Het einde van het coalitiesysteem

Open brief aan de informateur en leden van de Tweede Kamer: stop de coalitieonderhandelingen! Het zou veel beter zijn het kabinet direct te kiezen, zonder coalitieakkoord.

Geachte heer Ronald Plasterk,
beste leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal,

Wat te gebeuren stond gebeurde ook: de formatie is vastgelopen, tot chagrijn van ongetwijfeld u zelf, maar vooral de kiezer. Wekenlang is er in het geheim onderhandeld, en het resultaat? Niets. Partijen die elkaar de schuld proberen te geven en een snel dalende sfeer. Iedereen begrijpt dat de vorming van een kabinet zeker nog enkele maanden op zich zal laten wachten. Een kabinet installeren voor de zomer lijkt alweer geen haalbare kaart meer.

Verder lezen Het einde van het coalitiesysteem

Een oplossing voor de democratische crisis

Onze democratie

Bij de algemene beschouwingen van afgelopen jaar oogstte Baudet vooral hoon bij zijn collega’s, toen hij beweerde dat de debatten in de tweede kamer eigenlijk alleen maar een inhoudsloos spel voor de bühne zijn. Helaas heeft hij daar echter wel gelijk in. De huidige politieke situatie is eigenlijk de naam democratie nauwelijks waard.

Want wat is de praktijk? Direct na de verkiezingen duiken in ons land de winnende partijen een achterafkamer in, om in het diepste geheim een coalitieakkoord te smeden. Daarmee zetten ze effectief gezien vervolgens vier jaar lang de tweede kamer buitenspel.

In de tweede kamer speelt zich rond dit akkoord vervolgens een ritueel af. De coalitie verdedigt het coalitieakkoord, de oppositie valt dat aan (en vangt bij de meeste debatten bot), terwijl van bijna ieder debat de uitkomst eigenlijk van tevoren al vastligt.  Coalitiepartijen stemmen doorgaans anders dan wanneer ze niet aan een akkoord gebonden zouden zijn, en anders dan hun partijprogramma vertelt. Door coalitietrouw gebeurt het regelmatig dat minderheidsstandpunten wetten worden, en dat kleine minderheden belangrijke veranderingen blokkeren.

In een democratie regeert het volk in open debat en bij gratie van meerderheden. Onze praktijk is daar sterk van verwijderd. En het levert niet zoveel goeds op. Deze manier van werken heeft vooral nadelen. Kabinetsvorming is soms zeer moeilijk, en de uitkomst is voor veel partijen onbevredigend: niet alleen voor de oppositie, maar het is ook vaak pijnlijk voor coalitiepartners. Het volk krijgt ondertussen maar al te vaak de indruk dat politici volkomen onbetrouwbaar zijn. Kabinetten zijn vaak instabiel, slecht presterende ministers wordt vanwege coalitietrouw de hand boven het hoofd gehouden, en de politiek draait meer om macht dan om rationele argumentatie.

Ideeënarmoede

Helaas zijn de voorstellen die Baudet daartegenover stelt nogal slecht doordacht. Hij komt met een aantal voorstellen voor correctieve en initiatiefreferenda, die helaas niet uitgewerkt worden. Nu ben ik zelf helemaal voor referenda, maar niet zonder strikte voorwaarden, want anders brengen ze alleen verwarring. Maar bovendien gaan referenda niets verbeteren aan de rare manier waarop ons parlement werkt.

Evenmin doet een gekozen minister president dat. Forum voor Democratie wil die gekozen president, die nauwelijks gecontroleerd kan worden door de kamer. Een Amerikaans presidentssysteem dus, dat bijzonder kwetsbaar zal blijken te zijn voor demagogie, gebroken verkiezingsbeloften, gekonkel en conflicten. Voor mij hoeft het niet.

Helaas weten de meer serieuze partijen die traditioneel het meest voor democratisering opkwamen tegenwoordig niets meer tentoon te spreiden dan een enorme ideeënarmoede op dit gebied. D66 en GroenLinks zijn over democratisering bijna volledig stil gevallen naar aanleiding van de qua uitkomst voor hen tegenvallende referenda. D66 liet zich nota bene lenen voor het afschaffen van het nog problematische referendum zonder enig alternatief ertegenover te stellen.

