Het probleem met referenda

ANALYSE – Een referendum is alleen zinvol als het duidelijkheid schept

Mislukte referenda

Laten we eerlijk zijn: de grote referenda van de afgelopen jaren zijn allemaal mislukt. Ze hebben chaos, onduidelijkheid, wantrouwen en onvrede opgeleverd.

Neem het referendum over de Europese grondwet. De tegenstanders wonnen, maar gaven totaal verschillende geluiden over of verdrag moest worden aangepast, en zo ja hoe, of dat het helemaal moest verdwijnen. Lees verder Het probleem met referenda

Een oplossing voor de democratische crisis

Onze democratie

Bij de algemene beschouwingen van afgelopen jaar oogstte Baudet vooral hoon bij zijn collega’s, toen hij beweerde dat de debatten in de tweede kamer eigenlijk alleen maar een inhoudsloos spel voor de bühne zijn. Helaas heeft hij daar echter wel gelijk in. De huidige politieke situatie is eigenlijk de naam democratie nauwelijks waard.

Want wat is de praktijk? Direct na de verkiezingen duiken in ons land de winnende partijen een achterafkamer in, om in het diepste geheim een coalitieakkoord te smeden. Daarmee zetten ze effectief gezien vervolgens vier jaar lang de tweede kamer buitenspel.

In de tweede kamer speelt zich rond dit akkoord vervolgens een ritueel af. De coalitie verdedigt het coalitieakkoord, de oppositie valt dat aan (en vangt bij de meeste debatten bot), terwijl van bijna ieder debat de uitkomst eigenlijk van tevoren al vastligt.  Coalitiepartijen stemmen doorgaans anders dan wanneer ze niet aan een akkoord gebonden zouden zijn, en anders dan hun partijprogramma vertelt. Door coalitietrouw gebeurt het regelmatig dat minderheidsstandpunten wetten worden, en dat kleine minderheden belangrijke veranderingen blokkeren.

In een democratie regeert het volk in open debat en bij gratie van meerderheden. Onze praktijk is daar sterk van verwijderd. En het levert niet zoveel goeds op. Deze manier van werken heeft vooral nadelen. Kabinetsvorming is soms zeer moeilijk, en de uitkomst is voor veel partijen onbevredigend: niet alleen voor de oppositie, maar het is ook vaak pijnlijk voor coalitiepartners. Het volk krijgt ondertussen maar al te vaak de indruk dat politici volkomen onbetrouwbaar zijn. Kabinetten zijn vaak instabiel, slecht presterende ministers wordt vanwege coalitietrouw de hand boven het hoofd gehouden, en de politiek draait meer om macht dan om rationele argumentatie.

Ideeënarmoede

Helaas zijn de voorstellen die Baudet daartegenover stelt nogal slecht doordacht. Hij komt met een aantal voorstellen voor correctieve en initiatiefreferenda, die helaas niet uitgewerkt worden. Nu ben ik zelf helemaal voor referenda, maar niet zonder strikte voorwaarden, want anders brengen ze alleen verwarring. Maar bovendien gaan referenda niets verbeteren aan de rare manier waarop ons parlement werkt.

Evenmin doet een gekozen minister president dat. Forum voor Democratie wil die gekozen president, die nauwelijks gecontroleerd kan worden door de kamer. Een Amerikaans presidentssysteem dus, dat bijzonder kwetsbaar zal blijken te zijn voor demagogie, gebroken verkiezingsbeloften, gekonkel en conflicten. Voor mij hoeft het niet.

Helaas weten de meer serieuze partijen die traditioneel het meest voor democratisering opkwamen tegenwoordig niets meer tentoon te spreiden dan een enorme ideeënarmoede op dit gebied. D66 en GroenLinks zijn over democratisering bijna volledig stil gevallen naar aanleiding van de qua uitkomst voor hen tegenvallende referenda. D66 liet zich nota bene lenen voor het afschaffen van het nog problematische referendum zonder enig alternatief ertegenover te stellen.

De Partij voor de Dieren en de SP pleiten ondertussen voor een referendum oude stijl, en doen niet veel moeite hun ideeën daarover uit te werken. De PVV pleit voor een referendum, en spreekt over een nepparlement, zonder op het idee te komen daar meer mee te doen dan het vijf keer hard roepen voor een open microfoon in datzelfde parlement. De commissie Remkes ondertussen komt niet veel verder dan een paar goedbedoelde en vaak zeker nodige maatregelen, die helaas echter niet meer zijn dan het plakken van pleisters op een in de grond imperfect systeem.

Bovengenoemde problemen worden niet onderkend, en er is al helemaal niemand die er een oplossing voor verzint. Terwijl die toch zo eenvoudig zou kunnen zijn.

Een eenvoudige oplossing

Om het systeem te repareren moet er een andere manier van samenwerking komen van de regering en de tweede kamer. De uitwerking hiervan zou als volgt kunnen zijn:

Ministers en staatssecretarissen worden niet door een coalitie benoemd, maar direct na de verkiezingen door de nieuwe kamer rechtstreeks in functie gekozen. Ongeveer zoals dat nu gebeurt met de kamervoorzitter. Elk kamerlid zou zich daarbij voor de functie van staatssecretaris, minister en minister president verkiesbaar moeten kunnen stellen, maar anders dan bij de verkiezing van de Kamervoorzitter zou een kamerlid of fractie ook iemand van buiten de kamer moeten kunnen voordragen voor de functie.

Het kabinet wordt zodoende samengesteld uit los benoemde ministers. Een minister is vervolgens niet gebonden aan een regeerakkoord, coalitieakkoord, partij of partijprogramma. Een kabinet maakt ook bij aantreden geen nieuw beleid. Het beleid dat gevoerd wordt is het staande beleid, gewijzigd met alle voorstellen die de tweede kamer plenair afstemt. Per jaar wordt de begroting gebaseerd op de begroting van het voorgaande jaar, waarbij in de kamer gestemd wordt over wijzigingen, al dan niet naar aanleiding van mee- of tegenvallers.

Gevolgen

Het debat in de tweede kamer zal  in zo’n geval niet meer in de vorm van de-coalitie-tegen-de-oppositie gaan. Per onderwerp kunnen partijen verschillende meerderheden vormen voor een beleidsvoorstel, wetsontwerp of herbudgettering.

Wanneer de politiek voor deze manier van werken kiest, komt het primaat bij wetsontwerpen bij het parlement te liggen. Daar moet het parlement dan ook de extra ondersteuning van het ministerie voor terug krijgen. Het ministerie wordt geleid door de minister, maar is direct informatie schuldig aan het parlement.

Een minister kan ook zelf een wetswijziging of beleidswijziging voorstellen, maar dient dit dan niet met de ministerraad of een coalitie, maar rechtstreeks met de kamer af te stemmen. Een minister is echter primair belast met het implementeren en uitvoeren van beleid, en het communiceren over de aansturing van het ministerie. Bij verlies van vertrouwen van de kamer kan een minister of staatssecretaris vervangen worden zonder dat het kabinet daarmee in het geding komt.

De ministers regeren uiteraard in goed overleg, maar zonder last of ruggespraak naar het kabinet of een coalitie. De premier wordt niet noodzakelijk door de grootste partij geleverd, en ook hij kan vervangen worden zonder het kabinet in gevaar te brengen.

De formatie van het kabinet zal door deze manier van werken sterk versneld worden, en er komen veel stabielere kabinetten. Het doordrukken van minderheidsstandpunten is verleden tijd, en het debat in de tweede kamer wordt weer eerlijk en zinvol. Het verschijnsel dat partijen voor de verkiezingen andere standpunten hebben dan na de verkiezingen zal sterk afnemen, en daardoor groeit het vertrouwen in de politiek. De politiek wordt slagvaardiger, meer stabiel én eerlijker.

Bij de volgende verkiezingen invoeren

Het allermooiste is dat naar mijn weten geen grondwetswijziging en zelfs geen wetswijziging nodig is om dit idee praktisch uit te voeren. De wet schrijft immers geen coalitieregering of regeerakkoord voor, en de manier waarop het kabinet wordt samengesteld is voor zover ik na kan gaan ook nergens wettelijk vastgelegd. Kortom, wanneer voldoende partijen voor dit voorstel zijn, kan het na de volgende verkiezingen gelijk worden uitgevoerd, zonder verdere beperkingen.

Bij een uitslag waarbij twee partijen een duidelijke meerderheid vormen zal dit echter niet vanzelfsprekend zijn. Deze twee partijen zullen immers de mogelijkheid grijpen om de macht te verdelen en de oppositie buitenspel te zetten, zoals dit te doen gebruikelijk is. Dit is ook de manier waarop ons huidige systeem is ontstaan.

Zo gezien is het huidige politieke klimaat, met haar onduidelijke verkiezingsuitslagen zonder ‘makkelijke’ meerderheidscombinaties in beide kamers een zegen. Want tegen die werkelijkheid wordt een andere manier van werken ook voor de zittende politici meer aantrekkelijk. De parlementaire verdeeldheid, waar iedereen wakker van schijnt te liggen, is zodoende juist een kans voor een eerlijker politiek systeem.

Mijn suggestie zou zijn dat wanneer een dergelijk kabinet zoals ik hiervoor omschrijf de kans krijgt om aan te treden, de kamer zich zou moeten afvragen hoe ze de tot nu gebruikelijke manier van coalitievorming wetmatig onmogelijk kan maken. Want het huidige systeem van achterkamertjes en coalitiepartners, die elkaar in de greep en de oppositie buiten de macht houden, en op die manier de kamer veranderen in een ritueel circus, heeft echt afgedaan.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl en op Joop.nl.

De macht van Facebook en Google door filters

Waarom de geheime filters op de social media als Facebook en Google zo snel mogelijk verplicht openbaar moeten worden gemaakt

Stel je voor…

Stel… Mark Zuckerberg himself kijkt naar de televisie. Hij ziet dat er in Italië binnenkort verkiezingen zijn, en denkt: die Beppe Grillo, die moet winnen.

Ik zeg niet dat het zo is, sterker nog, waarschijnlijk is het niet zo. Het is maar een verzonnen voorbeeld.

Maar zo’n Zuckerberg zou in dat geval niet zoals wij normale burgers op zijn handen hoeven blijven zitten, of het blijven duimen voor zijn favoriet. Ook hoeft hij niet zoals andere big shots in business een grote donatie te doen aan zijn idool. Zelfs hoeft hij geen data te tappen.

Het enige wat hij hoeft te doen, is zijn team de opdracht geven dat het ultra-geheime Facebook algoritme een paar extra regels krijgt: artikelen over zijn idool worden vaker gedeeld, en artikelen waarin hij negatief wordt genoemd krijgen minder exposure. Lees verder De macht van Facebook en Google door filters

Republikein in Ruste

ANALYSE, COLUMN – Kees Alders aka Klokwerk verklaart zich republikein in ruste: Beter dan te knokken voor de afschaffing voor het koningshuis, kunnen wij gaan werken aan het vervolmaken van onze meritocratie en democratie.

De perfecte samenleving

Principieel gezien, ben ik een republikein. Onze samenleving heet een meritocratie te zijn: je krijgt in onze samenleving een functie en loon naar aanleiding van je kunnen, en je wordt beloond naar aanleiding van je verdienste. Een dergelijke samenlevingsvorm is niet alleen eerlijk, maar bovendien nuttig, want het haalt het beste in onze samenleving én de mensen in deze samenleving naar boven.

Zo’n meritocratie wordt dan idealiter aangevuld met een goed vangnet, zodat mensen niet van honger hoeven om te komen, niet vast komen te zitten in hun schulden, en niet worden geblokkeerd hun talenten te ontwikkelen. En tenslotte is onze samenleving een democratie: wij kiezen mensen in hun functies.

Zo is de theorie, en in theorie leven we daarom dan ook in een perfecte samenleving. Het idee van een koningshuis, waarin de hoogste functie van de staat geërfd wordt, staat daar haaks op, en past zodoende niet bij onze samenleving. Het is bij uitstek vreemd voor het land waar nota bene ooit de fundamenten voor de moderne republiek gelegd werden. Maar… hebben we het afschaffen van het koningshuis als symbool ook wel echt verdiend?

Geen meritocratie

Is onze samenleving in praktijk ook wel zo ingericht als wij denken? Goed, dat vangnet, daar mankeert van alles aan. Maar los daarvan, ook aan de stelling dat we in een meritocratie zouden leven, valt nogal veel af te doen.

Want nog steeds wordt heel veel in onze samenleving bepaald door waar je wieg staat en wie je ouders zijn, veel meer dan mensen beseffen. Het meeste kapitaal in ons land begon als geërfd kapitaal. En kapitaal groter maken is makkelijker dan het begin verdienen. Een bedje van kapitaal kan ook iemand met middelmatig talent goed dienen als springplank (en vangnet), die anderen missen. Je elitaire netwerk vult dat verder aan.

