Het motorblok uit elkaar

Het is geen dogma dat het zogenaamde ‘motorblok’, VVD, CDA en D66, gaat regeren met een bereidwillige vierde partner. Er zijn echter twee alternatieven die zeker na het mislukken van de vorige poging minstens zo geloofwaardig zijn.

Motorblok op zoek

Het zogenaamde ‘motorblok’ is op zoek naar een partner. De combinatie van VVD, D66, CDA en een vierde partner, de wens van vooral Rutte, lijkt in de media zo vanzelfsprekend, dat andere combinaties eigenlijk niet serieus genoemd worden.

De combinatie van dit drietal met GroenLinks is nu reeds onderzocht. Dat bleek één brug te ver. Natuurlijk is D66 de partij die dit het meest betreurt. In een kabinet met VVD en CDA is het voor D66 namelijk uitkijken. Het vorige kabinet met die twee partijen was voor D66 geen succesnummer: alle D66 punten werden als het puntje bij paaltje kwam genegeerd, en D66 kreeg de schuld van guur rechts beleid waar de achterban zich onvoldoende in herkende. Na Balkenende II hield D66 3 zetels over.

Een herhaling daarvan is te vermijden door een linksere partner het kabinet in te trekken, die D66 enerzijds kan helpen met het afdwingen van nog enigszins progressief beleid, en verder als bliksemafleider kan functioneren. Niet voor niets doet Pechtold nadat Klaver zijn hielen lichtte nu een beroep op Roemer.

Lees verder Het motorblok uit elkaar

Moet D66 een coalitie met CDA en VVD wel willen?

“Wat Pechtold bij deze combinatie zal ‘winnen’ is naar ik vrees met name vrijwillige levensbeëindiging voor zijn eigen partij.”

Dinsdag begint het formatieproces. Uit de informatieronde blijkt dat VVD, CDA, D66 en GroenLinks het de moeite waard vinden om te kijken of zij tot een kabinet kunnen komen. Maar dat betekent niet dat dit kabinet er ook komt. De verschillen tussen de partijen zijn groot.

Alle ogen waren de laatste dagen gericht op GroenLinks. Diverse aanhangers van GroenLinks meenden dat Klaver deze pil maar beter niet zou moeten slikken, denkend aan het laatste kabinet, waarin de PvdA in de samenwerking met de VVD haar sociale gezicht totaal verloor, en ook haar steun in de samenleving zag verdampen.

Nu is GroenLinks een andere partij dan de PvdA. Mijn analyse is dat de fouten van de PvdA niet zomaar door GroenLinks gekopieerd zouden hoeven worden. Zoals bijvoorbeeld Merijn Oudenampsen aantoont: de PvdA is al sinds de jaren 90 in feite een neoliberale partij. Met ministers als Dijsselbloem en staatssecretarissen als Klijnsma zijn echt geen VVD’ers meer nodig om de partij naar rechts te trekken. GroenLinks heeft als partij veel meer fundamenteel idealisme in zich.

Valse veren

Toch deel ik de analyse van Karin Spaink en vele anderen dat Klaver maar beter af is als hij verder blijft bouwen aan zijn linkse beweging in plaats van te gaan regeren met CDA en VVD. Er is in de samenleving behoefte aan een alternatief voor het beleid van het neoliberale establishment enerzijds en het rechts populisme anderzijds. Die beweging is echter niet in één verkiezingscampagne gebouwd, en laten we eerlijk zijn: veertien zetels is voor een doorbraak echt niet meer dan slechts een beginnetje. Dat is niet gek, want GroenLinks heeft in het recente verleden veel te vaak gezwabberd om plotseling als messiaanse partij vertrouwd te worden.

En in hoeverre zijn de ambities van GroenLinks met CDA en VVD te realiseren? Dat lijkt maar zeer beperkt. Uit verschillende hoeken hoor ik nu de loftrompet steken over de plotselinge wedergeboorte van het GroenRechtse idee in VVD-kringen. De vraag is echter hoezeer die veren zouden moeten gaan glanzen met een puur grijze coalitiepartner als het CDA. Bovendien is de lobby achter de VVD nog altijd 100% gebaat bij de status quo van smerige energie. Daar heeft zelfs Ed Nijpels niets aan kunnen veranderen, dus waarom GroenLinks dan plotseling wel?

Nekslag

Daarbij is het zeer de vraag of de achterban van GroenLinks het gaat pikken dat de rekening van de klimaatcrisis net als die van de bankencrisis naar de onderkant van de samenleving wordt doorgeschoven. Mij lijkt van niet, en terecht. De sociale agenda inruilen voor een paar windmolentjes? Toch maar weer winst van die windmolentjes, zal er gesust worden. Maar het verzet tegen de sociale afbraak is andermaal gesmoord. En dat is mijns inziens veel erger dan dat die windmolentjes goed zijn. Want laten we eerlijk zijn (al is het vloeken in de kerk): het is belangrijk dat alle landen zich inspannen voor een beter klimaatbeleid, maar Nederland gaat echt het wereldwijde klimaat niet redden.

Regeren met zowel het CDA als de VVD zou voor de wedergeboorte van links elan kortom wel eens de nekslag kunnen betekenen. Korte termijnwinst leidt dan uiteindelijk tot lange-termijnverlies voor werkelijk ander beleid dan de neoliberale grijze agenda van de VVD.

D66 en het CDA?

Maar genoeg over GroenLinks: misschien is het veel interessanter eens te gaan kijken naar de positie van D66. Iedereen lijkt er namelijk vanuit te gaan dat Rutte’s wens voor een coalitie met D66 en het CDA zomaar ingewilligd zal worden. Maar ik kan mij eerlijk gezegd niet voorstellen waarom Alexander Pechtold zou moeten verlangen naar deze combinatie. D66 en het CDA konden voor twee middenpartijen feitelijk niet verder uit elkaar liggen.

Hoe moet D66 zich in een coalitie met VVD en CDA profileren? De overeenkomsten tussen de drie partijen zijn duidelijk: een sociaal economisch rechts beleid te voeren. In die zin is het te verwachten beleid een continuering van Rutte 2. Maar wat heeft D66 hieraan toe te voegen? Meer dan de te verwachten wens om justitie uit de handen van de VVD te rukken kan ik mij niet bedenken.

Typische D66-punten als vrijwillige levensbeëindiging en legalisatie van de achterdeur van de coffeeshop kan Pechtold met Buma aan tafel op zijn buik schrijven. Democratisering van de EU zal Buma ook blokkeren. Minder invloed van religie op het onderwijs? Vergeet het maar. En wat er overblijft van Pechtolds verzet tegen het populisme van Wilders? Als hij geflankeerd wordt door een partij die zich onlangs bekeerde tot het ‘rot op’-nationalisme aan de ene zijde, en aan de andere zijde een partij die de integratieproblemen wil oplossen door het gezamenlijk zingen van het volkslied, dan lijkt mij dat vrij helder: niets.

Pechtold zal zich daarbij wellicht nog kunnen herinneren hoe het zijn partij de laatste keer dat hij regeerde met VVD en CDA verging: de D66-inbreng werd toen het puntje bij paaltje kwam keihard geblokkeerd, en D66 viel bij de verkiezingen daarna terug naar drie zetels. Wat Pechtold bij deze combinatie zal ‘winnen’ is naar ik vrees met name vrijwillige levensbeëindiging voor zijn eigen partij.

Gezamenlijk belang

Als aan de huidige formatietafel één partij formatie baat heeft bij GroenLinks als partner, dan is het D66 wel. Het idee is dan dat Klaver dient om Buma een toontje lager te laten zingen, en de schuld te dragen voor al te rechts-conservatief beleid. Maar als het de komende dagen al té moeilijk wordt, dan kon het wel eens zo zijn dat D66 en GroenLinks een ander gezamenlijke doel gaan nastreven. Dat is Buma van de onderhandelingstafel weg te pesten, in plaats van Klaver. In het licht van het bovenstaande lijkt het mij namelijk vrij duidelijk dat het alternatief van regeren met VVD, CDA en de ChristenUnie voor D66 nog veel ongunstiger is.

Pechtold zou daarbij moeten beseffen dat hij feitelijk veel sterker staat dan Buma. Wanneer D66 van tafel wegloopt, dan kunnen VVD en CDA hoog springen en laag springen, een kabinet krijgen ze nooit meer rond. Tenzij ze Wilders aan tafel brengen. En Wilders heeft zichzelf bij iedereen totaal onmogelijk gemaakt: met name Buma moet nog dagelijks nachtmerries hebben over de resultaten van Bruin 1 voor zijn partij. Voor een kabinet zonder het CDA echter zijn er twee alternatieven:

Alternatieven zonder het CDA

Het eerste alternatief is een kabinet van VVD, D66 en GroenLinks, samen met de PvdA en de Partij voor de Dieren. De Dierenpartij heeft al aangegeven een combinatie met de VVD te willen overwegen. De PvdA moet nog even voor de vorm schuldbewust doen, maar heeft genoeg mensen in de gelederen die dolgraag weer willen regeren in plaats van met een paar zetels in de oppositie zichzelf te gaan zitten heruitvinden.

Het tweede alternatief lonkt als Roemer over zijn schaduw springt, en bereid is aan te schuiven in de plaats van Buma. Roemer zelf heeft bij de informatie aangegeven bereid te zijn dit te doen. Voor hem zal het pijnlijk worden zijn verkiezingsbelofte niet te gaan regeren met de VVD te moeten breken, maar daartegenover staat dat regeren voor de SP nu wel een keer tijd wordt, en met GroenLinks als partner kan de partij wellicht genoeg eisen stellen aan Rutte op sociaal terrein. Hogere uitkeringen zal er niet in zitten maar dat hoeft ook niet: fiscalisering van de ziektekostenpremie en het afschaffen van Klijnsma’s dwangmaatregelen in de bijstand doen financieel geen pijn, en vormen als het gaat om armoedebestrijding feitelijk een veel mooiere prijs om mee naar huis te nemen.

Werkelijke verandering in beleid

De eerste optie zal de voorkeur van Pechtold hebben, de tweede optie zal voor Klaver het meest gunstig uitpakken. Maar beide opties zijn voor zowel GroenLinks als D66 veel gerieflijker dan regeren met een 100% grijze en conservatieve partij als het CDA. Beide alternatieven vind ik dan ook een stuk geloofwaardiger als het gaat om verandering van beleid dan combinaties met het CDA.

Bij beide combinaties kan er veel meer geëist worden voor de Nederlandse agenda voor de EU, met een eis voor meer democratisering, en verzet tegen het blinde bezuinigingsbeleid. In de combinatie met de Partij voor de Dieren zal bij de VVD een veel fundamenteler klimaatbeleid afgedwongen kunnen worden. Met de SP kan vooral de sociale agenda aandacht krijgen, en kan worden gewerkt aan de reparatie van het vangnet.

Zulke veranderingen lijken mij belangrijk. Want de VVD mag dan 33 zetels hebben overgehouden, het kabinet Rutte II is niet voor niets met een enorme nederlaag van de helft van het aantal zetels weggestemd.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl en op Sargasso.nl.

Sjoerdsma, Karabulut, Westerveld

Vlak voor de verkiezingen licht Klokwerk graag 3 kandidaten van 3 partijen uit, en zet ze in het zonnetje.

Strategisch stemmen?

In mijn voorlaatste column gaf ik een overzicht van het politieke spectrum, en betoogde ik dat wie echt snakt naar verandering in de politiek, het best strategisch kan stemmen op GroenLinks of de SP.

Veel mensen reageerden daarop helemaal niet strategisch te willen stemmen. Strategisch stemmen lijkt deze verkiezingen een beetje ‘uit’. Dit heeft natuurlijk alles te maken met de vorige verkiezingen, waar veel mensen strategisch op de VVD en de PvdA stemden, om respectievelijk links en rechts uit de regering te houden. Daags na de verkiezingen bleek de rivaliteit tussen de beide partijen verdwenen als sneeuw voor de zon, en er volgde een kabinet waardoor naar mijn analyse vooral de linkse strategische stemmer het hardst genaaid werd. En dat terwijl een alternatief op links zeer goed mogelijk was geweest. Lees verder Sjoerdsma, Karabulut, Westerveld

Angst voor Islamisering

Islamisering is veruit het beste te bestrijden met een linkse agenda.

Ervaring met de islam

Mijn laatste artikel begon ik met een omschrijving van de woede van veel kiezers. Van sommige lezers kreeg ik de reactie: je bent in je omschrijving de angst voor de Islam vergeten. Dat was echter niet het geval. Ik wilde simpelweg omschrijven waar zowel linkse als rechtse kiezers zich het meest zorgen om maken. En dat is nu eenmaal niet de Islam.

Sommige lezers hebben mij toen, en ook eerder wel, toegebeten ‘een blinde vlek’ voor de problemen met de Islam te hebben. Dat verwijt werp ik verre van mij, en de mensen die mij kennen zullen weten waarom. In een opiniestuk in Trouw schrijft Jannah Loontjens:

“Sommigen zijn van mening dat linkse idealisten de problemen in migrantenwijken relativeren, omdat zijzelf toch nooit in die buurten komen. Maar ik heb de ervaring dat het omgekeerde waar is. Mensen die vreemdelingen vrezen, hebben vaak amper met immigranten te maken.”

Dit strookt ook vaak met mijn ervaring. Ik hang uit nieuwsgierigheid nogal vaak op PVV fora rond, daar krijg ik dan vaak te horen: je moet maar eens in Amsterdam West gaan kijken. Ik kan dan terugzeggen dat ik in de jaren 90 vijf jaar lang in Bos en Lommer gewoond, en tien jaar lang in de weekenden gewerkt heb tussen de gastarbeiders. Mijn discussiegenoten blijken dan vaak in een wit dorp te wonen, hun hele leven al.

Lees verder Angst voor Islamisering

Stemmen voor verandering

Stemmen voor echte verandering in Den Haag: hoe dan?

Woede naar het establishment

Er heerst woede onder veel kiezers. Er is steeds minder baanzekerheid, verhuizen is voor veel mensen onbetaalbaar en de woningmarkt zit op slot. Op de handen aan het bed in de zorg wordt flink bezuinigd, terwijl bestuurders in de zorg steeds meer verdienen.

Er is ook angst voor de veranderingen op het wereldtoneel. Angst voor de harde woorden uit Washington, Moskou en Ankara. Angst voor de oorlogen om Europa heen, die alleen maar lijken te zijn begonnen voor geld en macht, en voor de vele vluchtelingen die deze opleveren.

Er is terechte woede naar de Europese Unie, die maar niet weet te reageren op de bedreigingen van vandaag de dag. De Europese Unie, die als een autist het vernietigende bezuingingsbeleid blijft opleggen aan de lidstaten, ook al wordt de economische misère daar alleen maar groter van.

Mensen voelen zich verraden door politici in Den Haag en Brussel, die hun oren liever laten hangen naar financiële instellingen dan naar werknemers, en mensen in een afhankelijke positie. Verraden door politici die meer aan de inhoud van hun eigen zakken en die van hun vriendjes in het bedrijfsleven denken dan aan het belang van burgers.

Het is tijd voor verandering, toch? Zeker. Maar hoe? En met wie? We gaan de partijen af.

Een kabinet met de PVV?

Wilders profiteert van de bovengeschetste woede. Veel mensen zien in de PVV de partij die radicaal breekt met de zittende politiek.

