Een Europees leger is goedkoper, veiliger en effectiever dan verhoging defensiebudget

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Om militair zelfstandig te worden dienen de EU landen hun defensieuitgaven niet omhoog te brengen, maar hun militaire apparaat centraal te organiseren.

Te weinig geld?

Het is een gedachte die je de afgelopen tijd wel vaker hoort: de Europese landen geven veel te weinig geld uit aan defensie. De NAVO zou voornamelijk op Amerikaanse investeringen draaien, en de Europese staten nemen hun verantwoordelijkheid niet. De cijfers lijken dat te onderstrepen: Gemiddeld geven de Europese lidstaten nog niets eens 1,5 procent aan defensie uit, terwijl de Verenigde Staten 4% van haar begroting aan defensie uitgeeft. Een NAVO-afspraak gaat uit van 2%.

Zo beschouwd lijkt het volkomen logisch te stellen dat de EU-landen meer geld aan defensie zouden moeten gaan besteden. De meeste partijen hebben die mening dan ook. Alle partijen, behalve de SP, GroenLinks en Denk, vinden dat er de komende jaren meer geld naar defensie moet. De opmerking van Trump dat hij een NAVO lidstaat die niet aan zijn investeringsverplichting voldoet niet meer te willen beschermen heeft veel mensen wakker geschud. De EU wil zichzelf kunnen verdedigen.

De vraag is echter of dit wel via een verhoging van de uitgaven aan defensie kan en moet.

De 2% Afspraak

De NAVO afspraak om 2% van het Bruto Binnenlands product aan defensie uit te geven is voor het eerst gemaakt in 2002, nadat de Verenigde Staten jarenlang aandrongen op hogere uitgaven. Die afspraak was toen echter niet bindend, wat het natuurlijk een redelijke wassen neus maakte. Nog lang daarna bleef die 2% afspraak nog onderwerp van debat. Uiteindelijk hebben de NAVO-landen zich in 2014 verplicht ernaar te streven om uiteindelijk binnen tien jaar op die 2% te gaan zitten.

Van de 28 NAVO-landen geven naast de VS nu nog maar vier landen dit bedrag uit: het Verenigd Koninkrijk, Turkije, Griekenland en Estland. De klacht dat er te weinig geïnvesteerd wordt in defensie kan ook niet alleen de EU-landen betreffen. Ook Canada geeft veel minder uit dan 2%, en bezuinigt daar bovendien nog eens bovenop.

Absolute bedragen

Kennelijk zijn er maar weinig landen die de hoge uitgaven ook echt zo nodig vinden. Hebben ze daarin gelijk? Laten we om die vraag te beantwoorden die procenten eens vergeten, en gaan kijken naar de absolute bedragen die aan defensie worden uitgegeven. We vinden op Wikipedia een lijst die weliswaar wat gedateerd is, maar zeker een inzicht geeft in de verhoudingen.

Die absolute cijfers zijn opmerkelijk, en geven een heel ander zicht op de discussie. De landen van de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk niet meegerekend, geven namelijk samen bijna vier keer zoveel geld uit aan defensie als Rusland, en twee keer zoveel als China. Onze totale defensiebegroting is ongeveer net zo groot als die van Rusland, het hele Midden-Oosten en al onze buurlanden opgeteld bij elkaar, en dat is inclusief bondgenoten als Turkije en het Verenigd Koninkrijk.

In dat licht denk ik dat het niet gek is te stellen dat als de EU al een probleem zou hebben met zelfverdediging, dit niet aan de totale defensie-uitgaven kan liggen.

Samenwerken

Het defensieprobleem van de EU zit hem dan ook niet de hoogte van de investeringen, maar de weigering om echt samen te werken, en dan met name om centraal militair gezag in te stellen. Zo kan het voorkomen dat Nederlandse militairen zitten te wachten op Franse luchtsteun die nooit komt. Daarbij is het pure verspilling dat de bestedingen aan materieel en onderhoud niet Europees geregeld worden, omdat ieder landje een compleet eigen defensie-apparaat probeert na te streven, en investeringen dus niet efficiënt worden gedaan.

Als de EU zichzelf echt wil kunnen verdedigen, dan zorgt het ervoor dat dit centrale gezag over alle legereenheden er ook echt komt, en dat ook de defensiepot centraal wordt beheerd. Dat dit haaks staat op de wens van de burgers voor ‘minder EU’ lijkt evident. Aan de andere kant, op 16 november legde het programma Stand.nl haar luisteraars de stelling Er moet een Europees leger komen” voor. Van de meer dan 1300 stemmers stemde 50% voor deze stelling. Het draagvlak voor een Europees leger is daarmee waarschijnlijk een stuk groter dan men intuïtief zou verwachten.

Democratische controle

Dit draagvlak zou nog eens sterk vergroot kunnen worden als er voor die centrale beslissingsmacht ook echte democratische controle zou komen. Wanneer het opperbevel van de Europese strijdtroepen onder het bevel van één iemand in Brussel komt, moet deze bevelhebber niet alleen door het Europees parlement gecontroleerd worden, maar ook naar huis kunnen worden gestuurd.

Daarbij dient mijns inziens bij de overdracht expliciet te worden vastgelegd dat de Europese strijdkrachten alleen voor defensieve en humanitaire missies ingezet worden. Verder valt eraan te denken dat wanneer een aantal van zeg drie landen bezwaar heeft tegen een missie, deze dan sowieso niet door kan gaan. Over het algemeen ben ik niet voor vetorecht, maar in dit soort kwesties lijkt mij zo een dergelijke blokkademogelijkheid wel gerechtvaardigd.

In dat geval heeft de instelling van het Europese leger namelijk ook een sterk pacificerende werking. Want met zo een mandaat is de kans weggenomen dat lidstaten op eigen houtje gaan participeren in dubieuze missies, waar het collectief zich als geheel niet in kan vinden. Denk bijvoorbeeld aan de inval van Irak in de tweede Golfoorlog. Met een EU met een leger en bepalingen zoals bovenstaand, had die historische misser van George W Bush bij gebrek aan bondgenoten waarschijnlijk niet plaatsgevonden.

Brief naar Washington

Voor zo’n Europees leger lijkt een afdracht per lidstaat van 1,5% mij ondertussen wel voldoende, en kan er een brief naar Washington dat dit wat betreft Europa voorlopig de nieuwe richtlijn is. Verder zou ik graag zien dat de Europese NAVO-partners de gewenste afspraak agenderen dat alle NAVO-lidstaten boven deze richtlijn hun investeringen gefaseerd terug gaan brengen, met het oog op meer stabiliteit van de wereld. De vrijgekomen gelden kunnen dan ten goede komen aan projecten die de vrede bevorderen of de rotzooi van oorlogen helpen opruimen.

 

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso en op Joop.nl.