Dr Clockwork has been abducted into Deep Space

Deel dit:

Jubileum: Deze maand is het 15 jaar geleden dat ik mijn eerste (en enige) soloplaat uitbracht.

“Dr Clockwork has been abducted into Deep Space”.

Na het zelf al jaren niet meer gehoord te hebben, heb ik het de afgelopen dagen weer een paar keer geluisterd. Ik moet zeggen: ondanks wat mixfouten en natuurlijk wat dingen die ik nu anders zou doen, vind ik de plaat nog steeds behoorlijk geslaagd. Lees verder Dr Clockwork has been abducted into Deep Space


Deel dit:

Slut – die Moritat von Mackie Messer

Deel dit:

Dit stuk uit de beroemde Dreigrosschenoper van Kurt Weill en Bertold Brecht is ontelbare malen gecovered. Maar niet altijd even succesvol. Mislukken vind ik vooral de versie van Nick Cave: hij probeert er veel teveel van te maken, en mist de luchtigheid. Leuke versies vind ik zelf nog altijd die van Peggy Lee of die van Robbie Williams. Maar die missen dan weer het licht onheilspellende, dat in de versie van Lotte Lenya, die getrouwd was met Kurt Weill, wel aanwezig was. Veel mensen zullen die laatste versie als de meest oorspronkelijke zien.

De versie hier van de Duitse groep Slut viel mij op doordat het een heel andere kant op gaat: door er een rocknummer van te maken verdwijnt de lichtvoetigheid, maar komt het unheimliche van het nummer naar mijn mening goed over.


Deel dit:

Zweites Dreigrosschenfinale – Kurt Weill/Bertolt Brecht

Deel dit:

Kent u dat? In een internetdiscussie verzucht plotseling iemand “Zuerst kommt das Fressen, dann kommt die Moral”. Die mens, weten we dan, heeft in ieder geval niet het juiste citaat te pakken, en weet dan ook waarschijnlijk niet waar het vandaan komt. Jammer, want hoewel dit cynische citaat veelvuldig toe te passen is, heeft het een specifieke revolutionaire herkomst.

Het eigenlijke citaat luidt kortweg “Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral”, en komt uit de Dreigroschenoper van de socialistische schrijver Bertolt Brecht. Brecht vermaakte in 1928 een opera uit de 18e eeuw tot een toneelstuk/musical ‘voor arme mensen’: de Driestuiveropera, die vol staat met sociale kritiek. En we zien hier dat het citaat niet zozeer een cynisch onderuit halen van iedere moraal beoogt, maar eerder een waarschuwing aan de gegoede burgerij voor de misdaad als wraak voor standenverschillen. De duistere kant van marktwerking, die het liberalisme niet ziet.

Brechts vriend de componist Kurt Weill, met wie hij veelvuldig samenwerkte, maakte ook hier de muziek. In het stuk komen drie finales voor, dit is de tweede. De tekst (zie onder) is als geheel bijzonder de moeite waard: het moet zowel cynici als idealisten van allerlei pluimage aan kunnen spreken. Dat maakt het uiteindelijk tot zo’n goed werk. Hier in een vertolking uit 1999 met Max Raabe en Nina Hagen. We horen de song in het filmpje twee keer: nu ja, dat is het dan ook wel waard.


Macheath, Jenny und Chor
Macheath:

Ihr Herrn, die ihr uns lehrt, wie man brav leben
Und Sünd und Missetat vermeiden kann
Zuerst müßt ihr uns was zu fressen geben
Dann könnt ihr reden: damit fängt es an.

Ihr, die euren Wanst und unsre Bravheit liebt
Das eine wisset ein für allemal:
Wie ihr es immer dreht und wie ihr’s immer schiebt
Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.
Erst muß es möglich sein auch armen Leuten
Vom großen Brotlaib sich ihr Teil zu schneiden.

Jenny:
Denn wovon lebt der Mensch?

Macheath:
Denn wovon lebt der Mensch? Indem er stündlich
Den Menschen peinigt, auszieht, anfällt, abwürgt und frißt.
Nur dadurch lebt der Mensch, daß er so gründlich
Vergessen kann, daß er ein Mensch doch ist.

Chor:
Ihr Herren, bildet euch nur da nichts ein:
Der Mensch lebt nur von Missetat allein!

Jenny:
Ihr lehrt uns, wann ein Weib die Röcke heben
Und ihre Augen einwärts drehen kann
Zuerst müßt ihr uns was zu fressen geben
Dann könnt ihr reden: damit fängt es an.

Ihr, die auf unsrer Scham und eurer Lust besteht
Das eine wisset ein für allemal:
Wie ihr es immer dreht und wie ihr’s immer schiebt
Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.
Erst muß es möglich sein auch armen Leuten
Vom großen Brotlaib sich ihr Teil zu schneiden.

Macheath:
Denn wovon lebt der Mensch?

Jenny:
Denn wovon lebt der Mensch? Indem er stündlich
Den Menschen peinigt, auszieht, anfällt, abwürgt und frißt.
Nur dadurch lebt der Mensch, daß er so gründlich
Vergessen kann, daß er ein Mensch doch ist.

Chor:
Ihr Herren, bildet euch nur da nichts ein:
Der Mensch lebt nur von Missetat allein!


Deel dit:

Pure Pleasure Seeker – Moloko (live)

Deel dit:

Je kan het kitsch vinden, maar het is wel lekkere kitsch en verdomd goed gemaakt. Moloko, de band, is niet meer. Róisín Murphy en Mark Brydon begonnen in 1994 een relatie en band. De relatie zou het zeven jaar uithouden, de band iets langer. Misschien dat daarom de laatste verrichtingen van Moloko ook zo goed zijn. Het laatste album ‘Statues’ gaat volgens Murphy over eenzaamheid en verlatenheid. Murphy is met haar imago van absolute rockdiva gelukkig niet gespeend van een zekere zelfspot. We zien haar hier een nummer van een eerder album vertolken in een van haar laatste shows met Moloko. The show must go on. 


Deel dit:

dEUS – The Horror Partyjokes (My Sister is My Clock)

Deel dit:

Na hun verdomd succesvolle debuut Worst Case Scenario kwam dEUS in 1995 met een 25 minuten durende EP met daarop één track, die leek te bestaan uit noise en geluidseffecten, feesttoeters, verdwaalde keyboardflarden, murmelende kinderen met een overdosis aan galm, en dat alles gelardeerd met dronken Spanjaarden. Hier en daar komt uit al dit geluid een song tevoorschijn die vaak alles doet behalve een simpel AB-AB schema volgen, en vaak maar ‘half af’ blijft.

Dit was dus niet waar de wereld op dat moment op zat te wachten. Mensen die dachten dé Belgische variant van de Grungeband gevonden te hadden werden er hard mee geconfronteerd dat dEUS kennelijk ‘een kunstband’ wilde zijn, en My Sister is My Clock werd al snel afgedaan als Arty-Farty aanstellerij. Met In a bar under the sea kwam vervolgens Worst case scenario nummer 2 uit. De overigens meesterlijke The Ideal Crash vervolgens laat een dEUS zien die zich heeft ontpopt tot liedjesband.

My Sister is My Clock werd al snel vergeten. Mijns inziens onterecht. Dit is dEUS op zijn best. De verschillende schijnbaar onsamenhangende geluiden geven een vervreemdende sfeer maar de songs die hiertussen vandaan komen blijken bij herhaald luisteren ware pareltjes, en dit wordt mijns inziens versterkt juist doordat ze uit de chaos ontstaan. Het voordeel is daarbij dat we tegenwoordig de plaat in hapklare brokjes op het internet hebben staan, waardoor de presentatie wat makkelijker wordt. Hierbij de track van één van de beste songs van het album. Wie het album liever in zijn geheel nog eens beluistert kan daar natuurlijk ook voor kiezen.


Deel dit:

TenTemPiés – Quiero Saltar

Deel dit:

Gezien de video misschien eerder een stukje muziek om morgen mee wakker te worden. De Amsterdamse band met Chileense roots TenTemPiés is lekker aan de weg aan het timmeren. Zondag stonden ze op het museumplein in Amsterdam – weliswaar niet op het hoofdpodium – te bewijzen dat ze een flinke mensenmassa binnen een mum van tijd aan het bewegen kunnen krijgen, met een verdomd lekkere mix van ska, reggae en verschillende latijns-amerikaanse stijlen. De achtkoppige band is momenteel bezig met een tour door heel Nederland om hun laatste plaat te promoten. De heren komen overigens met betrokken teksten, en omdat ze uitsluitend in het Spaans zingen en niet alle Nederlanders die taal even machtig zijn, werd tijdens het optreden door de zanger ook tussendoor nog even verklaard dat wat hem betreft vluchtelingen welkom dienen te zijn in Nederland. TenTemPiés bewijst in ieder geval dat de multiculturele samenleving ondanks de weerzin en het ongeloof van sommigen dat die zou kunnen werken in Amsterdam springlevend is, en dat pogingen om iedereen in een Oud-Hollandsch keurslijf te dwingen in de hoofdstad in ieder geval niet doorgedrongen zijn. En gelukkig maar, want zeg nu zelf: dit is toch veel leuker?


Deel dit:

Sean Lennon – Friendly Fire

Deel dit:

Gisteren beluisterden we Julian Lennon, vandaag een nummer van het andere zoontje van de beroemde Lennon, Sean, het kind uit zijn huwelijk met Yoko Ono. Op de hoezen en op de foto’s op internet blijkt ook deze knaap verdomd veel weg te hebben van zijn vader, hoewel er duidelijk een stroompje Japans bloed door zijn aderen stroomt. Maar dan is de vraag: heeft hij zijn muzikaal talent geërfd van zijn vader… of van zijn moeder? In het laatste geval is een smetteloze muzikale carrière niet zomaar gegarandeerd.

Luisterend naar zijn album ‘Friendly Fire’ uit 2006 concludeer ik echter dat het wel goed zit. Qua stem heeft hij verdomd veel van zijn vader weg. Als je kwaadwillend bent noem je hem “zeurderig”. Qua muziek lijkt hij meer (maar niet heel veel meer) zijn eigen weg te gaan dan zijn halfbroer, wat hij eigenlijk niet slecht doet. Maar ja, helaas… dat zal je met zo een figuur als Sean Lennon altijd blijven denken: het is niet zijn vader…

Hoewel, zet je er gewoon even overheen. Dit is zeer goede en prettige muziek. En dat pakt niemand hem af, toch?