Er zijn dan ook maar weinig partijen die met Wilders willen regeren. Als Wilders wil regeren, dan kan dat waarschijnlijk alleen maar in een kabinet met de VVD, en eventueel de SGP en de Ouderenpartij. Ik denk zelf echter dat Geert Wilders geen regering gaat willen vormen. Wat Wilders in ieder geval wil is zo groot mogelijk worden, want groot zijn betekent geld en invloed. Maar laten we eens kijken wat er zal gebeuren als de PVV bovengenoemd kabinet zou vormen:

Er vanuit zo’n kabinet strenge taal komen naar asielzoekers, naar allochtonen, en naar Brussel. Tot wezenlijk ander beleid zal het echter niet komen. Want de strengheid die Wilders en ook Rutte voorstaan, is in realiteit ofwel al lang staand beleid, ofwel in praktijk niet mogelijk zonder internationale verdragen af te zeggen. En zover zullen de partners van de PVV het niet laten komen.

Dit rechtse kabinet zal op economisch vlak en op het dossier Europa verder de VVD-lijn gaan volgen: bezuinigen, en zoveel mogelijk dwarsliggen in Brussel, zodat er uiteindelijk zo min mogelijk verandert. Dit is met name goed voor de bestuurlijke en financiële elite die deze wereld bestuurt, de natuurlijke belangengroep achter de VVD. Het rechtse geluid is daarmee een bliksemafleider voor het huidige beleid, om de collectieve sector uit te kleden ten gunste van de internationale handel.

In het geval van een rechts kabinet gaat er naar ik vrees dus niet veel veranderen in dit land. Wat Trump in de VS doet is het voorland van wat in Nederland zal gebeuren onder Wilders: de sociale zekerheid wordt versneld afgebroken ten gunste van het wild om zich heen graaiende grootkapitaal, terwijl de aandacht afgeleid wordt door relletjes met de media en over de ruggen van vluchtelingen.

Verder met de VVD

Maar wat wil de VVD? Rutte wil doorregeren, en heeft daarvoor zoveel mogelijk partijen nodig die net links of net rechts van hem zitten. Dat rechtse kabinet zoals boven geschetst zal Rutte waarschijnlijk minder goed bevallen, omdat hij niet zoveel zin zal hebben in het oplossen van alle relletjes die dat met zich mee zal brengen. Liever gaat Rutte verder op de manier waarop hij nu bezig is.

In dat geval dumpt hij de PVV na de verkiezingen, en probeert hij met partners die zo dicht mogelijk bij hem liggen een meerderheid te vormen. Denk dan in ieder geval aan het CDA en D66. Die combineert hij desnoods met de grootste winnaar op links, welke hij zo van de andere linkse partijen zal willen isoleren. Rutte III zal op die manier niet veel verschillen van Rutte II.

Het verraad van de PvdA

Interessant is de rol van de PvdA. Vorige keer won Samsom de linkse kiezer te elfder ure voor zich, toen hij één maand voor de verkiezingen alle winst voor de neus van Roemer weg wist weg te kapen.

De PvdA bleek voor de linkse kiezer echter een slechte kaart om op te wedden. Samsom zelf was na de verkiezingen van de aardkloot verdwenen, en zijn PvdA heette niet meer dan een minimale correctie op het neoliberalisme van Rutte. In praktijk was het zelfs nog erger: de PvdA vormde geen correctie maar een katalysator van het afbraakbeleid van de VVD. Bewindslieden als Dijsselbloem, Asscher en Klijnsma betekenden voor de linkse kiezer een nog grotere ramp dan de VVD zelf. Dijsselbloem draaide de Grieken de nek om. Asscher en Klijnsma veranderden de sociale zekerheid verder in een vernietigende bureaucratische moloch van dwang en strafboetes, en verhoogden de drempel tot de uitkeringen.

Verwonderlijk? Nee. Dit had de kiezer kunnen verwachten. Dit is namelijk sinds de jaren 90 altijd al de lijn geweest van de PvdA: steeds verder bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid, en slechts een correctie te willen zijn op een steeds voortdenderende neoliberale agenda van steeds verdere privatisering. Tijdens iedere regering met de PvdA is de bijstand strenger geworden, is het ontslagrecht verder uitgehold, is er meer geprivatiseerd, en meer bezuinigd op de zorg. Als de kiezer gedesillusioneerd is, en praat over ‘het verraad van links’, dan is dat de schuld van de PvdA.

Links wordt buiten de macht gehouden

Niet alleen op inhoudelijk vlak, ook op strategisch vlak is de PvdA buitengewoon schadelijk geweest voor linkse partijen. De PvdA heeft namelijk bewust altijd de andere linkse partijen van de macht weggehouden. Wouter Bos heeft in 2006 geen serieuze moeite gedaan een regering te vormen met de SP en andere partners: hij ging in een kabinet met het CDA en de ChristenUnie. Samsom heeft in 2012 een alternatief voor regeren met Rutte zelfs niet eens onderzocht, terwijl dat getalsmatig zeker mogelijk was, en een dergelijke coalitie wél had kunnen steunen op een meerderheid in de eerste kamer: het bleek het onderzoeken niet waard.

Het resultaat is dat GroenLinks en de SP de enige gevestigde partijen zijn die nooit hebben geregeerd. Alle andere gevestigde partijen hebben ooit op het pluche gezeten. Zelfs Wilders mocht een keer meedoen. Maar GroenLinks en de SP zijn altijd buiten de macht gehouden.

Een andere koers met de SP

Maar dat kan dit keer zomaar anders worden. De kans daarop is het grootst als de PvdA een nog hardere klap gaat krijgen dan nu wordt verwacht. Wanneer de PvdA zodoende geen rol van betekenis meer speelt, geeft dit kansen aan anderen. Dit kon wel eens de beslissende beweging worden tijdens deze verkiezingen: dat de twee grote outsiders in de politiek, de SP en GroenLinks, eindelijk de kans krijgen mee te regeren.

Wat willen de SP en GroenLinks? We kijken eerst naar Roemer. Zijn kansen op regeringsdeelname lijken nog klein. Maar hij heeft de troefkaart in handen dat hij zegt nooit zullen regeren met Rutte. Dit is voor hem een gerieflijke uitsluiting. Hij weet immers dat Rutte de SP zelf als laatste als partner zal uitkiezen om mee te regeren. Maar juist dat maakt dat een stem op Roemer de ultieme anti-Rutte stem, en dat kan voor veel kiezers uiteindelijk een aantrekkelijke optie blijken te zijn.

Klavers keuze

Maar om de SP te laten regeren in een kabinet zonder Rutte, is er voldoende ‘massa’ nodig om een centrum-linkse meerderheid te kunnen vormen. Het ziet er op dit moment naar uit dat een kabinet-met-Roemer alleen zou kunnen lukken met partners als GroenLinks, de PvdA (nog steeds), D66 en het CDA.

De vraag is of deze partijen na de verkiezingen liever zullen gaan regeren met Roemer (waarschijnlijk op de zijbank), of met Rutte (waarschijnlijk als premier). Jesse Klaver is de enige van de lijsttrekkers van die partijen die een coalitievoorkeur uitgesproken heeft. Hij wil na de verkiezingen met D66, de SP, en eventueel de restanten van de PvdA, een links blok vormen om daarmee te gaan onderhandelen met CDA en CU.

Dat gaat een harde kluif worden, want CDA en D66 zullen waarschijnlijk eerder kiezen voor Rutte dan voor de SP. Maar met voldoende stemmen zullen GroenLinks en de SP als blok het CDA en D66 kunnen dwingen een andere keuze te maken.

De sprong naar die positie is niet al te groot. Wanneer GroenLinks en de SP vanaf de huidige dertig zetels in de peilingen nog met tien zetels weten te groeien, vormen zij samen een blok waar voor een-meerderheid-zonder-Wilders niet omheen te werken is. Deze groei kan dan ten koste gaan van PvdA, en waar GroenLinks nog kan profiteren van de Partij voor de Dieren en Denk, profiteert de SP ten koste van 50+ en Wilders.

Een centrum-links kabinet

Wat voor beleid zal zo’n centrum links kabinet gaan voeren? Wat er uit zo’n mix van partijen gaat komen is altijd moeilijk te zeggen, maar laten we kijken naar waar de ambities van die partijen liggen.

GroenLinks en de SP zullen eisen dat het eigen risico in de zorg naar nul gaat, en de zorgpremie wordt gefiscaliseerd. Er komt geen nationaal zorgfonds, maar de marktwerking in de zorg wordt teruggedraaid en de macht van verzekeraars en bestuurders in de zorg wordt zwaar ingeperkt. Er komt een veel meer ontspannen beleid voor de bijstand, waarbij bezuinigd wordt op controleambtenaren, in plaats van op uitkeringsgerechtigden.

Daarbij zullen Klaver en Pechtold elkaar vinden als het gaat om belastinghervorming. Er komen hogere belastingen voor internationale ondernemingen, op vervuiling en voor grotere vermogens, en minder belasting op arbeid. Kolencentrales gaan sluiten, en de gaswinning gaat omlaag. Autorijden wordt duurder per kilometer, maar goedkoper in het bezit. Openbaar vervoer wordt gestimuleerd, en daardoor komen er minder files.

D66 zal daarbij haar winst willen pakken op de dossiers buitenland en Europa, maar daarin haar gemene deler moeten vinden met de SP. Het resultaat? In de EU zal eindelijk een heel ander geluid uit Nederland te horen zijn. In plaats van neoliberale hardliners die Nederland altijd naar Brussel stuurde, zal er een stem komen voor verregaande democratisering van de Europese Unie, en voor schuldensanering. Buitenlandse relaties worden met het oog op de mensenrechten opnieuw onder de loep genomen, en Nederland zal pleitbezorger worden voor het versneld van de olie en het gas afgaan van de EU, om meer onafhankelijk te worden van Rusland en het Midden Oosten.

Het CDA zal haar winst pakken in de vorm van douceurtjes voor gezinnen en de landbouw, en hervormingen van het softdrugsbeleid en het bijzonder onderwijs blokkeren. Feitelijk is zij de conservatieve rem op dit kabinet. Met de SP zal het CDA zich echter hard maken voor een beter armoedebeleid, met name voor ouderen. En alle partijen zullen de nadruk willen leggen op een inclusieve samenleving, als antwoord op het kabaal van Wilders. Dit kabinet zal dus waarschijnlijk ook duidelijk optreden tegen discriminatie.

Misschien ben ik wat rooskleurig nu, maar u begrijpt, na het hardvochtige beleid van steeds maar verder privatiseren en bezuinigen van het afgelopen kabinet, en eigenlijk alle kabinetten daarvoor sinds Paars, snak ik naar dit centrum-linkse en vooral progressieve kabinet. Het is tijd voor een nieuwe koers.

Strategisch stemmen voor verandering

De strategische kiezer die wil stemmen voor verandering, stemt dus niet op de PVV. Bent u economisch rechts, maar vindt u dat échte ondernemers en hardwerkende burgers beloond mogen worden in plaats van het luie grootkapitaal? Dan stemt u D66. De kans dat u daarmee een VVD regering steunt is dan weliswaar erg groot, maar dat wordt dan in ieder geval een regering zonder de PVV, en waarschijnlijk een stuk eerlijker dan de huidige regering. Want hoe economisch rechts D66 ook mag zijn, als het gaat om mensenrechten, justitie en eerlijke handel valt er op deze partij weinig aan te merken.

Voor de linkse kiezer is er meer keuze. Een stem op één van de vele kleintjes op links, op de Partij voor de Dieren, Artikel 1 of Denk, gaat echter helaas niets veranderen aan hoe dit land geregeerd wordt. En een stem op de PvdA was en is naar ik vrees een stem op het neoliberale beleid van de VVD. Deze verkiezingen zet ik daarom graag in op SP of GroenLinks. Want het is tijd voor een nieuwe koers.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl en op Joop.nl.

Weg met de Zorgverzekeraars?

De SP en het comité Nationaal Zorgfonds koppelen een hele hoop punten aan hun voorstel die er feitelijk niet zoveel mee te maken hebben, en die ook zonder een reorganisatie te behalen zouden zijn. Makkelijker zelfs.

De SP en het comité Nationaal ZorgFonds pleiten voor het afschaffen van de zorgverzekeraars en het oprichten van een nationaal zorgfonds. Maar is zo een ingrijpende reorganisatie in het zorgstelsel wel nodig?

Geloof in marktwerking
Het blinde geloof in marktwerking, althans de altijd helende kracht daarvan, is een hardnekkige ziekte in de Nederlandse politiek. Met name voor de VVD en D66 is marktwerking nog steeds het toverwoord als oplossing voor alle kwalen.

De SP hangt echter de tegengestelde religie aan. Vandaar dat de SP al een tijdje terug voorstelde de zorgverzekeraars te collectiviseren, en onder te brengen onder één overheidsorgaan. De centrale gedachte hierachter is dat ‘de zorg geen markt’ is, en dat zorgverzekeraars niet op patiënten horen te verdienen.

Het plan krijgt steun van veel artsen, en het comité Nationaal Zorgfonds haalde inmiddels meer dan honderdduizend handtekeningen op. Volgens een enquête ziet 60 procent van de kiezers het idee wel zitten. Een reden te meer voor de SP om aan te kondigen hier de komende campagne flink op in te zetten, en het ook weer terug te laten keren tijdens de algemene beschouwingen. We zullen het idee de komende tijd dus zeker nog wel eens horen noemen.

De zorg is geen markt
Veel mensen zien het voorstel zitten, omdat zij menen dat er geen winst gemaakt mag worden op de Zorg. Zij zijn kwaad op het idee dat Zorgverzekeraars dividend uit zouden keren aan hun aandeelhouders, die rijk worden over de ruggen van zieke mensen. Wat zij echter niet weten, is dat Zorgverzekeraars nu al geen winst uitkeren aan aandeelhouders. Dat hebben zij onderling afgesproken, en bovendien heeft de politiek dat voor een aantal jaren ook afgedwongen. Er is bovendien een voorstel in de maak om dit permanent af te dwingen. Een goede zaak lijkt mij. Maar er was dus geen reorganisatie voor nodig om dit te regelen.

Verdienmodel
Misschien vragen lezers zich nu af: als een Zorgverzekeraar geen winst mag uitkeren, wat is dan het belang voor de zorgverzekeraar? Wat is het verdienmodel? Om dat de begrijpen moeten we iets meer weten van grote organisaties.

Grote organisaties bestaan voor een groot deel voor het salaris dat ze uitkeren. Op zich is dat niet verkeerd: werk mag beloond worden. Maar om het allemaal redelijk te houden moet er dan wel sprake zijn van een redelijk loongebouw. En daar valt nog veel op te winnen, want zorgverzekeraars kennen een waterhoofd aan management en keren astronomisch hoge salarissen uit aan de top.

Verder hebben de Zorgverzekeraars veel meer geld in kas dan wettelijk is vereist. Waarom is dit gunstig? Omdat de zorgverzekeraar meer winst genereert als speculatiemaatschappij dan als Zorgverzekeraar. Kapitaal rendeert, als het goed wordt belegd in ieder geval.

De zorgverzekeraar heeft dus een belang in de hoge salarissen aan vooral de top van het loongebouw, en het hoog houden van het rendement, ook als dat laatste wordt bereikt door het niet-spenderen van het geld aan zorg, maar het onderhouden van een hoge algemene reserve. En daar zit het probleem. En dit is wat de SP en het comité Nationaal Zorgfonds willen aanpakken door te collectiviseren.

