Negatieve inkomstenbelasting: beter dan een basisinkomen?

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Een negatieve inkomensbelasting kan voordelen van een basisinkomen combineren met voordelen van ons huidige sociale stelsel

Ieder mens heeft recht op het bestaansminimum. Geen enkel mens zou honger moeten lijden, zich zorgen moeten maken om onderdak, of met onbetaalde rekeningen moeten zitten omdat het geld er gewoon niet is. Als dit niet goed geregeld is, dan is dat niet alleen slecht voor deze mensen zelf, het jaagt ook de samenleving op kosten. Want armoede kost geld. Daar zal in Nederland anno nu misschien niet iedereen het mee eens zijn, maar de overgrote meerderheid wel. En toch krijgen we het in onze welvaartsstaat niet voor elkaar.

Helaas is het ook in ons land nog lang niet zeker dat mensen dit recht echt krijgen. Sterker nog: die zekerheid wordt in ons land in hoog tempo steeds minder, om twee redenen: ten eerste door de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Steeds meer mensen zijn daardoor niet meer verzekerd van een regelmatig inkomen. Pogingen van de laatste kabinetten om daar iets tegen te doen maakten dit alleen nog maar erger. Niet alleen vervelend voor deze mensen zelf, het ondermijnt ook de koopkracht en drukt zo op de hele economie. Ten tweede doordat met name het basisvangnet, de bijstand, steeds verder afgebroken werd. Het huidige kabinet – met nota bene twee PvdA-bewindslieden aan het roer van de sociale zekerheid – zette deze ontwikkeling zelfs nog in een hogere versnelling. Strafkortingen en het onthouden van bijstand: veel mensen moetenhet  soms om louter administratieve redenen lange tijd zonder geld doen en komen daardoor in de problematische schulden. Het aantal mensen met problematische schulden groeide de laatste jaren dan ook angstwekkend snel, en dit kost niet alleen de mensen die het betreft geld en veel ellende, het kost ook de samenleving geld. Dat moet echt beter. En dat kan ook beter, vrij gemakkelijk zelfs. Als we het maar willen.

Hier is hoe:

Voor ieder persoon wordt door de belastingdienst een bestaansminimum vastgesteld, waarbij uitgegaan wordt van de huidige bijstandsnormen. Dat is dus inclusief de afhankelijkheden van fiscale partners en huisgenoten. Voor mensen met een werkende partner geldt een lager bedrag (dalend naar nul), voor mensen met inwonende en schoolgaande kinderen bijvoorbeeld geldt een hoger bedrag. Voor wie exact wil weten hoe hoog die bedragen zijn: die kan daarvoor kijken op de websites van sociale diensten.

Om te beginnen komen alle bestaande uitkeringen tot of onder dit bestaansminimum te vervallen. Dus de bijstand, de Wajonguitkeringen, de ANW, IOAW, IOW, IOZ en de studielening: al die uitkeringen en hun administratie worden afgeschaft. Uitkeringen die hoger uitvallen, zoals de WW, WAO en WIA uitkeringen, worden met dit bedrag gekort. In plaats daarvan kunnen alle mensen via de belastingen zonder voorwaarden een voorschot aanvragen ter hoogte van het bestaansminimum, om van te leven.

Aan het eind van het jaar wordt dit voorschot verrekend met de verdiensten van dat jaar, op de volgende wijze: er komt een negatieve inkomstenbelastingschijf, die geldt tot het bedrag van het vastgestelde bestaansminimum plus 30 procent. Over de verdiensten in deze eerste flexibele belastingschijf wordt netto 70 procent belasting betaald, zodat slechts 30 procent overblijft. Iedere belastingbetaler ontvangt bij de berekening van zijn belastingopgave echter zijn bestaansminimum, waarna het met de rest wordt verrekend.

Het maximaal te verkrijgen bedrag vanuit deze fiscale bijstandsregeling is dus 130 procent van het bestaansminimum, wat ongeveer overeenkomt met een full-time minimumloon nu. Voor mensen die boven dit bedrag verdienen blijft de berekening uiteindelijk neutraal, want wat ze ontvangen is even hoog als wat ze betalen in de 70 procent schijf. Mensen die beneden dat bedrag verdienen betalen flink, maar houden altijd iets aan hun werk over. Zo wordt werken vanuit een uitkering altijd gestimuleerd.

