blijkt er enorm mee toe te nemen. Het aantal staandehoudingen neemt af, maar het aantal aanhoudingen naar aanleiding van die staandehoudingen neemt toe. De tijdwinst die dat oplevert weegt ruimschoots tegen de administratieve last van het vastleggen van de reden van de staandehouding in een app op. Nog even los van het effect van de winst in vertrouwen in het politiewerk bij de groepen die normaal juist nogal wantrouwend tegenover de politie staan.

Er is geen enkele reden aan te nemen dat dit in Nederland niet net zo goed zou werken. Het verzet vanuit de politie tegen deze methode is dan ook ongewenst. De politie zou dit zelf moeten verwelkomen als een prima methode om haar mensen meer bewust haar werk te laten doen, om zo de effectiviteit van aanhoudingen te verbeteren. En als zij dat niet doet, dan moet de politiek dat dan maar afdwingen.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Politieke partijen moeten uitleggen wat ze aan de schandvlek van discriminatie doen

Het is voor de politiek al hoog tijd om meer te doen dan afkeuren: het debat vraagt om concrete maatregelen

Is Nederland een racistische samenleving? Met deze stelling krijg je al gauw de meeste Nederlanders tegen het plafond. Lees de diverse reacties op opinie-artikelen op deze site maar. Veel mensen reageren met de stelling dat Nederland nog altijd niet slechter is dan andere landen, en dat discriminatie iets ‘natuurlijks’ zou zijn.

Een mening over jezelf
De expats die ik ken hebben hier allemaal een andere mening over. Van hen hoor ik juist dat de Nederlandse samenleving er behoorlijk succesvol in is mensen met een andere culturele achtergrond uit te sluiten, en dat de kroon daarop nu juist de stelselmatige ontkenning daarvan is. Laten we vooral eens beginnen wat aan die kroon te doen, en te onderkennen dat er een probleem is.

Lang niet iedere Nederlander is een racist, gelukkig, maar in onze samenleving is discriminatie een factor die ervoor zorgt dat mensen met een afwijkende achtergrond stelselmatig minder kansen hebben. Wetenschappelijk onderzoek toont keihard en keer op keer aan dat een allochtoon met een identiek CV in Nederland iets van 50% minder kans maakt op een baan, en mensen met een kleurtje veel vaker onterecht staande worden gehouden door de politie.

En deze ongemakkelijke feiten vormen ook gelijk de weerlegging van het weerwoord van witte Nederlanders dat er door elke bevolkingsgroep wel gediscrimineerd wordt, en dat schelden geen pijn zou doen.

Nederland is een multiculturele samenleving. Een multiculturele samenleving die ik overigens niet zomaar ‘mislukt’ zou durven noemen. Wie dat vindt, die moet maar eens gaan kijken in Rio of Johannesburg, om te leren hoe een ‘mislukte’ samenleving er echt uitziet.

Maar wat wel zo is, is dat in Nederland verschillende etnische groepen vooral erg langs elkaar heen leven. Dit is een overerving van onze eigen typisch Nederlandse verzuiling. Het wordt tijd met dat verschijnsel eens korte metten te maken. Nee, niet iedere Nederland is een racist. Maar Nederland is als geheel een samenleving waarin discriminatie een gegeven is. En daar moeten we wat aan doen, ook zonder naar het buitenland te verwijzen.

Tijd voor actie
Wat we echter bijna altijd zien, is dat politici zeggen tegen discriminatie te zijn, maar vervolgens weigeren om er wat aan te doen. Het beste voorbeeld is premier Mark Rutte. Over discriminatie op de arbeidsmarkt merkte hij op dat allochtonen dan maar beter hun best moeten doen om hun achterstelling in te halen, en als antwoord op de racistische bagger die Sylvana Simons werd uitgestort huilde hij grote krokodillentranen, maar zei er meteen bij er niets tegen te gaan ondernemen, omdat het nu eenmaal om de vrijheid van meningsuiting zou gaan. Met dat laatste negeert hij dat mensen door racistische agressie zoals Simons ten deel viel actief uit het debat worden weggejaagd. Ondertussen gebeurt er niets.