Meer winstpunten
Daarnaast geven zij meerdere redenen aan. Volgens hen betekent het onderbrengen van de activiteiten van zorgverzekeraars bij een overheidskantoor een grote besparing op de bureaucratie. Artsen en andere zorgverleners krijgen de zeggenschap terug over wat voorgeschreven wordt, patiënten mogen niet meer worden geweigerd, er komt een breder basispakket, en wordt er bezuinigd op reclamekosten en verplichte reserves. Bovendien houdt het plan ook in dat het (verplicht) eigen risico wordt afgeschaft, waardoor mensen minder zorg gaan mijden. De patiënt mag geen boete krijgen op ziek zijn, en de volksgezondheid wordt hierdoor sterk verbeterd. Doordat mensen eerder behandeld worden, vallen de totale behandelkosten wellicht zelfs eerder lager uit dan hoger zonder eigen risico.

Met dit voorstel wordt de zorg kortom toegankelijker, breder en goedkoper. Dat klinkt goed. Maar moeten we daarvoor een Nationaal Zorgfonds oprichten, en is een Nationaal Zorgfonds ook een garantie dat al die bovenstaande winstpunten behaald worden?

De macht van de arts
Laten we eens beginnen met het punt dat artsen en andere zorgverleners de zeggenschap zouden “terugkrijgen”. Het probleem is: die zeggenschap hebben zij nu al in hoge mate. Dit kan verbeterd worden, maar daarvoor hoeven de commerciële zorgbedrijven per se niet samengevoegd en onder de overheidsparaplu geparkeerd te worden. Want andersom is het zo, dat ook een nationaal zorgfonds net zo goed de fout kan maken om teveel op de stoel van de arts te gaan zitten.

Het geven van meer macht aan de arts kan dus wetmatig geregeld worden, zonder dat daar een grote reorganisatie als een collectivisering voor nodig is. Misschien is het zelfs wel veiliger de macht bij de arts terug te leggen zonder Nationaal Zorgfonds, zodat de overheid ook niet in de verleiding komt die macht weer terug te nemen in tijden van bezuinigingen.

Keuze, bureaucratie en het eigen risico
En dit geldt ook voor vrije keuze voor zorgverleners en een verbreding van het basispakket. Dit zijn dingen die prima en vrij simpel wetmatig te regelen zijn. Het verbod voor zorgverzekeraars om mensen te weigeren op basis van leeftijd of zorgverleden, is bijvoorbeeld nu al van kracht. En het basispakket is de afgelopen jaren alleen maar uitgekleed, maar het kan ook verbreed worden. De politiek kan al deze zaken kortom zonder problemen wetmatig regelen, zonder daarvoor grote reorganisatie van het hele zorgstelsel te beginnen.

En dat geldt ook voor het afschaffen van het verplichte eigen risico. Dat verplichte eigen risico is de afgelopen jaren steeds weer omhoog gegaan. Maar dat is een politieke keuze, en heeft met de vraag wie administreert, zorgverzekeraars of een zorgfonds, niet zoveel te maken.

En dan verder de bureaucratie: zorgverzekeraars vragen steeds meer te administreren en vooral uren te verantwoorden. Maar dat is een fout die een Nationaal Zorgfonds ook kan maken. Kijk maar naar het UWV en de sociale diensten: die overheidsdiensten zijn bepaald niet gespeend van de administratieziekte, integendeel.
De SP en het comité Nationaal Zorgfonds koppelen kortom dus een hele hoop punten aan hun voorstel die er feitelijk niet zoveel mee te maken hebben, en die ook zonder een reorganisatie te behalen zouden zijn. En makkelijker.

Het UWV van de Zorg?
Het enige échte voordeel van het SP-voorstel dat ik zie, is dat er geen geld meer verspild zou hoeven worden aan reclame voor zorgverzekeraars. Maar hier komt gelijk ook hét grote gevaar van het SP-voorstel om de hoek kijken: de keuzevrijheid voor de zorgverzekeraar wordt opgegeven. En dat kan met een disfunctionerend en arrogant overheidsorgaan uiteindelijk verdomd vervelend worden. Volgens mij zit namelijk niemand te wachten op een ‘UWV van de Zorg’, met een site die net zo goed werkt als werk.nl.

Naar mijn idee is ook dit voordeel veel simpeler te bereiken, zonder daarvoor heel zorgland overhoop te trekken: de overheid zou kunnen bepalen dat zorgverzekeraars geen reclame meer mogen maken, en dat klanten alleen nog maar kunnen kiezen via onafhankelijke vergelijkingssites, die ook maar een beperkte vaste marge per overstapper zouden mogen maken.

Een dure grap?
Maar belangrijker is de besparing die de SP voorziet. Rekent de partij zich niet onterecht rijk? Er zijn in Nederland vier zorgverzekeraars die samen vrijwel de hele markt in handen hebben. Het schaalvoordeel waar de SP het over heeft is daarmee gering.

De SP wil de collectivisering aangrijpen om de Europese eisen aan reserves van zorgverzekeraars te omzeilen, en deze inboeken als eenmalige meevaller. Dat is natuurlijk echter eenmalig, en mij lijkt het dat deze meevaller hard nodig is, want een ingrijpende reorganisatie van het zorgstelsel zal naast chaos zeer hoge kosten met zich meebrengen. En waarvoor? Heel veel van de zaken die de SP bepleit zijn werkelijk prachtig, en zouden wat mij betreft meteen wettelijk geregeld mogen worden. Maar daar is zoals gezegd geen reorganisatie voor nodig.

Veel makkelijker
Het voorstel van de SP en het comité Nationaal Zorgfonds is kortom sympathiek, maar de voordelen van dit voorstel zijn naar ik meen veel simpeler zeker te stellen, met veel minder risico, en veel goedkoper. Ik denk dan aan de volgende maatregelen:

1. Afschaffen van het eigen risico: niet de patiënt maar de arts en de financier houden de kosten in de gaten (dit punt wordt door meerdere partijen in de verkiezingsprogramma’s voorgesteld).
2. Een sterke verbreding van het basispakket, waarmee de solidariteit weer meer in het stelsel komt.
3. Een salarisplafond voor zorgverzekeraars, en een afgedwongen eerlijke verdeling in het loongebouw (geen management-waterhoofd).
4. Naast een minimale reserve komt er ook een maximale reserve voor zorgverzekeraars, zodat premies ook echt voor de Zorg worden aangewend, en de zorgverzekeraars niet voor speculatiemaatschappij gaan spelen.
5. Een verbod op het maken van reclame door een zorgverzekeraar. Klanten mogen enkel kiezen via vergelijkingssites, die verplicht zijn informatie over alle zorgverzekeraars op te nemen, en neutraal te presenteren.

Dit zijn allemaal voorstellen die een volgend kabinet binnen een jaar kan realiseren, op voorwaarde dat de VVD dan niet in het kabinet zit, want met name deze partij streeft al jaren precies het tegengestelde na. Er is voor bovenstaande maatregelen echter enorme reorganisatie nodig, terwijl alle wensen van de SP worden ingewilligd. En bovendien is het veel makkelijker om voor dit lijstje politiek draagvlak te kweken.

Fiscaliseren
Daarbij zou ik nog een zesde punt willen voorstellen, dat in de vergezichten van de SP en het comité Nationaal Zorgfonds helaas (nog) niet voorkomt: de zorgpremie zou geheel of in ieder geval voor een veel groter gedeelte dan nu via de belastingen opgebracht moeten worden (nu is dat gedeeltelijk het geval). GroenLinks doet in haar verkiezingsprogramma en eerder wel voorstellen daartoe.

De zorgtoeslag kan met zo’n forse verlaging verdwijnen, en zo verdwijnt ook een enorme hoop bureaucratie van overheidswege, waardoor nu heel veel mensen in de problemen komen. Het aantal mensen dat ondanks de zorgtoeslag de zorgpremie niet kan betalen (of gewoon domweg niet betaalt) is de afgelopen jaren namelijk dramatisch gestegen, en dit draagt bij aan de toch al volledig uit de klauwen lopende schuldenproblematiek in dit land. Daarbij is het niets dan zinloos rondpompen van geld. Als de overheid de zorg uit belastinggeld financiert, is die administratieve draak in één keer verdwenen.

Idealen en praktijk
Laat ik helder zijn: als de zorg momenteel via een Zorgfonds geregeld zou zijn, zou ik ook zeker geen privatisering bepleiten. Het SP-geloof achter dit voorstel: de overheid doet het altijd beter dan de markt, is uiteindelijk net zo onzinnig als de omgekeerde stelling. Dergelijke reorganisaties zijn ideologisch ingegeven, terwijl de winstpunten veel makkelijker te organiseren zijn. Overheidsorganen zijn niet per se beter dan commerciële organen en vice versa. Het zit hem in de regels en beperkingen die beide krijgen opgelegd.

Het voorstel van de SP is zeker sympathiek, maar andere partijen zullen zich hier niet aan willen branden. En of de SP zelf ook daadwerkelijk de verantwoordelijkheid voor een dergelijke reorganisatie aan zou durven in een eventueel eerste SP-kabinet, vraag ik mij eerlijk gezegd sterk af. Het zou mij dan ook niets verbazen als de SP al lang heeft ingecalculeerd dat dit voorstel de onderhandelingen voor een SP-kabinet sowieso niet zullen overleven. Laten we dan maar hopen dat de SP en andere partijen de goede punten van dit voorstel niet zullen vergeten, en begrijpen dat die winstpunten ook veel eenvoudiger gerealiseerd kunnen worden. Want het zorgstelsel kan inderdaad veel en veel beter.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Etnisch profileren: een groot probleem

Etnisch profileren door politieagenten is nog veel structureler dan gedacht. Dat blijkt uit een onderzoek van Brandpunt naar interne politierapporten. De korpsen hebben grote moeite het probleem aan te pakken: de agenten zelf willen niet. Toch is het ondanks de weerstand heel belangrijk dat dit voortvarend wordt aangepakt.

Lees verder Etnisch profileren: een groot probleem

Laffe paniekzaaierij over pensioenen

“Klijnsma heeft onze pensioenpotten aan Europa verraden! Al ons spaargeld verdwijnt binnenkort naar het buitenland, en dat in een proces van één dag!”

Met dit soort gejank wierpen de bloedhonden van GeenStijl zich daags na de Brexit op de voor hen kennelijk onbegrijpelijke Europese pensioenrchtlijn. Vele rechtse blogjes volgden. Maar ook het CDA voert een soortgelijke campagne, en de SP doet vrolijk mee. Veel van mijn linkse vrienden trappen erin en delen de klacht op de sociale media. Maar wat is er aan de hand?

De klachten

De klachten zijn helder. Onze pensioenen worden aan Europa verkocht. In een dreigende richtlijn wordt bepaald dat onze pensioenen de markt opgegooid worden. Deze richtlijn, die zonder enige aankondiging uit de donkerste krochten van de EU werd opgeboerd, werd slinks op de dag dat iedereen vol was van Brexit naar de kamer gestuurd: binnen één dag beslissen aub, tekenen bij het kruisje.

De eurofiele makke schapen van VVD, PvdA, GroenLinks en D66, die stemden natuurlijk weer braaf voor. Maar CDA, PVV en SP komen als vanouds weer op voor uw belangen, en voeren nu campagne op de sociale media. Te laat natuurlijk, maar het is belangrijk dat u weet door wie u verraden wordt: er komen immers verkiezingen aan volgend jaar.

Lees verder Laffe paniekzaaierij over pensioenen

Negatieve inkomstenbelasting: beter dan een basisinkomen?

Een negatieve inkomensbelasting kan voordelen van een basisinkomen combineren met voordelen van ons huidige sociale stelsel

Ieder mens heeft recht op het bestaansminimum. Geen enkel mens zou honger moeten lijden, zich zorgen moeten maken om onderdak, of met onbetaalde rekeningen moeten zitten omdat het geld er gewoon niet is. Als dit niet goed geregeld is, dan is dat niet alleen slecht voor deze mensen zelf, het jaagt ook de samenleving op kosten. Want armoede kost geld. Daar zal in Nederland anno nu misschien niet iedereen het mee eens zijn, maar de overgrote meerderheid wel. En toch krijgen we het in onze welvaartsstaat niet voor elkaar.

Lees verder Negatieve inkomstenbelasting: beter dan een basisinkomen?

Het basisinkomen is aan de winnende hand

Het basisinkomen is geen ‘zomerzotheid’ zoals oud-minister Willem Vermeend en econoom Rick van der Ploeg in de Telegraaf beweren.

Afgelopen weekend verscheen in de Telegraaf een column van de lakeien van het ‘ancien regime’, Vermeend en van der Ploeg. Zij meenden het klootjesvolk in de Telegraaf te moeten waarschuwen voor de discussie over ‘het basisinkomen’, dat zij af probeerden te doen als ‘zomerzotheid’.

Ouder dan deze zomer
De discussie die momenteel gevoerd wordt over het basisinkomen is echter al wat ouder dan deze zomer. In Zwitserland werd in 2013 besloten tot het houden van een referendum over het basisinkomen. In datzelfde jaar organiseerden verschillende organisaties, in Nederland de vereniging voor het Basisinkomen, een petitie voor een Europees burgerinitiatief, dat uiteindelijk de benodigde hoeveelheid stemmen niet haalde. Maar in de zomer van 2013 besteedde weblog Sargasso.nl er daarom wel een uitgebreide serie aan. In de herfst van 2013 pakte de Correspondent het stokje over en creëerde een social-mediahype rond het basisinkomen.

Vervolgens werden in 2014 op de congressen van drie partijen, D66, de PvdA en GroenLinks, moties aangenomen voor onderzoeken naar een basisinkomen. In januari schaarde de landelijke fractie van GroenLinks zich deels achter deze beweging van onderop, door op te roepen tot een plichtenvrije bijstand als mogelijke eerste stap. Inmiddels wordt daar in 47 gemeenten serieus over nagedacht, of zijn er al vergevorderde plannen voor experimenten daarmee.

Haaks op het beleid van Rutte II
Dat is wel wat anders dan zomaar wat ‘zomerzotheid’. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Het antwoord wordt impliciet in het geschrift van Vermeend en van der Ploeg gegeven: het basisinkomen staat als gedachte haaks op het zogenaamde ‘activeringsbeleid’ van Rutte II. En het is juist dat beleid dat volkomen failliet is.

De huidige bijstand is namelijk een gedrocht van zinloze controles die buitengewoon veel geld aan administratie kosten, alleen maar om mensen te dwingen te zoeken naar banen die er niet zijn. Het boetesysteem dat dit kabinet invoerde is daarbij niet alleen volledige willekeur, het jaagt de kostbare armoedeproblematiek aan, en is zodoende een schijnbezuiniging. Het feit dat wie tijdelijk wat verdient in de bijstand door de ambtelijke molen wordt gehaald en alles moet terugbetalen zorgt er bovendien voor dat je als bijstandsgerechtigde maar beter op de bank kan blijven zitten als je niet in de moeilijkheden wil komen. De verplichte trajecten tenslotte kosten banen.

Naast geldverspilling vormt de huidige bijstand een systeem van mensonwaardige bureaucratie. Dat moet en kan anders, en het is niet gek dat dit in gemeenten het eerst gevoeld wordt. Zij zijn immers belast met de uitvoering van die waanzin van Asscher en Klijnsma, en zien zich als eerste geconfronteerd met de zinloosheid ervan, alsmede met de hoge kosten aan collateral damage.