Deel dit:

Julian Lennon – Saltwater

Deel dit:

Het nadeel van een tot op het waanzinnige af beroemde vader als John Lennon hebben, is dat je – als je het in je hoofd gaat halen dan ook muziek te maken, en niet gewoon ervoor kiest om visser of timmerman te worden of zo – hoe dan ook altijd weer met je vader vergeleken wordt. Het voordeel is dan wel weer dat als je met zo’n tape bij een platenmaatschappij binnenloopt ze dan wel sneller iets in je project gaan zien dan als je een volkomen onbekend nono-bandje bent.

Hoe dan ook, met dit nummer uit 1991 bewijst Julian Lennon mijns inziens wel dat hij het kán. Hij heeft niet bepaald zijn best gedaan zich van zijn vader te onderscheiden en gelukkig maar: deze song lijkt zo erg op de muziek van zijn vader dat het wat mij betreft beluisterd kan worden als een volwaardige toevoeging aan het latere Lennon-oevre, compleet met lieve-hippietekst die natuurlijk ook helemaal in het verlengde ligt van het activistische karakter van de échte Lennon. Ik zou zelfs zover gaan te willen stellen dat als dit een song van de Grote Lennon was geweest, dit zeker niet de minste song zou zijn. Dat er dan een andere voornaam bij komt wordt gecompenseerd doordat Julians kop óók nog sprekend lijkt op die van zijn vader in 1980, toen hij overleed.

Helaas bleek Julian eerder een ééndagsvlieg dan een blijvertje. Wellicht was hij het zat telkens in de schaduw van zijn vader te blijven staan, wie weet. Morgen gaan we wat mij betreft luisteren naar zijn halfbroertje.


Deel dit:

Yoko Ono & the Pet Shop Boys – Walking on thin ice

Deel dit:

Zo geliefd als John Lennon was, zo gehaat is zijn vrouw Yoko Ono. Sommigen geven haar zelfs onverkort de schuld van het uiteen vallen van de Beatles. Iets wat voor wie wat zorgvuldiger reconstrueert volgens mij niet vol te houden is. Een belangrijkere veelgehoorde kritiek is dat Yoko niet kan zingen, en dat Lennon, muzikaal toch niet echt slecht onderlegd, wel heel erg verliefd op haar moet zijn geweest het zo lang met haar in de studio uit te houden. Nu is er voor die mening genoeg bewijsmateriaal voorhanden, maar Yoko was een avant-garde kunstenares, dus zijn we aardig, en zeggen we geheel in deze lijn daarmee dat haar zang voor het conventionele publiek wat raar in het gehoor ligt. En hoewel mijn waardering voor Yoko als avant-garde kunstenares en activist wel is gestegen na het bezoeken van een overzichtstentoonstelling in het Guggenheim-museum in Bilbao vorig jaar, geldt voornoemd probleem met Yoko haar zang ook voor ondergetekende, die zeer blij was met de komst van de CD destijds, zodat bij het draaien van de Lennon-Onoplaten niet telkens tijdens het luisteren de naald geherpositioneerd hoefde te worden.

Bij deze mix komt echter het talent van de Pet Shop Boys om de hoek kijken, die van het laatste nummer dat John en Yoko opnamen een mijns inziens prachtige mix maakten, waarbij je zelfs van de stem van Yoko gaat houden. Overigens heeft dit nummer een naar en volgens sommigen zelfs griezelig bijsmaakje: toen Lennon vermoord werd droeg hij toevallig in zijn handen een nog niet volmaakte versie van dit nummer in zijn handen, waar hij die dag met Yoko aan gewerkt zou hebben, en dat cynisch genoeg ‘Walking on Thin Ice’ getiteld is. De ruwe tapes van dit nummer hebben op het trottoir voor het Dakota-gebouw in New York gelegen, zijn weer opgeraapt, er is een mix van gemaakt voor niet-de-slechtste-John-en-Yoko song, en de Pet Shop Boys hebben er jaren later iets écht goeds van gemaakt.


Deel dit:

Front 242 – Headhunter

Deel dit:

Gisteren postte ik hier een video van de Revolting Cocks, een samenwerkingsproject van muzikanten van onder andere Front 242. Front 242 zelf heeft het naar mijn idee ook echter verdiend een keer te functioneren als dagafsluiting. Deze Belgische formatie begon in 1981 en kan gezien worden als één van de pioniers van de elektronische muziek, samen met namen als Kraftwerk en Jean Michel Jarre. Hierbij één van hun bekendste nummers, “Headhunter”, uit 1988, met een bizarre clip waarin de hand van Anton Corbijn duidelijk te herkennen is. Eigenlijk is het het beste het nummer te beluisteren op de plaat waar hij vanaf kwam: Front By Front. Ik beschouwde dat zelf altijd al als artistieke hoogtepunt van de heren, en als ik Google zie ik dat ik daar niet alleen in sta. De plaat luistert als een bijzonder geraffineerde 12″ versie van het nummer en de B-kant ‘Welcome to Paradise’ en hamert, klopt en klettert de elektronische wereld de huiskamer in. Stilzitten: heel erg moeilijk. Latere elektronische muziek mag daarbij dan wat smoother zijn, het is er luisterend naar deze plaat over het algemeen zeker niet meer geraffineerd op geworden. Dit mag oud zijn, het blijft vers smaken.


Deel dit:

Revolting Cocks – Beers, Steers and Queers

Deel dit:

“The Revolting Cocks” is een samenwerkingsproject van leden van de Belgische formatie Front 242, Al Jourgensen, frontman van de Amerikaanse metal-formatie Ministry, en de Belg Luc van Acker. Dit project startte halverwege de jaren 80, en komt af en toe nog met iets nieuws.

Ministry komt uit de metal-scene, maar is vrij snel in haar carrière al snel gaan experimenteren met beats en samples, wat door de samenwerking met de Electronicapioniers van Front 242 in The Revolting Cocks natuurlijk alleen maar meer werd. Uit deze kruising ontstond de muziekstroom “Industrial”, die volwassen zou worden met Nine Inch Nails en Marilyn Manson. Maar dat laatste gebeurde pas jaren nadat dit nummer uit 1990 uitkwam: een bizarre mix met metalgitaren en bijzonder grove beats. We horen verder muzikale citaten die knipogen geven naar oa de western-muziek van Ennio Morricone. In de video beelden die vooral bij moeten dragen aan het provocerende en ronduit agressieve imago van de groep. Smaakloze humor of niet, de Revolting Cocks waren hun tijd vooruit en zijn tot op heden nog zeker het beluisteren waard.


Deel dit:

Fela Kuti – Who’re you

Deel dit:

Wie gaat googelen op Afrobeat komt vanzelf bij Fela Kuti uit, de voornaamste representant van deze stroming uit de jaren 70 van West-Afrika. Gisteren draaiden we al wat van deze stijl die een mengeling van Jazz, Afrikaanse muziek en Funk zou zijn. Toen hoorden we vooral Funk en Afrikaanse ritmes, in de bijlage van vandaag hoor ik zelf voornamelijk de Jazz-component.

Kuti was echter niet zomaar alleen muzikant: hij gebruikte zijn muziek voor politiek activisme. Hij werd daarbij geïnspireerd door Malcolm X en de Black Panthers. Hij demonstreerde tegen de militaire dictatuur in Nigeria, zijn thuisland, probeerde zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen en stichtte een ‘eigen vrijstaat’ (“Kalakuti Republic”) door een muur om zijn huis te bouwen en zich onafhankelijk te verklaren. Hij was een voorvechter van een teruggang naar de eigen Afrikaanse cultuur, verzette zich tegen Europees cultureel imperialisme, en pleitte voor een verenigde democratische en socialistische Afrikaanse republiek. De reactie van de zittende regimes van Nigeria op deze fratsen waren bij tijd en wijle niet mals: Kuti zijn huis werd vernietigd en zelf heeft hij een tijdlang vastgezeten.

Kuti trad op met een band die uitgroeide tot 80 leden en die hij daarom ‘Egypt 80′ noemde. De optredens hadden vaak het karakter van politieke manifestaties, soms met gewelddadige uitbarstingen. Ook in zijn persoonlijk leven gedroeg hij zich excentriek. In 1978 trouwde hij simultaan met 27 vrouwen, wier aantal hij later terugbracht tot 12. Hoe dan ook, hij was de founding father of Afrobeat en heeft veel betekent voor zowel de acceptatie van de Afrikaanse ritmes en cultuur buiten Afrika, en binnen Afrika voor het politiek bewustzijn. In 1997 stierf hij aan AIDS.


Deel dit:

Apostles – Black is Beautiful

Deel dit:

‘Black is Beautiful’ van ‘Apostles’ is een song waar ik op stuitte toen ik aan het zoeken was op de term ‘Afrobeat’, een Nigeriaanse muziekstijl die een mengeling vormt van Jazz, Funk en West-Afrikaanse muziekstijlen die in de jaren 70 vooral in Afrika populair was. Googelend op de term ‘Apostles, Nigeria’ kom ik niet veel verder dan de informatie dat ze in die tijd vier hits gescoord zouden hebben. Misschien is het daarom wel extra de moeite van het posten waard. De genoemde invloeden zijn duidelijk hoorbaar, de funk vooral, en de Afrikaanse ritmes die voor westerse oren misschien wat vreemd klinken, maar een prachtig ‘kabbelend’ effect creëren.


Deel dit:

Cesária Évora – Petit Pays

Deel dit:

Ieder volk heeft zo zijn eigen woorden. Van het Nederlands is het bekend dat het woord “gezellig” maar moeilijk te vertalen is. Het heeft iets sociaals, en iets warms. De Portugezen hebben hun “saudade”, een uitdrukking van gevoelens van gemis en liefde. Het heeft iets van heimwee en weemoed in zich. Het past dan ook prima bij de melancholische Portugese volksaard en de volksmuziek Fado. In Brazilië wordt het woord ook gebruikt. Hoewel de Brazilianen van nature eigenlijk veel te wild en vrolijk zijn voor zo’n gevoelig woord, gebruiken zij het met name om uit te drukken dat ze terugverlangen naar het vorige feestje.

De Kaapverdische Cesária Évora heeft geen leuke jeugd gehad, en wanneer zij het woord ‘Sodade’ gebruikt (dat van het Portugees in het Kaapverdisch Creools is overgekomen), dan voelen we er dan ook als vanzelf iets meer bij. Als zesde kind van een straatarm gezin waarvan de vader op haar zevende overleed, werd ze door haar moeder op haar tiende uit armoede afgestaan aan een weeshuis. Zij zong vanaf jonge leeftijd in zeemanskroegen en bouwde in de donkere jaren die volgden een flinke verslaving aan alcohol en tabak op, waar ze nooit meer vanaf gekomen is.

In haar 46e levensjaar kwam echter een Frans-Kaapverdische producent het café waarin zij zong binnenlopen, die haar later omschreef als ‘Een bovennatuurlijke verschijning met ongelooflijk aangrijpende liederen’, die ‘de halve wereld huilend aan haar knieën kon krijgen’. Nadat ze kort daarop inderdaad doorbrak is Cesária bijna ononderbroken op wereldtournee geweest, voornamelijk in Portugese en Franse gebiedsdelen maar ook daarbuiten, tot ze in 2011 op haar 70e overleed aan een hartaanval. Zij trad altijd blootsvoets op en nam tijdens haar concerten regelmatig een break voor en sigaar met rum. In “Petit Pays” bezingt ze haar land Kaapverdië.


Deel dit:

Sezen Aksu – Yine mi Çiçek

Deel dit:

De Turkse zangeres Sezen Aksu is een lokale grootheid die debuteerde in 1975 en de bijnaam “Queen of Turkish Pop” kreeg, terwijl ze in het conservatieve Turkije daarbij functioneert als Gay-Icoon en voorvechter van gelijke rechten voor LGBT’s. Haar muziek is vooral theatraal en sentimenteel. We hadden een half jaar geleden al eerder wat van haar gepost, maar twee keer mag best wanneer het de moeite waard is. Dit nummer werd gebruikt in de soundtrack van de Duits-Turkse film “Gegen die Wand”. Ik heb nog steeds geen idee waar Sezen hier over zingt (toelichtingen: graag), maar mooi is het wel.


Deel dit:

Cumbia Chicharra – Burrita

Deel dit:

We blijven nog even in Chili: Cumbia Chicharra speelt zoals de naam al doet vermoeden de klassieke Cumbia, dat door Wiki wordt omschreven als “een Colombiaanse muziek- en dansstijl die bestaat uit een mengeling van Spaanse muziek en Afrikaanse muziek die door slaven werd meegebracht”, maar door heel Zuid-Amerika populair is.

De leden van Cumbia Chicharra zijn Chilenen die min of meer permanent in Marseille wonen en in dit seizoen ook regelmatig in onze streken optreden. De drummer wordt aangevuld met vier percussionisten om de band vooral geen gebrek aan ritme te laten hebben. Muziek die je eigenlijk live moet horen. Bij deze met liefde wat gratis reclame voor ze.


Deel dit:

Sol y Lluvia – Adios General

Deel dit:

Van Argentinië gisteren naar Chili (Chile) vandaag, een live-video van “Sol y Lluvia”, een groep die speelt vanaf de jaren 80 en een mix maakt van moderne rock en Chileense folklore-muziek. Maar het is niet alleen vanwege die voorspelbare panfluit dat deze muziek zo populair is in eigen land: Sol y Lluvia is een politiek betrokken band die zich vooral afzet tegen het Pinochet-regime, een verleden dat in Chile nog steeds een open wond is waar je normaal eigenlijk vooral niet teveel zout in moet wrijven wil je iedereen een plezier blijven doen. Desondanks spreekt dit juist wél doen natuurlijk ook weer een enthousiast publiek aan.

Vorige maand stond deze band nog in Paradiso te bewijzen dat je ze eigenlijk live moet zien, hier een impressie. De song “Adios General” is gericht aan Pinochet en hoeft uiteraard niet beluisterd te worden als groet met dankbaarheid.


Deel dit:

Leon Gieco – Ojos Con Orozco

Deel dit:

In Argentinië en omliggende landen is hij een begrip, in Europa bijna onbekend. Leon Gieco heeft inmiddels een omvangrijk oevre, waarin hij met name folkloristische muziek mengt met pop. Vaak bekend om zijn serieuze betrokken teksten komt hij in 1997 plotseling met een song op een opzwepende beat met een ronduit gestoorde clip ‘Ojos Con Orozco’, en dito tekst. Maar let op: opvallend is dat alle woorden van de lyrics maar één klinker hebben, de ‘O’. Nu is Spaans een taal waarin sowieso een stuk minder klinkers worden gebruikt dan Nederlands, maar toch mag het gelden als een prestatie van formaat. Vooral omdat de tekst nog ergens op lijkt te slaan ook.

Dit soort geintjes kunnen overigens nog een stuk verder doorgevoerd worden. In de muziek ken ik verder geen voorbeelden, in de literatuur kwam Georges Perec in 1969 met zijn boek ‘La Disparation’, een thriller van 300 pagina’s waarin de letter ‘e’ geen enkele keer gebruikt wordt. Het boek is in verschillende talen vertaald.

Hieronder eerst de clip, en daaronder voor wie het leuk vindt de muziek met de tekst.



Deel dit:

Swell – Forget About Jesus

Deel dit:

Swell is een Indiepop-bandje uit San Francisco. De plaat ’41’ waar het nummer Forget About Jesus op uitkwam, werd gereleased in 1993, hetzelfde jaar waarin de Smashing Pumpkins kwamen met hun doorbraakalbum Siamese Dream. Ondanks dat de muziek zeker met dit nummer er veel van weg heeft, weet Swell anders dan de Smashing Pumpkins niet echt door te breken. Zo af en toe naar hun albums luisterend ben ik ervan overtuigd dat dit niet per se door het verschil in kwaliteit komt. Swell werd gevormd in 1989. Hun laatste album kwam uit in 2009.


Deel dit:

De Kift – Beguine (live)

Deel dit:

Geniaal hoe een band kan klinken als een in een doodgeslagen glas jenever verzopen fanfare met zeebenen. De Kift is een Zaanse band die invloeden van punk, smartlappen, fanfare en alternatieve rock mengt met teksten van oude dichters als Slauerhof, Lucebert en Wolfgang Borchert. De Kift is een typische familieband die in 1988 werd opgericht en nog steeds optreedt, meestal in kleine zalen voor trouw eigen publiek, eerstvolgende concert in het Amsterdamse Bostheater. Hier met een voor hun doen nog tamelijk conventioneel klinkend nummer live door de straten van Parijs.


Deel dit:

Frank Black – Gouge Away

Deel dit:

Frank Black of Black Francis zijn de artiestennamen van Charles Michael Kittridge Thompson IV, voorman van de Pixies. Hele discussies onder de video of de toevoeging van het keyboard in dit Pixies-nummer nu echt moet of niet. Ik zeg: doen. Zeer prettige live-versie van Frank Black waarin hij bewijst dat hij het met zijn eigen band (zonder Kim) ook kan. De tekst lijkt te verwijzen naar drugsverslaving maar kent verschillende verwijzingen naar het verhaal van Samson uit het Oude Testament.



[Verse 1]
Missy aggravation
Some sacred questions
You stroke my locks
Some marijuana
If you got some

[Chorus]
Gouge away
You can gouge away
Stay all day
If you want to

[Verse 2]
Sleeping on your belly
You break my arms
You spoon my eyes
Been rubbing a bad charm
With holy fingers

[Chorus]

[Verse 3]
Chained to the pillars
A 3-day party
I break the walls
And kill us all
With holy fingers

[Chorus]


Deel dit:

Residents – Eskimo, Walrus Hunt

Deel dit:

Even een momentje om af te koelen: de avant-gardegroep the Residents kwam in 1979 met het album “Eskimo”. Hier het eerste nummer: ‘Walrus-hunt’. Tot op de dag van vandaag zijn de identiteiten van de bandleden van The Residents onbekend. Optreden doen ze wel, maar in kostuums waarin de individuen onherkenbaar zijn, vaak door middel van een helm in de vorm van een enorme oogbal, die ook op veel plaatcovers terugkomt. De doelstelling van de The Residents is het maken van muziek over muziek: zogenoemde “anti-muziek”. Eskimo is een fascinerend maar volledig verzonnen verhaal over het leven van Eskimo’s, dat uitgebeeld is in muziek die werkelijk doet denken dat we ergens in de buurt van de Noordpool zijn beland.


Deel dit:

Kawehi – Song Mashup live

Deel dit:

Nu we het gisteren toch over Nirvana hadden: vorig jaar in de lente zette ‘Kawehi’ een cover van Nirvana’s Heart Shaped Box online. Het werd een youtube-hit. Bijzonder is dat ze de muziek opbouwt uit verschillende samples die ze live produceert, een trucje waarmee wel meer youtube-hits gescoord werden, maar in dit geval was het wel erg knap en professioneel gedaan. We moeten ons overigens niet vergissen in de hoeveelheid pre- en postproductie dat zo een werkje kost.

Kawehi lanceerde meer covers, van nummers van onder meer van Michael Jackson, en Nine Inch Nails, sommige volledig a capella. Daarnaast heeft ze ook eigen werk. Donderdag 30 augustus bewees ze in de bovenzaal van Paradiso dat ze de truc ook live beheerst, onder andere door verschillende hits aan elkaar te lijmen.

De video is overigens niet van het Paradiso-optreden.


Deel dit:

Sonic Youth – New Hampshire, live in 2004

Deel dit:

Popsterren die op hun knieën aan hun pedalen zitten te frunniken en een zanger met hetzelfde kapsel als de hond van de buren: de New Yorkse band Sonic Youth maakte sinds de jaren 80 van de vorige eeuw tot recent experimentele noise-rock, en was als een van de grondleggers van veel moderne rockgenres als indierock en grunge meer invloedrijk dan bekend. En passant raadden ze hun platenmaatschappij destijds aan dat bandje van die ene Kurt Kobain maar eens onder contract te nemen. In deze video een performance die kenmerkend is voor hun latere werk.


Deel dit:

Politiek Kwartier | Facebook-manipulatie

Deel dit:

Er zijn genoeg redenen voor de politiek om een marktpartij als Facebook steviger aan te pakken.

Facebook is meer dan een speeltje. Facebook biedt een belangrijk platform om relaties en een netwerk te onderhouden.

Facebook is echter alles behalve een neutraal platform. Facebook bepaalt voor zijn gebruikers wat belangrijk is. Door middel van de informatie die Facebook over gebruikers via de “like”-knop vergaart wordt de informatie die op de zogenaamde newsfeed wordt aangeboden gesorteerd en sterk beperkt.

Twee artikelen hierover vielen mij op. Ten eerste een artikel van iemand die bij wijze van experiment alles maar dan ook alles van zijn tijdlijn op Facebook like-te. Hij rapporteert niet alleen dat daarop de reclame zijn vrienden van zijn tijdlijn verdrukte (voorspelbaar), maar ook – en dat is opmerkelijk – dat de politieke extremen zijn tijdlijn begonnen te overheersen. Tegelijkertijd begonnen zijn activiteiten de newsfeed zijn van zijn connecties te overheersen.

Een tweede artikel kwam van iemand die de hele “like” of “vind ik leuk”-knop in de ban had gedaan. De resultaten van dit testje waren wat vager en worden vertroebeld doordat de gebruiker ook aangaf meer reacties te plaatsen. Hij rapporteert in ieder geval een meer humane newsfeed.

Wat heeft dit met politiek te maken? Veel. Facebook is meer dan gewoon een stuk gereedschap om contact te houden met mensen en op de hoogte te blijven van de activiteiten van instanties. Facebook is naast een netwerkplatform een apparaat geworden dat actief het blikveld vernauwt. Daarbij is Facebook is een instrument voor partijen die betalen. Dit kan om marktpartijen gaan, maar ook om politieke facties, zoals bijvoorbeeld de Mossad of IS. Niemand weet wie de partijen zijn die Facebook aansturen want openheid hierover wordt niet gegeven.

Ondertussen geeft het Facebookteam aan zelfs aan experimenten uit te voeren om te kijken hoe het de emoties van Facebookgebruikers kan beïnvloeden middels het aanbod. Los daarvan heeft het bedrijf al bewezen niet altijd even zorgvuldig om te gaan met de privacy van zijn gebruikers.

Omdat het een zogenaamde marktpartij betreft staat de politiek erbij en kijkt ernaar. En ik zie de reacties onder dit blog die in het verlengde daarvan liggen alweer komen: “Dan neem je toch geen Facebook? Ik kan al jaren zonder”.

Die mensen zou ik graag willen uitdagen om bijvoorbeeld een succesvol blog te runnen zonder sociale media. De keuze voor een ander platform dan Facebook is er voor de individuele consument niet, en voor de gemiddelde aanbieder al helemaal niet. De grootste is de grootste, omdat het de grootste is. Er is geen marktwerking meer.

Het mooiste zou zijn massaal over te stappen naar een provider die wel respect heeft voor de privacy van zijn gebruikers en transparant is over wat getoond wordt op de newsfeed, of daar zelfs controle over geeft. Maar het zal wel even duren voordat negen miljoen Nederlandse Facebookgebruikers tegelijkertijd hun account opzeggen om elders hun netwerk weer op te bouwen en informatie te delen.

De andere optie is dat de politiek bij marktpartijen dat respect voor privacy én de controle over wat men afneemt afdwingt.

Dat kan nog wel even duren. Tot die tijd kunnen kritische gebruikers apps downloaden die ofwel de smartphone afschermen voor de begerige ogen van het team van Mark Zuckerberg, dan wel de Facebook-algoritmen omzeilen en een zicht geven op je neutrale newsfeed.


Deel dit:

Bust Through Travel Myths and Head to Japan

Deel dit:

Always wanted to see the temples, shrines, and Buddhas of the far east? As a traveler, you know traveling to a totally different culture can mean you are going to visit a country that is more poor, more filthy, and more underdeveloped in general than yours. For Japan, of course, it’s different. Here’s how.

First, poorness. Tokyo is known to be one of the most expensive places on earth, and you will likely be the poor one. Although it scares budget travelers, don’t worry about your wallet. Look for low-cost hostels and buy a rail pass before you leave home. It seems pretty expensive, but covers the mind-blowing costs of long-distance traveling in Japan. You can only buy this miracle when you’re a tourist, and when you’re outside of Japan. And, eat street food. Besides being healthy and gorgeous, it’s also relatively cheap.You’ll find that even Tokyo can be a Valhalla for budget travelers.

Second, filth. Compared to Japan, even Switzerland is filthy. I don’t know how they do it; in Tokyo you can search for hours for a public trash can. They’re really rare. So either people clean up all the time, or it’s a mentality thing and they just don’t dump their stuff on the street. This Japanese clean-mania is great for a traveler; you can always count on a spotless room and clean sheets. And, not only are the kitchens spotless and absolutely germ-free, the food is known to be incredibly healthy and delicious.

Third, underdevelopment. Compared to the west, Japan seems more overdeveloped than underdeveloped. You’ll see vending machines everywhere. Especially machines where you can buy cans of hot and cold tea. They’re on every corner of the street. Of course, there are also vending machines to buy beer and cigarettes from in the middle of the night. And, you can buy all kinds of food from vending machines. Then, there are machines selling used women’s underwear. I have a strong imagination, but I’m not sure what those guys actually do with it… but it’s there.

Public transport is also well-developed. You’ll find that mass transit in Japan is not only horribly expensive (except for when traveling with your Japan rail pass), but also outstanding. Avoid the subways during peak hours. Every train will still run exactly on time, every three minutes, but you’ll be packed like a sardine.

Also, given the fact that in Japan, all the toilets have heated seats and sometimes even have a remote control to flush, the West actually has the touch and feel of the underdeveloped party in this story.

All in all, traveling through Japan is rather comfortable. You can see amazing temples and shrines, experience breathtaking nature, and enjoy the best sushi, seaweed, and sticky rice, all while traveling in a practically over-civilized country. And that’s an amazing experience.


Deel dit:

Japanese Mentality

Deel dit:

In my first Japan column, I gave a brief introduction to the country, noting that if you follow my tips, you don’t really have to worry about Japan’s notorious expensiveness. Now, let’s discuss the Japanese mentality.

In western society’s mentality, the main modern virtue is to be assertive and stand up for yourself. The good side of this is that in our modern society, those who want to mistreat others really have to watch their steps, resulting in a society with democracy and emancipation as its core values, and a certain bias for initiative and creativity on the work-floor. This mentality makes western societies as strong as they are.

However, there’s also a bad side to this. Assertive behavior can be rude and even aggressive. Independent behavior can be egocentric and even egoistic. And making a complaint can be considered acting spoiled. That’s the key to understanding Japanese mentality, because this is exactly how a Japanese person would see it. In the eyes of the Japanese, all these types of behavior are seen as being childish and weak. In the Japanese culture, hospitality, obedience, and tolerance are the proper ways to express your power and pride. So compared to a Japanese person, a westerner is an overheated and egocentric whiner acting plain rude all the time, thus acting like a baby.

I think both sides have their pros and cons, but either way, this Japanese mentality gives travelers a very pleasant atmosphere. A guest is treated as a king. When you ask someone on the street for help, chances are he or she will help you until you really feel embarrassed by so much kindness. And don’t worry about being wrong. When you introduce yourself, all Japanese will shake hands with you. When two Japanese people meet, they never do. They bow. But with you they’ll shake hands, to express they are willing to adjust. They know you are alien to their country and thus tolerate your clumsy behavior.

You’ll find out the people in Japan are extremely nice and helpful. Add to that the fact that they absolutely don’t harass you for money, because first, it’s below their dignity, and second, the people over there are in no way poorer than you are, so they simply don’t need to. Also, Japan is a really safe country. There is crime – the famous Yakuza really does exist and is powerful – but those guys certainly won’t make trouble with a backpacker. They are far too powerful for that. Street robbery in Japan is rare.

However, beware if you decide to find a part-time job to finance your travels (for example, by teaching English as a lot of travelers do): you will have to learn to be just as obedient, docile and punctual as any Japanese worker. And for the western mind, that may be difficult.


Deel dit:

Navigating Your Way Though Japan

Deel dit:

Are you visiting Japan and having concerns about getting lost? Don’t worry. In Japan, nothing, and no one, ever gets lost. Japan is not only an over-civilized country, but it is over-regulated too.

First of all, there are signs everywhere. Signs with street names, signs that point out where you should stand in line, signs that tell you what vehicle will arrive to transport you to the other side of town… signs everywhere.

Should you learn some Japanese so you will be able to read the signs? No way. Don’t even think you can come close to reading Japanese quickly. Japanese people don’t use one kind of script, they use three different alphabets which they mix while employing them. For old words with many meanings they use Chinese characters, which don’t express sounds but meanings themselves. For modern words they use their own phonetic alphabet. And to make it even more complicated, they have a third phonetic alphabet for foreign words.

In the big cities, all the signs will be in Japanese as well as English, though the English will be funny Japanese-English. The names on the signs have the phonetic pronunciation in our own western alphabet added to it. Then, to make it even easier, if you pronounce all the letters you read like you would think is logical, there’s a very good chance you’re actually doing really well. Japanese people don’t swallow parts of words like other people do, as they do not use any emphasis in their language. Though hard to learn, Japanese words are easy to recognize. If you learn a name by heart, you will recognize it when it is announced.

Now for the most wonderful thing: People and things in Japan really do behave exactly according to the signs. It’s part of the mentality. A Japanese person will never arrive late. “On time” is five minutes early. A train will always arrive exactly on time. When there is a line on the pavement to say how people should form a queue—and there are many such lines—the Japanese will wait on that line, face to back, no muddling around with it. People really love to queue over there. Even when you have a numbered seat ticket, people will form a neat queue for entering the building or vehicle they are waiting for.

The most wonderful example is this: On an escalator in Japan, people will stand only on the left side. The right side is for walking. You can watch mobs running to the staircase, and about two hundred meters before the staircase, the mob will seemingly automatically split into two neat queues before even reaching the escalator. And except for the peak hours where it will be simply impossible getting somewhere without pushing, no one will push. Nobody seems to try and take someone else’s place. Maybe because in Tokyo, everything is so punctual that everybody knows exactly when he or she will arrive?

As for you, you’ll get your temples and enjoy the culture of samurai swords and manga comics as much as you want, and you’ll get there in time.


Deel dit:

De Voedseltherapeut 01

Deel dit:

Een inleiding op de voedseltherapeut en een frisse witlofsalade

Uw voedseltherapeut werpt, met u, een kritische blik op de hedendaagse maatschappij. Dit keer:

De Voedseltherapeut 01:
Een inleiding op de voedseltherapeut en een frisse witlofsalade

U bent wat u eet! Maar… wat bent u dan? Welnu, het nieuws kon beter, mijn beste lezer! De moderne mens is klaarblijkelijk gefrituurd zetmeel, op smaak gebracht met smaakstoffen en een overdosis zout, en aantrekkelijk gemaakt met kleurstoffen.

U bent wat u eet! U bent dus een in veel te kleine hokjes opgefokt beest, grootgebracht met verpulverde afvalstoffen, een overdosis aan chemicaliën, en veel te jong geslacht voor de commercie!

U bent wat u eet! Nu, gaat u maar na! U bent roofbouw op uw omgeving, één grote bonk suiker opgeleukt door een glimmende wegwerpverpakking.

Dat bent u! Dat zijn wij! Zo leven wij! Dat is allemaal niet mis, nietwaar?

We leven in een maatschappij van hopeloze verspilling beste lezer. U geeft uw geld uit aan verpakking en reclame, zonder het te willen, en wat u tot u neemt is kwaliteitsarm en ongezond. U doet uw omgeving tekort, maar u doet ook uzelf tekort. En daar valt verdomd moeilijk aan te ontkomen. Ja natuurlijk zijn er biologische en duurzame initiatieven om u heen: Fair Trade instanties en dierenvrienden die strijden om wat verbetering hier en daar. Maar wie te geloven? En wat heeft prioriteit? Is ieder keurmerk te vertrouwen? En waarom zijn biologische groenten in de supermarkt juist de groenten die verpakt zijn in een milieuvervuilend plasticje?

Het lijkt allemaal al te lastig. Veel makkelijker is het toe te geven aan de mainstream, en zolang de mainstream gaat voor ongezond, milieubelastend, dieronvriendelijk en mensonterend, omdat dit goedkoper is en toegankelijker bovendien, is het eigenlijk te moeilijk om zich altijd maar bewust te zijn van wat men doet.

Beste lezer, volgens uw therapeut staan we momenteel met onze maatschappij echter op een tweesprong. We hebben een simpele keuze: slaan we de weg in van onze eigen ondergang, of die van ons eigen geluk? Wie niet kiest, kiest automatisch voor het eerste.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Het is mogelijk om ook mét uw moderne levensstijl gezond en voedzaam te eten. Zich bewust worden van hoe onverstandig wij leven is slechts de eerste stap. Een stap die de meeste mensen overigens weigeren te nemen. Onze hele maatschappij leeft in ontkenning! De volgende stap is nog lastiger: van bewust onverstandig naar bewust verstandig. Uw therapeut begrijpt dat. Maar wanneer u van bewust eten en consumeren een tweede natuur maakt, kunt u door naar de volgende stap, en dat is: onbewust verstandig worden. Er is niets simpeler én prettiger, want dan hoeft u simpelweg niet meer stil te staan bij de vraag of u wel gezond genoeg leeft… omdat dit een automatisme is geworden.

Kijk, dat is het doel beste lezer, en echt, het is simpeler dan u denkt. U heeft namelijk vanaf het lezen van deze column hierin een zeer waardevolle hulp. U heeft een therapeut. Uw voedseltherapeut.

U begrijpt dat de voedseltherapeut hiermee iets heel anders is dan een gewone columnist. Uw voedseltherapeut is een vriend. Wanneer u luistert naar uw therapeut wordt u zich niet alleen meer en meer bewust van de absurditeiten van onze moderne cultuur, maar leert u ook hier onbewust een passend antwoord op te vinden, via uw voedsel. Het is immers uw voedsel die u uw bouwstenen geeft voor uw hele leven. Maken we de bouwstenen in orde, dan komt het met het gebouw vanzelf wel goed. Gevolg: u geniet niet alleen meer van uw voedsel, u vindt ook meer variatie en plezier in uw leven, en dit doet u zowel lichamelijk als geestelijk zichtbaar goed.

Beste lezer, laten we dit gaan vieren met een frisse salade! Wanneer u als gewoonte aanneemt een salade als voorgerecht te nemen namelijk, of als tussengerecht in de namiddag, zult u niet al teveel moeite hebben om aan uw aanbevolen 200 gram groente per dag te komen. Recept? Als volgt: hak twee stronkjes witlof in ringen (onderkant weggooien), doe ditzelfde met een gehalveerde rode ui, en meng met een flinke hand veldsla. Dan, er overheen; een flinke hand rozijnen (u kunt ook gehalveerde rode druiven nemen wanneer u liever gaat voor fris), 150 gram verkruimelde geitenkaas, een handje cashewnoten, en een dressing gemaakt van drie eetlepels olijfolie, een eetlepel azijn, wat peper en wat zout. Eet smakelijk!


Deel dit:

De Voedseltherapeut 02

Deel dit:


Over vlees en kwaliteit, en een japanse vleesschotel van lachend varken

Ach, lezer, waar is de tijd toch gebleven dat mens en dier gebroederlijk samen leefden? De moderne mens heeft nu hooguit alleen nog maar een hond of kat in huis! Dieren zonder nut eigenlijk… want als de hond blaft, is hij niet waakzaam, maar vinden we hem niet meer braaf, en als de kat een muis vangt, dan vinden we haar vies…

Ach lezer waar is de tijd gebleven dat het varken vrolijk knorrend rond het huis scharrelde, en de koeien bij de buren af en toe wat geloei lieten horen? Waarom is dit niet meer gewoon? Waarom zien we ze niet meer op straat; kippen en een geit? Hoe leuk voor onze kinderen zou dat niet zijn, en geef toe, hoeveel gezelliger zou de straat eruit zien als we weer leefden als deel van ons eigen ecosysteem, tussen ons eigen voedsel?

Maar goed, we weten, die tijd komt niet meer terug. Ook al zouden we willen, we zouden niet eens meer mogen! De dieren zijn verbannen naar afgesloten schuren. Het paard op straat is vervangen door de heilige koe, en daar mag geen krasje op komen! Beesten vinden we anno nu nu eenmaal oneindig veel smeriger dan ons eigen zwerfafval en uitlaatgassen. Nee, we willen geen haren en stront zien, slechts plastic en rubber, geen gier ruiken, maar chemische troep. De moderne smaak…

Maar laten we ondanks het feit dat we de dieren niet meer zien, ze toch niet vergeten! Niet alleen in het belang van de dieren zelf, maar ook en vooral in ons eigen belang!

Want misschien was u zich er nog niet van bewust, beste lezer, maar de hele bio-industrie, de opzet ervan, is het resultaat van armoede. In vroeger tijden en met name vlak na de oorlog was honger een realistischer probleem dan overgewicht, en vandaar dat we een industrie hebben opgezet waarmee we zo goedkoop mogelijk zo veel mogelijk voedsel konden produceren.

Maar smaak en kwaliteit kwamen hiermee wel in het gedrang! Ja, de natuur is machtig, want ze heeft ervoor gezorgd dat uw belang en dat van het varken gelijk liggen. Vlees van dieren die vrij waren tijdens hun leven is oneindig veel gezonder én smaakvoller dan vlees van dieren die groot zijn gebracht in een traliehokje op verpulverd krachtvoer en een overdosis medicijnen.

Natuurlijk is vlees lekker, en uw voedseltherapeut zult u niet horen roepen dat iedereen vegetariër moet zijn. Welnee. We zijn tenslotte van nature alleseters, en diersoorten die elkaar opeten horen nu eenmaal bij de natuur… en als het iets is wat uw therapeut niet graag tegenspreekt, dan is het wel de Natuur! Maar in plaats daarvan kunt u beseffen dat u lang niet iedere dag vlees nodig heeft, en áls u dan vlees eet, ook kwaliteit mag eisen. Zowel de dieren als uzelf verdienen dat.

Nee, maakt u zich geen illusies dat u zo de wereld verbetert. Uiteindelijk krijgen we het natuurlijk pas echt voor elkaar een omslag te maken wanneer een overheid met de vuist op tafel slaat en zegt; nu is het genoeg! En helaas, uw overheid houdt u bezig met zoethoudertjes als de animal-cops en heeft voor werkelijk dierenleed bepaald geen oog. Maar doet u ondertussen wat u kunt. Dan blijft ú tenminste gezond. Eet slechts vlees van een lachend varken, dan hoeft ú zich in ieder geval voor uzelf niet meer te schamen omdat u afval eet!

In dat kader het recept van deze keer: lachend varken op zijn Japans! Neem 400 gram lachend varken in reepjes, bak die in olie aan, voeg een in reepjes (julienne) gesneden courgette toe, een in halve ringen gesneden ui en een fijngesneden sinaasappel, en… roer. Even laten doorpruttelen, zeker niet te lang… klaar! Serveer met noedels en garneer met verse koriander. Smakelijk!


Deel dit:

De Voedseltherapeut 03

Deel dit:

Over het sterke vlees en de zwakke geest, en een smakelijk sinaasappeldessert

Beste lezer. Laten we eerlijk zijn: de meeste mensen in onze samenleving eten domweg teveel. En dat is niet zo gek. Uw lichaam is door evolutionaire processen er nu eenmaal met name op gebrand niet te weinig binnen te krijgen. Dit gevaar is er in onze moderne westerse samenleving echter bijna niet meer, vandaar dat overgewicht als nieuwe vijand op komt zetten.

Het antwoord dat we hier traditioneel op zoeken: diëten. In duizenden varianten duiken zij op! Er is echter één basisregel, waar u al veel meer aan heeft dan aan al die diëten: U moet luisteren naar uw lichaam! Want echt, uw lichaam weet het beste wat goed voor u is. Beter dan welk dieet, dokter of therapeut dan ook.

Maar u moet dan wel leren te luisteren naar uw lichaam. Want uw lichaam kent een stoorzender; uw geest…

Wat? De geest als stoorzender? Jawel. De geest werkt namelijk met herinneringen en associaties, en die worden zeker niet altijd rationeel opgeslagen. Een slechte herinnering zorgt ervoor dat u automatisch weerstand kweekt tegen wat u daarmee associeert. Eén keer voedselvergiftiging van een mossel, en de kans is groot dat u jarenlang zult gruwen van zeebanket. Een bekend effect, nietwaar? Andersom werkt het echter net zo. De geest herinnert zich het laatste genot, en maakt onbewust de stomme fout te denken dat herhaling van precies hetzelfde recept ook hetzelfde genot zal geven! Dit is een heel sterk effect. Ook al is uw lichaam al lang verzadigd, uw geest is altijd nog sterk geneigd tot het maken van deze domme fout.

Ditis de basis van alle verslaving, en daar dient u altijd op alert te zijn. U ziet, niet alleen het lichaam is zwak en irrationeel. Dat is een mythe! Met name uw geest is dat!

U dient dus wanneer u op dieet gaat niet alleen uw lichaam, maar ook uw geest te temmen! Gelukkig zijn daar wel enkele trucs voor.

Eén daarvan is variatie. Wanneer u onredelijkerwijs naar het ene verlangt, neemt u dan snel een slok van het andere. Uw papillen wennen zo aan de nieuwe sensatie en het verlangen gaat liggen. Niet alleen met voedsel kunt u dit bereiken! Zoekt u voor na de maaltijd een leuke bezigheid. Desnoods zelfs een wandelingetje voor de spijsvertering. Want bedenk; wie zich na de maaltijd toestaat om een half uurtje lekker uit te buiken, eet al gauw teveel.

Een andere gouden tip om niet teveel te eten: het langzaam-aan-dieet van uw therapeut. Eet simpelweg niet te snel. Vertraag de manier waarop u kauwt. Neem de tijd om te genieten, tussen twee happen door. Het is bewezen dat mensen die hun voedsel langzamer eten, minder eten. Waarom? Het gevoel van verzadiging komt altijd met enige vertraging aan. Gunt u uw lichaam dus de tijd om met u te communiceren!

Wanneer u echt wanhopig bent kunt u zelfs proberen voor iedere hap van uw maaltijd eens uitgebreid aan het voedsel te ruiken. Ervaart u de zegeningen van dit voedsel en gunt u uzelf de tijd ervan te genieten. Beschouw iedere hap die u niet uitgebreid geproefd heeft als een zonde, iedere hap die u proeft als een zege! U zult zien dat uw verslaafde natuur minder gaat achterlopen op uw lichamelijke verzadiging, en dat u vanzelf minder voedsel nodig heeft om uw honger te stillen.

Goed. Om dit inzicht te vieren een fris sinaasappeldessert uit Marokko. Het is zo simpel. Schil per persoon een sinaasappel, halveer de partjes, en leg ze op een bord. In het midden van het bord deponeert u een kloddertje sour creme. Vervolgens strooit u hier kaneel over, stukjes gedroogde dadel, en garneert u het geheel met blaadjes munt.

Een mager en gezond dessert, maar u eet als een vorst!

Groet,
De therapeut.


Deel dit:

In Bad Met Klokwerk 01

Deel dit:

De Hamam

Wanneer iemand in Istanbul is, moet hij zeker een keer naar de Turkse hamam. In het centrum staat een heel groot historisch exemplaar: Çemberlitaš, bouwjaar 1584, dat eigenlijk niemand mag missen. Ja, het staat bekend als overtoeristisch daar heen te gaan, maar laat u zich daar vooral niet door tegenhouden.

De ervaring van een Turks badhuis is compleet anders dan het bij ons bekende Turkse stoombad. Het belangrijkste verschil tussen ons Turkse stoombad en het Turkse stoombad in Arabische landen is dat de bezoeker in de laatste niet geacht wordt 15 minuten in-en-uit te gaan, maar tijdens het hele bezoek de ruimte niet verlaat. Gelukkig is de stoomruimte in Arabische landen dan ook groter, wat beter te overzien, en de temperatuur is lager dan in onze zogenaamde Turkse Stoombaden. Verder zijn er binnen in de ruimte mogelijkheden om zich met koud water te verkoelen. Onder de immense koepel in Istanbul zijn aan de kanten nissen aangebracht met daarin fonteinen, sproeiers en slangen.

Nu hadden Klokwerk en zijn twee reisgenoten uiteraard ook een Turkse massage besteld en dat hebben we geweten. Om te beginnen waren we op dat moment dat we aan de beurt waren al drie kwartier onder de koepel aanwezig en uiteraard volledig doorgedampt. Dan wordt men gewenkt, en de hardhandige massage kan beginnen. Eerst wordt het lichaam week gekneed als was het deeg, daarna wordt de massa letterlijk opgetrommeld. Vervolgens wordt men veranderd in een zeepbel, om vervolgens met een spijkerharde scrubwashand volledig van zijn tweede en bijna ook van zijn eerste huid ontdaan te worden, waarna het trommelen weer begint, de ledematen zorgvuldig bijna uit en weer in de kom worden geschoven, en de handen in de nek worden gevouwen om een korte doch zeer hevige hartmassage mogelijk te maken. Geen idee hoe lang dit alles duurt maar op het moment dat het over is kruip je als een zielig hoopje mens door weg om eens rustig te gaan uitvinden hoe je herboren zou kunnen worden.

Uw dappere Klokwerk had de neiging dat herboren worden zoveel mogelijk uit te stellen. Als versuft bleef ik in de vochtige warme ruimte onder een koud kraantje zitten, wachten op… ja wat eigenlijk? Nergens op, ik was tevreden, wilde niets meer.

De hamam uitgekomen voelt men zich naakt, en schoon als een baby eigenlijk zou moeten zijn. Ik wilde water, thee en jus d’orange, vocht, vocht en nog eens vocht, en ik wist niet hoe snel ik het mijn lichaam binnen moest krijgen. Ik en mijn reisgenoten hadden eigenlijk het plan om na het bad uit gaan, maar konden de eerste twee uur niet veel meer dan vocht drinken en een turkse waterpijp leeglurken, en ondertussen kijken naar de sterren. Die waren er die nacht met miljoenen. Dat kan ik me nog wel herinneren.

Kijk, gesterkt door deze ervaringen met de Turkse hamam in Istanbul moest Klokwerk toen hij zich in Marrakech bevond natuurlijk ook een hamam bezoeken. Ik besloot dit keer de grote commerciële hamam te mijden en mij eens te wagen aan de couleur local: een buurtbadhuis. Het lag wel dichtbij het beroemde centrale plein van Marrakech, Semna el Fna, waar in de ochtend een groentemarkt staat en in de avonduren live-muziek wordt gedraaid, spelletjes worden gespeeld met hengels en colaflessen, en mensen met slangen en afgetrainde aapjes rondlopen. Natuurlijk ziet dat plein ook iedere dag weer zwart van de toeristen. Ik meende dus dat men in de hamam wel wat gewend zou zijn.

Dit bleek nogal tegen te vallen. Personeel en klanten waren in opperste staat van verbazing en vroegen mij van het begin af aan duidelijk af what-the-fuck ik daar eigenlijk kwam doen. Als de geëerde gast werd ik rondgeleid en met dezelfde vaart weer de deur uitgewerkt. In mijn portemonnee ontbraken twee biljetten naast de prijs die ik voor de entree betaald had.

Wat mij opvalt als men de aardkloot rondzwerft, is dat toeristen meestal lopen te klagen over dat iets ergens té toeristisch zou zijn. Dat wat iedereen doet is kennelijk niet bijzonder genoeg, en daarom blijft het voor velen vaak zoeken naar het pure, het ongerepte. Als dat eenmaal ontdekt is sturen toeristen elkaar daar allemaal heen… met als gevolg dat het er vanzelf toeristisch wordt. Vandaar dat mocht u ooit de tip krijgen over een echt pure en ongerepte plaats, u er zeker van zult zijn dat u dat pure en ongerepte daar niet zal vinden.

Wie wat research doet trouwens komt erachter dat de hamams in Turkije en Marokko die typisch gebruikt worden door lokale mensen (en dus het best en het goedkoopst zou moeten zijn) eigenlijk niet bestaan: de cultuur van de hamam is aan het verdwijnen sinds steeds meer huizen een inpandige badgelegenheid hebben. De echte autentieke hamam is er dus één waar met name arme sloebers komen.

Volgens mij wordt het pure en ongerepte overschat. Maar wie daar op zoek naar is kan het best gaan naar plaatsen die smerig zijn, waar men met de nek aangekeken wordt, en waar men bestolen wordt. U kunt er dan wel geen t-shirt met de tekst “I’m here about the blowjob” kopen, het is en blijft een unieke ervaring.


Deel dit:

In Bad Met Klokwerk 02

Deel dit:

Boedapest

Boedapest kent vele heetwaterbronnen en die weten ze daar goed te gebruiken: al sinds de Romeinse tijd kent Boedapest een uitgebreide badcultuur, en daardoor kunt u baden in stijl. Dit baden is de Hongaren onder de huid gaan zitten: gezamenlijk spetteren en borrelen is een deel van de volkscultuur, en de stad is letterlijk bezaaid met badgelegenheden. Ja, wellicht is Boedapest daarmee wel de Europese hoofdstad van het-in-bad-gaan! Klokwerk heeft er uiteraard voor u de belangrijkste historische baden uitgeprobeerd. Leest u mee:

Het beroemde bad Gellért, gebouwd in 1918, dankt haar goede naam vooral aan de architectuur: een prachtige Art Nouveau inrichting omsluit het binnenbad dat eruit ziet als een Romeinse tempel en gevuld is met bronwater dat geneeskrachtig heet te zijn en in ieder geval stijf staat van de mineralen. Verder is er nog een extra zwembad buiten en een groot zonneterras, er zijn wat kinderbaden, en er is een klein gebouwtje met daarin een nog kleiner houten kistje, dat een sauna blijkt te zijn. Rechtop zitten in die sauna is voor een lange Hollander eigenlijk niet mogelijk, maar… het doet zijn werk. Dompelbaden zijn er uiteraard ook. Alles bij elkaar heeft Gellért alles mee. Deze absolute aanrader maakt deel uit van een hotel, maar voor een klein bedrag mag iedereen er een bad nemen.

Gellért legde het voor Klokwerk echter af tegen Szechenyi: een bad gebouwd in 1913, gelegen in een park aan het eind van de historische metrolijn, geheel uitgevoerd in zandkleurige neoclassicistische stijl. Hier zwemmen we weer tussen de Romeins aandoende beelden door, maar dit keer met name buiten. De badmogelijkheden zijn veel uitgebreider dan bij Gellért: zeer veel wisselbaden en een grote sauna, nat en droog, zijn aanwezig. Het grootste buitenbad is groot genoeg om ook te kunnen trainen.

In dit bad wordt niet alleen gebaad; er wordt geleefd. De Hongaren dobberen en zwemmen er niet alleen in, ze lezen de krant in het water of spelen er een pot schaak in. Het enige minpuntje: de toiletten zijn voor de meer avontuurlijk ingestelde reiziger.

Naast deze twee toppers zijn er ook nog de Turkse stoombaden. De Turkste baden in Boedhapest zijn architectonisch zeer interessant. Het gaat hier echter niet om “echte” Turkse stoombaden (zie de vorige aflevering van In Bad Met Klokwerk), maar zwembaden onder een koepel, met daarnaast apart een droge en een natte sauna.

Er zijn er twee Turkse baden die in alle gidsen stonden. Rudas en Kiraly. Klokwerk ging voor u naar Kiraly. Dit bad is niet groot, maar wel mooi en bijzonder. Het bad is gebouwd tijdens de Turkse overheersing van de zestiende eeuw, dus authentiek. Er is een grote koepel met daaronder het warme bad, en een kleine koepel met daaronder het stoombad. De laatste is op perfecte temperatuur. De luchtwegen houden het nog net uit maar het lichaam reageert welhaast onmiddellijk. Het grote warme bad heeft een aangename (zeer warme maar net niet uitzonderlijk hete) temperatuur. De diameter van dit achthoekige bad zal zo een meter of tien zijn. Het buitenlicht dat door gaten in de koepel naar binnen valt geeft een zeer aangename sfeer.

Punt was echter dat de sfeer in het bad helaas niet alleen bepaald werd door het licht. Zoals bekend gaat uw dappere Klokwerk door het leven als onwaarschijnlijk aantrekkelijk sekssymbool waar weinig vrouwen Siberisch bij kunnen blijven, daar hoort ook bij dat hij interessant is voor doelgroepen die nu eenmaal niet de zijne zijn, zoals onaantrekkelijke vrouwen en homoseksuelen, terwijl er zelfs ook enkele diersoorten zijn waarvoor hij terdege moet uitkijken. Dit is goed te doen, maar toch is voor de rechtgeaarde heteroseksueel aan te raden om Turkse baden in Boedapest te bezoeken op dagen dat gemengd bezoek is toegestaan. Men is dan weliswaar verplicht een broekje te dragen, wat voor de Hollandse doorgewinterde saunaganger een beetje vies aanvoelt, het dragen ervan heeft ook voordelen.

Los daarvan had Kiraly ook zeker enige badtechnische minpunten. De douches bestaan uit niet veel meer dan het uiteinde van een pijp met twee antieke metalen draaiknoppen daaraan. Het ziet er niet uit, maar ze voldoen als koude douche. Waren de douches al armoedig: de droge sauna echter slaat alles. In het gebouw zijn twee glazen hokjes aangebracht met daarin een verwarmingsinstallatie van simpele verwarmingselementen, een van 50 tot 70 graden, en een van 60 tot 90 graden. Het lijkt niet op een Zweedse sauna, maar heeft ongeveer hetzelfde effect. Alleen de ruimtes zijn lelijk en smerig en men moet maar wat uitkijken dat men zijn lichaam niet brandt aan de vloer en de metalen elementen.

Al met al is Boedapest een aanrader van wie zoals Klokwerk weg is van in-bad-gaan. De saunagang in deze hoofdstad van het-in-bad-gaan is echter vaak maar een armoedige bedoening. Ga dan ook op zoek naar de sterke punten: wanneer in Boedapest, doe als de Boedapestenaren; concentreer je op het bad, en zie de rest als aardige bijtafel.

In bad te gaan in architectonische monumenten is en blijft echter een unieke ervaring en bepaald iets om niet te missen. Klokwerk werkt momenteel aan een voorstel het paleis op de Dam tot badhuis om te bouwen.


Deel dit:

In Bad Met Klokwerk 03

Deel dit:

Japan: Sento’s en Onsens

Wie naar Japan reist doet zichzelf tekort als hij geen kennis maakt met de typische plaatselijke badcultuur.

In Japan zijn twee soorten badhuizen, de Sento, met gewoon water, en de Onsen, met natuurlijk bronwater. Natuurlijk heeft Klokwerk beide voor u uitgeprobeerd.

In Japanse Onsens en Sentos gaan de seksen gescheiden te water. En daarbij hoeven bij u als heteroseksueel niet gelijk alle bellen te gaan rinkelen zoals dat wel in Boedapest het geval zou moeten zijn (zie vorige column). Een kledingstuk aanhouden is echter verboden. Voor veel buitenlanders een groot bezwaar, voor Klokwerk die de Hollandse sauna’s gewend is uiteraard niet. Ook hier geldt: wie niet gaat uit preutsheid is gek.

In een Onsen of Sento kunnen verschillende kruidenbaden staan, maar de basis is heel simpel en niet bijzonder revolutionair: de basis is gewoon een heel erg warm bad. Uiteraard wel erg lekker. Sommige Onsens en Sento’s hebben een zweedse sauna, sommige hebben een rekstok in bad zitten, en één Sento die door Klokwerk voor u uitgeprobeerd is, had een bad met raar groen water, waarvan ik naar navraag nog steeds niet weet wat erin zat. Het schijnt goed voor een mens te zijn.

Het meest aparte en sensationele wat ik voor u tegen kwam: een bad waar elektrische schokken door liepen bij wijze van massage. Laten we zeggen dat het vast lekker is als je eraan gewend bent.

Zoals zoveel dingen zijn ook de douchegewoontes in Japan weer anders dan die hier in het westen. Om te beginnen: de Japanner doucht zich daarbij altijd voordat hij in bad gaat, ook al neemt hij het bad thuis. Zonder douchen het bad in gaan wordt gezien als onhygiënisch, en daar zit natuurlijk wel iets in. Verder: waar een westerling vaak zonder douchen tussen de lakens kruipt en in de ochtend zijn douche niet kan missen zonder zich smerig te voelen, is dat voor de Japanners zoals overigens bij meer Aziatische volken andersom: schoon gaat men het bed in, maar in de ochtend hoeft men zich niet te douchen. Nog vreemder: het douchen is echter iets wat niet staande gebeurt zoals bij ons. Dat vindt de Japanner ordinair. In Klokwerk zijn hotelkamer snapte hij er al niets van zijn sanitaire uitzet toen hij de douche betrad: de kop hing veel te laag aan de stang, en in de douchekabine stond een klein krukje en een teiltje. Waarom? Eenmaal in de Onsen viel het kwartje. De Japanner hij gaat voor de douchekop op een krukje zitten en spoelt zich af. Wanneer hij zich inzeept zet hij de badkraan aan en laat hij daarmee het teiltje vollopen. Vervolgens spoelt hij zich af onder de douchekop om vervolgens met een weldadige zucht de inhoud van het teiltje over zich te plonzen. Waarna dit ritueel zich enkele keren herhaalt met verschillende zeepsoorten en scrubzouten etc.

In de Onsens en Sento’s kunt u deze manier van douchen afkijken en zelf oefenen. In de meer lokaal gerichte en minder luxe aangelegenheden kunt u uw eigen stuk zeep meenemen of kopen. Gaat u naar een luxe Onsen of Sento, dan is de kans groot dat er een rijk scala van zeepsoorten aanwezig is. Dat is goed, want dan kunt u ongetwijfeld ook de voordelen van zeep en scrub op basis van groene thee-extracten en andere kruidenbrouwsels die voor ons westerlingen die het normaal doen met een paar armoedige chemicaliën en een kwak aloë vera. Sowieso is men in het land van groene thee en zeewier meer gericht op natuurlijke ingrediënten, en dit uit zich dus niet alleen in het zeer gezonde voedsel, maar dus klaarblijkelijk ook in het gebruik van zeep.

Hoe bevreemdend op het eerste gezicht ook, voor Klokwerk, die thuis helaas een te kleine douchekabine voor zelfs maar een zitbad heeft was de zittende manier van douchen een eye opener. Let op: dit kan natuurlijk makkelijk thuis. En het is de moeite waard. Natuurlijk, bij zittend douchen krijgt u als Nederlander maar associaties met bejaarden en invaliden, maar uiteindelijk is het toch een grote aanrader. Met teiltje en badkraan krijgt de douche een bad-totaalbeleving die anders mist. In huize Klokwerk staan dus sinds zijn terugkomst uit Japan in de douche een plastic krukje, drie flessen verschillende zeep, en er hangt een kraan naar beneden.

En uiteraard is er dat weldadige teiltje.


Deel dit:

Klokwerk kleedt zich aan

Deel dit:

Vandaag was de opdracht: mij kleden voor achtereenvolgens een aantal informele gesprekken, werken op een lijnafdeling (in Tilburg), en aansluitend een avond salsa. Na het douchen leek ik met een kwartier nog ruim genoeg tijd over te hebben om mij te wijden aan de kledingkeuze, waar ik stom genoeg tot dat moment nog niet over nagedacht had.

De metrosexueel is geen hit meer. Of beter gezegd, hij is gemeengoed geworden. Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse mannen inmiddels langer voor de spiegel staan dan Nederlandse vrouwen: gemiddeld een kwartier per dag. Mij lijkt dat een goede ontwikkeling. Mijns inziens is het de plicht van ieder mens naar anderen er zo representatief mogelijk uit te zien.

Omdat ik nog geen idee had hoe ik mij zou kleden begon ik met een oranje boxer. Mijn ervaring is dat deze vaak goed te combineren is en immer zorgt voor een uitdagend contrast met de bottom line van de rest van mijn garderobe. Na enig aarzelen koos ik daarbij voor een roze shirt dat ik als hemd aantrok. Soms werkt het aardig om enige kleuren te combineren waarin rood de gemeenschappelijke basiskleur is. Hoe dan ook had ik nog steeds geen idee hoe ik verder zou gaan.

Feitelijk is 15 minuten echter nog vreselijk kort, aangezien ik aanneem dat niet alleen het toilet, maar ook de kledingkeuze in deze 15 minuten plaats vindt, alsmede het aankleedproces.

Wellicht had ik het deze ochtend moeilijk omdat ik nog niet had bepaald hoe mijn stemming was. Zowel bij het kiezen als het volgen van een stemming hoort een zekere besluitvaardigheid.

Sommige mensen zeggen dat we ons moeten kleden naar onze stemming, anderen dat de kleren die we dragen onze stemming bepalen, en dat we bij de kledingkeuze voor de dag eigenlijk ook onze stemming kiezen. Ik denk dat het ingewikkeld genoeg allebei waar is.

Hoe dan ook, ik was met de kleding nog geen twee minuten gaande en er moesten lastige beslissingen genomen worden. Om de een of andere reden leek gezien de weg die ik was ingeslagen een zwarte pantalon voor de hand te liggen… maar dat beoordeelde ik als te formeel voor de salsa, en ik weiger mij om te kleden gedurende de dag. De dag was daarbij te donker en het seizoen niet het juiste voor een witte pantalon.

Daarnaast getwijfeld over de rode spijkerbroek. Het was het allemaal niet.

Ik koos voor een verschoten blauwe spijkerbroek. Wij leven in een tijd dat er op de mannenbroek wat mag gebeuren, maar omdat de man nu eenmaal doodsbang is om voor mietje versleten te worden moet dat natuurlijk ruig: dus in de vorm van nauwgezet aangebrachte scheuren, zogenaamd onhandig genaaide zakken en zorgvuldig aangebrachte slijtageplekken. De vorige dag had ik mij zeer formeel gekleed en ik vond het tijd om hier eens mee te breken.

Waar kleren al de stemming van de drager beinvloeden, beinvloeden zij wellicht niet in onbelangrijke mate ook de stemming van degene die er tegenaan moeten kijken. Iemand met een stropdas wordt anders behandeld dan iemand met een versleten spijkerbroek, en het zit hem in het behandelen zelf ook hoe iemand zijn eigen positie ervaart… en die positie beïnvloedt weer het gevoel over en dus van zichzelf.

Dit bedacht ik mij toen ik boven mijn spijkerbroek een zwart overhemd met krijtstreep aantrok om vervolgens het resultaat in de spiegel te bekijken. Dit was geen compositie. Het geheel viel uit elkaar. Het beviel mij niet. En ik had nog maar tien minuten de tijd!

Ik besloot niet meteen in paniek te raken en eerst eens rustig na te gaan denken over de sokken. Die stap moest immers ooit toch genomen worden. Zwarte sokken leken me in dit geval een veilige keuze. Ik heb iets fantastisch; sokken waarop de dag waarop men ze aan kan trekken bescheiden op de rand staat geprint: Monday, Tuesday, enzovoorts. Naast humorvol is het voordeel hiervan dat je zwarte sokken gelijkmatig slijten en men niet komt te zitten met sokken die onevenredig ten opzichte van elkaar gekrompen zijn. Helaas waren de Thursday sokken dermate versleten dat ik ze de vorige week had weggegooid. Peinzend over waarom juist de sokken van donderdag (dus: waarom droeg ik kennelijk op donderdag vaker zwarte sokken dan op andere dagen?) het eerst versleten waren ging ik op zoek naar het neutrale paar dat gelukkig ook in de goed gevulde sokkenmand aanwezig bleek te zijn. Ik trok deze aan en bekeek het resultaat weer in de spiegel. Ook de sokken bevielen mij niet. Het zwart was geen goede keuze.

Ons uiterlijk en dat van onze omgeving bepalen in hoge mate onze stemming en die van anderen. In een rode kamer raken mensen sneller oververhit, in een blauwe kamer komt men tot rust. In een prettige open en goed geventileerde ruimte met mooie meubels is een mens meer op zijn gemak dan in een klein bedompt hok met een kale stoel en een tafel. Echter, een goed ensemble ontwerpen vereist zorg en ijver.

Ik besloot de zwarte sokken te vervangen door de wit blauw geblokte, om in het ensemble wat meer leven te brengen en het blauw van de broek te benadrukken. Dat leek te werken, en overmoedig schoot ik daarop gelijk mijn beige schoenen aan; deze zijn stoer, ze zitten lekker stevig en ze hebben goede zolen voor op de dansvloer. Die zaten. Helaas vloekte dit alles bij elkaar behoorlijk.

Twee eeuwen terug stak de mens veel meer tijd en moeite maar vooral ook meer vindingrijkheid in kleding dan nu. Daarbij heerst er in onze moderne mode een uitgesproken angst om teveel op te vallen en daarmee voor lul te staan.Deze neiging tot monotonie bevestigt zichzelf want we leven in een tijd dat vloekende kleuren sneller ontstaan dan in andere tijden, toen de mode sowieso uitbundiger was en dat wat nu al te snel als een vloek wordt afgedaan vaak nog werd gezien als een gewaagde doch geslaagde combinatie.

In uiterste wanhoop zeeg ik weer neer op de rand van mijn bed. Wat stond mij nu te doen? Ik besefte dat het fout was gegaan bij het bekrijtstreepte zwarte overhemd. Meestal is dit overhemd me goed van dienst, maar vandaag bleek het niet te werken. Misschien zelfs, overwoog ik, is het begonnen bij het roze shirt! Ik trok snel het overhemd en het roze shirt uit en verving dit laatste door een shirt dat kleurde bij mijn schoenen want time was running short: nog maar vijf minuten te gaan en er was nog steeds geen samenhang. Ik moest niets overhaasten, doodlopende wegen kon ik mij niet meer veroorloven. In gedachten knoopte ik mijn zwart lederen ketting met de zilverkleurige hanger om, om vervolgens wederom op de rand van mijn bed te gaan zitten teneinde te bedenken wat ik mij nu stond te doen.

Toen bedacht ik dat ik het over de blauwe boeg kon gooien. Gezien ik reeds blauw met witte sokken aan had kon ik natuurlijk mijn toevlucht nemen tot het witte overhemd met de delicate lichtblauwe strepen!

Dit bleek geen slechte zet. De combinatie met de spijkerbroek en zelfs het shirt bleek te werken. Om het zwart van de ketting te laten terugkomen koos ik voor een zwarte riem (dus ook met zilverkleurige gesp) en bekeek het resultaat met enige instemming terwijl ik besloot hierboven mijn zwarte colbert met glimmende streep te dragen, mijn trots, alsmede mijn dunne zwartlederen jas, aangezien ik mij ook met een zwarte laptoptas op straat zou moeten begeven.

En dan de openbare ruimte! Het is ronduit bedroevend dat door standaardisatie van productieprocessen onze gebouwen eruit zien alsof ze aan elkaar geniet zijn van plaatmateriaal en een wezenlijk groot gedeelte van onze openbare ruimte is bedekt met een grijze teermassa. De mens is momenteel hopeloos efficient en die efficientie heeft de plaats ingenomen van handwerk en tierlantijnen. Het meeste wat wij voortbrengen oogt simpel en functioneel. De lijmvlakken van onze meubelen zijn zichtbaar en bepalend voor de vorm. Onze ruimten worden afgeschermd door plaatmateriaal. Sierwerk is zeldzaam, handwerk vrijwel non existent; bijna alles onderhevig aan het stempel van de productionele herhaling.

Deze herhaling en gebrek aan tierlantijnen, deze overschatting van het functionele uiterlijk is eigenlijk een uiting van grote armoede. Wij lopen vergeleken met de enigszins vermogende mensen uit de achtiende eeuw in fantasieloze en vormeloze grauwe lompen tussen grauwe klompen steen. Aanzienlijk beter gewassen, dat wel, laten wij, enkele stylisten daargelaten, niet veel zien: wij gebruiken geen felle kleuren, geen ingewikkelde patronen. Ondanks aardige vorderingen in mensenrechten en democratische verworvenheden staan wij met onze culturele beschaving mijns inziens dan ook een traptrede lager in de evolutie dan twee eeuwen terug.

Nog twee minuten te gaan? U denkt: Klokwerk is klaar! Geenszins. De schoenen detoneerden met het zwart van de ceintuur en de ketting, in zoverre, het zwart kwam niet terug. Stelt u zich een toren voor op een wankel voetstuk: zo zag ik eruit. Ik kon zo onmogelijk de deur uit. Zo oordeelde ik in ieder geval zelf. Ik probeerde de lichtbruine schoenen te vervangen door zwarte. Maar die stonden weer te scherp. Hier stond plotseling een toren op een al te plomp voetstuk. De beweging was volledig uit mijn ensemble verdwenen!

Uiterlijk bepaalt ons innerlijk. De mens verwaarloost zijn eigen uiterlijk en dat van zijn omgeving en daarmee zijn eigen stemming. In dat kader mogen wij de langzaam toenemende ijdelheid van de mens toejuichen als een eerste voorzichtige stap terug naar de beschaving.

Toen wist ik wat mij te doen stond. Ik schoot terstond wederom mijn zwarte sokken aan, en daarover weer de beige schoenen. Een geniale zet. Het resultaat was compleet: Klokwerk was ook deze ochtend klaar om over straat te gaan.

Dacht ik.

In de tram naar het centraal station besefte ik wat er nog mis was:

de oranje onderbroek.


Deel dit: