Het motorblok uit elkaar

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Het is geen dogma dat het zogenaamde ‘motorblok’, VVD, CDA en D66, gaat regeren met een bereidwillige vierde partner. Er zijn echter twee alternatieven die zeker na het mislukken van de vorige poging minstens zo geloofwaardig zijn.

Motorblok op zoek

Het zogenaamde ‘motorblok’ is op zoek naar een partner. De combinatie van VVD, D66, CDA en een vierde partner, de wens van vooral Rutte, lijkt in de media zo vanzelfsprekend, dat andere combinaties eigenlijk niet serieus genoemd worden.

De combinatie van dit drietal met GroenLinks is nu reeds onderzocht. Dat bleek één brug te ver. Natuurlijk is D66 de partij die dit het meest betreurt. In een kabinet met VVD en CDA is het voor D66 namelijk uitkijken. Het vorige kabinet met die twee partijen was voor D66 geen succesnummer: alle D66 punten werden als het puntje bij paaltje kwam genegeerd, en D66 kreeg de schuld van guur rechts beleid waar de achterban zich onvoldoende in herkende. Na Balkenende II hield D66 3 zetels over.

Een herhaling daarvan is te vermijden door een linksere partner het kabinet in te trekken, die D66 enerzijds kan helpen met het afdwingen van nog enigszins progressief beleid, en verder als bliksemafleider kan functioneren. Niet voor niets doet Pechtold nadat Klaver zijn hielen lichtte nu een beroep op Roemer.

De potentiële motorblok-partners

Klaver en Roemer blijken echter wel uit te kijken die rol voor D66 te gaan spelen. En terecht. Tijd voor de ChristenUnie om aan te schuiven? Dit is voor Pechtold geen aantrekkelijke optie. Niet zozeer omdat zo’n kabinet maar een heel krappe meerderheid heeft, en geen meerderheid in de eerste kamer, zoals Pechtold zelf beweert.

Veel belangrijker is het dat de CU de bovenstaande voor D66 zo belangrijke rol maar slecht kunnen vervullen.  Zeker, op het gebied van milieu en vluchtelingen is de CU net zo links als GroenLinks. Maar anderzijds zal de CU het CDA helpen om D66 af te remmen in al haar ambities voor meer liberale maatregelen, zoals legalisatie van softdrugs en de vrijwillige levensbeëindiging. En laten deze punten nu juist voor D66 zo belangrijk zijn.

Wanneer deze optie strandt, en de SP blijft weigeren (wat voor de hand ligt), dan zal de PvdA eindelijk een excuus hebben om aan te schuiven. Het land heeft hen immers nodig. De PvdA heeft ook teveel mensen met bestuurdersambities op de bank zitten om het uiteindelijk niet te willen, en teveel mensen die staan te springen om de vrijgekomen Kamerzetels in te nemen die een aantal van die bestuurders zullen achterlaten. Over de concessiebereidheid van die partij maak ik me daarbij absoluut geen zorgen.

Motorblok onvermijdelijk?

Het is dus nog even hangen en wurgen, maar een kabinet van ‘het motorblok’ met ofwel CU ofwel PvdA lijkt bijna onvermijdelijk. Tenzij het lukt dat zogenaamde motorblok te breken.

Kan dat? Lastig. Roemer onderstreept dat hij wil wat Klaver twee maanden geleden ook opperde: een kabinet met CDA, SP, GL, PvdA en de Partij voor de Dieren. Dit is echter een volstrekt ongeloofwaardige combinatie. Het CDA stelde zich tijdens de verkiezingen en daarna keihard op tegen links, en heeft gebroken met alle linkse waarden. Waar linkse partijen beginnen over het klimaat, vluchtelingen, onze olieverslaving, of alleen maar een eerlijkere verdeling van inkomsten, stopt Buma zijn vingers in de oren en begint het volkslied te zingen. Het CDA heeft zich tijdens de verkiezingen rechts van de VVD geprofileerd en blijft daarbij.

Maar de rechtse tegenhanger van dat zogenaamd linkse alternatief + CDA is minstens zo onmogelijk. Een combinatie van PVV, VVD en het CDA is door de laatste twee partijen al herhaaldelijk uitgesloten, en moet voor een meerderheid daarbij nog minstens twee partijen erbij betrekken. Dat zullen dan 50+, de SGP of Baudet moeten zijn. Niemand die enigszins realistisch is die daarin gelooft.

Zonder motorblok door het midden

Er is zoals ik twee weken terug al schreef echter nog een mogelijkheid, of beter nog: er zijn er twee. Om in die modus te komen ligt de bal nu bij Roemer. Hij zal aan zijn achterban onmogelijk kunnen verkopen dat hij gaat onderhandelen met VVD, CDA en D66. De achterban van de SP loopt immers al twee maanden GroenLinks te verketteren omdat ze het überhaupt probeerden. Maar hij kan een strategisch gebaar maken, door te zeggen dat hij wel degelijk bereid is te onderhandelen, op voorwaarde dat het CDA plaats maakt voor GroenLinks aan tafel. In dat geval zijn de verhoudingen tussen links en rechts eerlijker verdeeld, en dat maakt de kans op slagen groter.

In deze combinatie zal de VVD zich weinig gemakkelijk voelen. De voorkeur van Rutte ligt natuurlijk bij een coalitie met zoveel mogelijk rechtse partners. Maar de VVD mag dan wel de grootste partij zijn, 33 zetels is ook weer niet genoeg om alle wensen vervuld te zien worden, zeker niet als je als partij al de premier levert. En tegelijkertijd mag de VVD traditioneel gezien dan wel rechtser zijn dan het CDA, Rutte zelf is niet rechtser dan Buma, en tegelijkertijd wel veel flexibeler.

Veel alternatieven 

Mocht deze middencoalitie met de SP uiteindelijk ook niet blijken te werken, dan is er in het midden nog een coalitie mogelijk, namelijk waar de SP in de bovenstaande samenstelling vervangen wordt door de PvdA en de Partij voor de Dieren.

Marianne Thieme heeft in de eerste informatieronde al aangegeven dat zij voor dergelijke combinaties wel te porren is. Dit weekend verscheen er van haar een opiniestuk waarin ze ervoor pleitte in plaats van GroenLinks het CDA van de coalitietafel weg te houden. Daarmee geeft zij opnieuw een opening voor een dergelijk kabinet.

De PvdA heeft om geloofwaardig aan de onderhandelingstafel aan te schuiven gewoon tijd nodig. Uiteindelijk willen ze maar al te graag. De rol van kleinere linkse partij in de oppositie tegen een kabinet waar ze inhoudelijk gezien zo bij zouden kunnen aanschuiven is voor hen absoluut niet aantrekkelijk. Bij VVD, CDA en D66 in een kabinet gaan zitten is gezien de recente geschiedenis voor de partij waarbij ze zo genadeloos werd afgestraft ook niet aantrekkelijk. Maar in een kabinet met twee partners op rechts en twee partners op links zal ze zich buitengewoon op haar gemak kunnen voelen.

De eerste kamer

Deze combinatie voelt uiteindelijk een stuk natuurlijker aan dan een combinatie met de VVD en de SP. In het kabinet zitten dan allemaal constructieve partijen met in ieder geval een bereidheid tot het maken van hervormingen. Tegelijkertijd zijn zowel links als rechts vertegenwoordigd. De Nee-partijen op hun beurt zitten in de belichamingen van SP, CDA en de PVV van links tot rechts verdeeld in de oppositie kritiek te leveren.

Deze combinatie mist echter één zetel in de tweede kamer om ook daar een meerderheid te vormen. Er is dus in de eerste kamer niet één extra partij nodig, maar twee om tot effectief beleid te komen. Dit is niet  onmogelijk, want er is telkens slechts één stem extra gewenst en er kan dus gezocht worden bij een zeer breed scala aan partijen.

Simpel wordt het er echter niet op. Tot de volgende verkiezingen van de provinciale staten wordt het met zo een kabinet sowieso spannend, en het is maar afwachten hoe de situatie er daarna uit zal zien. Maar het zal het kabinet wel dwingen te blijven zoeken naar draagvlak in de samenleving, en dat is op zich geen ongezond mechanisme.

Veel combinaties mogelijk

Er zijn kortom nog vele combinaties mogelijk. Combinaties met het zogenaamde ‘motorblok’ zijn echter zeker niet de enige combinaties. Er zijn nog twee andere redelijk geloofwaardige alternatieven met een ruime meerderheid.

Dat betekent waarschijnlijk dat de formatie nog wel even zal duren. Dat is geen ramp. Laat de dames en heren in Den Haag dit spel maar spelen. Nederland heeft niet per se iedere dag nieuwe wetgeving nodig om nog even te blijven draaien, en bij overhaast samengestelde coalities is onze samenleving absoluut niet gebaat.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl en op Sargasso.nl.