Halve waarheden en verdraaiingen van feiten
Door het verkondigen van halve waarheden en verdraaiingen van de feiten proberen Vermeend en van der Ploeg de Telegraaflezer er echter van te verzekeren dat ze zichzelf vooral niets in hun hoofd moeten halen. Om te beginnen de pathetische poging de hele discussie af te doen als een zomerhype. Daarnaast stellen ze dat bij de experimenten met het basisinkomen niet meer gecontroleerd zal worden op zwart werk. Onzin. Overigens is zwart werk juist een stuk minder aantrekkelijk voor mensen die niet alles hoeven in te leveren als ze opgeven wat ze bijverdienen, dus zal het sowieso eerder minder dan meer voorkomen.

Ook de bewering dat mensen in de experimenten concurrentievervalsing vormen hoeft niet waar te zijn: in veel van de proeven mogen de proefpersonen niet alles houden. Het zou dan ook geen rechtvaardige proef met een basisinkomen zijn, want met een ‘echt’ basisinkomen zouden mensen ook onder een zwaarder belastingregime vallen. Ook GroenLinks merkt in haar manifest op dat mensen met een plichtenvrije bijstand niet alles zouden mogen houden: in ieder geval ligt er een plafond bij het minimumloon.

Vervolgens wordt in het stuk de SP opgevoerd als bondgenoot, die vreest dat het basisinkomen zal dienen als hefboom voor een verdere afbraak van andere uitkeringen. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. De angst dat met de gemeentelijke proeven de toeslagen zullen verdwijnen lijkt in ieder geval ongegrond, want de gemeenten gaan helemaal niet over toeslagen. Daarbij is de SP alles behalve fan van het ‘activerende’ beleid voor de bijstand van Rutte II, dat Vermeend en van der Ploeg in hun stuk verdedigen.

Paniekvoetbal
Tenslotte komen van der Ploeg en Vermeend parmantig met een paar ‘rekensommen’ die werkelijk te lachwekkend voor woorden zijn. Over de experimenten met een plichtenvrije bijstand plotseling geen woord meer, ze gaan hier uit van het ‘pure’ basisinkomen, en dreigen de werkende Telegraaflezer met een verhoging van de belastingdruk van 25%, terwijl ze verzwijgen dat dit geld via het basisinkomen ook weer bij hen terug komt.

Het hele stuk van Vermeend en van der Ploeg leest als een staaltje paniekvoetbal, en is met name een teken dat de voorstanders van een fundamentele verandering in de sociale zekerheid aan de winnende hand zijn. De reacties onder het artikel zijn dan ook duidelijk in een overtuigende meerderheid steunbetuigingen voor het basisinkomen. En dat is maar goed ook, want om het sociale stelsel weer uitvoerbaar en betaalbaar te maken, prikkelend, en een betrouwbaar vangnet bovendien, zal er een volledig andere route gekozen moeten worden dan Rutte II nu bewandelt.

De uitkomsten en het vervolg
De uitkomsten van de experimenten met het basisinkomen staan vooraf eigenlijk al vast. Natuurlijk leidt het geven van vrijheid en het belonen van mensen tot meer economische activiteit, met als bonus meer levensgeluk en een betere gezondheid. Dat is nu al tientallen malen bewezen. Het afschaffen van zinloze bureaucratie is daarbij een stuk goedkoper dan het volhouden.

De grote uitdaging is de volgende stap: het openstellen van de nieuwe bijstand voor ieder zonder voldoende inkomen, ongeacht de reden. Leidt dit ertoe dat mensen massaal hun baan opzeggen? Alle tekenen wijzen de andere kant op. In ieder geval is het een heel effectieve methode om armoede te bestrijden, en dat levert veel winst op. Maar onderzoek hiernaar is daarmee pas echt de lakmoesproef voor een andere vorm van sociale zekerheid.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl

Basisinkomen is budgetneutraal en prikkelend

Het basisinkomen wint aan populariteit door het failliet van het huidige sociale systeem.

In de Volkskrant van 19 mei 2015 schrijft hoogleraar aan de VU Raymond Gradus dat het basisinkomen veel te duur en niet solidair zou zijn. Op dit artikel verschenen vervolgens al twee tegenartikelen waarin de voordelen van het basisinkomen worden bezongen, waarin helaas niet op Gradus’ argumenten wordt in te gaan. Dat schiet dus niet op zo met die inhoudelijke discussie. Het lijkt me niet slecht in te gaan op de argumentatie van Gradus zelf. Deze verraadt namelijk mijns inziens vooral dat hij de discussie niet goed heeft gevolgd. Lees verder Basisinkomen is budgetneutraal en prikkelend

Jesse Klaver en de achilleshiel van de VVD

Hoe Jesse Klaver kansen om het gedachtegoed van de VVD in de kern aan te vallen laat lopen.

Jesse Klaver wist als nieuwe leider van GroenLinks vorige week de media te halen met een paar opmerkelijke uitspraken. Zo wil hij af van het economisme en het ideaal van de kleine overheid. Daarmee lijkt hij zich vooral fundamenteel af te zetten tegen het marktdenken van de VVD. Maar is die aanval wel goed gericht?

Economisme
In zijn speech bij het aanvaarden van het fractievoorzitterschap zette Klaver zich af tegen de neiging alles in geld uit te drukken, en stelde dat hierdoor de bijdrage aan ‘hogere waarden’ onbesproken blijft.

Als voorbeelden geeft hij onder meer de opmerking dat windmolens te duur zouden zijn, en belastingverlaging voor bedrijven om ze te verleiden in Nederland te komen. Hiermee zouden dan het milieu, de nationale veiligheid en de solidariteit onder druk worden gezet.

So far so good. Maar het probleem hiermee lijkt mij niet zozeer dat er gerekend wordt. Het probleem is dat verschillende bredere effecten en lange termijneffecten in de som niet worden opgenomen.

Liever dan een idealistisch verhaal dat niet alles in geld is uit te drukken – alles van waarde is weerloos – had ik daarom graag een frontale aanval gezien van Klaver op zijn concurrenten, met het verwijt dat zij uiteindelijk niet kunnen rekenen. Zij doen zich zuinig voor, maar via een omweg krijgen de burger en de samenleving de rekening toch wel gepresenteerd. De schijnzuinigheid van Rutte.

Dit verhaal had Klaver dan kunnen koppelen aan het door GroenLinks zo gewenste vergroening van het belastingstelsel en collectieve belastingafspraken binnen de EU.

De Kleinere Overheid
Een paar dagen later stelde Klaver in een interview met de Volkskrant af te willen van het dogma van een kleine overheid. Daarmee bedoelde hij dat de overheid strenger zou moeten ingrijpen in het bankwezen, in de bonuscultuur en bij belastingontduiking van multinationals. Ook wil hij in sommige gevallen meer collectieve voorzieningen, in plaats van meer privatisering.

Hiermee heeft hij een aantrekkelijke boodschap voor linkse kiezers. Maar het is ook weer een gemiste kans om de VVD aan te spreken. Want die ‘kleine overheid’ van de VVD is in werkelijkheid helemaal niet zo klein.

De VVD wil meer aan bedrijven en burgers overlaten, zodat op de overheid bezuinigd kan worden. Maar hoe die bedrijven en burgers zich vervolgens dienen te gedragen, dat wordt door die zogenaamde terugtrekkende overheid tot in de puntjes beschreven. Van bijstand tot zorgverleners, van WIA tot woningmarkt, de regeldiarree die de VVD de afgelopen decennia over het land uitstortte is ongekend.

Daarbij moeten die regels ook nog eens streng worden gehandhaafd. Van de fraudewet tot het OV: Rutte is kampioen boetes opleggen, met als gevolg dat het aantal huishoudens met financiële problemen schrikbarend stijgt.

En tenslotte wil die ‘kleine overheid’ voor die handhaving ook nog eens alles van u en mij weten. In een groeiende informatiecultuur zouden er regels moeten komen ter beperking van data-opslag. Dit kabinet blinkt echter juist uit in het aanleggen van databanken en dossiers van burgers, en het verplichten van bedrijven om nog meer informatie op te slaan.

De kleine overheid van de VVD is kortom een zuinige overheid, maar daarnaast ook een bijzonder bemoeizuchtige overheid. In plaats van een nachtwakersstaat ontstaat een Orwelliaanse samenleving.

Op al deze punten lijkt een terughoudende overheid mij een bijzonder aantrekkelijk alternatief. Een overheid die minder regels oplegt aan burgers, en daardoor minder hoeft te handhaven, en minder hoeft te weten.

Dit verhaal had Klaver dan kunnen koppelen aan de onlangs door GroenLinks voorgestelde regelvrije bijstand. Hij had het ook kunnen koppelen aan het feit dat GroenLinks één van de weinige partijen is die zich druk maken over privacy.

Politiek
Volgens Peter Kanne in de Volkskrant van 13 mei heeft Klaver de potentie om Links weer op de kaart te zetten door zijn felheid en zijn scherpe sociaal-economische verhaal. Ik zelf denk dat het vooral aan zijn felheid zal liggen, want dat scherpe sociaal-economische verhaal komt bij Klaver maar mager naar voren.

Maar misschien was dit verhaal voor kiezers altijd gewoon te ingewikkeld. Bovendien, laten we het eerlijk toegeven, GroenLinks wist dit verhaal zelf ook altijd maar weinig overtuigend samen te vatten, laat staan handen en voeten te geven.

In dat geval is Klavers keuze voor de toon in het debat een handige zet. Sinds zijn aantreden zit GroenLinks in de peilingen flink in de lift. Maar wat ik van zijn GroenLinks verwacht is uiteindelijk veel meer dan het afstand nemen van rendementsdenken en de roep voor een grotere overheid. Want aan één SP hebben we al meer dan genoeg.

dit artikel verscheen eerder op Joop.nl

Wie bezuinigt het best?

De overheid probeert geld te besparen door de bijstand steeds strenger te maken. GroenLinks pleit daarentegen sinds kort juist voor een bijstand zonder verplichtingen. Wie bezuinigt het best? Een vergelijking.

Als alternatief voor ons huidige sociale stelsel wint het idee van een basisinkomen de laatste tijd sterk aan populariteit. De rage begint nu ook door te dringen tot de gevestigde politieke partijen. De congressen van zowel GroenLinks, PvdA als D66 riepen al op tot het nemen van proeven met het basisinkomen. GroenLinks is daarvan de eerste partij waarvan het kader dit oppakt, en deze discussie om weet te zetten in een concreet politiek voorstel.

De partij stelde onlangs voor te experimenteren met een “bijstand zonder verplichtingen“. Zelfs bij de sollicitatieplicht worden vraagtekens gesteld. Het idee is dat de verplichtingen voor bijstandsgerechtigden geen banen scheppen en mensen dus ook niet aan het werk helpen. Wel levert het controleren daarop heel veel kosten en ellende op.

GroenLinks stelt voor om in plaats daarvan mensen die naast een uitkering werken te belonen, door hen een deel van de verdiensten laten houden.  Bij zijn presentatie van dit idee merkte Bram van Ojik op dat dit wat hem betreft een eerste stap zou kunnen zijn richting een basisinkomen.

Is dit voorstel een realistische optie? De politieke realiteit is precies omgekeerd. Wie naast een bijstandsuitkering werkt moet alles inleveren, en het kabinet en verschillende gemeentes proberen juist geld te besparen door de bijstand strenger te maken. Wat is wijsheid?

Hoeveel is zestien miljoen?

Om deze vraag te beantwoorden nemen we als voorbeeld de gemeente Rotterdam. Deze gemeente heeft in 2014 op de bijstand 16 miljoen euro bespaard, juichte wethouder Maarten Struijvenberg afgelopen maand in de media.

Zestien miljoen, dat klinkt als een heel bedrag. Als we de begroting van Rotterdam van 2014 er echter bijpakken, dan zien we dat de totale kosten van alle uitkeringen die de stad uitdeelt 649 miljoen bedragen. Daarnaast wordt nog eens 120 miljoen uitgegeven aan re-integratiebedrijven en verplichte werktrajecten.

Op zo een begroting is zestien miljoen euro plotseling erg weinig. Daarbij is het nog maar de helft van wat Rotterdam op dit dossier tekort komt. Verder kampt de sociale dienst in Rotterdam met grote administratieachterstanden, zodat mensen die recht hebben op inkomensondersteuning deze vaak maanden niet krijgen.

Het is dus bepaald niet alles rozengeur en maneschijn in Rotterdam. Belangrijker: waar komt die bezuiniging eigenlijk vandaan?

Fraude of geen fraude?

De gemeente Rotterdam meldt dat bezuinigd werd op drie punten.

Ten eerste door de aanpak van fraude. 6,6 miljoen euro wordt bij fraudeurs teruggevorderd. Het lijkt me dat daar maar heel weinig mensen tegen zullen zijn.

Ten tweede meldt het artikel: “Verder kregen zo’n 1.800 Rotterdammers een boete omdat ze willens en wetens niet de juiste informatie hadden doorgegeven over de hoogte van of het recht op hun uitkering. Hierbij werd in totaal voor 3,6 miljoen euro aan boetes opgelegd.”

Dit ‘willens en wetens’ is nogal vaag. De bijstand is administratief enorm ingewikkeld. Fouten zijn daarbij snel gemaakt. De ombudsman trok over deze boetecultuur al een keer flink aan de bel: de fraudewet verhoogt de pakkans voor echte fraudeurs niet, en pakt goedwillende burgers onterecht aan als criminelen, was zijn conclusie.

Maar er is meer. Het artikel meldt nog een derde bron van inkomsten: “Ook werd bij ruim 2.000 Rotterdamse uitkeringstrekkers een zogenaamde maatregel getroffen. Hierbij werd er gekort op de uitkering. Deze maatregel werd ingezet omdat mensen hun afspraken niet nakwamen of onvoldoende solliciteerden.”

Wat rekenwerk leert ons dat dit om een bedrag van 5,8 miljoen moet gaan.

Schuldenproblematiek

5,8 miljoen besparen op mensen die volgens de sociale dienst niet hard genoeg naar werk zoeken, of niet op de goede manier: hoe nuttig is dat in tijden van grote werkeloosheid?

Werkgevers ontvangen op een vacature soms duizenden brieven. Het heeft in dat licht geen zin om mensen achter hun broek te gaan zitten om te solliciteren. Er wordt ook geen baan extra mee geschapen. Het motief kan hier dus kortom niet zijn mensen aan het werk te krijgen. Het gaat dus puur om het inboeken van deze bezuiniging.

De ellende daarbij is echter dat het gaat om mensen zonder ander inkomen. De boetes maken de problemen met armoede daarmee alleen maar groter. Niet voor niets trokken verscheidene instanties onlangs al aan de bel omdat we inmiddels in ‘fase rood’ zitten met de sterk oplopende schuldenproblematiek. 700.000 Nederlanders hebben problematische schulden en niet zelden blijkt de overheid de grote aanjager van de problemen te zijn: dan gaat het om de belastingdienst en uitkeringsinstanties.

Helaas komen de kosten van deze schuldenproblematiek uiteindelijk gewoon weer bij de belastingbetaler terug: volgens het Nibud kosten huishoudens met financiële problemen de samenleving jaarlijks 11 miljard euro.