De Partij voor de Dieren en de SP pleiten ondertussen voor een referendum oude stijl, en doen niet veel moeite hun ideeën daarover uit te werken. De PVV pleit voor een referendum, en spreekt over een nepparlement, zonder op het idee te komen daar meer mee te doen dan het vijf keer hard roepen voor een open microfoon in datzelfde parlement. De commissie Remkes ondertussen komt niet veel verder dan een paar goedbedoelde en vaak zeker nodige maatregelen, die helaas echter niet meer zijn dan het plakken van pleisters op een in de grond imperfect systeem.

Bovengenoemde problemen worden niet onderkend, en er is al helemaal niemand die er een oplossing voor verzint. Terwijl die toch zo eenvoudig zou kunnen zijn.

Een eenvoudige oplossing

Om het systeem te repareren moet er een andere manier van samenwerking komen van de regering en de tweede kamer. De uitwerking hiervan zou als volgt kunnen zijn:

Ministers en staatssecretarissen worden niet door een coalitie benoemd, maar direct na de verkiezingen door de nieuwe kamer rechtstreeks in functie gekozen. Ongeveer zoals dat nu gebeurt met de kamervoorzitter. Elk kamerlid zou zich daarbij voor de functie van staatssecretaris, minister en minister president verkiesbaar moeten kunnen stellen, maar anders dan bij de verkiezing van de Kamervoorzitter zou een kamerlid of fractie ook iemand van buiten de kamer moeten kunnen voordragen voor de functie.

Het kabinet wordt zodoende samengesteld uit los benoemde ministers. Een minister is vervolgens niet gebonden aan een regeerakkoord, coalitieakkoord, partij of partijprogramma. Een kabinet maakt ook bij aantreden geen nieuw beleid. Het beleid dat gevoerd wordt is het staande beleid, gewijzigd met alle voorstellen die de tweede kamer plenair afstemt. Per jaar wordt de begroting gebaseerd op de begroting van het voorgaande jaar, waarbij in de kamer gestemd wordt over wijzigingen, al dan niet naar aanleiding van mee- of tegenvallers.

Gevolgen

Het debat in de tweede kamer zal  in zo’n geval niet meer in de vorm van de-coalitie-tegen-de-oppositie gaan. Per onderwerp kunnen partijen verschillende meerderheden vormen voor een beleidsvoorstel, wetsontwerp of herbudgettering.

Wanneer de politiek voor deze manier van werken kiest, komt het primaat bij wetsontwerpen bij het parlement te liggen. Daar moet het parlement dan ook de extra ondersteuning van het ministerie voor terug krijgen. Het ministerie wordt geleid door de minister, maar is direct informatie schuldig aan het parlement.

Een minister kan ook zelf een wetswijziging of beleidswijziging voorstellen, maar dient dit dan niet met de ministerraad of een coalitie, maar rechtstreeks met de kamer af te stemmen. Een minister is echter primair belast met het implementeren en uitvoeren van beleid, en het communiceren over de aansturing van het ministerie. Bij verlies van vertrouwen van de kamer kan een minister of staatssecretaris vervangen worden zonder dat het kabinet daarmee in het geding komt.

De ministers regeren uiteraard in goed overleg, maar zonder last of ruggespraak naar het kabinet of een coalitie. De premier wordt niet noodzakelijk door de grootste partij geleverd, en ook hij kan vervangen worden zonder het kabinet in gevaar te brengen.

De formatie van het kabinet zal door deze manier van werken sterk versneld worden, en er komen veel stabielere kabinetten. Het doordrukken van minderheidsstandpunten is verleden tijd, en het debat in de tweede kamer wordt weer eerlijk en zinvol. Het verschijnsel dat partijen voor de verkiezingen andere standpunten hebben dan na de verkiezingen zal sterk afnemen, en daardoor groeit het vertrouwen in de politiek. De politiek wordt slagvaardiger, meer stabiel én eerlijker.

Bij de volgende verkiezingen invoeren

Het allermooiste is dat naar mijn weten geen grondwetswijziging en zelfs geen wetswijziging nodig is om dit idee praktisch uit te voeren. De wet schrijft immers geen coalitieregering of regeerakkoord voor, en de manier waarop het kabinet wordt samengesteld is voor zover ik na kan gaan ook nergens wettelijk vastgelegd. Kortom, wanneer voldoende partijen voor dit voorstel zijn, kan het na de volgende verkiezingen gelijk worden uitgevoerd, zonder verdere beperkingen.

