Politiek Kwartier – De EU mag niet veranderen

COLUMN – Dat een VVD’er zich meer thuis voelt bij een EU-scepticus dan bij een EU-hervormer verwondert Klokwerk niets. De EU is immers exact zo vormgegeven als de VVD het wilde.

Afgelopen week maakte de VVD’er Mark Verheijen stennis over de EU. Een deel van zijn woorden heeft hij alweer terug moeten nemen, maar het ei is gelegd: de VVD wil niet naar een federaal Europa. Daar is immers helemaal geen draagvlak voor.

En dat is helemaal waar. Er zijn er nog maar weinig die blij zijn met de EU. De crisis brengt het slechtste in de EU naar boven. De incompetentie om de bankencrisis op te lossen, de strenge bezuinigingsagenda die de crisis alleen maar verhevigt, en het dwangmatig privatiseren van de collectieve voorzieningen wekken terecht maar weinig enthousiasme op.

Om draagvlak te krijgen voor de EU zal er heel wat moeten veranderen. Bijvoorbeeld dat de 3%-regeling opzij gezet wordt voor een slimmere investeringsagenda. Of beter, dat er definitief afgerekend wordt met het gegraai in de bankensector, in plaats van dat er steeds belastinggeld naar wordt toegeschoven. Of misschien slimmer: gekozen leiders die dat gaan regelen, in plaats van dat grijze muizen benoemd worden in een schimmig wandelgangenspel.

Zonder dit soort aanpassingen kan de EU enig draagvlak voor haar beleid wel shaken. Maar helaas moet hiervoor met 28 landen een vergadertraject van een jaar of vijf doorlopen worden om een nieuw verdrag op te stellen. Gewoon maar niet aan beginnen dus, meent het kabinet. Houden zoals het is, die EU.

De VVD’er Mark Verheijen maakt ondertussen mooie sier door wel op te roepen tot verandering. Inhoudelijk komt hij daarmee echter niet veel verder dan een paar minder belangrijke details, zoals de periodieke verhuizing van Brussel naar Straatsburg. Alsof dat is wat mensen vandaag de dag het meest stoort aan de EU. Iets fundamenteler lijkt zijn pleidooi voor een euro-exit voor landen die zich niet aan de afspraken houden. Maar aan de beslissingsstructuur in Brussel zelf en de economische agenda wil hij schokkend genoeg niets veranderen.

Visieloosheid is wel vaker tekenend voor zelfbenoemde eurosceptici.Metaalmoeheid of een ideologische strategie?

Van de VVD is het misschien niet zo gek dat zij terugschrikt voor wezenlijke hervormingen. De huidige EU is namelijk exact zo vormgegeven als de VVD het wilde. Open grenzen, privatiseringen, en verder geen al te moeilijk gedoe met marktbeperkende sociale wetgeving. De machteloze natiestaat functioneert als zoethoudertje en de vrije markt regeert. De EEG in het groot, en verder niets.

De crisis is gewoon iets om uit te zitten en te gebruiken om privatiseringen sneller af te dwingen. Kleinere overheden, grotere markt. Schoorvoetend wordt akkoord gegaan met een paar mosterdpleisters als de bankenunie. Maar als de buien eindelijk een keer zijn overgewaaid zullen we zien dat de neoliberalen vooraan staan om die pleisters weer weg te trekken. De vrije markt voor alles.

Voor deze vrije-markt-jihad is het handig om mensen die pleiten voor fundamentele democratische hervormingen van de EU weg te zetten als gevaarlijke Eurofiele gekken. Dan hoeft er tenminste niet op de inhoud te worden ingegaan. De architecten van dit huidige Europa geven daarbij natuurlijk graag een duwtje mee.

De beste bondgenoot voor de doorgedraaide marktliberalen vormen de extreem-rechtse anti-Euro-gekkies die de discussie ridiculiseren tot een ja/nee-vraag. Zij vormen prima kanonnenvlees om iedere wezenlijke verandering in de EU te blokkeren.