Succesvolle mensen geloven natuurlijk gráág dat ze het allemaal zelf gedaan hebben, dat ze zo uitzonderlijk zijn, en de meeste andere mensen kijken tegen hen op. Maar dat is voor een groot deel niet terecht. Wie je bent en wordt, wordt ook in onze samenleving nog steeds in zeer hoge mate door je omgeving bepaald, ook al zijn we geneigd dit te vergeten – misschien wel juist daarom.

Zeker, we hebben nu meer mobiliteit tussen standen en klassen dan in vroeger tijden. Het is erger geweest. Maar een pure meritocratie, daar staan wij als samenleving nog mijlenver vanaf, en het grootste deel van de mensen is daar stekeblind voor.

Discriminatie

Dit effect wordt nog versterkt door discriminatie. Onafhankelijke onderzoeken wijzen keer op keer uit dat functies niet alleen afhangen van talenten, en wat op je cv staat, maar ook van je huidskleur, je geboorteplaats of je geslacht. En in plaats van dat de publieke opinie hier telkens als een onderzoek dat uitwijst verontwaardigd op reageert, wordt het doorgaans gebagatelliseerd, wordt goedgepraat wat krom is, of wordt schouderophalend gereageerd met een: dan compenseer je dat toch gewoon door nóg wat beter je best te doen?

Er worden excuses gezocht. Bij allochtonen zou een verkeerde cultuur de schuld zijn: plotseling is het dan niet meer gek dat je omgeving bepalend is voor je kansen, en niet je inzet, talent of prestaties. Bij vrouwen is het helemaal duidelijk: zij kiezen toch voor kinderen in plaats van voor een carrière? Alsof het normaal is om mensen te bestraffen als ze voor onze samenleving hoog nodige zorgtaken op zich nemen! Ook al verricht je hetzelfde werk, met dezelfde kwaliteit, het wordt normaal geacht dat je een lager uurloon krijgt als je dat niet full time wilt doen – bijzonder raar voor wie er even langer bij stil durft te staan.

Wat ik maar wil zeggen: in onze maatschappij wordt nog altijd heel veel bepaald door het sociale netwerk en de sociale omgeving waar je in geboren wordt, je afkomst en je gender. Sommige mensen krijgen meer en betere kansen dan anderen. Dat is geen fictie, dat is keihard aantoonbaar. In mijn geboortedorp Heemstede moet je echt je best doen om te mislukken. In de wijk waarin ik als student leefde, Bos en Lommer, geldt dat helaas andersom.

Beloning naar waarde

Verder is het een feit dat de beloningen in onze samenleving erg scheef zijn, ook en juist als ‘beloning naar toevoeging van waarde’ het uitgangspunt heet te zijn. Grofweg worden mensen die onderwijs geven, onafhankelijk onderzoek doen, en de rotzooi opruimen, structureel zwaar onderbetaald. Ook van het bewaken van de orde wordt je in onze samenleving niet rijk. Zorgtaken worden mensen nota bene vaak geacht om zelfs gratis te doen. Commerciële functies, management- en beleidsfuncties worden echter zwaar overbetaald.

Maar welke functies leveren nu de meeste toegevoegde waarde? Ligt de samenleving plat als de managers gaan staken? Of als alle verkopers eens een weekje thuisblijven? Of als alle beleidsmakers allemaal tegelijkertijd een lang weekend nemen en de handelaars op de beurs een dagje overslaan? Geenszins. De schoonmakers hebben een paar jaar terug laten zien wat er gebeurt als ze een tijdje thuis blijven. Maar mensen met nog belangrijkere functies kunnen dat niet eens doen, want als alle verplegers en mantelzorgers en moeders een dag hun taak weigeren uit te voeren, dan vindt er massasterfte plaats.

Dus geven wij loon naar toevoeging van waarde? Maak dat de kat wijs. Dat is in onze samenleving nog steeds niet goed geregeld: verre van.

Democratie?

En dan tenslotte het idee dat we in een democratie leven: is dat wel waar? Leven we wel in zo’n mooie democratie? Ik waag het te betwijfelen. Veel functies worden nog altijd benoemd. Maar nog veel belangrijker: we leven in een coalitiesamenleving, wat het mogelijk maakt dat door veel gekonkel maatregelen worden doorgedrukt waar maar een kleine minderheid voor is, waar voor de verkiezingen zelfs niemand over durfde te spreken. We zien het nu weer met de afschaffing van de dividendbelasting. Besluiten worden bij ons achter gesloten deuren genomen en het parlement mag alleen voor de vorm nog wat nablaffen, terwijl de coalitiefracties via druk vanuit het kabinet gedwongen worden standpunten te verdedigen die ze zelf niet onderschrijven. Onderwijl wordt het (raadgevend!) referendum vanwege tegenvallende resultaten maar weer afgeschaft.

Nee, voor echte democratie moeten we naar de Zwitsers kijken, die na de verkiezingen een zakenkabinet samenstellen uit de grootste partijen, en voor wie het parlement verder het beleid bepaalt, out in the open, zonder beperkt te worden door coalitiediscipline om dat kabinet te laten zitten, en dat bijgestuurd of teruggefloten kan worden middels referenda. Dát is echte democratie. Onze vertegenwoordigende democratie met alleen maar verkiezingen eens in de vier jaar, met zijn fractiediscipline en zijn coalitiedruk, is slechts een heel grove benadering van wat een democratie is.

Het koningshuis

Terug naar het koningshuis. Dat is niet meritocratisch, en het is niet democratisch. Dus… weg ermee? Maar beste republikeinen… zouden we ons voordat we ons over dit symbool druk gaan maken niet eerst eens druk gaan maken over onze samenleving? U begrijpt, volgens mij hebben we dat afschaffen nog lang niet verdiend!

Bovendien zitten we nu in een situatie met een koning die ieder jaar in populariteit wint. En laten we eerlijk zijn, ook ik ben gevallen voor de voormalige prins pils. Niet zozeer door zijn huwelijk met de Argentijnse juntadochter (die ik persoonlijk overigens de junta niet kwalijk neem, maar toch), maar vooral door zijn optreden zelf. Hij is sympathiek, zegt steeds minder domme en steeds meer verstandige dingen, oogt soms wat stijf in zijn rol en naar de pers, maar raar genoeg maakt dat hem juist nog meer sympathiek.

Mijn hart heeft deze man met name veroverd door vorig jaar juni erop te staan de vluchtelingenkampen op Sicilië op te zoeken, en zich door burgemeester Orlando van Palermo te willen laten ontvangen, iemand die opmerkelijk afwijkende opvattingen heeft over hoe om te gaan met vluchtelingen, die recht tegen de van links tot rechts brede consensus van denken hierover in durft te gaan. Willem mag geen politiek bedrijven, maar hier gaf hij toch een duidelijk signaal. En hij kwam ermee weg ook.

Populair

Maar veel belangrijker: ik ben duidelijk niet de enige die door de misschien toch-niet-zo-domme Willy om de vinger gewonden is, want als er morgen verkiezingen zouden komen, zou voor een nieuwe koning Willem-Alexander de eerste deze verkiezingen met vlag én wimpel winnen. En dat is op zich een heel goede reden om die verkiezingen nu niet te houden.

Vind ik daarmee het koningshuis perfect? Welnee. De meeste argumenten die koningsgezinden leveren, slaan nergens op. Levert het koningshuis stabiliteit op in ons onrustige politieke landschap? Bullshit. De koning heeft politiek gezien gelukkig niets meer in te brengen, en in het verleden is het koningshuis prima in staat gebleken om juist de politiek de destabiliseren (Greet Hofmans, Lockheed). Wim-Lex blijkt dan wel een geschikte vent, Bernard was een ramp. Beatrix bleek kundig, en heeft de harten van het volk later veroverd, maar Juliana was lief doch bleek uiterst zwak. We zijn met dat koningshuis kortom afhankelijk van een flink stuk toeval, en dat we nu mazzel hebben, betekent niet dat dit zo blijft.

Platte centenkwestie

Helaas echter zijn de argumenten die de republikeinen hier tegenin brengen niet zoveel beter. Men focust zich op de kosten. Het koningshuis zou veel teveel geld kosten, en de koning betaalt geen belasting. Als dat de beste argumenten zijn waar het republikeins genootschap mee kan komen hebben ze een verdomd zwak punt. Want uiteindelijk zijn dat futiliteiten.

Of de koning nu wel of geen belasting betaalt maakt voor een beurs die geheel en al recht uit de staatskas komt niet zoveel uit. We zouden morgen de vergoedingen van de koning met 100% kunnen verhogen en hem dan belasting laten betalen: dan komt het op hetzelfde neer. En de claim dat het koningshuis zo duur zou zijn is zeer relatief. Het paleis op de Dam verkopen? Aan wie? Toch hopelijk niet aan een Amerikaanse investeerder? Maar het aan onszelf verkopen levert echt niets op.

Over de kosten-batenanalyse van het koningshuis lopen vele welles-nietesdiscussies, waarvan de conclusie kan zijn dat die niet zomaar te maken is, met name omdat de indirecte baten, die er zeer zeker wel zijn, niet goed in te schatten zijn, en dat geldt ook voor de indirecte kosten.

Maar het hoort voor het republikeins genootschap mijns inziens veel meer te zijn dan gewoon een platte centenkwestie. Vraag zou moeten zijn: vinden we het het geld waard?  En helaas voor de republikeinen is dat gewoon een begrotingsvraagstuk, en iedere keer wordt dat weer democratisch beantwoord met: ja. De mensen vinden het schitterend. En laten we eerlijk zijn: het koningshuis kost hoe je het ook wendt of keert echt niet het leeuwendeel van de begroting.

Republikein in ruste

Zal Nederland nog lang een monarchie blijven? Geen idee. Zoals ik aan het begin van het stuk al stelde: ik ben voor een meritocratie en een democratie. Het koningshuis vloekt daarmee. Maar aan onze meritocratie en democratie ontbreekt mijns inziens een hele hoop meer dan het koningshuis, en dat lijkt mij voor nu even een heel stuk belangrijker.

Van alle problemen die ik in ons land zie, is het koningshuis absoluut niet nummer 1. Helaas voor principiële republikeinen zoals ik functioneert het Nederlandse koningshuis op dit moment meer dan prima. In dat geval ben ik ook niet te lullig om dit gewoon ruiterlijk toe te geven, en vind ik het niet functioneel om nu over afschaffing daarvan te praten. Dus republikeinen, u bent mij kwijt. Hier zit een republikein in ruste.

Misschien als er over een paar decennia weer een stel klungels op de troon komen te zitten, die van schandaal in schandaal rollen en de ene na de andere domme of abjecte uitspraak doen, of als de erfopvolgers gewoon zelf bedanken voor de eer – want dat kan ook nog – dat er dan weer een beter moment komt om over afschaffing te praten.

Maar laten we onze schouders eronder zetten om ervoor te zorgen dat het dan niet alleen maar een symbolisch dingetje zal zijn, maar een kroon op het harde werk voor een échte meritocratie en democratie, dat we van nu af aan tot op dat moment succesvol hebben verricht. Want voordat we onze samenleving zo met recht mogen noemen, moeten we echt nog een hoop aan beloning, discriminatie, belasting en het parlementaire stelsel veranderen.  Laten we ons daarop richten.

Dit essay verscheen eerder op Sargasso.nl en op Joop.nl.

Worstelen met referenda

Er is veel mis met de huidige referendumregeling, maar betekent niet dat een referendum altijd een slecht idee is. In een andere vorm zouden referenda een bijzonder waardevolle aanvulling zijn op ons politieke systeem

Het referendum over het verdrag van de EU met Oekraïne roept met name veel verwarring op. Deze verwarring wordt door sommige opiniemakers als bewijs aangehaald dat het hele idee van een referendum niet zou deugen. Arnon Grunberg bijvoorbeeld stelt in Vrij Nederland botweg dat politiek toch veel te ingewikkeld is voor de emotionele burger, en dat we het daarom beter bij verkiezingen kunnen houden. Voor mij deugt die redenering echter niet. Als het volk werkelijk te onwetend en te emotioneel zou zijn om te kiezen bij een referendum, dan geldt dat namelijk nog veel meer voor verkiezingen. Het is immers veel makkelijker over één onderwerp je mening te bepalen, dan over de hele politiek. Dus als dit argument geldig zou zijn, dan dienden we allereerst de verkiezingen af te schaffen, en juist eventueel slechts referenda toe te laten – of helemaal niets.