Bij een uitslag waarbij twee partijen een duidelijke meerderheid vormen zal dit echter niet vanzelfsprekend zijn. Deze twee partijen zullen immers de mogelijkheid grijpen om de macht te verdelen en de oppositie buitenspel te zetten, zoals dit te doen gebruikelijk is. Dit is ook de manier waarop ons huidige systeem is ontstaan.

Zo gezien is het huidige politieke klimaat, met haar onduidelijke verkiezingsuitslagen zonder ‘makkelijke’ meerderheidscombinaties in beide kamers een zegen. Want tegen die werkelijkheid wordt een andere manier van werken ook voor de zittende politici meer aantrekkelijk. De parlementaire verdeeldheid, waar iedereen wakker van schijnt te liggen, is zodoende juist een kans voor een eerlijker politiek systeem.

Mijn suggestie zou zijn dat wanneer een dergelijk kabinet zoals ik hiervoor omschrijf de kans krijgt om aan te treden, de kamer zich zou moeten afvragen hoe ze de tot nu gebruikelijke manier van coalitievorming wetmatig onmogelijk kan maken. Want het huidige systeem van achterkamertjes en coalitiepartners, die elkaar in de greep en de oppositie buiten de macht houden, en op die manier de kamer veranderen in een ritueel circus, heeft echt afgedaan.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl en op Joop.nl.

Het motorblok uit elkaar

Het is geen dogma dat het zogenaamde ‘motorblok’, VVD, CDA en D66, gaat regeren met een bereidwillige vierde partner. Er zijn echter twee alternatieven die zeker na het mislukken van de vorige poging minstens zo geloofwaardig zijn.

Motorblok op zoek

Het zogenaamde ‘motorblok’ is op zoek naar een partner. De combinatie van VVD, D66, CDA en een vierde partner, de wens van vooral Rutte, lijkt in de media zo vanzelfsprekend, dat andere combinaties eigenlijk niet serieus genoemd worden.

De combinatie van dit drietal met GroenLinks is nu reeds onderzocht. Dat bleek één brug te ver. Natuurlijk is D66 de partij die dit het meest betreurt. In een kabinet met VVD en CDA is het voor D66 namelijk uitkijken. Het vorige kabinet met die twee partijen was voor D66 geen succesnummer: alle D66 punten werden als het puntje bij paaltje kwam genegeerd, en D66 kreeg de schuld van guur rechts beleid waar de achterban zich onvoldoende in herkende. Na Balkenende II hield D66 3 zetels over.

Een herhaling daarvan is te vermijden door een linksere partner het kabinet in te trekken, die D66 enerzijds kan helpen met het afdwingen van nog enigszins progressief beleid, en verder als bliksemafleider kan functioneren. Niet voor niets doet Pechtold nadat Klaver zijn hielen lichtte nu een beroep op Roemer.

Verder lezen Het motorblok uit elkaar

Moet D66 een coalitie met CDA en VVD wel willen?

“Wat Pechtold bij deze combinatie zal ‘winnen’ is naar ik vrees met name vrijwillige levensbeëindiging voor zijn eigen partij.”

Dinsdag begint het formatieproces. Uit de informatieronde blijkt dat VVD, CDA, D66 en GroenLinks het de moeite waard vinden om te kijken of zij tot een kabinet kunnen komen. Maar dat betekent niet dat dit kabinet er ook komt. De verschillen tussen de partijen zijn groot.

Alle ogen waren de laatste dagen gericht op GroenLinks. Diverse aanhangers van GroenLinks meenden dat Klaver deze pil maar beter niet zou moeten slikken, denkend aan het laatste kabinet, waarin de PvdA in de samenwerking met de VVD haar sociale gezicht totaal verloor, en ook haar steun in de samenleving zag verdampen.

Nu is GroenLinks een andere partij dan de PvdA. Mijn analyse is dat de fouten van de PvdA niet zomaar door GroenLinks gekopieerd zouden hoeven worden. Zoals bijvoorbeeld Merijn Oudenampsen aantoont: de PvdA is al sinds de jaren 90 in feite een neoliberale partij. Met ministers als Dijsselbloem en staatssecretarissen als Klijnsma zijn echt geen VVD’ers meer nodig om de partij naar rechts te trekken. GroenLinks heeft als partij veel meer fundamenteel idealisme in zich.