Politiek Kwartier – Afbraak of opbouw

COLUMN – Met het probleem van arbeidsmigratie binnen de EU kunnen we eigenlijk maar op twee manieren omgaan: opbouw of afbraak. Het kabinet kiest voor afbraak.

Twee weken geleden zagen we hoe enkele VVD-ers politici die iets aan de EU willen veranderen wegzetten als gevaarlijke gek. Het duurde even voordat de tik terug kwam, maar die kwam.

Martin Schulz: ‘Ik weet dat Frits Bolkestein weer van zich laat horen, maar ik reis aardig wat rond in Europa en in veel landen kennen ze hem alleen nog van zijn richtlijn: de Bolkesteinrichtlijn. De volledige deregulering van de dienstensector in Europa. Niets heeft de mensen meer tegen de EU gemobiliseerd dan die richtlijn.’

De Bolkesteinrichtlijn? Het gaat om de richtlijn die lidstaten verplicht hun dienstenmarkt open te zetten voor aanbieders uit andere lidstaten. Met andere woorden, een Poolse vrachtrijder of aannemer kan hier aan het werk tegen de arbeidsvoorwaarden van Polen.

Gevolgen: grote instroom van goedkope arbeid in landen met hogere lonen (lees: Nederland). In deze landen loopt vervolgens de werkloosheid op en komen de lonen en het hele sociale stelsel onder druk te staan. De droom van iedere vrije marktfundamentalist, maar de grote angst van de werknemer.

Deze week debatteerde de Kamer over de aankomende openstelling van Nederland voor Bulgaren en Roemenen. De PVV en de SP pleitten er voor de grenzen eenzijdig dicht te gooien. Maar dat is getuigenispolitiek. De draak van Bolkestein is in 2006 al afgehamerd. Afschaffen die richtlijn? Dat duurt minstens een decennium.

Asscher wil binnenlands de wetgeving zoveel mogelijk aanscherpen om de ergste uitbuiting te voorkomen. Hij voelt daarbij wel wat voor de discussie over arbeidsmigratie, maar houdt toch vast aan het principe van open grenzen. Dat kent immers ook voordelen.

Marktdenkers zullen hier sussende woorden spreken. Arbeidsmigratie, dat is slechts een tijdelijk verschijnsel, zullen ze zeggen. Naar verloop van tijd ontstaat er een welvaartsevenwicht, en normaliseren de betrekkingen weer.

Dat klopt. Maar de vraag is hoe dat gebeurt. Het kan op twee manieren.

De eerste manier is die waarin ons eigen land zijn sociale wetgeving stap voor stap afbreekt. Lees: lagere lonen, minder bescherming voor werknemers en een kleiner vangnet. We zijn al hard bezig. Naar verloop van tijd kunnen we weer op gelijk niveau concurreren met Oost-Europese werknemers en vindt er geen arbeidsmigratie meer plaats. Hiep hiep hoera.

De tweede manier is dat het arbeidsrecht op Europees niveau wordt aangepast. Via de EU worden lidstaten gedwongen om niet alleen de rechten van werknemers zeker te stellen en te waarborgen, maar ook een geïndexeerd Europees minimumloon in te stellen en zelfs een deugdelijk vangnet in te richten. Europa wordt sociaal.

Deze laatste route wordt door het zittende kabinet helaas afgeschoten. Impliciet kiest onze regering dus voor de eerste route.

Ondertussen zitten we in een overgangsfase en is het politiek opportuun om de kiezer te lijmen met inhoudsloos euro-scepticisme. Zelfbenoemde eurosceptici als Mark Verheijen proberen dan ook handig mee te liften op het anti-EU sentiment. Maar de andere dag noemt Mark de EU zoals deze nu is helemaal pico bello. Een socialer Europa? Dat nooit!

Het echte gevaar van de EU zit bij dit soort doorgeslagen marktliberalen, die de EU gisteren overleverden aan ‘de vrije markt’ en vandaag door te jijbakken het repareren van de puinzooi die ze zelf hebben aangericht proberen te verhinderen.