De noodzaak van democratie
Maar wie zo redeneert, begrijpt de ware reden voor de noodzaak van democratie niet. Democratie is noodzakelijk, omdat het bewindvoerders dwingt om draagvlak te zoeken voor wat zij doen. Zonder die dwang is de kans veel te groot dat zij alleen maar voor zichzelf zorgen. Dat laat de geschiedenis ons maar al te goed zien. En in het verlengde daarvan klopt ook dat andere argument niet dat vaak tegen referenda gegeven wordt, namelijk dat wij politici nu eenmaal kiezen om zich te verdiepen in de nuances van de politiek, en dat het daarom niet zou passen in ons systeem dat mandaat via een referendum te doorkruisen. Het is hetzelfde als zeggen dat wie een boekhouder inhuurt om voor hem zijn financiële administratie te doen, ook geen recht zou hebben die boekhouder dan vervolgens op bepaalde momenten terug te fluiten. Dat recht heeft hij natuurlijk wel, en het zou zeer onverstandig zijn dit op te geven in de ruil voor het recht om eens in de vier jaar een andere boekhouder te kiezen. Iemand die zo zijn bedrijf runt neemt veel teveel risico met onbetrouwbare boekhouders, en zo werkt dat naar mijn mening met de samenleving net zo.

Vandaar dat ik wel degelijk veel zie in referenda. Maar referenda dienen dan wel scherpe en nuttige referenda te zijn, en de huidige referendumregeling levert zulke referenda niet op. Het huidige referendum is in de eerste plaats zo slecht, omdat het niet over één enkelvoudige beslissing gaat, maar over een heel verdrag. Als er uit dit referendum een Nee komt, dan is het volstrekt onduidelijk waar dat Nee dan tegen is. Gaat het over de inhoud van dit verdrag, zoals de SP stelt? Of is het een Nee tegen het hele idee dat er een verdrag gesloten wordt met Oekraïne, de mening van GeenStijl en Wilders? En als het toch over de inhoud gaat, over welk deel van de inhoud gaat het dan? De meningen over al deze vragen zijn in het Nee kamp zwaar verdeeld, en daarmee wordt met een Nee een volkomen onduidelijk signaal gegeven. Deze onduidelijkheid wordt nog groter doordat de meeste mensen die zeggen Nee te willen stemmen vooral met argumenten komen die met de referendumvraag helemaal niets te maken hebben.

Eisen aan een referendum
Een echt nuttig referendum zou daarom nooit over een heel verdrag mogen gaan, of zelfs maar over een wet, maar over een statement dat in slechts één wetsartikel past. Pas dan is er bij een Nee een duidelijke uitspraak, en anders niet. Daar staat tegenover dat in een werkelijk volwassen referendumdemocratie de referenda niet alleen maar over nieuwe wetten gaan, maar vooral op initiatief van de bevolking plaatsvinden. Verplichte referenda lijken mij onzin, maar als een substantieel deel van de bevolking achter het maakt niet uit welk voorstel staat, dan is het sowieso de moeite waard daarover te stemmen. Maar laten we dat dan wel op voorwaarde doen dat mediaconcerns zich tijdens het verzamelen van de handtekeningen dan niet mogen uitspreken.

En zo zijn er nog wel meer redelijke eisen aan een referendum te stellen. Wanneer een voorstel geld kost bijvoorbeeld, zou dit voorstel voorzien moeten zijn van een redelijke dekking. Ook zou een voorstel nooit in botsing mogen zijn met hogere wetgeving: als mensen dat willen, dan houden ze maar een referendum over die hogere wetgeving. Door dit soort regels wordt een referendum scherp en gericht. Misbruik is niet meer mogelijk. Als er tegen dit soort voorwaarden referenda gehouden zouden worden, dan zou de uitslag mijns inziens ook altijd bindend moeten zijn. Opkomstdrempels vertroebelen in dat geval alleen maar de uitslag en zijn dus ongepast.

Een referendum dat zo vormgegeven zou worden, zou de kloof tussen de burger en de politiek werkelijk kunnen dichten. Niet alleen dwingt het onze vertegenwoordigers nog eens extra te luisteren naar de bevolking, het dwingt aan de andere kant de bevolking om zich te informeren en haar eisen scherp te formuleren. Zulke referenda zouden rookgordijnen kunnen slechten in plaats van optrekken, en besluitvorming kunnen vergemakkelijken en zelfs versnellen in plaats van alleen maar te frustreren. Zij geven bovendien in het politieke debat de redelijke meerderheid de kans te laten weten dat mensen met een hete kop en een grote mond wel veel lawaai maken en zo vaak de toon zetten, maar daarmee nog niet zomaar altijd de meerderheid vormen. Zij maken de democratie volwassen.

Misbruik
Het mag echter duidelijk zijn dat de huidige referendumregeling en het huidige referendum totaal niet aan deze logische eisen voldoen. En dat is dan ook precies de reden waarom dit referendum zo goed te misbruiken blijkt voor een diffuse en louter destructieve populistische agenda. Het is vooral tegen dit misbruik waarvoor ik woensdag mijn stem zal laten horen. Democratie is een serieuze zaak. En dat geldt ook voor een goede relatie van de EU-landen met hun buren, en daar horen afspraken bij. Ja, er is heel veel mis met de EU, en er zijn zeker een paar van die misstanden die in dit verdrag bevestigd worden. Maar dit referendum gaat niet over de inhoud van EU-verdragen in het algemeen. Daar zijn gelukkig andere facties en initiatieven voor. Voor de EU is het verdrag in lijn met andere verdragen die de EU in het verleden sloot, en over het algemeen is wat we willen afspreken lang niet zo slecht, vooral omdat er ook aandacht is voor recht, democratie en corruptiebestrijding. Misschien niet zoals de SP of ik het graag zou zien, maar alleszins beter dan anarchie of Russische overheersing. Of de deal goed is voor de Oekraïners, dat moeten ze vooral zelf weten. Dat moeten wij niet voor ze bepalen. En wat Poetin van dit alles vindt? Als we ons daar wat van aan zouden trekken in het aangaan met relaties met onze buurlanden, dan is de Russische beer pas echt los.

Zo bezien is de referendumvraag kortom echt niet zo moeilijk. Wat het ingewikkeld maakt, is dat veel facties proberen het referendum te misbruiken voor andere agenda’s. Soms goed bedoeld, maar soms ronduit kwaadaardig, zoals blinde anti-EU-obstructie of zelfs pure aandachttrekkerij voor de eigen partij of weblog. Van een dergelijke beweging valt niets goeds te verwachten. Daarom stem ik woensdag met liefde vóór een referendum, en tegen rookgordijnen en het misbruik van de democratie.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Een volksmenner als politicus

COLUMN – Wilders gekozen tot volksmenner, pardon, politicus van het jaar: Dat zegt een hoop over wat we van een politicus verwachten. Niet dat een politicus verbindingen legt, eerlijke voorlichting geeft, verantwoordelijkheid draagt en open is in ieder geval.

Van alle kanten kreeg Wilders veel felicitaties voor zijn verkiezing tot politicus van het jaar. Ook van mensen die zijn mening niet delen, zelfs verafschuwen. Want hij weet toch maar aandacht te trekken, zaken te agenderen en (virtuele) zetels te scoren. Een terechte verkiezing dus?

Wie dat vindt, heeft een heel rare kijk op de taken van een politicus. Er zijn een heel aantal kwaliteiten van een politicus die Wilders volkomen mist: verbindingen leggen, eerlijke voorlichting geven, verantwoordelijkheid dragen en openheid geven. Kwaliteiten die het publiek kennelijk niet van een politicus verwacht. Dat zegt veel over onze politieke cultuur.

Waar Wilders ongetwijfeld meester in is, is media-aandacht trekken. De methode die Wilders hiervoor volgt, is mensen die nooit op hem zullen stemmen shockeren. Met deze methode weet Wilders wel veel fans te kweken, maar ook veel tegenstanders. En dat maakt het extreem moeilijk een regering te vormen, die toch iets van nationale eenheid zou moeten uitstralen.

Als de politicus van het jaar de beste potentiële bestuurder zou zijn, dan zou Wilders dus niet in aanmerking komen. Kennelijk verwachten we van een politicus geen bestuurlijke kwaliteiten. En ook als het een kwaliteit zou zijn van een politicus om mensen te verenigen en bruggen te bouwen, dan krijgt Wilders een dikke onvoldoende. Kennelijk verwachten we ook dat niet van een politicus. En dat geldt voor meer zaken die als we goed nadenken voor een politicus van belang zouden moeten zijn.

Ik zou bijvoorbeeld zeggen dat een belangrijke kwaliteit van de politicus is mensen goed voor te lichten over de situatie, en geen onmogelijke dingen beloven. Wij hebben immers een indirecte democratie om de volksvertegenwoordigers de tijd te geven de zaken uit te zoeken waar wij gewone burgers geen tijd voor en geen toegang toe hebben, en om deze aan ons uit te leggen. Als zij dat niet doen, dan is er eigenlijk geen enkele reden dat wij volksvertegenwoordigers kiezen en niet alles regelen via referenda.

Maar het verdiepen en voorlichten, dat doet Wilders niet. Integendeel. Hij schildert liever vluchtelingen af als verkrachters. Overigens is Wilders niet de enige die zo’n loze haatcampagne begint. Ook Zijlstra en Buma (en niet te vergeten Dijsselbloem – van de gewezen sociaaldemocraten moet je het maar hebben), hebben ervoor gewaarschuwd dat de vluchtelingen de verzorgingsstaat zouden ondermijnen, terwijl dat getalsmatig gezien een enorme onzinuitspraak is. Maar de koning van de haat- en angstcampagnes is natuurlijk Wilders zelf.

Verder zou een goed politicus ook verantwoordelijkheid moeten nemen, en ervoor moeten waken geen deel van het probleem te worden dat hij zelf signaleert. Ook dat doet Wilders niet. Hij doet er alles aan zijn achterban op te stoken, en neemt hij onvoldoende afstand van het “verzet” waar hij zelf toe opgeroepen heeft. De PVV stemde nota bene tegen een debat over de gebeurtenissen in Geldermalsen. Overigens laat hij hiermee ook de mensen waarvoor hij zegt op te komen in de steek.

Door zijn kiezers tegen mensen met een islam-achtergrond op te zetten werkt hij bovendien ook radicalisering onder moslimjongeren in de hand. Dit is geen loze kreet, maar onlangs nog door onderzoek bevestigd. En dat terwijl hij oplossingen die radicalisering daadwerkelijk effectief tegen bleken te gaan (buurtregisseurs) tegenhoudt als ‘te soft’.

Wilders werkt radicalisme dus aan twee zijden in de hand, en weigert zich hierop te bezinnen. Qua verantwoordelijkheid krijgt Wilders dus een dikke onvoldoende.

Ook zou een politicus mijns inziens helder en transparant moeten zijn over wiens woord hij spreekt, en daarmee over zijn financiering. Daar is Wilders ook al niet helder in. En tenslotte zou een goed politicus goed moeten luisteren naar de eigen achterban. Ook voor dat punt zou Wilders een dikke onvoldoende krijgen, want democratie in zijn beweging is afwezig en dissidenten verlaten vanzelf de partij of worden eruit gewerkt.

En toch wordt Wilders door het publiek van één Vandaag voor de zoveelste keer gekozen tot ‘politicus van het jaar’. De stemmers van dat programma malen dus niet om het leggen van verbinding, eerlijkheid, het dragen van verantwoordelijkheid en openheid. Een goede volksmenner, dat is hoe wij een politicus zien.

Een volk dat zo naar de politiek kijkt, verdient politici als Wilders. Maar ook alle ellende die hij met zich meebrengt.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Premier Rutte: Blind, Laf en Visieloos

De uitspraak van Rutte over het Romeinse rijk is enkel bedoeld om mensen bang te maken, en zo het falen van zijn eigen ideologie te maskeren: het bewijs van zijn totale gebrek aan visie en leiderschap.

Eigenlijk was hij te lachwekkend voor woorden, Rutte’s vergelijking van de EU met het Romeinse Rijk. Als de EU net zo snel uiteenvalt als het Romeinse Rijk namelijk, dan kunnen we gerust zijn, want dan hebben we namelijk nog wel een paar eeuwen te gaan. Ook de suggestie dat een paar miljoen Syrische vluchtelingen te vergelijken zouden zijn met de volksverhuizingen van anderhalf duizend jaar terug is om te gillen. Om te beginnen de aantallen: In het hele midden-oosten van Marokko tot Afghanistan wonen maar half zoveel mensen als in de hele EU, en veruit de meesten zijn echt niet van plan naar het koude noorden te trekken.