Alleen walging is niet voldoende. Er moet echt wat gebeuren. Maar wat? Er zijn een aantal heel concrete en effectieve maatregelen te verzinnen tegen discriminatie die de politiek echt zou moeten uitvoeren. Niet alleen ter bescherming van gediscrimineerde allochtonen, maar ook om te voorkomen dat deze mensen zich steeds meer tegen de samenleving af gaan zetten. Antidiscriminatie is zodoende ook in het belang van de samenleving als geheel. Er zijn drie gebieden die om maatregelen schreeuwen

Etnisch profileren
Ten eerste is er het etnisch profileren door de politie. De rechtvaardiging die voor etnisch profileren gegeven wordt, namelijk dat allochtone jongeren nu eenmaal oververtegenwoordigd zijn, is geen rechtvaardiging. De politie hoort burgers alleen staande te houden bij concrete verdenking van een crimineel feit. Bovendien is etnisch profileren een self fullfilling prophecy.

Een politieagent die vooral jongeren met een kleurtje controleert, vindt natuurlijk ook vooral bij die mensen rottigheid. De witte jongen die net zo crimineel is loopt niet tegen de mand, want die wordt niet gecontroleerd als hij in een te dikke auto rijdt. Etnisch profileren zet bovendien niet-blanke jongeren tegen de politie op, en is daarom puur contraproductief. Het is het laatste wat de politie goed kan gebruiken om haar werk goed te doen.

GroenLinks heeft onlangs in de Tweede Kamer het invoeren van zogenaamde Stopformulieren voorgesteld, waarop de politie telkens als zij iemand staande houdt de reden vastlegt. De politie en veel politieke partijen verzetten zich hiertegen omdat ze vrezen voor de administratie.

De methode heeft zich in Spanje en het Verenigd Koninkrijk echter al bewezen als bijzonder effectief, en dat is voldoende tegenargument voor dat bezwaar. Het verzet van de politie tegen het geven van inzage in haar werk lijkt mij bovendien zelfs een extra reden om dit juist wel te regelen.

Quota
Wat ten tweede aangepakt moet worden, is de structurele ondervertegenwoordiging van bevolkingsgroepen in maatschappelijke instellingen, die zichzelf bevestigt. Er is niets mis met een witte (of zwarte) club als het gaat om een klein bedrijf of een ongesubsidieerde vrijwilligersvereniging. Maar zodra het gaat om grote organisaties met een maatschappelijke functie kan het niet zo zijn dat bepaalde groepen in de samenleving stelselmatig ondervertegenwoordigd zijn.

Maatschappelijke instellingen representeren de macht, en daarom zou een evenredige vertegenwoordiging van bevolkingsgroepen daarin niet meer dan normaal moeten zijn.

Maatregelen als positieve discriminatie blijken om dat te veranderen niet genoeg, en bovendien zetten ze alleen maar kwaad bloed. In plaats daarvan moeten gemeenten en het rijk harde quota hanteren voor een goede representatie naar etniciteit van de bevolking, voor alle lagen van de eigen organisatie, te beginnen bij de top. En als we toch bezig zijn mogen die quota er ook komen naar leeftijd en geslacht. Dit geldt vooral voor de politie, die ondanks de jarenlange aandacht hiervoor nog steeds een bolwerk van witte mannen blijft.

Maar het zou daarnaast moeten gelden voor alle overheidsinstellingen, en instellingen die leven van subsidiegeld, zoals scholen. Uiteindelijk zouden deze quota zouden wat mij betreft zelfs moeten gelden voor bedrijven met meer dan 100 personen in dienst, omdat een groot deel van de maatschappelijke macht nu eenmaal bij het bedrijfsleven ligt.