Valse veren

Toch deel ik de analyse van Karin Spaink en vele anderen dat Klaver maar beter af is als hij verder blijft bouwen aan zijn linkse beweging in plaats van te gaan regeren met CDA en VVD. Er is in de samenleving behoefte aan een alternatief voor het beleid van het neoliberale establishment enerzijds en het rechts populisme anderzijds. Die beweging is echter niet in één verkiezingscampagne gebouwd, en laten we eerlijk zijn: veertien zetels is voor een doorbraak echt niet meer dan slechts een beginnetje. Dat is niet gek, want GroenLinks heeft in het recente verleden veel te vaak gezwabberd om plotseling als messiaanse partij vertrouwd te worden.

En in hoeverre zijn de ambities van GroenLinks met CDA en VVD te realiseren? Dat lijkt maar zeer beperkt. Uit verschillende hoeken hoor ik nu de loftrompet steken over de plotselinge wedergeboorte van het GroenRechtse idee in VVD-kringen. De vraag is echter hoezeer die veren zouden moeten gaan glanzen met een puur grijze coalitiepartner als het CDA. Bovendien is de lobby achter de VVD nog altijd 100% gebaat bij de status quo van smerige energie. Daar heeft zelfs Ed Nijpels niets aan kunnen veranderen, dus waarom GroenLinks dan plotseling wel?

Nekslag

Daarbij is het zeer de vraag of de achterban van GroenLinks het gaat pikken dat de rekening van de klimaatcrisis net als die van de bankencrisis naar de onderkant van de samenleving wordt doorgeschoven. Mij lijkt van niet, en terecht. De sociale agenda inruilen voor een paar windmolentjes? Toch maar weer winst van die windmolentjes, zal er gesust worden. Maar het verzet tegen de sociale afbraak is andermaal gesmoord. En dat is mijns inziens veel erger dan dat die windmolentjes goed zijn. Want laten we eerlijk zijn (al is het vloeken in de kerk): het is belangrijk dat alle landen zich inspannen voor een beter klimaatbeleid, maar Nederland gaat echt het wereldwijde klimaat niet redden.

Regeren met zowel het CDA als de VVD zou voor de wedergeboorte van links elan kortom wel eens de nekslag kunnen betekenen. Korte termijnwinst leidt dan uiteindelijk tot lange-termijnverlies voor werkelijk ander beleid dan de neoliberale grijze agenda van de VVD.

D66 en het CDA?

Maar genoeg over GroenLinks: misschien is het veel interessanter eens te gaan kijken naar de positie van D66. Iedereen lijkt er namelijk vanuit te gaan dat Rutte’s wens voor een coalitie met D66 en het CDA zomaar ingewilligd zal worden. Maar ik kan mij eerlijk gezegd niet voorstellen waarom Alexander Pechtold zou moeten verlangen naar deze combinatie. D66 en het CDA konden voor twee middenpartijen feitelijk niet verder uit elkaar liggen.

Hoe moet D66 zich in een coalitie met VVD en CDA profileren? De overeenkomsten tussen de drie partijen zijn duidelijk: een sociaal economisch rechts beleid te voeren. In die zin is het te verwachten beleid een continuering van Rutte 2. Maar wat heeft D66 hieraan toe te voegen? Meer dan de te verwachten wens om justitie uit de handen van de VVD te rukken kan ik mij niet bedenken.

Typische D66-punten als vrijwillige levensbeëindiging en legalisatie van de achterdeur van de coffeeshop kan Pechtold met Buma aan tafel op zijn buik schrijven. Democratisering van de EU zal Buma ook blokkeren. Minder invloed van religie op het onderwijs? Vergeet het maar. En wat er overblijft van Pechtolds verzet tegen het populisme van Wilders? Als hij geflankeerd wordt door een partij die zich onlangs bekeerde tot het ‘rot op’-nationalisme aan de ene zijde, en aan de andere zijde een partij die de integratieproblemen wil oplossen door het gezamenlijk zingen van het volkslied, dan lijkt mij dat vrij helder: niets.