Daarbij weet iedere vakgenoot van de historicus Rutte dat de stelling dat het Romeinse Rijk bezweek onder de volksverhuizingen inmiddels achterhaald is: de Germaanse stammen die destijds het Romeinse Rijk introkken waren in praktijk nota bene in hoge snelheid geassimileerd in de Romeinse cultuur. De ondergang van het Romeinse Rijk was te wijten aan vele factoren, waaronder heel veel politieke en economische. Maar de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren dat dit Rijk ondanks de vele interne problemen zo ongelooflijk lang heeft kunnen bestaan is veel interessanter. Met leiders als Rutte zal de EU deze prestatie waarschijnlijk niet kunnen herhalen.

Een viervoudige crisis

De EU is in crisis. En dan hebben we het niet over slechts één crisis: het zijn er meerdere. We hadden, ondanks dat velen het graag blijven ontkennen, al een tijd lang een klimaatcrisis. Dit is geen onoverkomelijke zaak, maar we ontzeggen onze nazaten het recht op onze welvaart omdat we te belazerd zijn te hervormen. En bij dit veel te trage hervormingsproces loopt Nederland onder Rutte achterop.

Naast die klimaatcrisis hebben we sinds een klein decennium alweer een aanhoudende economische crisis. In tegenstelling tot de rest van de wereld blijft in de EU de economische malaise maar voortduren omdat onze leiders, Nederland weer voorop, weigeren over te gaan op schuldensanering van burgers en overheden, en vast blijven houden aan het oude systeem waarin de belastingbetaler opdraait voor de ellende die het internationale bedrijfsleven, de banken voorop, veroorzaakt. Gevolg: grote delen van de Europese bevolking zijn werkloos, en politici als Rutte weten niets beters te bedenken dan ze verplicht de straten te laten vegen om ze ‘werkdiscipline’ bij te brengen.

Meer recent is er opnieuw een onoplosbaar conflict bijgekomen bij de buren, en dit nieuwe conflict is gillend uit de klauwen gelopen. Naast IS zijn de partijen van Assad, de Koerden, de Russen, de Turken, de NAVO, Iran, Irak, Saudi -Arabië en nog een hele lijst andere facties in een oorlog geraakt waarin de belangen en loyaliteiten hopeloos door elkaar lopen en ieder zijn eigen agenda volgt. Ook de EU-landen spelen hierin een dubbelrol waardoor zij haar positie verzwakt: men werkt samen met gewetenloze dictaturen waarin de mensenrechten net zoveel voorstellen als in het kamp van de vijand, er wordt slechts gebruik gemaakt van wapens op afstand die vooral burgerslachtoffers maken, en vluchtelingen worden geweigerd en door het hele continent opgejaagd. Een beter programma om de stelling dat de EU op zou komen voor veiligheid, vrijheid, democratie en mensenrechten te ondermijnen is er niet, en een betere garantie voor toekomstig verzet tegen ‘de westerse levensstijl’ inclusief terreurdreiging had niet gegeven kunnen worden.

Daarbij is het draagvlak voor de EU onder de bevolking mede door dit alles inmiddels bijna helemaal verdwenen. Een drievoudige crisis was misschien nog aan te vliegen geweest als er niet ook nog een voortdurende politieke crisis was: de zeggenschapsstructuur is buitengewoon vaag, de manier waarop mensen gekozen en beleid bepaald wordt is dat ook, en daarbij bizar ondemocratisch voor een samenwerking van democratieën bovendien. Geen wonder dat mensen zich hier niet in kunnen herkennen.

Een lafbek als premier

Een tijd als deze vraagt om doortastende hervormingen. Voor een meer democratische EU met duidelijkere zeggenschapsstructuren. Voor een herbezinning op onze internationale betrekkingen waarbij gedeelde waarden met onze handelspartners centraal staan en vuile handel wordt vermeden. Voor een overgang naar een samenleving waarin schulden die nooit afbetaald worden niet meer de norm zijn, waarin bedrijven gewoon belasting betalen, en waarin falend beleid wordt afgestraft in plaats van beloond wordt met een bonus. Voor hervormingen op de arbeidsmarkt bovendien, met gelijke kansen en zekerheid voor iedereen. En daarbij voor een vergroening van het belastingstelsel, zodat verantwoordelijk gedrag loont.

Dit alles is niet onmogelijk, maar het vereist sterk leiderschap. En helaas is het daar waar het de EU vrijwel volledig aan ontbreekt, Nederland voorop. Het beste symbool hiervan is Rutte. Wij hebben een premier die de crises niet eens durft te benoemen, sterker nog, er alles aan lijkt te doen deze situatie voort te laten duren. Aan de vooravond van het voorzitterschap van Nederland van de EU wist Rutte onlangs op te merken dat Europa ‘geen behoefte heeft aan grote visies’. De man die vindt dat een visie een olifant is die het zicht belemmert, zit duidelijk nog steeds diep met zijn kop in het achterwerk van zijn eigen neoliberale grote grijze vriend zijn ingewanden te bestuderen.

Daarom begrijpt hij maar niet dat de EU in al die crises zit doordat zij vast blijft houden houdt aan de ideologie die zijn eigen partij blind aanhangt: het geloof in de immer rechtvaardige en efficiënte vrije markt, waarin alle wonden als vanzelf worden geheeld. Dit geloof heeft de economische crisis heeft veroorzaakt en verergerd, en zorgt ervoor dat de sociale zekerheid wordt afgebroken en de zorgkosten worden opgejaagd tot recordhoogten, alles om het systeem in stand te houden van overheden en burgers die eindeloos rente blijven betalen aan falende banken. Het verspilt het talent van zijn bevolking, verspilt bovendien zijn eigen leefomgeving, en kweekt ideologisch gif op de gronden van de buren.

En nu steeds meer blijkt dat deze politiek zichzelf ondermijnt, krijgt zonder blikken of blozen de vluchteling de schuld. Je moet het gore lef maar hebben.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Wouter Bos is het Grote Verhaal kwijt

COLUMN – Wouter Bos vergist zich: zoals ieder collectief heeft de PvdA heeft wel degelijk een Groot Verhaal. Alleen is de partij niet eerlijk in het presenteren daarvan. 

In zijn laatste excuuscolumn in de Volkskrant van afgelopen woensdag probeert Wouter Bos uit te leggen waarom het de PvdA volkomen ontbreekt aan het ‘Grote Verhaal’. Zijn redenering is als volgt: je gaat als persoon met een Groot Verhaal het politiek in, en daarna wordt het vanzelf modderen hoe meer compromissen je sluit, met ten eerste je eigen partij, en vervolgens met coalitiepartners. Het klinkt aannemelijk, maar het is grote onzin.

Het collectief is groter dan het individu

Bos vergeet dat een partij vaak juist een “Groter Verhaal” heeft dan een individu. Sterker nog, dat zou volgens veel denkers in gezond democratisch proces juist het geval moeten zijn. Een compromis is namelijk zeker niet altijd minder dan het origineel. Sterker nog, een compromis kan ook een synthese zijn van ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen, waarbij die beide belangen verenigd zijn in een hoger ideaal.

Zoals de verzorgingsstaat bijvoorbeeld niet alleen maar het knuffelen van mensen inhield, maar daarbij een stabiele afzetmarkt schepte, waarin het voor ondernemers nog makkelijker was om veel geld te verdienen. Of denk aan hoe in onze geschiedenis de godsdienststrijd eindigde in de godsdienstvrijheid en een scheiding van kerk en staat.

Ook al lijkt dat vandaag de dag de staande praktijk, het zogenaamde compromis is hier dus niet alleen maar zomaar water bij de wijn doen. Een goed compromis is juist het vinden van een hogere waarheid, oftewel een Groter Verhaal. Dit is de kerngedachte van het dialectisch denken van Hegel, wat door Marx is overgenomen. Jammer dat Bos dit filosofische gedeelte van de stamvader van het socialisme (waarin hij het socialisme overigens overstijgt) volledig lijkt te vergeten.

Het Grote Verhaal van de PvdA

Goed, tot zover de theorie. Terug naar de PvdA. Ook de PvdA zelf heeft wel degelijk een Groot Verhaal, een gezamenlijk ideaal, een grote lijn waar stevig op gekoerst wordt door al die mensen die de PvdA vormgaven en elkaar in die partij vonden. Alleen, dat is het probleem, de partij probeert dat Grote Verhaal voor de kiezer verborgen te houden, want zo links is dat verhaal uiteindelijk niet. De grote lijn van het PvdA-beleid is sinds de jaren 90 voor de goede verstaander echter vrij duidelijk: het vrije marktdenken van de VVD is volledig overgenomen, privatiseren waar mogelijk is het credo, aangevuld met de visie dat sociaal zwakken door de overheid met behulp van private partners geactiveerd dienen te worden (betuttelsocialisme). De rest is bijzaak.

Ziehier de lijn van Kok tot Asscher/Klijnsma. Bezuinigen op thuiszorg, onderwijs, jeugdzorg, allemaal prima, de tucht van de markt, maar wel extra geld uit blijven trekken voor coaches en andere fopjobbers die zogenaamd banen moeten opleveren. Plus het inbouwen van zoveel mogelijk strafmaatregelen- eh –  prikkels. De eigen top kan na de rit een leuke bestuursfunctie krijgen bij een semi-privaat bedrijf – het moet allemaal wel motiverend blijven voor degenen die het doen natuurlijk.

Dat is in de realiteit het Grote PvdA-verhaal. Allemaal heel consistent, alleen is dat natuurlijk nooit het verhaal wat gepresenteerd wordt tijdens de verkiezingen, want de achterban is daar nu eenmaal niet zo van gecharmeeerd als de beleidsmakers zelf.

Dat gaat een tijdje goed. Na iedere klap presenteert men een nieuwe lijsttrekker met een ‘lekker kontje’ of een rappe vogel die zo vaak de term ‘het eerlijke verhaal’ laat vallen dat je hem bijna weer zou gaan geloven. Maar dit bedrog is natuurlijk eindig. De PvdA staat in de peilingen nu lager dan ooit en ik hoop dat de wet dat een partij die flink verliest in de peilingen nog verder down the drain gaat tijdens de verkiezingen ook dit keer weer uitkomt. De kiezers kunnen zich dan verdelen over de SP, D66 en GroenLinks. Partijen waar je ook van alles op aan kan merken maar ze zijn tenminste duidelijk.

Wilders’ Grote Verhaal

In de titel van zijn column maakt Bos overigens al zijn grootste vergissing. Hij stelt dat Wilders de enige politicus is met een ‘zuiver Groot Verhaal’. Inderdaad, Wilders is een éénling die alles zelf kan bedenken en zijn verhaal nooit hoeft te toetsen aan de realiteit. Maar een groot verhaal wordt het daarmee juist niet. Hij heeft vooral negatieve punten: minder Europa, minder Islam, grenzen dicht etc. Voor sociale zekerheid, in de zorg, over infrastructuur, onderwijs en zelfs defensie ontbreekt ieder verhaal en zwalkt de PVV vrolijk rond terwijl haar leider de ene dag het ene standpunt inneemt en de andere dag de andere. Omdat hij nergens verantwoordelijkheid neemt en nergens zijn handtekening onder zet wordt, hij er ook niet op afgerekend.

Wee de politicus die dit verwart met een Groot Verhaal. Die is zijn eigen verhaal in ieder geval volledig kwijt.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Hollande pleit voor regering voor de eurozone

Hollande wil dat de eurozone een eigen regering en parlement krijgt. Laat dat dan in Godsnaam zo zijn dat dat parlement dan ook echt alle parlementaire bevoegdheden krijgt, en dat er voortaan vergaderd wordt in openheid. Het zou een grote winst voor de democratie kunnen zijn als het totale volk van de eurolanden over zichzelf zou mogen beslissen, in plaats van dat volken over elkaar beslissen in afgesloten achterkamertjes. Zo nee, dan heeft een dergelijke move geen zin, en kan het alleen maar schadelijk zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Dan nog liever een Grexit?

De oorzaak van de vernietiging van de natiestaat binnen de EU is cynisch genoeg het nationalisme, dat de Eurolanden tegen elkaar uitspeelt. 

“Een catalogus van wreedheden”, zo omschrijft het Duitse ‘Der Spiegel’ de draconische maatregelen die Griekenland krijgt opgelegd in de ruil voor het vermijden van de gevreesde Grexit. “De lijst met eisen van de Eurogroep is waanzin.” schrijft de New York Times. “Dit is pure wraakzucht, totale verwoesting van de nationale soevereiniteit, zonder enige hoop op verbetering.”

Griekenland is aan het eind van deze week wellicht geen land meer”, schrijft Tine Peeters in de Morgen. Het opheffen van de Griekse autonomie is volgens haar totaal: ze geldt voor de politiek, de economie en de financiën van het failliete land. Wat gaat er gebeuren? Lees verder Dan nog liever een Grexit?

Martelaren van de Democratie?

Het laatste blog van Ewald Engelen over de Griekse Crisis zal voor sommigen lezen als een wat overdreven samenzweringstheorie tegen de EU, met wat al te gemakkelijke ‘linkse’ platitudes.

Maar dat neemt niet weg dat er inzake de Griekse crisis een aantal schrijnende waarheden in staan, waarheden die ook mensen die nu eenmaal minder met ‘links’ en ‘eurosceptici’ hebben, en die vinden dat er zoveel mogelijk geld uit die Grieken geperst zou moeten worden, moet aanspreken: Lees verder Martelaren van de Democratie?

Een leven lang leren

De column van Han van der Horst die afgelopen zaterdag op Joop.nl verscheen is mij uit het hart gegrepen. Hij benoemt dit stuk een aantal punten die ik dermate belangrijk vind dat ik ze graag nog even op rij zet.

Het opheffen van de democratie in de besluitvorming op de universiteiten heeft volgens hem geleid tot een onverantwoordelijk rendementsdenken dat keer op keer leidt tot mislukkingen:

(…) megalomane egotrippers konden op topposities ongeremd hun gang gaan, raden van toezicht en colleges van bestuur jutten elkaar op in plaats van dat er sprake was van een gezonde controle. Dat  leidde tot onberaden bezuinigingen, fusiegolven in het hbo en het in de markt zetten van allerlei nieuwmodische opleidingen – Europese Studies, vrijetijdsmanagement et cetera – die als multidisciplinair werden gepresenteerd maar in feite studenten op heel breed gebied alleen maar oppervlakkigheden boden. Naast de onberaden bezuinigingen zag men even onberaden investeringen. Tot in derivaten toe. De werkvloer werd ondertussen aan een groeiende hoeveelheid administratieve controles onderworpen.

Wat klinkt dat toch allemaal treurig herkenbaar. Niet voor niets wordt in het stuk de universiteit vergeleken met “woningbouwverenigingen, de zorginstellingen en voormalige overheidsbedrijven”. Er is een hoop stukgemaakt in de jaren 90. Het is zo jammer dat veel politieke partijen (VVD, D66) daar nog steeds niet van geleerd hebben.
Lees verder Een leven lang leren

Politiek Kwartier | Coalitiedwang en schijndemocratie

COLUMN – Wat de afgelopen dagen vooral duidelijk is geworden, is dat ons systeem de naam democratie niet waard is.

Linksom of rechtsom, die zorgwet zal ons door de strot gedrukt worden. De hele week is druk uitgeoefend op de ‘dissidente’ eerste kamerleden om hun politieke mening te herzien, onder dreiging van het laten vallen van het kabinet. Beide coalitiepartners menen dat dit ‘een ramp voor het land’ zou zijn. Laat ik daar nu toch heel anders over denken.

Ik vraag mij ook werkelijk af wat de PvdA met dit kabinet nog denkt te winnen. Inhoudelijk is de PvdA in de huidige coalitie nauwelijks herkenbaar: op justitie en sociale zaken wordt hard conservatief-rechts beleid gevoerd, terwijl het nivelleringsfeestje dat ter compensatie moest dienen voortijdig is afgeblazen. De partij loopt dan ook leeg als een luchtballon op een cactus.

Maar los daarvan, het nivelleringsfeestje is niet het enige afgeblazen feestje. Deze kabinetsperiode beloofde in het begin ‘een feest voor de democratie’ te worden. Eindelijk zou het regeerakkoord niet één groot dichtgetikt geheel zijn, maar zou de coalitie per gelegenheid meerderheden zoeken in de eerste kamer.

Helaas, in plaats daarvan werd Rutte II het kabinet van de vele bizarre akkoorden, die niet in de eerste of tweede kamer, maar in achterkamertjes werden gesloten. Geen wisselende meerderheden, maar een vaste coalitie van de regering met drie collaborerende partijen. En wat vooral opvalt aan die akkoorden zijn de minderheidsstandpunten die er ingeslopen zijn.

Zo staat in het zojuist weer opgelapte zorgakkoord bijvoorbeeld dat in de GGZ patiënten te allen tijde een optie voor ‘Christelijke Zorg’ geboden wordt. Het douceurtje voor de ChristenUnie en de SGP om de vrije artsenkeuze te offeren. Draagvlak onder de bevolking vrijwel nul, maar het was nodig voor ‘een meerderheid’.

Coalitiedwang en akkoorden, het is niet nieuw in de Nederlandse politiek. Het is de leidende werkelijkheid. Al het gedoe in de tweede kamer en de eerste kamer, het is daarmee uiteindelijk allemaal slechts theater. De SP roept schande, Wilders laat zijn anti-Islamgetoeter horen, Marianne Thieme roept wat tegen de bio-industrie en van Ojik mompelt iets over vergroening. Men luistert het braaf aan en stemt vervolgens wat men van tevoren in de achterkamertjes heeft afgesproken.

En als er in die kamers dan onverhoopt toch iets gebeurt dat riekt naar democratie, dan zijn de poppen aan het dansen en duikt de politieke elite de achterkamertjes weer in. Dat hebben we nu weer gezien.

Dit alles heeft met democratie niet zoveel te maken. Ministers en splinterpartijen die chantage plegen om minderheidsstandpunten door de kamers te drukken, het is niet verwonderlijk dat in zo een politiek klimaat mensen steeds minder vertrouwen krijgen in de politiek, en het draagvlak voor beslissingen snel afneemt.

Beter zou zijn dat hele coalitiesysteem af te schaffen, en te gaan voor zakenkabinetten die wisselende meerderheden zoeken in de kamers, welke vooral zelf komen met initiatiefwetten. Om ervoor te zorgen dat onze fijne politici dan niet alsnog overgaan tot het sluiten van schimmige dealtjes zou daarbij een correctief referendum moeten worden ingevoerd.

En zet er dan maar gelijk een initiatiefreferendum bij. Want waarom zou ons volk te incapabel zijn om te doen wat de Zwitsers al meer dan honderd jaar praktiseren, zonder van hun land een bananenrepubliek te maken?

Zonder dergelijke regelingen is ons systeem de naam democratie in ieder geval niet waard.

Wientjes wil democratie afschaffen

Hopla. Het is weer bijna reces en Wientjes gooit maar eens een balletje op om de democratie af te schaffen. Of in ieder geval flink terug te dringen: tussentijdse verkiezingen afschaffen, alle kleine partijen met een kiesdrempel de kamer uitvegen, en nog even flink wat stroop in de raderen door middel van het kiezen van lokale tuinkabouters.

Want jongens jongens, wat is het toch een rommeltje ons land. Kabinetten blijven steeds korter zitten en de kiezers zijn op drift…

Ondertussen blijkt die fabel echter vrij makkelijk door te prikken. Wie naar de cijfertjes kijkt ziet dat van die analyse niets klopt. Kabinetten zitten de afgelopen twintig jaar niet significant korter dan daarvoor, en de kiezer zit nog altijd even keurig op links en rechts verdeeld als altijd.

Maar ja, als zo een fabeltje maar lang genoeg herhaald wordt, gaan mensen het vanzelf wel geloven.

Was Nederland altijd al zo een bananenrepubliek? Het lijkt mij van niet. Kennelijk werkt onze democratie zo slecht nog niet.

Niet dat het niet beter kan natuurlijk…

Beste Bernard, de onvrede van de mensen met de politiek is er zeker, maar door het volk zijn keuzemogelijkheden ontnemen en weg te houden van de stembus gaat die echt niet minder worden. Integendeel. De kloof tussen politiek en burger is er juist omdat de politiek de burger zijn stem niet gunt. Zolang dat zo blijft, blijft er morrend volk, en heeft u het gevoel op eieren te moeten lopen.

Dat lost u niet op door een blinddoek om te knopen.

Politiek Kwartier | Terug naar de EEG?

COLUMN – Wie zegt dat de EU slechts een samenwerking moet blijven van onafhankelijke staten, zegt eigenlijk dat hij dik tevreden is met de EU zoals deze nu is.

Het is een populaire verzuchting, en we zullen hem de komende tijd nog vaak horen: waarom kunnen we met de EU niet terug naar het EEG model? Dus geen eurofederatie, maar gewoon een samenwerkingsverband via handelsverdragen van onafhankelijke staten?

Helaas, het grote probleem is nu juist dat de EU nooit veel meer dan dat is geworden. Ondanks de introductie van de Euro en de open grenzen ís de Europese Unie feitelijk niet veel meer dan een samenwerking van democratische staten.

En dat heeft nogal wat consequenties. Lees verder Politiek Kwartier | Terug naar de EEG?

Politiek Kwartier – Samsoms Democratiseringsangst

COLUMN – Deze week viel het Klokwerk op dat Samsom in zijn verhaal over de EU het democratisch tekort alweer totaal negeerde.

Nieuws: Samsom heeft ontdekt dat mensen boos zijn over Europa. In zijn verhaal van afgelopen weekend doet hij alsof hij de klachten van de kiezer serieus neemt.

Maar als je lang genoeg met de meeste kiezers praat, zegt Diederik, blijken ze veel redelijkere standpunten te hebben dan bij polls naar buiten komt. Ja, uiteindelijk komt de kiezer volgens hem met precies hetzelfde verhaal over een socialer Europa als… de PvdA.

Dat is echter niet het hele verhaal. En daarmee ook niet het eerlijke verhaal. Wat volledig ontbrak in Samsoms analyse is de klacht van de kiezer dat hij bij beslissingen over de EU niet mee mag praten.

En inderdaad, de PvdA heeft in haar verkiezingsprogramma’s dan ook nog nooit iets noemenswaardig geschreven over democratisering van de Europese Unie.

Daar staat die partij echter niet alleen in. Ook het CDA en de VVD zijn klaarblijkelijk dik tevreden over hoe in Europa hoog over de hoofden van de burger heen benoemd en besloten wordt. Zelfs de zogenaamd eurokritische SP doet in haar verkiezingsprogramma’s geen enkel voorstel om Europa te democratiseren.

Ja, de PvdA en de SP pleiten voor een niet-bindend referendum op nationaal niveau. Maar we weten inmiddels wat dat waard is. En alle vier de partijen zeggen braaf dat nationale parlementen het laatste woord moeten krijgen in de EU. Maar dat is feitelijk al het geval. Wat ontbreekt is juist de democratische controle op het geheel.

Voorstellen voor echte democratisering van de EU vinden we slechts terug bij D66, de Partij voor de Dieren en GroenLinks.

De Partij voor de Dieren gaat het meest ver in de hardheid van haar eisen. De Partij van de Planten gaat inhoudelijk het meest ver, en eist dat het Europees Parlement de baas wordt in Europa, bindende Europese referenda en direct gekozen bestuurders.

Dit soort veranderingen worden door de grotere partijen echter tegengehouden. Vanwaar toch die democratiseringsangst?

Misschien zijn het de trauma’s die onze politici hebben overgehouden aan inspraakrondes. Eindeloze procedures die worden gebruikt door belangengroepen om een beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. En wat je uiteindelijk ook beslist, altijd krijg je te horen dat je ‘niet naar de mensen luistert’.

Maar dat is ergens terecht. Een vertegenwoordigende democratie is er omdat burgers nu eenmaal niet de hele dag kunnen vergaderen en stemmen. Zij is er niet om mensen monddood te maken. Als de mogelijkheid om vertegenwoordigers te overrulen ontbreekt, dan is de vertegenwoordigende democratie een dekmantel geworden voor géén democratie.

Een groeiend wantrouwen naar de politiek is niet vreemd zolang mensen niet medeverantwoordelijk worden voor besluiten. Want wat dan rest zijn lange processen tegen de overheid en angstige politici die pas besluiten durven nemen als de markt ze dwingt. Een formule met de democratie als grootste verliezer. En dit is precies wat er fout gaat in Europa.

Met meer directe inspraak zal niet alleen niemand ooit nog kunnen zeggen dat de overheid niet luistert, een bindend referendum kan mits verstandig opgezet zelfs de slagvaardigheid vergroten. Een stemprocedure is immers geen eindeloos gepolder van belangengroepen, maar een besluit van de meerderheid. En zelfs Samsom heeft inmiddels door dat die redelijk kan zijn. Als je maar naar ze luistert.

Politiek Kwartier – De EU mag niet veranderen

COLUMN – Dat een VVD’er zich meer thuis voelt bij een EU-scepticus dan bij een EU-hervormer verwondert Klokwerk niets. De EU is immers exact zo vormgegeven als de VVD het wilde.

Afgelopen week maakte de VVD’er Mark Verheijen stennis over de EU. Een deel van zijn woorden heeft hij alweer terug moeten nemen, maar het ei is gelegd: de VVD wil niet naar een federaal Europa. Daar is immers helemaal geen draagvlak voor.

