Steeds als ik zin van het leven te pakken heb komen ze weer met iets nieuws

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

DE moderne filosofie lijkt de vraag ‘hoe moet ik leven’ een beetje in de steek gelaten te hebben. Voor de Griekse en Romeinse filosofen stond die vraag centraal, tegenwoordig hebben filosofen het liever over ‘wat is waar’…

… zo irrelevant naar mijn idee voor zover het die vraag naar hoe je moet leven niet dient…

Want wat is er nu belangrijker dan de vraag naar wat je het beste kunt doen? Volgens mij is die er niet. Ik heb toch niets aan ‘waarheid’ als ik er vervolgens niets mee hoef te doen?

Dit boekje kreeg ik jaren geleden, en al een tijdje geleden had ik het uit, maar ik had er dan ook een jaar over gedaan. Het is vlot genoeg geschreven om in één ruk uit te lezen, maar toch vond ik het beter om het na ieder hoofdstukje weg te leggen en te overdenken.

Aan de hand van citaten van bekende en minder bekende filosofen filosofeert Daniel Klein over de zin van het leven, én de zin van het leven volgens zijn hond Snookers. Het is geschreven in gewonemensentaal, met enorm veel humor en zelfrelativering, wat het boekje sowieso al heel erg leuk maakt.

Maar wat ik vooral leuk vind is dat de vraag ‘hoe moet ik leven’ in dit boekje centraal staat, zoals het volgens mij in de filosofie hoort.

Daniel Klein begint ieder hoofdstukje met een grappige, rake, uitdagende, diepzinnige en soms wel onzinnige uitspraak van een filosoof, en bespreekt die uitspraak, in verhouding tot het werk en leven van die filosoof, en zodoende wandelt hij met ons langs de belangrijkste stromingen van de filosofie.

Hij begint met het hedonisme, dit wordt uitgebreid besproken en blijft ook terugkomen. Klein heeft duidelijk een hang naar deze visie, maar is een twijfelende hedonist: is plezier nu echt waar het alleen maar om draait? Is ‘plezier’ alleen genoeg om een zekere leegte te vullen? Is er niet iets als plicht, deugd, kennis, wijsheid, liefde… iets dat toch belangrijker is?

We komen uiteindelijk de meeste belangrijke westerse stromingen wel tegen. Mensen als Aristippus, Schopenhauer, Nietzsche, Sartre, Camus, Hume, Wittgenstein… een heel mooi rijtje denkers. Wil je eindelijk eens zonder al teveel moeilijk doen een leuke tip van de sluier opgelicht zien van wat die jongens (ja, het blijven alleen maar jongens) nu eigenlijk te zeggen hebben, en dan vooral over hoe je volgens hen het beste kan leven? Dit boek is een hele mooie introductie op dit rijtje namen en nog veel meer. 39 korte hoofdstukjes waarin op een leuk-partijdige en goede wijze een filosoof behandeld wordt.

Kritiek is er natuurlijk wel te geven. Klein maakt mijns inziens hier en daar wat kleine uitglijders: zo vind ik dat hij de filosofie van Nietzsche niet helemaal juist omschrijft. Een echt grote uitglijder vind ik het overigens niet, maar toch, ik vraag me dan af hoe het verder zit met de filosofen die hij bespreekt die ik zelf niet zo goed ken. En helaas, de definitie van metafysica achterin, die mag Klein van mij nodig even herzien, want eerlijk, die slaat nergens op. Wat metafysica precies is, is sowieso al lastig te omschrijven, maar dit lijkt niet eens op een poging.

Dat zijn echter details. Dit boekje is een erg mooi kleinood in mijn boekenkast: iedere keer als ik er iets uit teruglees, valt er weer wat te lachen… en biedt het weer iets nieuws.