Laten we niet vergeten te benoemen waar we voor gevochten hebben

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

De jaarlijkse 4 en 5 meidiscussie was heftig dit jaar, en één citaat hierin viel mij in het bijzonder op: “We herdenken de gevallen van alle naties die gevochten hebben voor de vrijheid waar ook ter wereld. Er is geen andere invulling nodig.”

Dit is een standpunt dat volgens mij door de meeste mensen wel gedeeld wordt, en in een oppervlakkige lezing sloot ik mij daar ook bij aan. Maar in tweede instantie niet. Want: gevochten voor onze vrijheid? Vrijheid van wat? Laten we vooral niet vergeten dat te benoemen.

Rechten van de mens
Naar aanleiding van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog werden de algemene rechten van de mens geschreven, en in 1948 officieel vastgesteld. Deze rechten komen neer op het recht van lichamelijke integriteit, vrijheid van meningsuiting en levensovertuiging, gelijke rechten ongeacht afkomst, geslacht, geaardheid en geloof, het recht te leven in een rechtsstaat, en last but not least: bescherming van vluchtelingen voor regimes die deze rechten niet respecteren.

Dat is een prachtige agenda waar ik voor de volle 100% achter sta. Ruim 70 jaar later zijn deze rechten nog steeds niet in de hele wereld vanzelfsprekend. Soms zou je zelfs bijna denken dat het niet de goede kant op gaat. Ook in ons land worden deze rechten immers regelmatig afgekalfd of pootje gelicht. Daarbij zien we in toenemende mate weer neonazi’s door de straten marcheren, steeds meer mensen geven aan te stemmen op een partij met een ‘sterke leider’ die een lastercampagne voert tegen een bevolkingsgroep en oproept tot stelselmatige discriminatie, terwijl politici van andere partijen durven voor te stellen de vluchtelingenverdragen maar af te schaffen en de EU al wetgeving aanneemt die daar strijdig mee is.

Zorgwekkend is dat zeker. Maar dit zijn naar mijn hoop en overtuiging kleine erupties die ingaan tegen de algehele tendens in de wereld. Het is niet moeilijk in te zien dat over de grote lijn wereldwijd de mensenrechten meer en meer worden nageleefd. In 1948 waren Spanje, Portugal en Griekenland nog lang geen staten waar de mensenrechten enige rol speelden. Ook in Oost Europa bleken de communistische regimes die ontstonden hier geen enkel respect voor te hebben.

Het is nu in al die landen allemaal nog niet perfect, maar toch al veel beter geworden. Ook in Zuid Afrika en veel Zuid-Amerikaanse landen is op die gebieden veel vooruitgang geboekt. Zelfs in China en Rusland, waar de mensenrechten maar zeer selectief worden toegepast, is het nu beter dan vijftig jaar terug. Ondertussen werden in de westerse wereld de gelijke rechten van bijvoorbeeld vrouwen en homoseksuelen de afgelopen decennia steeds meer manifest.

Een fundamentele breuk in de geschiedenis
Dit is vooral opvallend als je je bedenkt dat in 1948 feitelijk een fundamentele breuk in de menselijke geschiedenis heeft plaatsgevonden. Het is namelijk een historische misser de nazi-ideologie als een rare uitbijter van het menselijk denken te beschouwen. Ik heb ooit de beruchte Posen-speech van Himmler bestudeerd. Wat mij vooral opviel, was hoe Himmler in deze toespraak zijn politiek legitimeerde, en vergeleek met de politiek van andere rijken, met name het Engelse koloniale rijk.

Hij stelt in deze toespraak de Engelse koloniale politiek expliciet als voorbeeld voor het Duitse nazisme. Het is belangrijk te beseffen dat de nazi’s hun eigen politiek zagen als een logisch gevolg van het menselijk denken tot dan toe. Want feitelijk hadden ze daarin geen ongelijk. Groepen mensen die elkaar veroordelen op basis van afkomst, geslacht, geaardheid of overtuiging, en die elkaar de vrijheid ontnemen, onderdrukken of zelfs vermoorden, het is het leidmotief in onze menselijke geschiedenis. Gelijke rechten voor iedereen was nooit een breed gedeeld ideaal.

De strijd tegen het oude gedachtegoed
Onze nationale dodenherdenking is nu volgens de officiële lezing een herdenking van alle gevallenen in oorlogen waar Nederland ooit in betrokken was. Maar dat is niet altijd zo geweest. Oorspronkelijk was onze herdenking een parade waarin de gevallenen in het verzet tegen het nationaal-socialisme werden herdacht. De mensen die de wapens opnamen tegen onderdrukking van henzelf, en vooral van anderen.

Een parade waarbij vlaggen en militaire onderscheidingen overigens juist geweerd werden. Al gauw werd toegevoegd dat niet alleen verzetsmensen, maar ook de soldaten die vielen in de strijd tegen dit regime en gedachtegoed zouden worden herdacht. Maar nog steeds bleef vertoon van nationalistische symbolen en standenverschillen bij de herdenking taboe.

En zo had het moeten blijven. Op 4 en 5 mei vieren we wat mij betreft het verzet van onze beschaving tegen het fascistische gedachtegoed: de gedachte dat een staat het recht heeft mensen omwille van hun achtergrond of idealen te discrimineren, te vervolgen, zelfs te vermoorden. Op vier mei herdenken we alle gevallenen die voor ons streden tegen deze gedachte, op vijf mei vieren we onze nieuwe beschaving, van vrijheid, gelijke rechten, en dat we leven in een rechtsstaat.

Een staat die bovendien beschermend optreedt tegen slachtoffers van regimes die tegen deze gedachte ingaan. Zo prenten we ons op deze dagen onze nieuwe waarden weer goed in, terwijl we hopelijk beseffen dat zij niet vanzelfsprekend zijn. Opdat we daar alle andere dagen van het jaar, bij iedere politieke handeling, bewust voor blijven kiezen.

Dit stuk verscheen op 5 mei 2016 op Joop.nl