En dat is helemaal waar. Er zijn er nog maar weinig die blij zijn met de EU. De crisis brengt het slechtste in de EU naar boven. De incompetentie om de bankencrisis op te lossen, de strenge bezuinigingsagenda die de crisis alleen maar verhevigt, en het dwangmatig privatiseren van de collectieve voorzieningen wekken terecht maar weinig enthousiasme op.

Om draagvlak te krijgen voor de EU zal er heel wat moeten veranderen. Bijvoorbeeld dat de 3%-regeling opzij gezet wordt voor een slimmere investeringsagenda. Of beter, dat er definitief afgerekend wordt met het gegraai in de bankensector, in plaats van dat er steeds belastinggeld naar wordt toegeschoven. Of misschien slimmer: gekozen leiders die dat gaan regelen, in plaats van dat grijze muizen benoemd worden in een schimmig wandelgangenspel.

Zonder dit soort aanpassingen kan de EU enig draagvlak voor haar beleid wel shaken. Maar helaas moet hiervoor met 28 landen een vergadertraject van een jaar of vijf doorlopen worden om een nieuw verdrag op te stellen. Gewoon maar niet aan beginnen dus, meent het kabinet. Houden zoals het is, die EU.

De VVD’er Mark Verheijen maakt ondertussen mooie sier door wel op te roepen tot verandering. Inhoudelijk komt hij daarmee echter niet veel verder dan een paar minder belangrijke details, zoals de periodieke verhuizing van Brussel naar Straatsburg. Alsof dat is wat mensen vandaag de dag het meest stoort aan de EU. Iets fundamenteler lijkt zijn pleidooi voor een euro-exit voor landen die zich niet aan de afspraken houden. Maar aan de beslissingsstructuur in Brussel zelf en de economische agenda wil hij schokkend genoeg niets veranderen.

Visieloosheid is wel vaker tekenend voor zelfbenoemde eurosceptici.Metaalmoeheid of een ideologische strategie?

Van de VVD is het misschien niet zo gek dat zij terugschrikt voor wezenlijke hervormingen. De huidige EU is namelijk exact zo vormgegeven als de VVD het wilde. Open grenzen, privatiseringen, en verder geen al te moeilijk gedoe met marktbeperkende sociale wetgeving. De machteloze natiestaat functioneert als zoethoudertje en de vrije markt regeert. De EEG in het groot, en verder niets.

De crisis is gewoon iets om uit te zitten en te gebruiken om privatiseringen sneller af te dwingen. Kleinere overheden, grotere markt. Schoorvoetend wordt akkoord gegaan met een paar mosterdpleisters als de bankenunie. Maar als de buien eindelijk een keer zijn overgewaaid zullen we zien dat de neoliberalen vooraan staan om die pleisters weer weg te trekken. De vrije markt voor alles.

Voor deze vrije-markt-jihad is het handig om mensen die pleiten voor fundamentele democratische hervormingen van de EU weg te zetten als gevaarlijke Eurofiele gekken. Dan hoeft er tenminste niet op de inhoud te worden ingegaan. De architecten van dit huidige Europa geven daarbij natuurlijk graag een duwtje mee.

De beste bondgenoot voor de doorgedraaide marktliberalen vormen de extreem-rechtse anti-Euro-gekkies die de discussie ridiculiseren tot een ja/nee-vraag. Zij vormen prima kanonnenvlees om iedere wezenlijke verandering in de EU te blokkeren.

Politiek Kwartier – Morrend Volk

COLUMN – Een morrend volk duidt niet op een teveel aan democratie, maar op een gebrek daaraan.

Het was een moedige oproep van ‘acht intellectuelen’, om anti-EU populisme geen podium meer te bieden. Maar ook een domme oproep.

Een dergelijke oproep tot censuur is koren op de molen van mensen als Thierry Baudet en Bastiaan Rijpkema. En los van dat ze er niet vies van zijn feiten te negeren, verdraaien en op te blazen, hebben ze een punt: er klopt iets niet met de democratie in Europa. Het antwoord hierop is geen niets-aan-de-hand-column van acht zelfbenoemde intellectuelen.

Maar het kan nog bonter. De drie ex-bewindslieden Rick van der Ploeg, Aart Jan de Geus en Hans Hoogervorst verklaarden deze week onze nationale democratie failliet, en stelden daarop voor een flinke kiesdrempel in te stellen om van een hoop gezeur af te zijn.

In Europa zijn alle stukken openbaar, zeggen de eerstgenoemden, en mogen de nationale parlementen op iedere stap hun fiat geven.

Maar de inspraak en besluitvorming zijn in de EU uitermate slecht geregeld. Wat in Brussel wordt besproken onttrekt zich voor een groot deel aan de controle van het Europees Parlement, terwijl nationale parlementen slechts geconfronteerd worden met de uitkomsten van lang overleg. Europese leiders worden gekozen in een schimmig wandelgangenproces. Daar zou iedere democraat zich rot voor moeten schamen.

Slagvaardiger wordt het er ook niet op. De EU bleek tijdens de bankencrisis traag en besluiteloos. En Europa slaagt er niet in een vuist maken naar andere grootmachten.

In zo een situatie moet je niet gek staan te kijken van ontevreden kiezers.

Binnenlands moet een hogere kiesdrempel een probleem oplossen dat er niet is. Wie nuchter naar de cijfers van onze parlementaire democratie kijkt, ziet dat kabinetten de laatste tien jaar gemiddeld helemaal niet korter zitten dan de vijftig jaar daarvoor, en ook niet moeizamer gevormd worden. En om nou te zeggen dat we al zestig jaar niet functioneren…

Ook brengt een hoge kiesdrempel ons geen stap dichter bij die makkelijke coalitievorming. Het probleem is juist dat de kiezers verdeeld zijn over zes middelgrote partijen en daartussen flink op drift zijn. Onderling herverdelen van de zetels van de kleintjes gaat daarbij echt niet helpen. Fuseren naar twee grote partijen betekent een jarenlange politieke oorlog. En bovendien blijkt regeren in landen met minder partijen ook niet altijd even makkelijk.

Dit nog los van dat groepen in de samenleving monddood maken nou niet bepaald de methode is om meer draagvlak voor de politiek te kweken. En dat zou toch het eerste doel moeten zijn.

In onze vertegenwoordigende democratie stemt men op partijen, maar heeft iedere partij wel standpunten die een kiezer minder bevallen. Op wat de partijen na de verkiezingen met hun standpunten doen is vanuit de kiezer geen correctie mogelijk. Daarbij gebeurt het in coalitieland regelmatig dat er minderheidsstandpunten worden doorgevoerd. Elkaar iets gunnen, heet dat tegenwoordig.

Het op drift zijn van de kiezer lijkt mij in dat licht niet zo vreemd. In een verzuilde maatschappij met een relatief laaggeschoolde bevolking werkte dit allemaal nog wel. Maar in onze moderne geïndividualiseerde informatiemaatschappij wordt dit steeds minder gepikt.

Het volk mort. Naar de politiek hier en in Europa. Geen wonder. Want in Nederland en in de EU hebben we geen teveel aan democratie, maar juist een gebrek daaraan.

Eurokritisch of Euro-apathisch?

Wat wil de SP nu eigenlijk veranderen aan Europa? Uiteindelijk helaas maar heel weinig.

De SP heeft haar mond vol over dit neoliberale en ondemocratische Europa, en eist “een ander Europa “. Maar veel alternatieven biedt zij niet.

Economie

Stop het neoliberale Europa, zegt de SP: we willen een sociaal Europa! En dat klinkt goed. Het huidige Europa bestaat uit landen die elkaar zure leningen toeschuiven met het vriendelijke doch dringende verzoek “de economie kapot te bezuinigen “. Een mentaliteit die de financiële markten de stuipen op het lijf jaagt overigens.

Als er één partij is die recht van spreken heeft hierin dan is dat de SP, nietwaar? De partij waarschuwde immers in de jaren 90 al tegen een al te vrije markt. De partij pleit in haar verkiezingsprogramma dan ook voor een plan waarbij Noord-Europa de economie gaat stimuleren en de werkloosheid aan gaat pakken. Mooi gezegd, maar het rijmt niet met de veel krachtiger geuite wens voor minder afdrachten naar Brussel. En toen er daadwerkelijk een noodfonds werd voorgesteld stemde de SP dan ook tegen. Tot zover de solidariteit en het maken van een vuist tegen de macht van financiële markten. Want een noodfonds heet tegenwoordig aantasting van onze “soevereiniteit “.

Democratie

Soevereiniteit. Plotseling blijkt zo een onmogelijk woord dan populair te worden. De EU: alles prima, maar kom niet aan onze soevereiniteit! Ook de SP vindt dat.

Maar helaas, dat behoud van soevereiniteit betekent in praktijk één ding: namelijk dat de regeringsleiders het in de EU voor het zeggen blijven hebben. En dat betekent een zwak Europa, dat vanuit de achterkamertjes geregeerd wordt door een stroperig circus waarin Duitsland en Frankrijk in praktijk uiteindelijk de dienst uit blijven maken.

Goed, de SP stelt voor dat die regeringsleiders gecontroleerd gaan worden door de nationale parlementen. Maar dat is nu juist in iedere lidstaat al lang het geval. Waar het mis gaat, is dat de nationale parlementen wel invloed hebben op de inzet tijdens onderhandelingen, maar niet op het resultaat. Dan kan je er wel een nationaal referendum tegenaan gooien zoals de SP wil, meer zeggenschap over de koers van Europa gaat dat de Nederlandse burger echt niet geven.

Daarnaast wil de SP “de lobbyisten naar huis sturen “. Hoe dan? Door het ze lief te vragen zeker? De democratiseringsvoorstellen van de SP klinken kortom stoer, maar als het puntje bij paaltje komt wil de partij aan de zeggenschapsstructuur van de EU uiteindelijk niets veranderen.

Een sociaal Europa

Verder wil de SP een sociaal Europa. Maar hoe ziet dat er dan uit? Door de invoering van een Europees minimumloon, en de bepaling dat lokale CAO’s leidend behoren te zijn. OK. Maar hoe rijmt dat zich dan weer met de eis van minder bemoeienis uit Brussel? De EU mag zich van de SP toch helemaal niet bemoeien met sociale zekerheid?

En ook niet met onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, en openbaar vervoer. Alsof de lokale overheden het op die gebieden altijd zo goed doen! Juist op die terreinen zou Europa toch een stuk socialer mogen, toch? Je zou zeggen dat een socialer Europa een Europa mag zijn dat op zijn minst van zijn lidstaten een normaal sociaal vangnet eist.

De grote veranderingen die de SP voorstelt inzake de EU bestaan echter met name uit het verlagen van de afdracht aan de Europese Unie en daarmee het beperken van Europese subsidies. Kortom, de SP wil helemaal geen sociaal Europa. De SP wil alleen maar minder Europa.

Is dat erg? Ja. Want wat we collectief vergeten lijken te zijn, is dat Europa een paar decennia geleden nog bestond uit communistische dictaturen in het oosten en fascistische dictaturen in het zuiden. We zijn vergeten dat de eisen die de EU stelt aan mensenrechten, aan democratie en aan de rechtsstaat essentieel zijn geweest voor het verspreiden van die waarden op ons continent, en dat nog steeds zijn.

Europa wordt verkocht als “een garantie tegen oorlog “. Maar de EU gaat gelukkig wel een paar stappen verder dan alleen maar het garanderen van de vrede. Of je nu homo bent in Litouwen, Roma in Frankrijk, of asielzoeker in Nederland: je hoop op gelijke behandeling en gerechtigheid ligt in Brussel. Zo een SP-er die in eigen land met een demonstratiebordje voor zijn kop staat is lief, maar daar heb je in praktijk toch niet veel aan.

Het is daarom zo ergerlijk dat een partij die zich socialistisch noemt bij de standpunten op haar site vergeet om ook maar iets te zeggen over de EU en sociale rechten. Alsof het ze niets kan schelen. Zeker, in het concept-verkiezingsprogramma wordt wel braaf in één punt gerefereerd naar de mensenrechten, maar dit punt steekt in het geheel akelig schraal af tegen het krachtige pleidooi voor minder bemoeienis van Brussel.

De SP vergeet dat sociale rechten niet vanzelf lokaal zijn ontstaan, maar vanuit parlementen afgedwongen zijn door socialistische, sociaal democratische en sociaal liberale partijen. Ze begrijpt niet dat een werkelijk sociaal en evenwichtig Europa alleen maar kan ontstaan door gelijkheid in sociale wetgeving, en niet ontstaat door mensen te verbieden over de grens te komen werken.