Deze bezuiniging brengt kortom nogal wat nadelen met zich mee. Er wordt niemand meer aan een baan geholpen, en persoonlijke en maatschappelijke problemen worden vergroot. Met als wisselgeld hoge bijkomende kosten.

Re-integratietrajecten

Ondertussen is het interessant eens verder naar de Rotterdamse begroting te kijken. Dan leren we dat door deze gemeente zoals gezegd 120 miljoen per jaar wordt besteed aan re-integratietrajecten. Dit bedrag is zeven en een half keer zo hoog als de bespaarde zestien miljoen.

Of de mensen met die re-integratietrajecten geholpen worden? Dat is nooit aangetoond. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze inspanningen eerder juist een averechts effect hebben.

Los daarvan, ook met re-integratietrajecten worden nog steeds geen extra banen geschapen. Uitgezonderd een paar banen voor duur betaalde re-integratiecoaches, uiteraard. Maar die kosten de gemeenschap weer veel meer geld dan een uitkering.

Conclusie? Als Rotterdam echt wil bezuinigen op de bijstand, dan kieperde zij die hele re-integratieonzin in één keer het raam uit. Dat scheelt 120 miljoen. Daarbij vergeleken is die zestien miljoen die ze nu bezuinigd heeft peanuts.

En als Rotterdam toch bezig is, dan schaft ze daarnaast gelijk ook maar beter de sollicitatieplicht af. Dan kan er mettertijd namelijk ook bezuinigd worden op de 42 miljoen euro die volgens de begroting jaarlijks aan personeel wordt uitgegeven om mensen met een bijstandsuitkering te controleren op hun sollicitatiebereidheid. In plaats van 2% (16 miljoen) besparen we zo 20% (160 miljoen) op de bijstand, zonder dat we de schuldenproblematiek vergroten.

Hoewel we ons niet te snel rijk moeten rekenen, want de gemeente zal haar ambtenaren in eerste instantie nog hard nodig hebben om de administratieachterstand die ze heeft weg te werken, zodat mensen die zelfs onder de huidige regels nog recht op bijstand hebben hun geld weer op tijd krijgen.

Luilakken

Een snelle bezuiniging dus, maar werkt die niet ook averechts? De angst die er bij velen zal zijn is dat wanneer aan de bijstand geen enkele andere voorwaarde gesteld wordt dan een te laag inkomen, heel veel mensen ervoor zullen kiezen om niet meer te werken, en het aantal mensen in de bijstand dus sterk zal groeien.  

Dat is een logische reactie, maar toch is deze angst ongegrond. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat mensen van een gegarandeerd inkomen zonder verplichtingen niet luier werden. De bijstand is en blijft immers geen vetpot. Bovendien werken mensen ook om andere redenen dan om geld te verdienen: voor de meeste mensen is werk een vorm van zingeving.

Hoe dan ook zullen er ondanks dat zeker een aantal mensen zijn die te lui zijn om te werken. Het heeft echter geen enkele zin ons daar druk over te maken zolang er grote werkloosheid is. De banen die vrijkomen doordat sommige mensen liever in de bijstand zitten als het ze zo gemakkelijk wordt gemaakt, zullen met het grootste gemak weer worden gevuld door werkelijk gemotiveerd personeel, die hun werk beloond zullen zien met minstens 30% vooruitgang in inkomen. Netto blijft het aantal bijstandsgerechtigden naar alle verwachting dus gelijk.

Verdringing

Nog één belangrijk argument ontbreekt. In het voorstel van GroenLinks mogen mensen met een bijstandsuitkering ook bijverdienen. Vormen zij daarmee geen oneerlijke concurrentie voor mensen die het zonder uitkering moeten doen?

Dit is inderdaad het zwakke punt in het voorstel. GroenLinks stelt echter voor om dit te voorkomen door, anders dan bij een basisinkomen, de mensen toch een deel terug te laten betalen, zodat iemand in de bijstand in ieder geval nooit meer zal verdienen dan het minimumloon. Daarmee, en met het minimumloon zelf, lijkt dit gevaar voor het grootste deel bezworen.

Ondertussen blijkt momenteel juist de participatiewet een grote concurrentie voor betaalde arbeid te zijn. Ondanks dat in de wet is opgenomen dat verdringing van werk door participatieplekken niet mag optreden, blijkt dit keer op keer toch het geval te zijn, zoals onlangs de rechter weer oordeelde over een vijftal trajecten binnen de gemeente Amsterdam.

Voor Rotterdam zijn zulke gerechtelijke uitspraken nog niet voorhanden, maar het CNV stelt dat medewerkers in de thuiszorg ontslagen worden om vervangen te worden voor ‘vrijwilligers’ met een uitkering. Dit lijkt goedkoop, maar de kwaliteit van de thuiszorg gaat hiermee achteruit, en er worden aanvullende kosten gemaakt worden aan het ‘managen’ van de uitkeringsgerechtigden door de sociale dienst. Goedkoop is duurkoop.

Beter voor minder geld

Door af te stappen van de controlecultuur waaraan uitkeringsgerechtigden meer en meer onderworpen worden, kan kortom veel geld bespaard worden. Er vindt minder verdringing van werk plaats, er zijn niet minder mensen aan de slag, en de uitgaven aan de uitvoering van de sociale zekerheid zijn een stuk lager.

Bovendien kan de kwaliteit van ons sociale stelsel zo sterk verbeterd worden.

Om te beginnen zullen op deze manier mensen met een te laag inkomen veel beter met hun financiën uit zijn dan nu het geval is. Een vermindering van de armoedeproblemen dus.

Daarbij is uit het eerder aangehaalde onderzoek ook al gebleken dat ‘gratis geld’ mensen aanzet tot investeren in zichzelf. Mensen blijken het geld niet zomaar over de balk te gooien, maar des te vaker over te gaan tot het volgen van een aanvullende opleiding. Daarbij werd gevonden dat financiële zekerheid zelfs een gunstige invloed heeft op de gezondheid, en daarmee ook de zorgkosten.

Eventueel zou het investeren in zichzelf van mensen gefaciliteerd kunnen worden, door met een fractie van het geld dat nu wordt besteed verspild aan verplichte trajecten en contoles opleidingen aan te bieden die vrijwillig te volgen zijn. Omdat niemand een zinloze opleiding wil volgen zal de kwaliteit van de re-integratie hiermee sterk toenemen.

Een stukje marktwerking in re-integratieland. Geen liberaal die daar tegen zou kunnen zijn. De socialisten die menen dat met het basisinkomen mensen ‘aan hun lot worden overgelaten’ zullen er ook tevreden mee kunnen zijn.

Verdere bezuinigingen

Er is nog een bijkomend voordeel aan een ontspannen bijstand. Wanneer aan deze uitkering geen andere voorwaarden dan een laag inkomen en staatsburgerschap gesteld worden, kan deze probleemloos samengevoegd worden met andere uitkeringen tot op het bijstandniveau, zoals de Wajong, de ANW, de IAOW en IAOZ, en de voet van de WW en WIA-uitkeringen. Het aantal controles en keuringen zal ook hier dan sterk afnemen, waardoor het sociale stelsel een stuk transparanter wordt en andermaal veel bespaard wordt op administratieve kosten.

Conclusie?

In een vergelijking met het idee van een plichtenvrije uitkering verliest het controlestelsel van de participatiestaat op alle fronten. Maarten Struijvenberg van Rotterdam klopt zichzelf op zijn borst met zijn zestien miljoen, maar een kritische blik op zijn begroting leert ons dat zijn sociale dienst met name geld verspilt, terwijl het huis niet op orde is, de problemen niet goed worden aangepakt, en de aanpak bovendien banen kost.

Tijd voor een grote ommezwaai dus. De onderbuik is echter hardnekkig. De politieke neuzen staan momenteel bijna massaal gericht op de strenge bijstand. Niet alleen het kabinet, ook de SP, van nature toch de partij die het meest coulant staat ten opzichte van uitkeringsgerechtigden, doet in Amsterdam waar in het college nog altijd grif aan de strenge bijstand mee. En dat terwijl het partijkader zich met hand en tand blijft verzetten tegen het idee van een basisinkomen.

Er zal kortom nog veel water door de Rijn moeten voordat de politiek eindelijk een keer werk maakt van wat GroenLinks een ‘ontspannen bijstand’ noemt. In de tussentijd zijn zowel bijstandsgerechtigden als de belastingbetaler de dupe.

Politiek Kwartier | Rutte op ramkoers

Rutte heeft geen tijd voor experimenten. Hij ligt op ramkoers om met zijn marktwerking de kredietmaatschappij te laten groeien. Alternatieven lijken er nauwelijks te zijn.

Begrip voor de Grieken valt nog ver te zoeken. Terwijl hen door de EU wars van ieder democratisch proces een programma door de strot wordt gedouwd dat heel de Griekse samenleving down the drain jaagt, worden zij door het NOS Journaal afgeschilderd als onrealistische gekkies die eindelijk een keer normaal moeten gaan doen.

Wie echter naar het programma van Syriza kijkt ziet een partij die niets anders voorstaat dan de sociale voorzieningen zoals die hier in West Europa al decennialang geregeld zijn, met een gezond pacifistisch randje.

Het Spaanse “Podemos” wordt in de media afgeschilderd als Syriza II. Het is een mooie tweede editie. Waar Syriza nog haar basis heeft in de oude communistische beweging en zich gedraagt als klassieke sociaal-democraten, pleit de in het sociale verzet en de universitaire wereld gewortelde Podemos voor een nieuwe verzorgingsstaat, en schuwt niet een term als het basisinkomen te gebruiken.

Beide partijen stellen een ander economisch beleid van de EU voor, waarbij opvallend is dat ze beide wel uitgesproken voor de EU zijn. Zij willen dat in Brussel democratischer wordt, zodat politici gedwongen worden eerst te denken aan de bevolking, en daarna pas aan de banken. Dat spreekt die lui daar in het Zuiden klaarblijkelijk aan.

Waarom hebben wij eigenlijk niet zo een partij? Lees verder Politiek Kwartier | Rutte op ramkoers

Van Marx naar een basisinkomen

Het denken van Marx verschilt op een paar punten essentieel van het latere socialisme. Dit verschil biedt bij uitstek aanknopingspunten voor de discussie over het basisinkomen.

Waar de naam van Marx valt, moeten veel mensen meteen denken aan het communisme: het systeem van een overheid met ijzeren greep waarin het individu vermorzeld wordt. Er is in Nederland dan ook geen enkele partij van belang waarvan het kader zich graag met Marx associeert.

Behalve één: de SP. Binnen deze partij wordt Marx nog vaak geciteerd, en veel analyses van de partij baseren zich op klassiek-socialistische uitgangspunten zoals de klassenstrijd. Deze uitgangspunten worden ook gebruikt bij het recente verzet van de SP tegen het idee van een basisinkomen.

Basisinkomen

Nu de huidige sociale stelsels aan alle kanten onder druk staan is de discussie over het basisinkomen in Europa en Nederland weer helemaal terug. Aangejaagd door blogs als eerst Sargasso en daarna de Correspondent nemen inmiddels gevestigde politieke partijen het geluid over, meestal via de achterban.

De congressen van D66 en de PvdA hebben ondertussen opgeroepen tot het nemen van proeven met een basisinkomen. Bij GroenLinks zijn het lokale afdelingen die dit punt agenderen, uit onvrede met de huidige ingewikkelde en improductieve bijstandsregelingen. In Groningen en Nijmegen roepen de fracties op tot het doen van experimenten met een basisinkomen. Bij de achterban van GroenLinks leeft dan ook van oudsher veel sympathie voor dit idee.

Reactie van de SP

De SP reageert hier echter volkomen anders op. In het kaderblad ‘de Spanning’ noemt het Tweede Kamerlid Paul Ulenbelt het basisinkomen een verwerpelijk voorstel. Zijn belangrijkste argumenten ontleent hij aan het marxisme: het basisinkomen ondermijnt volgens hem de arbeidersstrijd, en het zou de vakbeweging bedreigen.

Ulenbelt schetst vervolgens een schrikbeeld van een basisinkomen dat te laag zou zijn om van rond te komen. Hij bespreekt daarbij alleen het meest rechtse model van een basisinkomen: één waarbij alle aanvullende loondoorbetalingsverzekeringen worden afgeschaft.

Maar wat als het basisinkomen nu wél hoog genoeg is om van rond te komen? En wat als het basisinkomen wél aangevuld wordt met andere verzekeringen? Het zou consequent zijn als Ulenbelt dit idee zou omarmen. In plaats daarvan maakt hij in zijn artikel echter een ideologische ommezwaai van 180 graden. In dat geval, stelt het Tweede Kamerlid, komen mensen hun bed niet meer uit. Kortom: mensen zijn volgens Ulenbelt alleen maar te motiveren door geld. Ze moeten dus geprikkeld worden door de angst voor deprivatie.

Met socialisme heeft dit denkbeeld niets meer te maken. Feitelijk komt dit van een heel andere ideologie, een die juist binnen de SP het meest verfoeid wordt: de ideologie van de vrije markt. En niet alleen is dit een rare ideologische draai, het gaat ook tegen de bestaande wetenschappelijke kennis in.

Proeven met vormen van een basisinkomen wijzen juist uit dat een gegarandeerd inkomen op het bestaansminimum zonder voorwaarden mensen eerder prikkelt dan demotiveert. Waarom dit zo is, zou voor iemand met enig psychologisch inzicht overigens niet zo moeilijk zijn om na te gaan. De mens is immers eerder gulzig dan lui. Maar zeer weinig mensen nemen genoegen met een leven in extreme soberheid.

De SP gaat echter verder, en daar toont ze zich wel weer klassiek-socialistisch. Impliciet noemt Ulenbelt de mensen naast lui ook nog eens incompetent. Hij interpreteert het basisinkomen als ‘mensen genadeloos aan de kant zetten’. Met andere woorden: als er geen overheid is om mensen verplichte trajecten op te leggen, dan wordt het nooit wat met ze. Dit is precies het uitgangspunt van ons huidige sociale stelsel.

Problemen met sociale zekerheid

Met dit sociale stelsel, daar zijn alleen nogal wat problemen mee. Het systeem dwingt mensen zonder werk tot het schrijven van nutteloze sollicitaties voor banen die er niet zijn, dwingt ze in trajecten die hun effectiviteit nooit hebbenkunnen bewijzen, en laat ze tegenwoordig zelfs onder dwang werk opknappen onder het minimumloon, waardoor de werkloosheid weer verderstijgt. Het steeds uitbreidende bureaucratische systeem deelt willekeurig strafkortingen uit, bijvoorbeeld aan wie zich niet als een zogenaamde modelburger kleedt, terwijl eigen initiatief wordt afgestraft.

Een en ander begint al bijzonder veel kenmerken te vertonen van het schrikbeeld van het communisme. Uiteraard ziet de SP die problemen ook wel. Als oplossing komt Ulenbelt in zijn artikel echter met voorstellen die zo mogelijk nog ‘communistischer’ aandoen: laat de belastingdienst alle gegevens koppelen en zo de uitkeringen en toeslagen automatisch berekenen en uitbetalen. Daarnaast moet de overheid banen regelen en mensen tewerkstellen en moeten de uitkeringen omhoog. Conclusie: privacy en eigen initiatief zijn niet belangrijk. Verder heeft de SP geen antwoord op het probleem van de armoedeval.