En hoe zit dat met het basisinkomen?

Deze fiscale bijstand kent kenmerken van het basisinkomen, zoals de sterk verbeterde armoedebestrijding, het controlearme karakter van het stelsel en de aanpak van de armoedeval.

Dit vangnet betaalt zichzelf. Afgerekend wordt met een gigantische uitkeringsindustrie, die veel kost en waarvan keer op keer bewezen is dat het niets oplevert. Afgerekend wordt bovendien met een ambtelijke molen die mensen vastzet op een specifiek inkomen en werken bestraft. De oplopende schuldenproblematiek wordt aangepakt. Dit alternatieve vangnet geeft meer zekerheid en meer vrijheid. Mensen krijgen weer een basis om op te ondernemen, te investeren. Het is een trampoline waarop mensen kunnen werken, studeren, ondernemen en opvoeden.

Dit zijn allen voordelen die ook terugkomen in het basisinkomen. Maar ook ten opzichte van het basisinkomen heeft dit stelsel enkele grote voordelen. Er hoeft aanzienlijk minder geld te worden rondgepompt. Voor veruit de meeste mensen is dit een budgetneutrale ingreep. Wat mensen verdienen, betalen ze ook weer terug. Daarmee is ook het dekkingsvraagstuk opgelost.
Verder blijven aanvullende regelingen bovenop de bijstand, zoals toeslagen, aanvullende inkomensverzekeringen, zorgkostenvergoedingen en woonkostensubsidies, voorlopig bestaan, zodat maatwerk gegarandeerd blijft waar dat nodig is. Hier zijn na het invoeren van deze basis zeker grote verbeteringen in aan te brengen, maar dat is dan van later zorg.

Moeite en resultaten
Een systeem als dit betekent nog steeds een ingrijpende stelselwijziging. De belastingdienst, die nu al door bezuinigingen en ingewikkelde regels (toeslagen) wordt geplaagd, zal er een flinke administratie bij krijgen. Maar de capaciteit voor deze wijziging komt vrij door de bezuiniging op de huidige sociale diensten en het UWV. Uiteindelijk wordt op de uitvoeringskosten sterk bezuinigd.

Het resultaat is een regelvrije bijstand die toegankelijk is voor alle mensen onder het huidige minimumloon. Het is simpel, het geeft heel veel mensen die dit nu niet hebben zekerheid, het is goedkoop in de uitvoering, budgetneutraal voor de overgrote meerderheid en het geeft vrijheid. Alle energie die nu nog besteed wordt aan gevechten met uitkeringsinstanties kan direct worden aangewend voor de verbetering van de inkomenssituatie van mensen. Een enorm potentieel dat vrijkomt.

Dit zou wat mij betreft het basisvangnet voor Nederland 2017 moeten zijn. Nu nog zoeken naar politici met de moed en visie om dit vorm te geven. Mijn hoop is gericht op GroenLinks, D66 en de SP. Vooral de laatste twee hebben de mond vol over de sociale zekerheid, maar missen tot nu toe een geloofwaardig eigen alternatief. Bij alledrie lonkt de achterban naar het basisinkomen, maar durft de partijleiding hier niet aan, wat op zich is niet vreemd is. Toch zullen Klaver, Roemer en Pechtold een geloofwaardig antwoord moeten verzinnen op de fundamentele klachten over het huidige sociale stelsel, waar het enthousiasme voor het basisinkomen op drijft. Een geloofwaardig ‘links’ alternatief ontbreekt echter nog volkomen. De zittende politiek vliegt het debat over sociale zekerheid traditiegetrouw op de vierkante millimeter aan, maar dat spreekt ten eerste niemand aan en ten tweede gaat dat niet helpen. Het sociale vangnet moet fundamenteel gerepareerd worden. Het alternatief is oplopende armoede, schulden en een stagnerende economie.

Dit blog verscheen eerder op Joop.nl.