Pechtold zal zich daarbij wellicht nog kunnen herinneren hoe het zijn partij de laatste keer dat hij regeerde met VVD en CDA verging: de D66-inbreng werd toen het puntje bij paaltje kwam keihard geblokkeerd, en D66 viel bij de verkiezingen daarna terug naar drie zetels. Wat Pechtold bij deze combinatie zal ‘winnen’ is naar ik vrees met name vrijwillige levensbeëindiging voor zijn eigen partij.

Gezamenlijk belang

Als aan de huidige formatietafel één partij formatie baat heeft bij GroenLinks als partner, dan is het D66 wel. Het idee is dan dat Klaver dient om Buma een toontje lager te laten zingen, en de schuld te dragen voor al te rechts-conservatief beleid. Maar als het de komende dagen al té moeilijk wordt, dan kon het wel eens zo zijn dat D66 en GroenLinks een ander gezamenlijke doel gaan nastreven. Dat is Buma van de onderhandelingstafel weg te pesten, in plaats van Klaver. In het licht van het bovenstaande lijkt het mij namelijk vrij duidelijk dat het alternatief van regeren met VVD, CDA en de ChristenUnie voor D66 nog veel ongunstiger is.

Pechtold zou daarbij moeten beseffen dat hij feitelijk veel sterker staat dan Buma. Wanneer D66 van tafel wegloopt, dan kunnen VVD en CDA hoog springen en laag springen, een kabinet krijgen ze nooit meer rond. Tenzij ze Wilders aan tafel brengen. En Wilders heeft zichzelf bij iedereen totaal onmogelijk gemaakt: met name Buma moet nog dagelijks nachtmerries hebben over de resultaten van Bruin 1 voor zijn partij. Voor een kabinet zonder het CDA echter zijn er twee alternatieven:

Alternatieven zonder het CDA

Het eerste alternatief is een kabinet van VVD, D66 en GroenLinks, samen met de PvdA en de Partij voor de Dieren. De Dierenpartij heeft al aangegeven een combinatie met de VVD te willen overwegen. De PvdA moet nog even voor de vorm schuldbewust doen, maar heeft genoeg mensen in de gelederen die dolgraag weer willen regeren in plaats van met een paar zetels in de oppositie zichzelf te gaan zitten heruitvinden.

Het tweede alternatief lonkt als Roemer over zijn schaduw springt, en bereid is aan te schuiven in de plaats van Buma. Roemer zelf heeft bij de informatie aangegeven bereid te zijn dit te doen. Voor hem zal het pijnlijk worden zijn verkiezingsbelofte niet te gaan regeren met de VVD te moeten breken, maar daartegenover staat dat regeren voor de SP nu wel een keer tijd wordt, en met GroenLinks als partner kan de partij wellicht genoeg eisen stellen aan Rutte op sociaal terrein. Hogere uitkeringen zal er niet in zitten maar dat hoeft ook niet: fiscalisering van de ziektekostenpremie en het afschaffen van Klijnsma’s dwangmaatregelen in de bijstand doen financieel geen pijn, en vormen als het gaat om armoedebestrijding feitelijk een veel mooiere prijs om mee naar huis te nemen.

Werkelijke verandering in beleid

De eerste optie zal de voorkeur van Pechtold hebben, de tweede optie zal voor Klaver het meest gunstig uitpakken. Maar beide opties zijn voor zowel GroenLinks als D66 veel gerieflijker dan regeren met een 100% grijze en conservatieve partij als het CDA. Beide alternatieven vind ik dan ook een stuk geloofwaardiger als het gaat om verandering van beleid dan combinaties met het CDA.

Bij beide combinaties kan er veel meer geëist worden voor de Nederlandse agenda voor de EU, met een eis voor meer democratisering, en verzet tegen het blinde bezuinigingsbeleid. In de combinatie met de Partij voor de Dieren zal bij de VVD een veel fundamenteler klimaatbeleid afgedwongen kunnen worden. Met de SP kan vooral de sociale agenda aandacht krijgen, en kan worden gewerkt aan de reparatie van het vangnet.

Zulke veranderingen lijken mij belangrijk. Want de VVD mag dan 33 zetels hebben overgehouden, het kabinet Rutte II is niet voor niets met een enorme nederlaag van de helft van het aantal zetels weggestemd.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl en op Sargasso.nl.