Alternatieven

Hier dient GroenLinks zich als vrijzinnige partij mijns inziens te onderscheiden van de SP, door te kiezen voor meer fundamentele alternatieven. Daarbij kan de filosofie van Marx verrassend genoeg steun bieden.

Op deze site is al uitgebreid aangestipt dat de filosofie van Marx meer inhoudt dan alleen een oproep tot klassenstrijd. Marx geeft een messcherpe analyse van de verhouding tussen arbeid en kapitaal, en weet de vinger precies op de zere plek te leggen van het uitgangspunt van een eeuwig doorgroeiende economie die drijft op speculatie.

Maar er is meer. Marx verschilt ook wezenlijk van zijn socialistische volgelingen. Over de concrete inrichting van zijn ideale maatschappij zegt Marx niet zoveel, maar in tegenstelling tot de communisten en de sociaaldemocratie geloofde Marx heilig in eigen initiatief. Marx meende dat het volk zichzelf moet verheffen. Het idee van een overheid die individuen disciplineert en activeert komt dan wel voor in het communisme, Marx zou het een gruwel zijn geweest.

Dialectiek

Daarnaast was Marx een leerling van de filosoof Hegel, die het dialectische model van these-antithese-synthese in de filosofie introduceerde. Hegel paste dit model toe bij zijn analyse van de historische ontwikkeling van de geest, Marx paste dit vervolgens toe op zijn analyse van de economie. Misschien kunnen we die analyse met de kennis van nu nog verder extrapoleren.

Na het leven van Marx mondde de strijd tussen het klassieke kapitalisme (these) en socialisme (antithese) uit in de sociaal-democratie (synthese). De zogenaamde Verelendung werd geremd, maar crises bleven bestaan. De synthese bracht daarbij weer nieuwe problemen met zich mee: een betuttelend en bureaucratisch systeem dat mensen beknot en beperkt.

Een systeem dat bovendien een groot deel van de sociale zekerheid laat lopen via de werkgever, waardoor werknemers alsnog van die werkgevers afhankelijk blijven en mensen zonder vast contract minder sociale rechten hebben. Een systeem dat met name werkverschaffing betekent voor juristen, en waarin het vinden van werk vanuit een uitkering financieel wordt afgestraft middels het stopzetten van die uitkering. Een systeem dat er bovendien niet in slaagt om economische zelfstandigheid te bevechten voor mensen die geen kostwinner zijn.

Daarop ontstaat nu gelukkig een nieuwe antithese: de roep om een ander systeem, dat simpeler is, helder, transparant, mensen in hun waarde laat en maximale vrijheid geeft voor eigen initiatief. Een systeem dat deze verbeteringen combineert met gelijke basisrechten en financiële autonomie voor iedereen. Een sociaal systeem waar kortom een vorm van een basisinkomen onderdeel van is.

Volgens mij draait Marx zich om in zijn graf wanneer zelfverklaarde socialisten een dergelijk systeem afwijzen. Het wordt tijd dat GroenLinks het voortouw neemt en alternatieven formuleert voor huidige regelingen van de sociale zekerheid. Een gegarandeerd basisinkomen met zo weinig mogelijk voorwaarden kan hierbij het uitgangspunt zijn.

(Dit artikel verscheen in januari 2015 voor De Helling, het wetenschappelijk bureau van GroenLinks.)

Politiek Kwartier | Een nieuwe sociale zekerheid

Het voorstel van de werkgevers voor de sociale zekerheid afgelopen maandag was behoorlijk revolutionair, maar heeft vrij weinig aandacht gekregen. Nederland is duidelijk nog niet klaar om na te denken over een nieuw systeem van sociale zekerheid. Helaas.

Afgelopen maandag stelde werkgeversvereniging AWVN voor om verzekeringen tegen werkloosheid en pensioensparen verplicht te stellen voor alle werkenden> Dus ook voor flexwerkers en zzp’ers.

Een bijzonder revolutionair voorstel. De hele sociale zekerheid zal hiervoor hervormd moeten worden. Het huidige sociale stelsel voor loondoorbetaling bij ontslag, ouderdom en ziekte is namelijk geregeld via de ontslagbescherming en het contractloon. Voor flexwerkers en vooral zzp’ers gaat dit in praktijk niet werken, want die hebben geen contract.

Om dit voorstel te laten werken zullen de WW en het pensioen voor alle werknemers veranderd moeten worden, of liever gezegd: plaats moeten maken voor andere regelingen, die qua premie en uitbetaling niet kijken naar het contract en de ontslagprocedure, maar naar – bijvoorbeeld – schommelingen in het jaarloon.

En dat lijkt mij een veel eerlijkere regelingen, omdat gelijke behandeling veel meer centraal staat. Bovendien zal het tot een grote versimpeling van de WW kunnen leiden. Een transparanter en toegankelijker systeem, met veel lagere juridische kosten en uitvoeringskosten.

Een uitdagende gedachte dus. Zeker gezien de ideeënarmoede bij politieke partijen op dit vlak. De tweedeling op de arbeidsmarkt baart de politiek wel zorgen, maar het enige antwoord dat in Den Haag op links en rechts wordt verzonnen is pogingen doen om mensen weer terug in een vaste baan te drukken. Wie dan toch nog buiten de boot valt, en uit eigen keuze of gedwongen voor een flexbaan kiest, kan bij de politiek op weinig medelijden rekenen. Integendeel, hij kan rekenen op een overheid die vooral barrières opwerpt.

Cynisch genoeg komt dit beleid juist vooral bij linkse partijen vandaan. De SP en de PvdA concentreren zich in het sociale zekerheidsdebat volledig op het verdedigen van de rechten van de ‘haves‘ op de arbeidsmarkt: het vaste contract en de WW. D66 en Groenlinks zeggen meer op te komen voor flexwerkers, maar D66 heeft het te druk met haar samenwerking met eng-christelijk en het kabinet om zich nog druk te maken over hun rechten, en GroenLinks is duidelijk nog niet uit haar identiteitscrisis, gezien ook haar steun aan Asschers wetgeving tegen zzp’ers.

Daarnaast zijn de vakbeweging en zzp-organisaties duidelijk de weg kwijt. Zij reageren aarzelend op de plannen van de werkgevers. ‘Werkloosheid en kortdurende ziekte horen wel bij het ondernemersrisico’, meent FNV Zelfstandig. ZZP Nederland echo’t dat er nog wel ‘ruimte voor het ondernemerschap’ moet blijven.

Hoe krijg je het je strot uit. Alsof zzp’en alleen aantrekkelijk zou zijn voor mensen die zo graag de ondernemer uithangen: grote onzin. En alsof iemand alleen zou kunnen ondernemen als hij onverantwoordelijke risico’s met zijn eigen sociale zekerheid neemt. Ronduit bizar dat deze neoliberale onzin door werknemersorganisaties klakkeloos wordt nagepapegaaid.

Werkgevers komen met dit plan, omdat ze beseffen dat armoede de consumptie remt en dus ook hen treft. Waarom zijn linkse groeperingen en vakbonden dan zo weerspannig tegen dit pleidooi tegen armoede? Omdat ze begrijpen dat ze met een simpeler sociaal stelsel zelf minder functie en dus bestaansrecht hebben? Geen idee. Maar het blijft opmerkelijk dat we voor een progressief links geluid ter verbetering van de sociale zekerheid tegenwoordig kennelijk bij de werkgeversorganisaties moeten zijn.

Politiek Kwartier | Het sociaal liberale midden

De combinatie van D66 en de SP levert precies die standpunten op die GroenLinks en de PvdA continu verraden.

Ik moest even twee keer in mijn ogen wrijven bij het uitkomen van het Amsterdamse regeerakkoord. Vooraf had ik geen enkel vertrouwen in de combinatie van de partijen D66, SP en VVD. Wat schetst echter mijn verbazing toen Jan Paternotte van D66 een college presenteerde met bijzonder sociaal-liberaal akkoord.

De SP bleek het onderste uit de kan te hebben gehaald bij zorg en zekerheid. Steun aan uitgeprocedureerde illegalen, meer geld voor armoede en thuiszorg, en het onzalige idee voor nog meer marktwerking in de zorg wordt verlaten. Amsterdam is van iedereen, maar op het sociale vlak nog het meest van de SP.

D66 wint ondertussen doordat de bezuinigingen op cultuur worden teruggedraaid, er komt meer vrijheid in het onderwijs, er wordt fors geïnvesteerd in het OV, de 24-uurseconomie wordt gestimuleerd en de gemeente gaat nog weed verbouwen ook.

Het meest positieve en onverwachte is echter dat onder dit college een einde komt aan de dwangtrajecten voor uitkeringsgerechtigden zoals die opgelegd werden door de Amsterdamse voormalige wethouder van Es van GroenLinks.

Van Es zette zich linksom af tegen het landelijke beleid van tegenprestaties voor een uitkering, rechtsom kwam haar beleid op bijna hetzelfde neer: onder dwang werden werklozen verplicht te werken. Het verschil was dat enerzijds geen verdringing van echte banen plaatsvond, anderzijds leidde de illusie dat de overheid werklozen zou moeten opvoeden tot volstrekt zinloos werk, waarmee de mensen zich niet geholpen maar gekleineerd voelden.

Waar GroenLinks zich landelijk afzet tegen betutteling van werklozen, kon ze kortom lokaal niet verzinnen hoe het beter moet. Maar daar hebben we dan de SP voor. In Amsterdam worden mensen vanaf nu alleen maar nog aan het werk gezet tegen minimumloon. En het gaat dan niet om ziekte cursusjes, maar om het uitvoeren van gemeentelijke taken.

Het is zo simpel om te bedenken. Wat doe je tegen werkloosheid? Geef de mensen een baan! 

Ondertussen raakt van Es in paniek, en pleit voor een fusie tussen GroenLinks en de PvdA. Geen wonder. Met haar visie op werkloosheid als ziekte past zij prima bij die club van socialistische betutteling.

Maar ook landelijk is GroenLinks opnieuw de weg kwijt. Na de historische Nederlaag in 2012 was van Ojik lang op zoek naar het sociale gezicht van GroenLinks. Bij de gemeenteraadsverkiezingen en de verkiezingen voor het Europees parlement was het vertrouwen in de partij dan ook duidelijk weer gegroeid.

Helaas bleek GroenLinks daags na die laatste verkiezingen weinig te hebben geleerd, en steunde zij de afbraak van het onderwijs door middel van een schuldenstelsel voor studenten, alsof lenen de nieuwe norm moet zijn. Een paar weken later gaf ze in de eerste kamer steun voor wetgeving waarmee flexwerkers bestreden worden, in plaats van geholpen.

Zo komen we er natuurlijk niet.

Maar het is niet erg. Laat GroenLinks en de PvdA hun eigen graf maar graven. Pechtold en Roemer verkneukelen zich ondertussen bij het wonder van Amsterdam. Laat ze dat landelijk dan nog maar eens overdoen. Als de conservatieve socialisten van de SP en de vrije marktgekkies van D66 in een innige omhelzing dat beleid uitvinden dat sociaal liberalen zouden moeten voorstaan, hebben we die clubs van betuttelende beunhazen daartussenin nergens meer voor nodig.

Politiek Kwartier | Van de regen in de drup

Wie in Amsterdam op D66 stemt omdat hij het helemaal gehad heeft met de landelijke koers van de PvdA, helpt de stad van de regen in de drup.

Meeliftend op het succes van Pechtold staat D66 op het punt van een doorbraak in de Amsterdamse politiek. Voor het eerst sinds decennia lijkt de PvdA niet de grootste partij te worden in de hoofdstad.

Dat mensen het volledig geschoten hebben met de PvdA, daar kan ik me iets bij voorstellen. Veel traditionele PvdA-kiezers zien, na het slikken van pijnlijke principiële zaken als de JSF en het strafbaar stellen van illegalen, staatssecretaris Jetta Klijnsma als triest symbool voor het mes in de rug van mensen in de bijstand en de Wajong. Als tegelijkertijd van rijkswege flinke bezuinigingen bij de gemeenten in de zorg worden opgelegd weten we het al: even geen PvdA.

Maar met D66 raken we als in de hoofdstad naar ik vrees van de regen in de drup. Lees verder Politiek Kwartier | Van de regen in de drup

Politiek Kwartier – Achterdeurbeleidsmakers

COLUMN – Ondanks de stoere taal tegen coffeeshops verwacht Klokwerk dat legalisering van wietteelt snel geregeld kan worden.

Nee, Klokwerk is bepaald geen fan van het huidige kabinetsbeleid op justitie. Een beleid van kostbare symboolmaatregelen die  contraproductief werken bij criminaliteitsbestrijding.

Dit beleid heeft natuurlijk alles te maken met de angst van de VVD om kiezers te verliezen aan de PVV. Daarom kiest de partij voor harde maar inhoudsloze taal in plaats van liberale pragmatiek. Men trommelt als een gorilla op zijn borst… maar stuurt criminelen daarna met een enkelbandje naar huis. Ondertussen worden andere mensen zeker niet incidenteel hun fundamentele rechten onthouden.

De symbolische kers op deze slagroomtaart zijn de stoere taal en maatregelen aangaande het drugsbeleid. Maar alles wijst erop dat het in dat geval inmiddels gelukkig om achterhoedegevechten gaat.

Terwijl in ons land de notoire besluiteloosheid aangaande softdrugs blijft voortduren, verandert namelijk de wereld om ons heen. Bezit van marihuana wordt in Europa inmiddels getolereerd door onze drie buurlanden, Spanje en Zwitserland. Ondertussen worden niet alleen in exotische staten als Uruguay, maar zelfs in twee staten van de VS de kweek, handel en het bezit van marihuana al volledig gelegaliseerd… wat leidt tot een hardere roep om verdere legalisering.

Het argument dat legalisering niet mogelijk zou zijn vanwege druk uit het buitenland – een argument dat vaak gebruikt wordt tegen zaken waarmee we duidelijk voorop lopen, zoals euthanasie en het homohuwelijk – is daarmee van tafel. Als wij de eer de trend te zetten niet aandurven, dan haalt de wereld ons wel in.

Maar ook de binnenlandse verhoudingen zijn veranderd. Traditioneel blokkeerde het CDA de discussie rond liberalisering. Nu is dat de VVD, maar waar het CDA een ideologische grond heeft om legalisering te verwerpen, is er binnen de VVD juist veel draagvlak voor. Voormalig VVD-leider Frits Bolkestein stelde zich enige jaren geleden op het standpunt dat het beter zou zijn om alle drugs, inclusief harddrugs, te reguleren in plaats van te verbieden. De JOVD heeft al jaren datzelfde standpunt.

En dat is niet zo gek. Legalisering past bij het liberale uitgangspunt dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor hoe hij zijn geest en lichaam verzorgt, zolang hij daar anderen niet tot schade mee is.

Belangrijker dan idealen is echter de pragmatiek. Legalisering leidt niet tot meer gebruik, wel tot kansen voor een betere beheersing van de gezondheidsrisico’s. Daarbij brengt legale wiet natuurlijk belastinggeld op.

De grote winst van legalisering zit hem echter in de criminaliteitsbestrijding. Het verbod op drugs is de belangrijkste levensader van de wereldwijde criminaliteit, en al zijn we zelf niet verwikkeld in een echte drugsoorlog, ook in ons land zouden na legalisering van wietteelt in ieder geval de illegale wietkwekerijen veel effectiever kunnen worden aangepakt, waarmee de georganiseerde criminaliteit een belangrijke bron van inkomsten kwijt zou zijn. En dat scheelt veel geld en narigheid.