Bovenstaand houdt ook in dat er een streep gaat door het recht om in het religieus geïnspireerd onderwijs alleen personeel en leerlingen aan te nemen die de grondslag respecteren. Vrijheid van onderwijs is een groot goed en dient gehandhaafd te worden, maar dit moet de onderwijsmethode betreffen, geen levensfilosofie. Montessori-rekenonderwijs is te rechtvaardigen, islamitisch rekenonderwijs niet.

Meningen en media
Ten derde moeten er effectiever opgetreden worden tegen discriminerende en ronduit bedreigende uitspraken. Rechters hebben de grootste moeilijkheid mensen op discriminerende uitspraken veroordeeld te krijgen, omdat de grenzen die de wet daaraan stelt uiterst vaag zijn. Die grenzen moeten dus duidelijker getrokken worden.

Het strafbaar stellen van belediging zou ik willen schrappen, want te subjectief. Daarentegen zou ik denken dat een uiting waarbij iemand of een bevolkingsgroep doodgewenst wordt, of fysiek letsel of aanranding wordt gewenst, sowieso strafbaar zou moeten zijn.

Dit zou ook moeten gelden voor ieder die oproept tot uitsluiting van publieke rechten puur omwille van achtergrond. En dit geldt uiteraard niet alleen voor discriminatie van allochtonen, maar ook van homoseksuelen, joden en vrouwen.

Dit is zo belangrijk, dat de politie hierbij in eerste instantie al zonder tussenkomst van de rechter een boete moet kunnen uitdelen. Bovendien moet deze boete verstrekt worden zonder dat daar aangifte van het slachtoffer voor nodig is. Pas dan kan er slagvaardig worden opgetreden. De rechter toetst eventueel achteraf in een beroep.

Daarbij moeten de media en vooral ook de sociale media hun verantwoordelijkheid niet langer kunnen ontlopen. Als de online platforms als Facebook en Twitter niet sneller en harder op willen treden tegen haatzaaien, discriminatie en zelfs geweldsuitingen, zouden ze zelf strafbaar moeten zijn voor het publiceren van die bagger. Laat die bedrijven een boete betalen voor iedere racistische uiting die ze na melding op hun sites laten staan.

Gratuit
Juist iedereen die zich zorgen maakt over Marokkaanse probleemjongeren, zou ook discriminatie aan moeten willen pakken. Jongeren die zich tegen onze samenleving afzetten worden nu in dit gedrag gestimuleerd, doordat ze overal continu als tweederangsburgers worden weggezet. Daarom valt dit gedrag ook niet te stoppen met ‘keihard aanpakken’ van crimineel gedrag alleen. Juist als we iets willen doen aan de allochtone straatbendes en straatterreur, moet de politiek ook de aanpak van discriminatie garanderen. Maar dit moet dan wel concreet vormgegeven worden, en niet alleen maar met mooie woorden.

Ik heb even een rondje over de sites van de verschillende partijen gemaakt, en de enige partij die consequent en in alle lagen maatregelen in de richting van bovenstaand voorstelt, is GroenLinks. De andere partijen, inclusief DENK, schrijven allemaal mooie woorden over discriminatie, maar koppelen daar vrijwel geen concrete maatregelen aan.

Zonder concrete maatregelen is de uitspraak dat discriminatie niet zou kunnen volkomen gratuit, terwijl er nu echt wat moet gebeuren, want het debat loopt momenteel zwaar uit de hand in Nederland. Volgend jaar eis ik daarom van de politieke partijen dat ze tijdens de verkiezingen het volk heel concreet uit gaan leggen wat zij aan de schandvlek van discriminatie gaan doen.

Een partij die dit niet op kan brengen, en weer niets anders dan morele afkeer en inhoudsloze voorstellen in het programma zet, is mijns inziens op dit gebied totaal ongeloofwaardig, en eerder onderdeel van het probleem dan van een oplossing.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl