Politiek Kwartier | Inkomenszekerheid

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

COLUMN – De komende afleveringen van Politiek Kwartier laat Klokwerk de politieke actualiteit voor wat ze is, en gaan we ons buigen over mogelijke alternatieven voor sociale zekerheid.

Ons sociale stelsel is hopeloos ingewikkeld, kostbaar in de uitvoering, biedt veel mensen nauwelijks zekerheid, en is vaak ronduit denigrerend. Daarbij wordt het door de politiek met de kaasschaaf mishandeld en door marktwerking ondermijnd. Dat moet beter kunnen.

Hoe zou een ideaal sociaal stelsel eruit zien? Mijns inziens zou die bestaan uit slechts drie regelingen.

Ten eerste een uitkering voor het inkomen tot het bestaansminimum. Hiervoor denk ik aan een uitkering die enigszins lijkt op het inmiddels veelbesproken basisinkomen.

Het is door veel mensen al opgemerkt: een basisinkomen is een zeer karige vorm van sociale zekerheid. Een aanvaardbaar alternatief voor ons huidige stelsel zou daarom daarbovenop een regeling moeten hebben van doorbetaling van eventueel aanwezig aanvullend inkomen. Dit is de tweede regeling.

Ten derde zou er behoefte zijn aan een verzekering voor ziektekosten.

Meer regelingen zouden mijns inziens in een gezonde samenleving niet nodig moeten zijn. Onze samenleving kent echter grote problemen met woonvoorzieningen, en daarmee samenhangend grote verschillen in woonkosten. Dit vraagt om een vierde regeling.

Al deze regelingen zouden los van elkaar ingevoerd kunnen worden. Ik bespreek deze week de regeling voor aanvullend inkomen.

Die zou er zo uit kunnen zien:

Iedereen met een inkomen boven het bestaansminimum – of dat nu uit loon is of uit een onderneming – draagt een gelijk percentage van dit deel van zijn inkomen af aan een collectieve spaarpot.

Met die spaarpot worden mensen in staat gesteld vrij te nemen van hun werkzaamheden. Zij ontvangen dan een inkomensaanvulling tot maximaal hun gemiddelde inkomen van – laten we zeggen – de laatste vier jaar voordat van de regeling gebruik wordt gemaakt.

Dit vrij nemen kan gedwongen of vrijwillig zijn: door werkloosheid, ziekte of ouderdom, of omdat iemand tijd wil besteden aan andere werkzaamheden zoals het verzorgen van kinderen of het opzetten van een nieuwe onderneming. De uitkering is vrijwillig aan te vragen en onvoorwaardelijk.

Er kan pas begonnen worden met opnemen na vier jaar sparen. De duur van de uitkering is afhankelijk van het gespaarde tegoed, en neemt exponentieel toe naarmate men langer spaart, om sparen te stimuleren. Bovendien neemt kapitaal door rente nu eenmaal toe. Bij voldoende lang sparen wordt de tijd dat iemand vrij kan nemen onbeperkt, zoals nu ook met het pensioen het geval is.

Deze regeling is vervangend voor spaarloonregelingen en het pensioen en wordt uitgevoerd door de huidige pensioenfondsen. WW en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen worden opgesplitst: het onderste deel van deze uitkeringen wordt samengevoegd met de geldende regeling voor het inkomen tot het bestaansminimum – in onze huidige samenleving is dat de bijstand. Het bovenste gedeelte wordt opgenomen in de hierboven beschreven inkomensverzekering.

Dit sparen zou voor iedereen verplicht moeten zijn, om tegen te gaan dat mensen zich selectief gaan verzekeren en de verzekering daardoor onbetaalbaar wordt. Daarbij is het doel van deze regeling naast inkomenszekerheid op persoonlijk niveau ook economische stabiliteit.

Met deze regeling ontstaat rechtsgelijkheid voor iedereen met een inkomen, waardoor de huidige beweging van vaste contacten naar flexwerken gestopt wordt. Het UWV kan worden afgeschaft en mensen genieten meer zekerheid, terwijl ze tegelijkertijd vrijer kunnen beschikken over hun tegoeden en zo hun leven efficiënter kunnen plannen.

Tot zover. Ik hoop op een vruchtbare discussie.