Klimaatsceptici zijn geen echte sceptici

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Klimaatsceptici missen de scherpte, de diepgang en de zelfkritische blik van de echte scepticus.

Opwarming van de aarde? Door de mens? En dat zou op te lossen zijn door om te schakelen op duurzame energie?

Onzin, zeggen de zogenaamde ‘klimaatsceptici’, een grote groep mensen die zich verzet tegen minstens één van deze drie stellingen. Het gebruik van het woord ‘klimaatscepticus’ voor mensen die bovenstaande argumenten aanhangen stuit mij echter tegen de borst. Met scepticisme hebben ze niet zoveel te maken.

Waar komt het woord scepsis vandaan

Het woord scepsis komt van een filosofische stroming uit de oudheid. In mijn boek “de wereld vóór God”, heb ik onlangs alle filosofieën van voor de middeleeuwen op een rij gezet, van de Grieken tot de Romeinen, van de Indische filosofie tot aan China. Niet alleen wilde ik deze denkers op toegankelijke manier bespreken en zo voor meer mensen ontsluiten, ook wilde ik kijken in hoeverre hun inzichten van toepassing zijn op onze tijd.

Van al die filosofische stromingen – en dat zijn er nogal wat – is de filosofische school van sceptici één van de stromingen die mij uiteindelijk het meest aantrekt. Deze sceptische school ontstond ongeveer 300 jaar voor onze jaartelling, en heeft 600 jaar lang een belangrijke rol gespeeld in de filosofie. Helaas werd hun manier van denken in de dogmatische middeleeuwen weer minder populair, en sindsdien hebben de sceptici een negatieve naam gekregen.

In de meeste hedendaagse overzichten van de filosofie worden de sceptische filosofen helaas slechts kort behandeld: meestal worden ze alleen maar even genoemd. Het is een bijna vergeten stroming. Vaak worden ze daarbij ook afgedaan als de Jantje-onmogelijk van de filosofie: een radicale stroming waar we uiteindelijk niet veel mee aan kunnen. Mijns inziens zeer ten onrechte.

Wie waren de sceptici

Zoals de hedendaagse term “sceptisch” doet vermoeden, namen de sceptici niets voor waar aan. Er zijn geen feiten, stelden zij , er zijn slechts voorlopige oordelen.

Zij erkenden drie manieren waarop we informatie tot ons kunnen nemen en verwerken: via de waarneming, via het gevoel, en met behulp van het verstand. Je ziet dat iedere filosofische school wel een voorkeur heeft voor één van die drie manieren. Plato vertrouwt bijvoorbeeld vooral het verstand, terwijl  Aristoteles op zijn beurt vooral de waarneming vertrouwt. Hedonisten daarentegen vertrouwen vooral hun gevoel. Stoïcijnen combineren vooral verstand en waarneming, terwijl Boeddhisten vooral verstand met gevoel combineren om tot inzichten te komen. Etcetera.

Ieder met hun eigen vertrekpunt proberen deze filosofen zekerheden te krijgen, en daar bouwen ze dan vervolgens hun filosofie omheen. Sceptici echter wantrouwen al deze drie methoden, en putten zich uit om alle zekerheden die filosofen denken te hebben onderuit te halen.

Beoordelingsfouten van het verstand, de waarneming en het gevoel

Zij legden daarom een lijst aan van allerlei bekende menselijke beoordelingsfouten, om daarmee de standpunten van hun filosofische tegenstanders op losse schroeven te kunnen zetten. Eerder hadden filosofen al de logica ontwikkeld om fouten van het verstand in kaart te brengen. De sceptici voegden daar ook mogelijke waarnemingsfouten aan toe: gevallen waarin onze zintuigen ons bedriegen, al dan niet door psychologische effecten. En verder voegden ze gevallen toe waarin ons gevoel ons bedriegt, omdat het inconsistent is.

Gewapend met deze lijst van mogelijke beoordelingsfouten betraden ze het filosofisch debat, met als doel om iedere vermeende zekerheid onderuit te halen. Dat leverde natuurlijk een hoop irritatie op, en daarmee ook een zekere hoon: van hun belangrijkste filosoof Pyrrho werd spottend beweerd dat hij nooit over straat kon zonder begeleiding van zijn leerlingen, omdat hij simpelweg niet zou geloven dat een object dat hem de weg versperde ook echt bestond.