Terwijl in Limburg achterhoedegevechten worden gevoerd om feitelijk failliet beleid, vroeg naar aanleiding van een motie van GroenLinks burgemeester Aboutaleb onlangs om toestemming voor de verkoop van legale gemeentewiet in Rotterdam. Ook andere gemeenten zoals Eindhoven, Utrecht, Leeuwarden en Tilburg willen daarmee gaan experimenteren. Opstelten zette na aanvankelijk tegenstribbelen de deur op een kier door te zeggen serieus naar dit verzoek te willen kijken.

Zo hoort het dan kennelijk te gaan. Stoere taal in het voorportaal, en ondertussen het achterdeurbeleid regelen via de achterdeur.

Gedwongen arbeid werkt niet

In de reacties op de notitie van Bram van Ojik over werk en sociale zekerheid lees ik veel pleidooien voor het basisinkomen. Ook mij lijkt dat een goed vergezicht dat past bij GroenLinks. 

Het grootste voordeel van een basisinkomen is mijns inziens dat de armoedeval verdwijnt. Werken vanuit een niet-werkende situatie wordt weer aantrekkelijk. En daarbij worden het minimumloon en de ontslagbescherming onnodig.

Een basisinkomen zorgt er dus voor dat snel in- (en uitstappen) in een baan mogelijk en aantrekkelijk wordt voor alle partijen. Het biedt zodoende de veelgezochte combinatie van flexibiliteit en zekerheid.

Bovendien zou het een beslissende slag voor de emancipatie betekenen, van zowel zorgende partners als voor werknemers. Verder scheelt het door de simpelheid van het stelsel en het vervallen van veel controles zeer veel geld aan bureaucratie.

Op dit moment is echter in Den Haag een heel andere beweging aan de gang. Mensen worden gedwongen om wegbezuinigde functies te vervullen in ruil voor een uitkering, of onder het mom van zogenaamde re-integratietrajecten. Officieel mag dit niet leiden tot het verdringen van werk. In praktijk is dit precies wat gebeurt. Het geval in Deventer is slechts een manifeste uiting van wat landelijk staat te gebeuren, waarschijnlijk in mooiere bewoordingen.

Tot zover zijn alleen de SP en de FNV hiertegen in het verweer gekomen. Zij geven echter wel goedkeuring aan gedwongen re-integratietrajecten. Onder die vlag kan en zal bovenstaande tendens echter gewoon doorgaan. Verdringing is namelijk niet altijd even makkelijk aan te tonen. Zeker niet als de bezuiniging al vooraf plaatsvond.

GroenLinks zou zich er daarom sterk voor moeten maken dat álle trajecten van het UWV en de DWI zonder dwang horen te zijn. Dit niet alleen vanuit het bovengeschetste gevaar dat zogenaamde werklozen echte banen gaan overnemen, maar ook vanuit de overtuiging dat we wél mensen moeten helpen om hun situatie te verbeteren, maar het niet mogelijk is mensen te motiveren door ze te dwingen.

De crisis is ook de juiste tijd voor zo een switch, want ook al zou het toch mogelijk zijn mensen onder dwang te motiveren, dan nog heeft het geen zin in de tijden dat er al heel veel reeds gemotiveerde mensen aan de kant staan. Het levert dus sowieso niets op.

Door alle trajecten voor werklozen vrijwillig te laten zijn, dus niet onder dreiging van verlies van uitkering, zouden ook de vele schrijnende verhalen over trajecten waar de werkzoekende niets mee opschiet en cursussen onder het niveau verdwijnen. Niemand gaat immers naar een cursus waar hij niets aan heeft.

Het vrijgekomen geld kan dan besteed worden aan échte opleidingen voor hen die dat willen. Daarmee zou de begeleiding van werklozen sterk aan kwaliteit winnen.

En minstens zo belangrijk: de vernietiging van werk ten gunst van gedwongen arbeid, waartegen ik naarmate de praktijkvoorbeelden toenemen meer en meer weerstand verwacht, wordt gestopt.

En tenslotte zou het een mooie eerste stap zijn naar een stelsel met een basisinkomen.

Politiek Kwartier – Eindelijk realiteitszin voor de heilige koe

COLUMN – Deze week verbaast Klokwerk zich over de auto-agenda van diverse partijen.

Drie keer opmerkelijk auto-nieuws deze week.

Ten eerste: GroenLinks wil een autopartij worden. Echt. Liesbeth van Tongeren op Radio 1: ‘GroenLinks wil zich neerzetten als autopartij van de toekomst. Dat betekent onder meer dat we oude vieze vervuilende auto’s willen inruilen voor nieuwe mooie, schone auto’s’.

Het is even wennen. Maar op zich prima nieuws voor mensen die voor hun mobiliteit op de auto zijn aangewezen. Want ondanks dat de reistijd met het openbaar vervoer standaard overschat wordt, is het voor veel verbindingen toch nog steeds geen geloofwaardig alternatief. En als je dan toch op de auto aangewezen bent, dan graag zonder gevaar voor de gezondheid. Want het gaat hier om meer dan alleen CO2. De fijnstof uitstoot moeten we echt niet alleen willen terugdringen omdat het van Europa moet.

Leuk dus, maar het tweede nieuws vond ik opmerkelijker: Een VVD minister die toegeeft dat meer asfalt niet de oplossing is voor het fileprobleem.

Helemaal goed. Want naast gebieden waar een auto voor de deur noodzakelijk is, zijn er ook de binnensteden. Daar kunnen we extra wegen naar aanleggen, het verkeer gaat er door de dunne straten die erop aansluiten echt niet sneller op. In de binnensteden betekenen auto’s vooral luchtvervuiling, ruimteverspilling en tijdverlies.

De oplossing voor dit probleem ligt eigenlijk redelijk voor de hand en is feitelijk al lang aanwezig, alleen helaas nogal onbekend. De belangrijkste reden dat er nog files zijn is misschien dat politici en kiezers graagde realiteit ontkennen.

Bij Melanie Schulz van Haegen begint het licht echter inmiddels te dagen. Zij spreekt van een trendbreuk. En dat kan je wel zeggen. Voor de verkiezingen beloofde Rutte nog vooral veel asfalt aan te leggen met als resultaat 10 procent meer files. De enige die daar iets mee op zouden schieten waren de bouwbedrijven. Maar nu gaat de VVD dus eindelijk werk maken van bereikbaarheid.

Mooi. Maar laten we ondertussen niet vergeten dat de auto nog een ander nadeel heeft dan luchtvervuiling en fileleed. Er is ook nog iets als verkeersveiligheid. Ondanks dat die in Nederland relatief gezien in orde is, moet jaarlijks meer dan twee procent van onze bevolking zich laten behandelen na een ongeval, schade: een half miljard. Gemiddeld overlijdt er meer dan één persoon per dag aan een ongeluk.

Als samenleving vinden we dat acceptabel. Ik zelf denk daar anders over. Vooral omdat de meeste slachtoffers niet de degenen waren die fout zaten.

Maar… ook in dat kader werd ik deze week op mijn wenken bediend. Want ten derde wil Opstelten notoire wegpiraten aan gaan pakken. Weliswaar komt hij weer niet verder dan zijn adagium ‘strenger straffen’, in dit geval vergeef ik hem graag. In tegenstelling tot bij grote vergrijpen, schijnt bij zogenaamde kleine vergrijpen strenger straffen immers wel degelijk te helpen.

Misschien omdat het dagelijks in levensgevaar brengen van je medeburgers eigenlijk ook helemaal geen ‘klein vergrijp’ is.

Dus: levensgevaarlijke gekken worden eindelijk aangepakt, Schultz heeft besloten haar hersens te gaan gebruiken en GroenLinks gelooft in schone auto’s. Het zijn slechts geluiden, en we komen van ver, maar soms heb ik het idee dat de politiek zowaar op de juiste weg rijdt.

Het Gelijk van Dibi

De stemming is vandaag geopend, en er moet nu wel een klein wonder gebeuren wil hij het nog redden. Dibi. Onderzoek van Nieuwsuur eergisteren wees uit dat maar 11 procent van de Groenlinks leden op hem zullen stemmen. De race lijkt daarmee gelopen.

En toch is dat jammer, want ondanks alles wat er tegen Dibi te zeggen is, heeft hij met zijn kritiek op de koers van Groenlinks wél een beetje gelijk.

Groenlinks is een idealenpartij. Een partij die streeft naar een groene economie, een socialer Europa, en een arbeidsmarkt met gelijke kansen. Mooi natuurlijk, maar het probleem is dat de kiezer met Groenlinks niet meer zeker lijkt te weten of ze nog wel voor die idealen staat.

Groenlinks aanvallen is makkelijk tegenwoordig. De SP en de PvdA slagen erin om Groenlinks als asociaal weg te zetten omdat ze het ontslagrecht in wil ruilen voor een beter sociaal stelsel. De SP zet Groenlinks daarbij ook nog graag weg als een stel naïaut;eve Eurofielen. En inzake de vergroening van de economie heeft de partij heftige concurrentie van D66 en de Partij voor de Dieren.

Alsof dat nog niet erg genoeg is wordt Groenlinks ook nog dagelijks om de oren geslagen met “Kunduz”. Want de grootste strategische misser van Groenlinks van het afgelopen jaar was natuurlijk niet de stekkerdoos. Met de Kunduz-missie heeft Groenlinks zich pas echt op meesterlijke wijze haar eigen achterban van zich vervreemd.

En nu voert Groenlinks nota bene campagne met als vertrekpunt het lenteakkoord. Dat is een fundamentele inschattingsfout. Prijsschieten voor de SP en de PvdA natuurlijk weer. Dit is tekenend. Groenlinks gaat te veel staan voor de gesloten compromissen en brengt daarbij te weinig de eigen idealen naar buiten.

En dat heeft Dibi goed gezien. Hij heeft een goed punt als hij stelt dat Groenlinks haar idealen moet uitventen, en niet de compromissen die zij gesloten heeft. Wat Dibi ook lijkt te hebben begrepen is dat het niet zoveel zin heeft je druk te maken over de macht en de inhoud met tien zetels in de kamer en vijf in de peilingen. Dat het probleem van Groenlinks helemaal niet de inhoud is, of de aantrekkelijkheid als coalitiepartner, maar dat het hem schort aan het aan de man brengen van de ideeëaut;n.

Ook heeft hij een uitstekend punt als hij stelt dat Groenlinks ook buiten het parlement actief moet zijn en coalities moet sluiten, wellicht zelfs met niet voor de hand liggende partijen, er gebruik van makend dat ook commerciëaut;le partijen zich graag associëaut;ren met een milieupartij. En helemaal gelijk heeft hij als hij stelt dat Groenlinks haar idealen dichterbij de mensen dient te brengen, door te concretiseren. Niet: gelijke kansen, maar: investeren in onderwijs. Niet: red het ecosysteem, maar: is er nog wel voldoende groen in uw buurt… en waarom nog die bio-industrie? Niet: wij gaan de economie redden, maar: wij zorgen ervoor dat u makkelijker toegang heeft tot de arbeidsmarkt én de sociale zekerheid.

Aan goede ideeën en een duidelijke koers heeft Groenlinks geen gebrek. Het klinkt gek, maar goede ideeëaut;n is dan ook niet per se iets wat een lijsttrekker voor Groenlinks met zich mee hoeft te brengen. Dibi wordt verweten ijdel te zijn, teveel op effect te spelen en te weinig op de inhoud. Maar dat zijn op zich geen slechte eigenschappen voor het binnenhalen van een goed verkiezingsresultaat. Het verwijt dat hij een economische lichtgewicht is zal ongetwijfeld terecht zijn, maar de kiezer valt nu eenmaal niet voor cijferwerk.

Wat Dibi Groenlinks zou kunnen brengen is het duidelijk maken dat de partij staat voor iets anders dan de Kunduzmissie en het lenteakkoord. En dat is precies wat Groenlinks nodig heeft.

En toch gaat hij het niet redden. Groenlinksers zijn namelijk doodsbang niet serieus genomen te worden. Trauma uit het verleden. Die angst kan hij niet wegnemen. Verder maakt Dibi zelf ook strategische fouten in zijn aanvallen op Jolande Sap en het kader van Groenlinks. Ook al zouden zijn verwijten van druk en dwang terecht zijn, dan nog is het voor Groenlinks niet handig om daar vlak voor de verkiezingen mee naar buiten te komen. Daarmee is Dibi wellicht niet de juiste man op de juiste plaats.

Maar ondanks zijn tekortkomingen had Klokwerk hier toch liever Dibi dan Sap. Ik snap namelijk heel goed dat de Groenlinkskiezer tegenwoordig zijn heil zoekt bij Emiel, Diederick, Alexander of zelfs Marianne. En dat doet mij pijn, want ondanks dat ik genoeg verschilpunten zie tussen mijn eigen overtuigingen en die van Groenlinks, ben ik er wel van overtuigd dat juist die partij op dit moment hard nodig is voor een aantal fundamentele veranderingen.

De arbeidsmarkt moet socialer worden: de sociale zekerheid is niet alleen maar voor mensen met een vast contract, PvdA. En met alleen het afschaffen van het ontslagrecht hebben we nog geen goed sociaal vangnet, D66. Europa moet daarbij met bloedspoed opener en democratischer worden, en dat gaat dus niet lukken door overal nee tegen te zeggen, SP. Plus het is tijd dat iemand Mark Rutte eens over tafel trekt en hem vraagt waar hij nu eigenlijk mee bezig is, want investeren in kern- en kolencentrales is investeren in het verleden in plaats van in de toekomst.

Die boodschap vereist lef en trots op de kern van je gedachtegoed. Jolande Sap, die het presteert om haar grootste trots te halen uit een compromisakkoord, zie ik dat verhaal onvoldoende brengen. Wanneer ik haar bovendien in het eerste debat met Dibi de zaal vijf minuten lang zie uitleggen hoe belangrijk macht voor een politicus wel niet is, krijg ik plaatsvervangende schaamte. Natuurlijk heeft ze gelijk. Maar dat zég je toch niet?

Nee, aan gelijk is er bij Groenlinks geen gebrek. Het komt er alleen keer op keer zo verrot uit.

Dus toch GroenLinks

Veel mensen vragen zich af wat de signatuur van de Sargasso-bloggers toch is. Het antwoord: die denken natuurlijk met name voor zichzelf en zijn geen uithangbord voor een partij. Maar we zijn niet te belazerd om te zeggen wat we stemmen. Dit keer legt Klokwerk uit waarom hij ondanks alles toch GroenLinks stemt.

Tot ongeveer vorig jaar wist ik het vrij zeker: ik stem GroenLinks. Het huidige geklungel van deze partij en het gedecimeerd worden in de peilingen hebben me echter hevig doen twijfelen.

Zweven

Nee, om een mislukte grap met een stekkerdoos zal ik een partij niet verlaten. Als ik op de beste entertainer zou stemmen ging mijn stem wel naar Wilders. De Kunduz-missie kan ik niet steunen, maar om ëën naïef standpunt laat ik een partij ook niet vallen. Maar het schaamteloos etaleren van het eigen gebrek aan competentie heeft bij GroenLinks inmiddels wel hele extreme vormen aangenomen. De zaak Sap-Dibi staat helaas niet op zichzelf. De organisatie van de partij is een puinhoop en politici kunnen geen hoofd- van bijzaken onderscheiden, getuige ook het recente voorstel voor gratis glaasjes water in de horeca. Ik begon dus te zweven.