Euro-apathisch

Het nieuwe partijkantoor van de SP heeft de naam “de moed ” gekregen. Moed is echter iets anders dan het nabouwen van het publiek in zijn euro-scepticisme. Het zou een socialistische of sociale partij als de SP passen de moed te hebben om te pleiten voor een écht sociaal Europa. Te pleiten voor een Europa dat zijn handen ineen slaat. Een democratisch Europa dat zich juist wel bemoeit met onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, sociale zekerheid en openbaar vervoer. Maar dan op een sociale manier. Een Europa dat een goede basis voor de sociale zekerheid legt en daarmee stabiliteit brengt en de financiële markten in hun hok duwt.

Helaas, eurokritisch blijkt in de praktijk nogal euro-apathisch te zijn. De EU blijft ook als het aan de SP ligt rustig op dezelfde voet doormodderen in zijn eigen (on)democratische en economische crisis. Terwijl Brussel verder gaat in zijn achterkamertjes onder leiding van Duitsland en Frankrijk gaat de geldkraan dicht, en gaat ieder land verder met zijn eigen versie van de afbraak van de sociale zekerheid, voor zover die al bestond.

En dat terwijl we land voor land door de financiële markten tegen elkaar kapot gespeculeerd worden. Machteloos, omdat de socialisten zijn vergeten wat de macht van solidariteit is.

Niets mis met onze democratie

Er moet hoog nodig iets gebeuren aan ons kiesstelsel. Sinds Fortuyn is de kiezer op drift: grote electorale verschuivingen, moeilijke formaties, kort zittende kabinetten… kortom Italiaanse toestanden! Dit kan zo niet langer doorgaan of het land is onregeerbaar!

Een bekend verhaal nietwaar? Jaja, eens in de zoveel tijd verschijnt er weer een column van één of andere wijsneus met iets als bovenstaande alinea als inleiding. Daarna volgt dan een stuk waarin gepleit wordt voor een beperking van onze democratie.

Dan wordt bijvoorbeeld voorgesteld om door middel van een kiesdrempel een aantal kleine partijtjes uit het centrum van de macht te drukken. Of om door middel van een districtenstelsel hetzelfde te kunnen doen. Of door een winner-takes-it-all systeem ervoor te zorgen dat partijen die geen absolute meerderheid van stemmen behalen vooral vier jaar lang hun mond zullen houden.

Het punt is: als maar genoeg herhaald wordt dat we een probleem hebben met onze democratie gaan mensen het nog vanzelf geloven ook. Terwijl die hele analyse boven van geen kant deugt. We lopen even de dogma’s in bovenstaande bewering langs.

Electorale verschuivingen

Ja, er zijn veel verschuivingen van kiezers de laatste jaren geweest. Maar uiteindelijk bleef de verhouding tussen links en rechts opvallend constant. Links plus D66 slaagt er nooit echt in een meerderheid te behalen, behalve misschien af en toe als we de ChristenUnie meetellen. Rechts heeft bijna net zoveel moeilijkheden met het behalen van een stabiele meerderheid. Zo is het al decennia gesteld in dit land.

Goed, er zijn twee belangrijke verschuivingen aan de gang die we niet kunnen verwaarlozen. Ten eerste het verschijnsel dat, weliswaar met schokken, de christenen in de politiek steeds minder aanhang krijgen. De tweede natuurlijk dat op links en rechts radicalere partijen zijn ontstaan die geduchte concurrentie vormen voor de partijen die we nu uit arren moede maar “middenpartijen” zijn gaan noemen.

Moeilijke formaties

Zeker, je zou kunnen stellen dat formeren met die partijen op de flanken niet makkelijker wordt. Maar in praktijk blijkt daar niets van.

Laten we wel zijn: Belgische toestanden hebben we hier nog nooit meegemaakt. Als we kijken naar de cijfers dan zien we dat door de jaren heen de formaties dan ook niet langer zijn gaan duren. Ja, Balk II en Bruin I zaten vrij lang in de ei-tunnel, maar onze twee records uit de jaren ’70 waren daarmee niet gebroken, en ook in de jaren ’50 heeft men er al eens eerder een gerieflijke vier maanden voor uitgetrokken om tot een vergelijk te komen. Langer duurde het eigenlijk nooit. En ondanks de voorspellingen van voor de verkiezingen lijkt het me sterk als oom Mark en tante Didi er dit keer langer over gaan doen.

Bovendien is een lange formatie op zich geen ramp. De ministeries draaien nog wel even door op oud beleid, en onze politici zijn zoals in de lente weer bleek verantwoordelijk genoeg om niet zonder sluitende begroting een nieuw jaar in te gaan.

Kortzittende kabinetten

Goed, maar zijn onze kabinetten dan niet veel minder stabiel dan vroeger? Ja, kabinetten vallen in Nederland vaker dan dat ze vier jaar blijven zitten. Dat is een feit. Maar is dat een nieuw verschijnsel?

Absoluut niet. Als we de laatste tien jaar van de Nederlandse parlementaire geschiedenis bekijken dan zien we dat de kabinetten vanaf Balk I gemiddeld 742 dagen (twee jaar dus) zaten. Daar zitten dan ook de tussenkabinetten bij. De periode vanaf de tweede wereldoorlog tot en met Paars II haalden de kabinetten een gemiddelde van 869 dagen. Dat is vier maanden langer. Met vijf kabinetten als steekproef is dat op twee jaar zeker geen significant verschil.

Dat onze kabinetten steeds minder stabiel zouden worden is dus gevoeglijke onzin. Ja, we hebben een paar instabiele kabinetten gehad. We herinneren ons twee korte coalities met gloednieuwe Pipo de Clownpartijen en gedoogconstructies. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Maar dat soort experimenten zijn niet nieuw. We hebben in het verleden ook vijfpartijenkabinetten met aanschuifministers gehad. Het hoort er kennelijk allemaal bij.

Italiaanse toestanden

Dat hele geloof dat onze democratie veel minder stabiel is dan vroeger, is dus op niets gebaseerd. Als we al vinden dat onze democratie onstabiel is, dan is dat altijd al zo geweest. Maar de vergelijking met Italië, dat voor de parlementaire hervormingen gemiddeld één kabinet per jaar versleet, gaat volkomen mank.

Toch kunnen we ons nog de vraag stellen: is het niet erg dat er af en toe een kabinet omlazert hier en daar? Leven we daarmee in een bananenrepubliek?

Ook dat valt niet vol te houden. Zoals iedere Nederlander vind ik dat er van alles mis is in dit land en sta ik te popelen om eigenhandig orde op zaken te stellen. Maar ook moet ik toegeven dat we inderdaad economisch één van de rijkste landen ter wereld zijn, met de gelukkigste burgers met gemiddeld een hoog opleidingsniveau, naar internationale maatstaven een behoorlijk goed sociaal vangnet en zorg, relatief gezien behoorlijk veilig, en met zeer lage cijfers als het gaat om werkloosheid.

In landen met een tweepartijenstelsel is bovendien de opkomst bij de verkiezingen doorgaans lager. En wat is er eigenlijk erg aan de kiezer af en toe aan het woord te laten en een parlement te hebben waarin ook kleinere groeperingen gehoord worden? Niet zoveel, lijkt mij. Tenzij je een hekel hebt aan democratie valt er eigenlijk niets tegenin te brengen.

Lekker doorpolderen

Kortom, laat ons nu maar lekker doorpolderen. We doen het prima. If it ain’t broke, don’t fix it.

Maar… vindt de auteur dan dat er helemaal niets hoeft te veranderen aan ons stelsel? Zeker wel. Daarover volgende week meer. Voor deze week geldt de conclusie dat er met ons meerpartijenstelsel en coalitiesysteem in ieder geval niet zoveel mis is.

De waarde van het referendum

OPINIE – De meest voorkomende klachten van burgers over Den Haag kunnen weggenomen worden door het instellen van een bindend referendum. Dit referendum moet dan wel aan bepaalde eisen voldoen.

Vorige keer heb ik betoogd dat ons meerpartijen- en coalitiestelsel zo slecht nog niet is. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ons stelsel tegenwoordig slechter functioneert dan vroeger, en de invoering van districtenstelsels of kiesdrempels om het aantal partijen terug te dringen en coalitievorming te vergemakkelijken is dus een volkomen onnodige beperking van de democratie.

Ook met ons vertrouwen in de politiek en politici zit het wel goed. Zowel de vergelijking met vroeger tijden als met het buitenland laat een positieve bevolking zien die relatief veel vertrouwen heeft in de politiek en politici. Alweer een reden om vooral niets te veranderen aan ons coalitiesysteem.

Maar dat het goed gaat betekent niet dat het niet beter zou kunnen. Want helemaal klachtenvrij zijn we nu ook weer niet. Veel gehoord is de klacht dat we onze politici kiezen en vervolgens vier jaar als kiezer genegeerd worden.

Of die klacht gegrond is zal ik in het midden laten. Het belangrijkste is dat die er is. En dat ie door ons systeem wordt gevoed.

Ons systeem zit namelijk vol met inspraakrondes, maar wat er met die inspraak gedaan wordt is uiterst vaag en vrijblijvend. De paar referenda die we hier daarnaast gehad hebben, werden over het algemeen vergeten op de dag nadat we ze gehouden hebben.

Middelvinger

Het is niet gek dat deze vrijblijvendheid ervaren wordt als een middelvinger naar de burger, en dan met name natuurlijk door de burgers die het met het uiteindelijke besluit niet eens zijn. Zij kunnen altijd beweren dat de meerderheid het vast wel met hun eens zou zijn, als ze maar gehoord zou worden.

Daarbij kiezen mensen op een partij met een pakket, en in dat pakket zijn altijd wel een paar standpunten waar ze het niet mee eens zijn. De kans is er zo dat er op die manier wel een Kamermeerderheid te vinden is voor een minderheidsstandpunt. En daarnaast is er nog het verschijnsel van ons coalitiesysteem dat partijen er allerlei minderheidsstandpunten doordrukken in ruil voor hun deelname.

Referendum

Eigenlijk zijn al deze nadelen van ons systeem weg te nemen door het instellen van een bindend referendum. Het maakt de inspraak helder, en het geeft het volk de mogelijkheid de kamer terug te roepen als er een minderheidsstandpunt wordt doorgedrukt.

Het referendum heeft daarnaast nog twee grote voordelen die doorgaans niet genoemd worden.

Ten eerste wordt met een referendum het inhoudelijke debat aangejaagd. Mensen krijgen een oproep om over één bepaald onderwerp te kiezen en gaan op zoek naar informatie over dat ene onderwerp. Debatten gaan over de inhoud en niet over de personen. De kennis over een onderwerp wordt sterk vergroot, onder burgers maar ook onder politici. Misschien heeft dat zelfs wel invloed op de kwaliteit van de besluitvorming.

Ten tweede maakt de mogelijkheid voor burgers om een referendum te eisen allerlei verplichte (en tijd en geldverslindende) inspraakrondes overbodig.

De methode

Maar dat betekent niet dat het volk zomaar in de wilde weg over alles moet gaan stemmen, of dat het wenselijk is dat de politiek continu bij de burger op de stoep staat om toestemming te vragen. Een goede referendumregeling moet aanvullend zijn, en mijns inziens daarom aan vier strenge eisen voldoen.

Ten eerste zou het referendum altijd over één afgebakend onderwerp moeten gaan. Geen stemrondes over hele boekwerken zoals over de Europese grondwet, want dan zitten we met het probleem dat als er nee gezegd wordt niemand weet tegen welk onderdeel nu precies nee wordt gezegd. Staat er in een verdrag een discutabel punt, dan kan men daarover een referendum organiseren, maar niet over het hele pakket.

Ten tweede mag een referendum niet botsen met hogere wetgeving. Wanneer toch tot zo een referendum wordt opgeroepen dan moet er maar een referendum komen over die hogere wetgeving. Dat verheldert de discussie en houdt de wetboeken zuiver.

Ten derde zou een referendum alleen gehouden moeten worden als een x deel van de bevolking daartoe oproept. Het is niet de bedoeling om voor de vorm referenda te houden of de burgers lastig te vallen met ieder wissewasje. Wanneer echter vijf procent van de mensen zegt mee te willen beslissen, dan weten we zeker dat de burger ook meebeslissen wíl.

Ten vierde moet een referendum als aan de vorige voorwaarde is voldaan altijd bindend zijn, ongeacht de uiteindelijke opkomst. Wanneer erg weinig mensen op komen dagen omdat ze het punt te onbelangrijk vinden, dan beslissen de mensen die het wél belangrijk vinden.

Onder die vier voorwaarden zou een referendum mijns inziens een zeer waardevolle aanvulling kunnen vormen op ons democratische systeem. Wanneer daar niet aan wordt voldaan kunnen we het echter beter in de kast laten.

Edit: Naar aanleiding van de discussie op Sargasso.nl na plaatsing van dit artikel zou ik een vijfde voorwaarde willen toevoegen: geen ongedekte voorstellen.