Maar was het scepticisme ook echt een louter destructieve filosofie? Absoluut niet. De sceptici wilden namelijk met hun scepsis waarschuwen voor dat wat zij zagen als de bron van alle menselijke ellende: de neiging om altijd maar veel te snel te willen oordelen. Hun advies is om dat oordelen toch maar zoveel mogelijk uit te stellen. Want wie niet oordeelt, maakt geen fouten en weet een hoop zinloos geruzie te vermijden. De kunst van het niet-oordelen geeft ons innerlijke rust, en is bovendien de sleutel tot een tolerante en inclusieve samenleving. (Wie hier een invloed van het boeddhisme meent te bespeuren heeft overigens wellicht gelijk.)

Pragmatisme en falsificatie

Dat is op zich natuurlijk al een mooie mentaliteit. Maar nog belangrijker is dat latere sceptici, ten tijde van de opkomst van de Romeinse republiek, het pragmatisme uitvonden. Zij stelden voor om slechts te handelen op basis van praktisch nut en tijdelijke veronderstellingen, in plaats van op basis van fundamentele overtuigingen. Om te bepalen waaraan we ons het best vast kunnen houden, moeten we ons volgens die sceptici niet richten op wat waarheid zou zijn – omdat we daar toch nooit achter zullen komen – maar op wat houdbaar en bruikbaar is.

En in het verlengde daarvan vonden deze sceptici als eerste denkers het falsificatieprincipe uit. Hoewel niets zeker is, stelden zij, kunnen we wel aannames doen, en zolang een aanname niet strijdig is met wat wij meemaken, is deze aanname volgens de sceptici bruikbaar. Op deze manier kunnen we handelen en wetenschap bedrijven, ondanks het feit dat we nooit zullen weten wat de waarheid is.

Juist deze principes vormen de basis voor onze moderne wetenschap. Het scepticisme was dan ook bij uitstek een filosofie voor wetenschappers. Wetenschappers waren in die tijd al een stuk verder met hun inzichten dan mensen tegenwoordig meestal aannemen. Dat komt voor een groot deel door de antidogmatische houding die de sceptici bleven prediken.

Klimaatsceptici?

Terug naar klimaatsceptici: zij lijken in niets op de echte sceptici. De echte sceptici waren namelijk niet alleen kritisch naar anderen, maar vooral naar zichzelf. En daarin uit zich de echte scepticus.

Een echte scepticus zal nooit zomaar aannemen dat iets onzin is, of een hoax, alleen maar omdat hij dat zelf graag wil. Hij zal ook niet zomaar gaan lopen speculeren over andermans motieven. Nooit zal hij zomaar aannemen dat iemand wel voor een energietransitie zal zijn omdat hij er geld mee kan verdienen. Natuurlijk, het is een optie die best overwogen mag worden. Maar is deze stelling nuttig? Een echte scepticus zal al snel zien dat dit eigenlijk niet ter zake doet.

Het heeft niet zoveel zin om andermans motieven te onderzoeken zolang hun stellingen houdbaar zijn. Als de drie stellingen dat 1. de aarde opwarmt, 2. dit door de mens komt en 3. dit valt om te keren door de samenleving anders in te richten, blijven rijmen met de gemeten feiten, dan doen de achterliggende motieven waarom iemand dit graag zou willen verder niet ter zake.

Bevraag je eigen motieven

Belangrijker is het vooral de eigen motieven te bevragen. Een echte scepticus zou zichzelf deze vraag stellen: is mijn eigen geloof dat de opwarming van de aarde een hoax is niet gewoon gebaseerd op mijn eigen wens dat het niet klopt? Is mijn oordeel niet simpelweg gebaseerd op mijn eigen angst er financieel bij in te schieten? Zijn de bronnen die mij gerust proberen te stellen wel betrouwbaar? Worden die niet zelf gefinancierd door de fossiele brandstofindustrie, of mensen die daar belangen bij hebben?

Dit alles naast natuurlijk de vraag: kloppen al die metingen wel? Klopt de logica achter de metingen? Voor het beantwoorden van die twee vragen hebben wij de moderne wetenschap, die op sceptische leest is geschoeid. En die moderne wetenschap komt na honderdvijftig jaar systematisch meten en bekvechten over de invloed van CO2 op de gemiddelde temperaturen met behoorlijk eensluidende conclusies.

Dat is daarmee geen waarheid, maar voorlopig echt veruit het beste uitgangspunt  waar we ons aan vast kunnen houden. Nu is het vooral de vraag waarom we die conclusies zo moeilijk vinden om het te accepteren. Wie zichzelf die vraag durft te stellen, is een echte scepticus.

 

Dit artikel verscheen eerder bij Sargasso.nl en op Joop.nl