Etnisch profileren is ineffectief

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Etnisch profileren maakt het politiewerk minder effectief, en dat is op zich al genoeg reden om daar iets aan te doen. De oplossing ligt daarbij voor de hand.

Uit een recente peiling van Maurice de Hond blijkt dat tweederde van de Nederlanders etnisch profileren door de politie gerechtvaardigd vindt. Zij vinden het logisch dat zolang crimineel gedrag nog altijd oververtegenwoordigd is onder bepaalde groepen, de politie op deze groepen ook meer recherche pleegt. Daarbij klinkt dan het argument: etnisch profileren is misschien vervelend, maar als de politie hiermee meer criminaliteit opspoort, dan is dat het wel waard. Dat zou je kunnen stellen, maar of het politiewerk wel efficiënter wordt door etnisch profileren is nu juist hoogst betwijfelbaar. Met deze argumenten worden namelijk twee belangrijke effecten over het hoofd gezien, die het zeker waard zijn om bij stil te staan.

Nadelige effecten
Ten eerste het effect dat etnisch profileren de criminaliteitscijfers beïnvloedt. Wanneer de politie vooral allochtonen controleert, dan is het niet verwonderlijk dat er ook meer allochtonen tegen de lamp lopen of door de mand vallen, en dat terwijl criminele blanke jongeren makkelijker wegkomen. De cijfers waarop het beleid is gebaseerd worden zodoende door dat beleid zelf bevestigd. Etnisch profileren als self fullfilling prophecy. Het is niet duidelijk hoe groot dit effect is, en het is zeker niet de enige verklaring voor de grote verschillen in criminaliteit tussen groepen, maar het is wel een effect waar serieus rekening mee gehouden mag worden.

Ten tweede het effect dat het telkens controleren van allochtone jongeren veel weerstand opwekt onder die allochtone jongeren. Dat kunnen mensen aanstellerij vinden, het is wel een gegeven. En dat terwijl allochtone jongeren juist zo nuttig zouden kunnen zijn bij het opsporen van criminaliteit binnen hun groep. Wanneer een jongen die nooit iets fout gedaan heeft het bij voorbaat al helemaal geschoten heeft met de politie omdat hij continu staande gehouden wordt, dan is hij echt niet bereid met de politie mee te werken, laat staan een tip te geven. Dit lijkt me bij de klacht van de politie dat in allochtone kringen vaak weinig wordt meegewerkt met het opspoorwerk een zeer belangrijk punt.

Toevalstreffers
Dit alles spreekt niet tegen dat de politie door etnisch profileren sommige daders eerder kan pakken. Maar dit zijn dan wel toevalstreffers. Als de politie niet alleen mensen met een kleurtje, maar iedereen op straat dagelijks aan zou houden, dan zouden er nog veel meer criminele feiten aan het licht komen. De vraag is echter of dit wel zo effectief is. Misschien is echte opsporing wel veel effectiever dan de hele wereld bij voorbaat als verdacht beschouwen. Dus nog even los van het ongemak dat mensen zeggen te ondervinden van etnisch profileren: het politiewerk wordt er kwalitatief minder door.

Ook de politie zelf lijkt soms te beseffen dat dit een probleem is. In ieder geval heeft zij excuses aangeboden aan de rapper Typhoon, die werd aangehouden omdat hij als gekleurde Nederlander in een dure auto reed. De agenten gaven hun fout ruiterlijk toe. Dat is een belangrijke stap. Het is een belangrijk gebaar naar alle jongeren die niet de bekendheid van de rapper hebben en ook met dit soort staandehoudingen te maken hebben, ze niet als ‘klaagnegers’ af te doen, want dat is de beste garantie om het politiewerk moeilijk te maken. De politie kiest daarin dus voor pragmatiek. Hun gebaar is niet alleen ridderlijk, het is ook op te vatten als strategisch.

Onbewust
Maar de politie mag bij dit incident echter dan wel aantonen meer verstand te hebben dan het publiek, het is de vraag in hoeverre zij ook op straat deze fouten toegeeft en hier actief wat tegen probeert te doen. Het rapport dat Amnesty International in 2013 uitbracht over etnisch profileren had wat mij betreft de ogen van de politie en de meeste Nederlanders moeten openen, maar werd met weinig belangstelling en ontkennende reacties ontvangen. Vooral het voorstel voor het invoeren van de zogeheten stopformulieren, formulieren waarop agenten de reden waarom zij mensen staande houden vastleggen, stuit bij de politie op weerstand. En het is die weerstand die mij zorgen baart. Antidiscriminatie vergt namelijk niet alleen zelfdiscipline, maar ook zelfonderzoek. Als dat laatste ontbreekt, dan heeft antidiscriminatie geen zin.

De mensen die bewust discrimineren, dat zijn er namelijk niet zoveel. Discriminatie gebeurt vooral onbewust. Een methode als het stopformulier is dan ook niet zozeer een methode om de politie van buitenaf te controleren (waar de politie dan met smoesjes dan omheen gaat zitten schrijven), het is een methode om de agenten zelf meer bewust te maken van de redenen waarom ze mensen aanhouden. En dit is dan ook waarom deze methode in Groot-Brittannië en in Spanje buitengewoon succesvol blijkt. De effectiviteit van controles blijkt er enorm mee toe te nemen. Het aantal staandehoudingen neemt af, maar het aantal aanhoudingen naar aanleiding van die staandehoudingen neemt toe. De tijdwinst die dat oplevert weegt ruimschoots tegen de administratieve last van het vastleggen van de reden van de staandehouding in een app op. Nog even los van het effect van de winst in vertrouwen in het politiewerk bij de groepen die normaal juist nogal wantrouwend tegenover de politie staan.

Er is geen enkele reden aan te nemen dat dit in Nederland niet net zo goed zou werken. Het verzet vanuit de politie tegen deze methode is dan ook ongewenst. De politie zou dit zelf moeten verwelkomen als een prima methode om haar mensen meer bewust haar werk te laten doen, om zo de effectiviteit van aanhoudingen te verbeteren. En als zij dat niet doet, dan moet de politiek dat dan maar afdwingen.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.