Bezwaren

Er worden vaak inhoudelijke bezwaren tegen een referendum ingebracht.

Het belangrijkste bezwaar is dat het volk het aan kennis en inzicht zou ontbreken om overal maar over mee te beslissen.

Eigenlijk is dat een heel raar argument, want als dat op zou gaan voor een simpele ja/nee vraag zoals in een referendum beantwoord dient te worden, waarom zou dat dan niet opgaan voor de gewone verkiezingen? Waarom zou het makkelijker zijn te stemmen over een stuk of twintig verkiezingsprogramma’s en een lijst van meer dan driehonderd mensen dan over één issue? Dit argument is kortom geen argument tegen een referendum maar eerder een argument tegen het hele begrip democratie. En tegen democratie valt veel in te brengen, ik houd er toch maar aan vast als minst slechte aller systemen, puur en alleen al omdat het politici dwingt om draagvlak te blijven zoeken. En dan is het referendum een voor de kiezer beter behapbare vorm dan indirecte democratie.

Los daarvan wordt het argument dat het volk te dom zou zijn voor een referendum ook weersproken door de praktijk van referendumland Zwitserland (interessant artikel-alert). Dit land houdt al meer dan honderd jaar verstrekkende referenda, de meesten bindend van karakter, en het land is ondanks wat je ervan kan vinden alles behalve een bananenrepubliek. Integendeel, het is één van de meest welvarende landen ter wereld, en fundamentele rechten zijn er over het algemeen goed geborgd.

Dan is er het bezwaar dat je vaak hoort, dat we nu eenmaal politici hebben om onze beslissingen te nemen, en dat we met het referendum een dubbel systeem creëren.

Maar ook dat is een raar argument. We hebben politici immers aangesteld omdat we zelf geen tijd hebben ons de hele dag in dossiers te verdiepen. Maar dat ontneemt ons toch niet het recht die mensen te corrigeren? Als ik een accountant aanstel voor mijn administratie wil ik best naar de man luisteren wanneer hij met voorstellen komt, maar als ik het niet met hem eens ben beslis ik uiteindelijk toch zelf. Daarmee maak ik mijn accountant en zijn kennis echter nog niet overbodig. Die man hoort alleen zijn plaats te kennen. En zo zit dat ook met gekozen politici.

Situatie

De discussie over referenda is al heel oud in Nederland. Eigenlijk kunnen we zeggen dat dit het troetelkind is geweest van iedere beweging van politieke vernieuwers en kwade burgers. D66, Leefbaar Nederland, Fortuijn, Verdonk, Wilders en de SP: allemaal referendumpartijen. Aan de andere kant zijn de traditionele machtspartijen juist geneigd om referenda tegen te houden. De PvdA is nog het meest geneigd mee te gaan, maar staat duidelijk niet te springen. Het CDA is pertinent tegen. En de VVD heeft altijd wel een senator achter de hand om als het puntje bij paaltje komt het referendumfeest tegen te houden.

Het is duidelijk: politici geven hun macht niet graag af. Hoe dichter partijen bij het pluche komen en hoe meer ze hun zin krijgen, hoe minder je ze doorgaans over referenda hoort. En dat is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom het bindend referendum er nog steeds niet is.

Mij lijkt het echter dat het eindelijk eens tijd wordt serieus werk te maken van het referendum, als we tenminste serieus willen zijn met het begrip democratie. Zo niet, dan moeten we ook niet gaan miepen over de kloof tussen de burger en Den Haag. Want die houden we dan zelf in stand.

Zonder Democratie Geen Uitweg

De eurocrisis zal niet opgelost worden met behulp van Europees spierballenvertoon alleen. Belangrijker nog is de versterking van de Europese democratie.

Na de val van het kabinet is het voor sommige politici weer vrij trappen naar de EU. Sowieso was de EU de kiezer al veel langer niet bepaald sexy. Vreemd? Helemaal niet. De organisatie van de EU toont zich aan alle kanten zowel ondemocratisch als incompetent. Weinig kiezers die voor die combinatie zullen vallen, nietwaar? En toch is het zich afkeren van de EU iets wat de crisis alleen maar kan verergeren. De enige oplossing uit de economische én de politieke crisis van de EU is een centrale vorm van democratie.

Iedereen is het hierover eens: wanneer de EU meteen daadkrachtig had kunnen ingrijpen in Griekenland, dan was de hele economische crisis die in de rest van de wereld inmiddels langzaam lijkt uit te razen ook in Europa al lang voorbij geweest. Dit kon echter niet omdat het binnen de EU ontbrak aan mandaat. Een jaar lang hebben we daarom kunnen zien dat de regeringsleiders van de EU uitblonken in incompetentie om met echte oplossingen te komen. Onderling probeerden ze elkaar de hete aardappel toe te schuiven, en onder het schuiven bleek die aardappel steeds heter te worden.

Ondertussen grepen eurocritici of zeg maar gerust eurohaters hun kans weer. Steeds luider klinkt uit de achterban de absurde eis om de Euro of die hele EU gelijk maar op te geven of sterk af te bouwen.

En nu de EU leiders toch moeizaam tot een akkoord gekomen zijn is de vraag meteen: hoe stevig is dit akkoord? De toekomst zal het uitwijzen. Het feit dat ook Nederlandse politici pleiten voor het oprekken van de hernieuwde normen op het moment dat ze er tot hun eigen stomme verbazing tegenop dreigen te lopen doet eens te meer vermoeden dat de vernieuwde afspraken zo zacht als boter zijn. De financiëaut;le markten blijven dan ook argwanend. De eurocrisis zet door.

Waarom gebeurt dit? Achter de eurocrisis schuilt een diepe politieke crisis, die al veel ouder is dan de financiëaut;le crisis. Het ontbreekt de EU aan draagvlak. En zo vreemd is dat nu ook weer niet. De EU heeft er namelijk in het recente verleden alles aan gedaan om bij de burger onpopulair te worden. Denk maar eens in: De voorzitter van de Unie wordt in een schimmig overleg door de regeringsleiders gekozen; een referendum over de toekomst van de Unie wordt straal genegeerd; het gekozen parlement van de Unie wordt in de besluitvorming nauwelijks gehoord en heeft feitelijk ook helemaal geen macht; en wanneer de regeringsleiders er in hun achterkamertjes er met 27 man niet uitkomen, dan duiken de vertegenwoordigers van de twee grootste landen samen in een ander achterkamertje en leggen de rest vervolgens hun deal op.

Vicieuze cirkel

Hoe kan dan het verbazing wekken dat de EU zo weinig draagvlak heeft bij haar eigen bevolking? Het is volkomen logisch. De EU is alles behalve een democratie. De burger krijgt feitelijk continu de boodschap: de EU trekt zich van uw mening niets aan. Zulk wantrouwen wordt versterkt in een economische crisis, waarin de EU ook nog een machteloos orgaan blijkt dat de financiëaut;le markten niet gerust kan stellen. En daarmee is de vicieuze cirkel rond.

De les moet deze zijn: Vertrouwen in de munt kan niet zonder vertrouwen in de Unie, en vertrouwen in de Unie kan niet zonder stevig mandaat. En in een samenwerking van democratieëaut;n kan een stevig mandaat niet zonder breed draagvlak onder de bevolking. Dat draagvlak is er niet. Het maken van afspraken over een strengere begrotingsdiscipline en het oprichten van een noodfonds is daarom een kwestie van dweilen met de kraan open, omdat de vrees altijd blijft dat lidstaten onder invloed van nationalistische politici gaan soleren en de afspraken niet na zullen komen.

Om draagvlak te krijgen dient de Unie te laten zien dat ze luistert naar de burger, en de enige manier om dat te bereiken is door zelf democratischer te worden. Dat wordt zij echter niet door de nationale parlementen meer macht te geven in EU zaken, zoals sommige bepleiters van meer democratie in de EU voorstellen. Voor zijn stem wil de burger namelijk wat terug, en het enige wat zal overtuigen is directe invloed van de kiezer op de Unie. De nationale parlementen kunnen die directe invloed nooit krijgen, omdat ze nu eenmaal niet over elkaar kunnen beslissen. Omdat EU besluiten nu eenmaal centraal genomen worden moet ook de inspraak centraal geregeld worden.

Drie hervormingen

Een drietal andere hervormingen zou daarom veel effectiever zijn. Ten eerste zou het Europees parlement direct moeten kunnen bepalen welke benoemingen er in Europa plaats vinden. Zij moet kunnen bepalen wie de voorzitter is en hoe de Europese commissie wordt samengesteld, en niet de nationale regeringen. Ten tweede zou het Europees Parlement het eerste en het laatste woord moeten hebben over alle centraal geregelde Europese zaken. Ieder wetsvoorstel dat uit de Europese Commissie of van regeringsleiders komt zou dan ook langs het parlement moeten, dat zelf ook wetsvoorstellen moet kunnen opstellen.

Dat deze eerste twee voorstellen niet al veel breder bepleit worden is zeer verbazingwekkend, want het is niets anders dan zoals iedere democratie binnen EU verband al functioneert, zelfs van de EU moet functioneren. Waarom het centrale orgaan zelf dan niet?

Desondanks zal indien dit ingevoerd wordt de kans nog steeds groot zijn dat de afstand tussen parlement en burger groot blijft. Het parlement staat immers noodzakelijkerwijze ver van de burger af. Vandaar het derde punt: een Europees referendum. Dit referendum zal dan wel moeten voldoen aan de eis dat het gaat over enkelvoudige zaken; dus niet een hele grondwet of andere megapakketten met vele voors en tegens, omdat na zo een referendum niemand meer zal kunnen zeggen waar de burger nu eigenlijk precies voor of tegen was. Ook moet natuurlijk ook een bepaald percentage mensen üaut;berhaupt zin hebben in dat referendum. Er moet daarom een aanzienlijke kiesdrempel zijn voor het aanvragen daarvan. Maar hoe dan ook, het referendum is nodig om de klacht weg te nemen dat politici vier jaar lang toch niet luisteren naar de burger: dat is dan immers niet meer mogelijk.

Subsidiesysteem

In een structuur die aan deze drie voorwaarden voldoet zou de EU weer met recht kunnen beweren dat ze luistert naar de burger. En het opvallende is dat zij juist daarom ook veel daadkrachtiger op zal kunnen optreden. Want meer democratie werkt lang niet altijd verlammend en vertragend, in dit geval hoogst waarschijnlijk integendeel. Om te beginnen zal in een EU met een centrale democratie de angst van premiers om landelijk afgerekend te worden voor wat ze in de EU bedisselen verdwijnen, wat de besluitvaardigheid alleen maar ten goede zal komen. Daarbij zal de centrale democratie zelf bepaalde zaken ook kunnen versnellen. Neem als voorbeeld het idiote verschijnsel dat het parlement halfjaarlijks heen en weer verhuist van Brussel naar Straatsburg. De regeringsleiders onderling komen er niet uit die idiotie af te schaffen, een parlement zal hier veel sneller uit kunnen komen omdat zij minder nationaal gebonden is, terwijl met een Europees referendum deze nonsens waarschijnlijk zo is verdwenen. Wellicht dat ook wanneer burgers kunnen stemmen over het bijvoorbeeld landbouwbeleid, landsbelangen veel minder een rol in de discussie gaan spelen dan nu het geval is. Immers, de gemiddelde burger is geen boer: wellicht zal de hervorming van het idiote subsidiesysteem dat nu binnen de EU geldt met een centrale democratie veel vlotter gaan dan iemand zich nu kan voorstellen.

Wanneer de EU de slag naar meer democratie niet maakt echter zie ik het somber in voor het draagvlak van de EU en daarmee ook de EU zelf. Omdat de druk van de economische crisis groot is werden er strengere begrotingsafspraken gemaakt en er wordt een noodfonds opgericht. De EU is kortom bezig om zich te hervormen, maar laat democratisering daarbij buiten beschouwing. Met als gevolg een groeiend wantrouwen, en groeiend nationaal verzet tegen de nieuwe afspraken. En dat kan alleen maar schadelijk zijn, want wanneer wij ons niet door de EU laten dwingen onze uitgaven terug te brengen, doen op termijn de staatsschuld en de economische crisis dat vanzelf wel: waarschijnlijk met een forse rente.

Wat heeft dit alles met de komende nationale verkiezingen te maken? Alles natuurlijk. Zolang de EU door nationale regeringsleiders bestuurd wordt, dienen de noodzakelijke hervormingen van de EU in een echte democratie door de regeringsleiders geagendeerd te worden. Het wachten is tijdens deze verkiezingsstrijd dus op politici die zich niet populair willen maken door Calimero te spelen en zich af te zetten tegen de EU, maar de democratische hervorming van de EU tot speerpunt van hun campagne maken.