Een troebele uitslag

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

De referendumwet moet om duidelijkere uitslagen te krijgen op drie punten aangepast worden.

Wat is de uitslag van het referendum? We kennen de cijfers, maar wat de uitslag betekent is nog niet zo makkelijk te zeggen. Wat is nu uiteindelijk de boodschap van de kiezer?

Het Ja-kamp
De minste interpretaties kan je hebben bij de stemmers van het Ja-kamp. Wat zij wilden was duidelijk: doorgaan met dat verdrag, en dat kan maar op één manier. Zij bleken echter maar met tien procent van de bevolking te zijn, en een derde van de uitgebrachte stemmen. Ook dat lijkt een duidelijk verlies. Maar wat het verwarrend maakt, is dat sommige thuisblijvers, zoals bijvoorbeeld Ilja Lennard Pfeiffer stelt in NRC, nu claimen dat het Ja-kamp toch zou hebben gewonnen, omdat thuisblijven stilzwijgend instemmen zou zijn.

De Thuisblijvers
De thuisblijvers zijn interessant met dit referendum. Bij andere verkiezingen was thuisblijven nog gewoon een daad van onverschilligheid, of hooguit kon je er een diep wantrouwen tegen de keuzemogelijkheden en het hele democratische systeem achter zoeken. Maar in het afgelopen referendum kan thuisblijven ook een teken zijn van uiterste politieke betrokkenheid.

Om te beginnen waren er namelijk de Ja-stemmers die thuis zijn gebleven om “strategische redenen”. In de hoop een Ja af te dwingen door het niet-halen van de kiesdrempel, of in de hoop dat het Nee-kamp zo weinig mogelijk aandacht zou krijgen (dus niet zozeer een strategische Ja, maar een Nee tegen Nee dus). Daarbovenop waren er de mensen die met hun thuisblijven hun afkeer wilden uitdrukken voor referenda in het algemeen.

Een diverse groep dus. Maar met minder dan 70% thuisblijvers zijn zij uiteindelijk ook verliezers van dit referendum. Ze mogen claimen dat ze de meerderheid hebben, maar dat dit niet genoeg is wisten ze van tevoren al. Wie het daar niet mee eens was had een referendum over de referendumwet kunnen organiseren in plaats van wegblijven bij een referendum. En strategische stemmers kunnen bovendien niet met goed fatsoen de werkelijk onverschillige burgers als medestanders voor hun standpunt in hun zak steken.

De strategische thuisblijvers hebben dus het meest verloren. Maar ook de tegenstanders van dit referendum of referenda in het algemeen hebben verloren, omdat, ondanks de onverwachte steun van het strategische Ja-kamp en andere groepen, de opkomstdrempel toch is gehaald. Alleen de echt volkomen onverschillige thuisblijvers hebben niet verloren, want ook als hun niet-stemmen onterecht tot steun voor een standpunt wordt verklaard, zullen ze daarover nogmaals hun schouders ophalen. Maar dat is geen winst, want dat deden ze toch al. (Soms ben ik jaloers op dat soort mensen.)

Nee-stemmers
De winnaar van dit referendum is dus het Nee-kamp. Maar wat dit Nee-kamp wil is in praktijk nog niet zo eenvoudig. Achter de Nee-stem konden we in de discussie namelijk zowel rechts-nationalistische separatisten, als principiële linkse anti-neoliberalen herkennen. De eerste groep stemt PVV, leest GeenStijl, en wil vooral uit Europa, de tweede groep stemt SP of PvdD en ziet misschien eventueel nog wel wat in de EU, maar die moet dan wel anders vormgegeven worden: democratischer, en met een ander sociaal-economisch beleid, zonder militaire verplichtinen en leuker voor mens en dier. En dan is er nog een derde groep Nee-stemmers, die niet zozeer nationalistisch of antineoliberaal zijn, maar gewoon kwaad zijn, op iets.

Van die twee Nee-kampgroepen-met-een-agenda hebben de rechts-nationalistische separatisten de Nee-stem nu opgeëist, en die overwinning van de rest van de wereld ook al gekregen. In de buitenlandse pers wordt het Nee-kamp steevast omschreven als nationalistisch en anti EU. Geen woord over democratisering of een te grote macht van het bedrijfsleven. Laat staan over wat een diep gevoel voor mensenrechten en dierenrechten die Nederlanders met hun stem toch zouden hebben uitgedrukt. Integendeel. Als mogelijke uitkomst voor Rutte wordt hier en daar gesuggereerd hetzelfde handelsverdrag te ratificeren als een ‘gewoon’ handelsverdrag. Dus zonder de paragrafen over democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Als laatste gebeurt, hebben de SP en de Partij voor de Dieren werkelijk alles verloren.

Maar de nationalistische separatisten verliezen dan net zo goed. Die laatste groep hoopt namelijk dat in de Eurogroep de pleuris uitbreekt en in ieder geval het hele verdrag niet doorgaat. Maar of zij in dat verlangen een meerderheid hebben, dat is middels dit referendum niet duidelijk geworden, en op zijn zachtst gezegd hoogst betwijfelbaar. Het referendum ging niet over een Nexit. Het ging niet eens over de vraag of een verdrag met Oekraïne een goed idee was. Het ging over dit specifieke verdrag, en dat maakt de uitkomst zo vaag.

Zoveel onduidelijkheid wijst zoals ik in mijn vorige artikel op Joop al schreef op een slechte wet. Sommige mensen stellen dat het hele idee van een referendum niet deugt. Waarom ik die mening absoluut niet deel, kunt u lezen in dat vorige artikel. Ik beschreef daarbij ook dat het referendum wat mij betreft dan wel anders ingericht moet worden. Concreet naar aanleiding van deze uitslag en discussie zou ik de volgende drie aanpassingen voorstellen:

Een stelling die op een stembiljet past
Ja of Nee stemmen over een verdrag van 400 pagina’s, dat is vragen om onduidelijkheid, en bij onduidelijkheid is uiteindelijk niemand bij gebaat, ook de Nee-stemmers niet. De kracht van een referendum moet juist zijn, dat er over één onderwerp gestemd wordt, zodat er één antwoord komt, als een krachtige richtingaanwijzer. En dat kan dus niet over tienduizend onderwerpen tegelijkertijd gaan. Daar hebben we bovendien de nationale verkiezingen al voor.

Dus geen stemmingen over hele verdragen meer, maar alleen stellingen die zelf op een stembiljet passen. Laat de stemming gaan over één artikel uit zo’n verdrag. Of stem desnoods niet tegen dat specifieke verdrag met die inhoud, maar tegen het hele idee dat er ooit een verdrag gesloten wordt. In dat geval is er tenminste een Nee met een duidelijke duiding. Dit is dus al één aanpassing van de referendumwet die ik zou voorstellen.

De onderwerpen
Daarbij was dit keer het onderwerp zo raar, juist omdat het referendum nogal beperkt inzetbaar is. We mogen alleen referenda organiseren om nieuwe wetten en verdragen af te wijzen. Maar mensen waren kwaad op de EU om heel andere redenen dan nieuwe wetten. En dus kozen ze maar iets dat daar dichtbij lag als vehikel om hun andere gevoelens over te ventileren.

Dit effect valt te vermijden door het volk het recht te geven ook zelf met voorstellen te komen. Door een simpele Ja/Nee vraag over de politiek op te stellen zonder naar wetboeken of verdragen te verwijzen, en daar dan vervolgens genoeg steun voor te krijgen. De referendumwet zou dus uitgebreid moeten worden met het recht om zelf een voorstel te doen, in plaats van alleen te reageren op nieuwe wetten en verdragen. Dit daagt ook uit om met positieve voorstellen te komen, in plaats van alleen maar Nee te zeggen, een groot bijkomend voordeel. Dit is een tweede aanpassing van de referendumwet die ik zou voorstellen, en de meest verstrekkende.

Opkomstdrempel
De derde aanpassing is het minst omstreden, en het meest simpel: het aanpakken van de opkomstdrempel. Het getuigt van bijzonder weinig respect naar mensen die zich daadwerkelijk van stemmen willen onthouden, dat hun stem verandert in een stilzwijgende stem voor één van beide kampen. En dat geldt ook voor mensen die blanco willen stemmen, als neutrale steun voor het democratische systeem. Deze stem verandert door een opkomstdrempel in een stille (en vaak onbedoelde) steun voor het Nee-kamp. Onwenselijk.

Thuisblijven moet zijn wat het is: een uitdrukking van onverschilligheid, of hooguit onvrede met het systeem. Mensen die walgen van het hele idee dat een voorstel überhaupt wordt gedaan, hebben al een prima uitlaatklep: tegen dat voorstel stemmen. Als je een referendumvoorstel idioot vindt, dan laat je dat niet alleen merken via columns in de krant en op TV, maar dan laat je dt net als alle andere burgers uiteindelijk ook horen via je stem. En als je het niet eens bent met een referendum, dan organiseer je maar een referendum over de referendumwet.

Minister Plasterk zegt dat hij deze opkomstdrempel aan wil passen. Hij denkt aan een minimaal percentage Nee-stemmers dat nodig is voor een geldige uitslag. Dat is op zich leuk bedacht, maar waarom zo moeilijk? Beter schafte hij die opkomstdrempel helemaal af. Als thuisblijven echt onverschilligheid uitdrukt, dan is een Nee gewoon een uitslag zonder verdere voetnoten. En dan is een opkomstdrempel ook overbodig. Zeker bij een raadgevend referendum.

Stroop de mouwen maar op
Tenslotte: De overwinnaars kondigen in hun enthousiasme aan nog veel meer referenda te willen organiseren. Ik zou zeggen: laat maar komen. Graag zelfs. Want na een paar referenda verdwijnen een paar vertroebelende effecten waar zij nu van profiteerden uiteindelijk vanzelf.

Om te beginnen zullen de Nee-stemmers die nu alleen maar Nee stemden om eindelijk Rutte eens dwars te kunnen zitten, in aantal verminderen naarmate er meer referenda langskomen. Daarnaast zullen veel mensen die nu thuisbleven omdat ze tegen een referendum zijn, uiteindelijk ook gewoon van hun recht gebruik gaan maken. Beide gebeurt namelijk vanzelf wanneer er onderwerpen langskomen die deze mensen meer raken dan hun kwaadheid of mening over een referendum. En zo groeit de democratie.