Wegzweven

Maar nu: wat vind ik belangrijk? Het vrije marktdenken is zo dood als een pier. De werkloosheid loopt op. De financiële reuzen graaien nog steeds gretig om zich heen en Brussel staat mede door Nederlands toedoen machteloos. Politici kennen geen andere remedie dan bezuinigen en hier in den lande zit de partij van de marktwerking (of moet ik zeggen de partij van het roofkapitaal) nog steeds stevig in het zadel. Lachebekje Rutte krijgt niets voor elkaar en is erin geslaagd de internationale positie van Nederland stevig te ondermijnen. Maar hij doet alsof er niets aan de hand is, ramt op zijn reclameslogans die holle vaten blijken en belooft als verkiezingsstunt iedere hardwerkende Nederlander duizend euro. Sinterklaas bestaat, en hij zit in het torentje.

Ja, trouwe lezers wisten het al lang: geen VVD voor Klokwerk. Sterker nog, die VVD moet maar even een paar jaar aan de kant staan.

Nou, er is ëën manier om ervoor te zorgen dat dit gebeurt, zegt men dan. Stem SP! Maar ook met de SP heb ik grote problemen. Nee meneer de populist Rutte, ik ben niet bang voor hun communisme, want dat is bij de SP ver te zoeken. Ik geef mijn stem echter niet aan een partij die doet alsof Nederland een eiland is en terug kan naar de jaren vijftig, en waarbij het ontbreekt aan enige visie op de EU en de arbeidsmarkt. De huidige problemen zijn veel te ernstig om gewoonweg ontkend te worden. Ook geen SP dus.

D66 dan? Zou kunnen. Deze club had immers bij de vorige verkiezingen vrijwel het hele programma van GroenLinks overgenomen. Het huidige verkiezingsprogramma ademt echter een grote leegte uit, en ik schrik mij rot als ik Pechtold zijn heimwee naar Balkenende II zie uitspreken. Een herhaling van Balkenende II? Niet met mijn stem.

Verder en verder zweef ik het moeras in. De PvdA? Lijkt redelijk, maar de PvdA is momenteel in alles de SP light, bij zowel qua voor- als de nadelen. De PvdA is daarmee de ideale stem als je helemaal op de SP lijn zit, maar het eigenlijk niet helemaal aandurft. Maar niets voor mij.

De Partij van de Toekomst? De Piratenpartij? LibDem? De Partij van de Dieren? Nee. GroenLinks verlaten omwille van politiek geklungel en een electorale terugval, om vervolgens op een one-issue-splinterpartij te stemmen, dat lijkt me een beetje pointless.

Terugzweven

In deze ellende begin ik me dus af te vragen waarom ik nu ook alweer begon te zweven. En dan besef ik dat ik wellicht wat dankbaarder mag zijn. Bijvoorbeeld voor het lente-akkoord.

Veel mensen zeggen dat het te rechts zou zijn, niet sociaal, of toch niets waard omdat het na een week al in de prullenbak lag. Wat deze mensen kennelijk nu alweer vergeten zijn, is dat ze zich anderhalf jaar lang kwaad hebben gemaakt over het beleid van Bruin I. Over bezuinigingen op het passend onderwijs, op het PGB, op de griffierechten, op openbaar vervoer, over de BTW verhoging voor podiumkunsten, over de huishoudinkomentoets voor de bijstand, over de extra bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, de invoering van de wet werken naar vermogen, de prestatiebeloning in het onderwijs, en ga zo maar verder. Niet alle, maar wel de meeste van deze maatregelen zouden zonder dat lente-akkoord momenteel ijskoud zijn uitgevoerd onder het motto van staand beleid, zoals dat nu helaas nog wel gebeurt met de langstudeerboete en de weigerambtenaar.

Ja, het had natuurlijk nog een stuk beter gekund, maar dat lente-akkoord is en blijft een prestatie van formaat. Zeker, het akkoord is waard wat het waard is: het is een begroting met vooruitzicht op verkiezingen en er zit naar het oordeel van de linkse kiezer natuurlijk teveel CDA en VVD in. Maar het gaf ons wel een zeer stabiele zomer, met eindelijk weer eens een economische meevaller als bonus. En ik ben dus nog steeds erg blij dat Rutte in de lente al tegenhouden is en niet later pas.

Waarom GroenLinks

Ik zie de noodzaak van Europese samenwerking om de financiële crisis te bedwingen, maar ben hoogst ontevreden over het gebrek aan democratie in Brussel. En ik wil stemmen op een partij die zich daar al langer dan sinds de crisis druk om maakt. Dus GroenLinks.

Ik zie de noodzaak van hervorming van ons sociale stelsel, een administratieve draak waarbij gelijkheid ver is te zoeken en dat bovendien langzaam afbrokkelt. Maar ik wil wel dat er zo hervormd wordt dat mensen met domme pech een goed vangnet hebben. Niet alleen in het belang van henzelf, maar ook voor een stabiele samenleving. Dus GroenLinks.

En ik ben absoluut geen bomenknuffelaar, maar ik ben niet te naïef of blind om in te zien dat we op een fundamenteel andere manier moeten gaan leven als het gaat om voedsel en energie. Simpelweg in het belang van onze eigen gezondheid en de toekomstvastheid van het verschijnsel mens. Ik zie bovendien de economische voordelen om daarop voor te sorteren. Dus GroenLinks.

Verder wil ik kiezen voor een die partij die dingen als mensenrechten, privacybeleid en moreel liberalisme voorop stelt. GroenLinks dus.

GroenLinks als strategische stem

Inhoudelijk blijft het voor mij dus GroenLinks. Daarbij blijkt GroenLinks voor mij ook de meest strategische stem.

De SP en de VVD zitten elkaar momenteel bewust groter te maken met een wedstrijdje wie-de-grootste-wordt. Maar uiteindelijk doet dat er niet toe, want het zou niet de eerste keer zijn dat de grootste partij niet in de coalitie komt. Veel belangrijker is het hoe die coalitie eruit ziet. Linksom of rechtsom, er komt waarschijnlijk een sprokkelcoalitie, waarbij de coalitiepartners misschien wel de smaakmakers zullen zijn na deze platte wedstrijd tussen links en rechts populisme.

Gaat het rechtsom met de VVD, dan is de kans groot dat ook GroenLinks nodig is. Met geen van de mogelijke combinaties ben ik tevreden, maar het is in mijn belang dat de rood/groene component zo groot mogelijk is ten opzichte van de conservatief rechtse VVD, terwijl ik ook de Christelijke huichelarij met weigeramtenaren, zondagssluiting en de wietpas ook graag zoveel mogelijk gecompenseerd zie worden. Als ik moet kiezen tussen Balkenende II en het lente-akkoord, doe mij dan toch het laatste maar.

Gelukkig geeft GroenLinks zelf onverbloemd de voorkeur aan samenwerken met de SP in plaats van de VVD. En zeker voor een linkse coalitie zal GroenLinks hoogst waarschijnlijk nodig zijn, naast de PvdA en wellicht zelfs de Partij van de Dieren. Daarmee is die rode coalitie echter nog niet rond.

De SP lijkt voor de aanvulling meer naar het CDA dan naar D66 te lonken. Een conservatief links kabinet met het CDA en wellicht zelfs de CU lijkt mij echter een erg slecht idee. Niet alleen om bovengenoemde punten, maar wordt ook hoog tijd dat we eindelijk de achterdeur van de coffeeshops eens behoorlijk regelen, want de criminaliteit heeft daar nu wel voldoende geld aan verdiend lijkt mij. Met D66 is het niet alleen op het morele vlak veel beter zaken doen, de combinatie Pechtold-Roemer lijkt mij voor beide ook meer dan gezond. Pechtold zal moeten dimmen met zijn bezuinigen-is-goed en de-markt-is-beter agenda’s, terwijl Roemer even wat realistischer zal moeten gaan kijken naar de houdbaarheid van ons sociale stelsel, en zijn mooie plannen voor Nederland ook Europees zal moeten gaan delen.

Doe mij maar een kabinetje Roemer-Pechtold dus. En als er ëën partij is die dat kan gaan stimuleren, dan is dat GroenLinks. GroenLinks zal in een kabinet met de SP namelijk absoluut liever kiezen voor D66 als partner in plaats van het CDA. Juist in de formatie kan GroenLinks daarmee een heel belangrijke, zo niet beslissende rol spelen. Ook met vijf zetels.

Het is u en mij nu dus weer duidelijk: Klokwerk stemt deze verkiezingen gewoon GroenLinks.

Kansen voor D66, GroenLinks en de PvdD

De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit laatste stuk van de serie een schets van de mogelijkheden en de strategie.

Bij de huidige stand van zaken in de politiek liggen er politieke kansen voor D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren. Eigenlijk zijn die kansen alleen maar goed te grijpen als ze kiezen voor samenwerking.

Geen fusie

In de vorige stukken zette ik op rij in welke opzichten D66, GroenLinks en de Partij van de Dieren overeen komen. Daarmee bedoelde ik geenszins dat de partijen zouden moeten fuseren. Dat lijkt me ook helemaal geen goed idee. Door alleen maar te zinspelen op een fusie springt meteen de achterban van je partij hoog op de kast. Gevolg: tientallen congressen over “de koers van de partij”, en in plaats van met politiek zijn je politici alleen nog maar met de partij bezig. De media zullen smullen. Maar je politieke concurrenten ook.

Nog belangrijker: de partijen zijn gezamenlijk sterker als ze gebruik maken van het feit dat ze verschillende doelgroepen aanspreken. Die kiezersgroepen kunnen zich namelijk vaak maar slecht met elkaar identificeren. Bovendien hebben die partijen naast overeenkomsten nu eenmaal ook verschillen in standpunten. Die verschillen onder het kleed schoffelen zou de democratische discussie alleen maar schaden en de partijen terecht ongeloofwaardig maken.

Samenwerking

Ondanks de verschillen die er zijn is er voor wie even verder kijkt een duidelijke agenda die deze drie partijen gemeenschappelijk voeren, en waarmee zij zich wezenlijk onderscheiden van andere partijen. Het gaat in het kort om een radicale vergroening van het belastingstelsel, een flinke democratiseringsslag voor Brussel, het gelijk trekken van de rechten van flexwerkers en vaste werkers op een sociale manier, en een vrije samenleving over het algemeen, dus ook als het gaat om bijvoorbeeld het drugsbeleid en het privacy-debat.

Hoe kan deze agenda het best politiek gepresenteerd en verdedigd worden? De drie partijen zouden los van elkaar hun standpunten kunnen blijven verdedigen, maar dat maakt geen extra indruk. Er zijn inmiddels negen partijen in de oppositie in de Tweede Kamer. Zonder samenwerkingsverbanden zullen met name de kleinere partijen simpelweg verzuipen in de kakofonie.

Beter zouden ze voor de gezamenlijke agenda die ze voeren extra aandacht kunnen trekken door bijvoorbeeld met een gezamenlijke oppositieverklaring te komen, en elkaar vervolgens op die agendapunten te blijven steunen.

Daarbij liggen er vervolgens kansen in de politieke discussie en in de eerste kamer.

Kansen in de politieke discussie

PvdA en VVD hebben samen een meerderheid in de Tweede Kamer, maar ze weten dat hun meerderheid electoraal gezien fragiel is. De noodzaak voor die twee partijen om met dit project door te gaan is daarom hoog: beide partijen weten dat ze uit eventuele volgende verkiezingen kleiner tevoorschijn zullen komen. Een reden dat dit kabinet nog wel even zou kunnen blijven zitten.

Het huidige regeerakkoord is er echter één op hoofdlijnen, waarbinnen de politieke partners elkaar veelal nog moeten vinden. En zelfs aan die hoofdlijnen blijkt nog te tornen. Dat betekent dat mensen met kritiek of ideeën gehoord worden, met name als blijkens de peilingen een groot deel van de mensen weet aan te spreken dat de vorige verkiezingen VVD en de PvdA gestemd heeft.

Kansen via de Eerste Kamer

De samenstelling van de Eerste Kamer blijft nog ruim twee en een half jaar hetzelfde als deze nu is. Ook als het kabinet Rutte II de hele rit uitzit, zal de politieke werkelijkheid voor het grootste deel van de termijn dus nog zijn zoals die nu is.

In de Eerste Kamer kunnen de PVV, het CDA en de SP het kabinet los van elkaar aan een meerderheid helpen. Indien dat niet lukt kunnen alleen D66 en GroenLinks in combinatie die meerderheid garanderen. We gaan waarschijnlijk politiek spannende tijden tegemoet waarin het kabinet verschillende meerderheden zal proberen te zoeken.

D66 en GroenLinks staan van alle oppositiepartijen het dichtst bij dit kabinet. Zij zitten qua politieke kleur redelijk in het midden tussen PvdA en VVD. Bovendien zijn zij hervormingsgericht, in tegenstelling tot het CDA dat met name conservatief is ingesteld. D66 en GroenLinks stonden tijdens de besprekingen van het regeerakkoord dan ook het meest positief tegenover het kabinet. Het ligt dus voor de hand dat het kabinet daarom op deze twee partijen vaak een beroep zal doen.

Invloed

Die steun mogen deze partijen mijns inziens echter niet gratis geven. Aan die steun dienen voorwaarden te worden verbonden.

Denk aan: geen geknabbel aan de ontslagbescherming als dit niet eindelijk gepaard gaat met die scholingsfondsen waar mensen recht op hebben ongeacht hun voorgaande contractvorm, waar beide partijen al jaren voor pleiten.

Of: geen steun voor overdracht aan de EU als de minister president niet serieus werk gaat maken van een pleidooi voor een veel democratischer besluitvorming in Brussel (denk aan meer macht voor het Europees Parlement of zelfs een Europees referendum).

Of: verlaging van de inkomstenbelasting OK, doe maar nog meer dan van plan was, maar dan wel met de invoering van belastingmaatregelen om vervuilend en ongezond gedrag tegen te gaan (vettaks, groentaks, vleestaks).

Draagvlak

Zonder elkaar zullen GroenLinks en D66 een stuk minder sterk zijn in het stellen van dit soort voorwaarden. Want het “njet” van GroenLinks of D66 is lang niet zo interessant als de voorwaarden waaronder ze het kabinet toch aan een meerderheid willen helpen. Voor het opstellen daarvan hebben ze door de getalsmatige verhoudingen al snel elkaar nodig.

Voor dit spel is de Partij voor de Dieren niet noodzakelijk, maar het zou van strategisch inzicht getuigen als D66 en GroenLinks deze partij in hun verklaring meenemen wanneer de standpunten toch al overeen komen. Politiek is tenslotte draagvlak zoeken voor je voorstellen, en niet het vertonen van sologedrag.

Sologedrag mag verleidelijk zijn omdat sommige kiezers dat verwarren met “trouw blijven aan je idealen”. Maar als het ideaal is de samenleving te verbeteren, dan is sologedrag vertonen een doodlopende weg.

Zonder elkaar zie ik die drie partijen in de oppositie dan ook helaas niet veel presteren. Ze zijn door veel van hun standpunten, door hun positie in het politieke spectrum, en door de getalsmatige verhoudingen bijna wel gedwongen tot samenwerken. Het zou stom zijn daar dan niet maximaal op voor te sorteren.